Vergeten hippies

 Wie waren ze, hoe deden ze, hoe praatten ze. Hoe dachten ze? Bijna vergeten. Alice Munro (1931), de Nobelprijswinnares leefde temidden van ze. Al was ze een graadje ouder.

 De gruwelen van die tijd zijn slecht gedocumenteerd. Zoals het geloof in alternatieve geneeskunst om te ontsnappen aan 'het systeem'. Had je wat kanker leek dan deed je aan iriscopie, er heilig van overtuigd dat je jezelf 'ziek gedacht had' en dat de remedie in peulvruchten en Tibetaanse riten lag.

 Munro schrijft 'Amerikaans', op z'n best is dat het vastleggen van de zeden en gewoonten van een vreemde volksstam, zoals bij haar de Canadezen. In Europese literatuur zijn hoofdpersonen toch meestal alter ego's van de schrijver, en is de rest aankleding.

 Gisteren kwam ik in haar bundel Something I've been meaning to tell you (1974) terecht in verhalen als Walking over water en Forgivenes in families. En daar zijn ze - compleet met hun voor mij zo herkenbare redeneringen: de jongeman die over water zal gaan lopen, en erger, de geniale jongere broer die een in jute zakken geklede sekte meevoert naar zijn moeder die ster­vende in het ziekenhuis ligt en op de gang een luidruchtig demonen uitdrijvingsritueel ('vijfduizend jaar oud') in gang zet.

 Maar dan neemt Alice Munro de lezer weer te grazen: eerst druipt de sekte af, en dan, de volgende ochtend voelt de dodelijk zieke moeder zich al een stuk beter. Ze overleeft en getuigt trots van haar geniale zoontje. Die op zijn beurt de sekte vaarwel zegt omdat hem dat verveelt. Munro is je altijd weer te slim af.

Tags: