In Beelden aan Zee wezen kijken naar wat geweldenaar Ruud Kuijer - de man van de kolossale 'industriele' Waterwerken langs het Amsterdam-Rijnkanaal - nu weer heeft uitgehaald. Ik leerde hem daar kennen. Wat hij maakt komt voort uit de omgeving. Altijd buiten. Nu aan zee.
Ruud Kuijer (1959) heeft in het duin aan de zeekant van het museum drie manshoge beelden neergezet die een soort estafette doen: Van staffetta (ijlbode in het Italiaans) is dat woord afgeleid.
Zoals altijd bij hem zitten er openingen in zijn sculpturen, maar nu is er een logica in de rij van drie, want wat in de ene een gat is wordt in de volgende volume. Het stokje wordt doorgegeven, inderdaad. Ga kijken. Verder heeft hij de golvende vormen van water, duin en zand gebruikt. Zoals hij in Utrecht de materialen van het industrieterrein gebruikte.
Op de binnenplaats meer typisch Ruud Kuijer: betonnen afgietsels van een halve badkuip en een schelpvormige zandbak. Maar je komt ook kleiner spul tegen in het beton: wegwerpverpakkingen, hamburgerbakjes, shampooflessen. Aaneengekit en gegoten in mallen.
Als verrassing is er ook iets zonder titel in schroot (uit 1996) dat me hevig doet denken aan Ijzeren Dichter Theo Niermeijer, die me ooit zo'n werk cadeau deed, dat ik koester.
Als iemand kunst en omgeving zinnig bijeen weet te brengen is het Ruud Kuijer.