Eerste keren intrigeren. Iemand voegt iets nieuws toe aan het gebruikelijke. Hoe komt ie erbij? En, wordt het nieuwe geaccepteerd en overgenomen?
In de schilderkunst zo goed als in het huishouden. Beroemd is het antropologenverhaal van de bezem zonder stok. Er waren Afrikaanse volkeren die van oudsher de vloer van hun woningen met veger en blik schoonhielden, altijd gehurkt en gebogen. Tot op een dag iemand van een verre reis een bezem met een steel meebracht.
In de kunst was de rinoceros van Dürer - zie Gombrich - eeuwen de maatstaf die iedereen natekende. Terwijl er toch in dierentuinen rinocerossen opdoken die er beslist anders uit zagen.
Zou het Jacob Corneliszoon van Oostsanen (ca. 1475-1533) geweest zijn die voor het eerst een vrouw bij het zien van de dode Christus uit pure schrik en verdriet haar hand zo voor ogen en mond - om een kreet van ontzetting te onderdrukken - liet slaan?
Van Oostsanens Bewening uit 1520-1530 is misschien zo'n eerste keer. De tekening van het meisje - van achteren gezien - met de verdrietig voor het gezicht geslagen hand uit het Amsterdamse schetsboekje is waarschijnlijk van een kleinzoon. Maar ik heb dat gebaar uit die hoek niet bij latere schilders teruggezien. Dacht ik. Het schetsboekje komt uit z'n atelier in de Kalverstraat, waar meerdere mensen werkten, waaronder veel familie en zijn leerling Jan van Scorel.