Vicki Baum

 Als ik koorts had werd ik op de logeerkamer gelegd, waar de boeken van mijn vader stonden. Daar keek ik naar boekrug­gen en titels die ik nooit vergeten zou. Een daarvan was 'Menschen im Hotel' van Vicki Baum, dat ik nu pas lees.

 Het brengt je naar 1929, naar een Berlijns luxe-hotel waar ver­doolde mensen elkaar treffen. Zoals de wat oudere ballerina Grusinskaja die voor halflege zalen optreedt en de verlopen baron Gaigern, die het op de parels van de ballerina voorzien heeft.

 Als ze de geveltourist in haar kamer ontdekt doet die zich heel slim voor als een bewonderaar. 'Je 't aime', zegt hij. Er zit niet anders op dan haar te kussen. En ze gaat er op in: 'Met een kunstig gespeelde beweging draaide ze haar lange hals naar Gaigern toe. Gaigern nam haar kleine schouders in zijn warme, vaardige handen en toen kuste hij Grusinskaja bekwaam in de mooie groeve tussen de schouderbladen.

 Deze kus, die tussen twee elkaar vreemde lichamen koel begon duurde lang. Hij zakte als een fijne, warme naald in de ruggegraat van de vrouw, haar hart begon te kloppen. Haar bloed werd zwaar en zoet, het klopte, ja het klopte, dit verkilde hart begon te beven, de ogen sloten zich, ze sidderde. Maar ook Gaigern sidderde toen hij haar losliet en zich oprichtte; een ader kwam blauw en hoog op zijn voorhoofd. Plotseling voelde hij deze Grusinskaja overal tegelijk in zich, haar haren, haar bittere geur, haar langzaam ontwakende en genotzuchtige beven (...).'

 Menschen im Hotel werd meermalen verfilmd, ook in Amerika.

 Ze ontvluchtte Duitsland, stierf in 1960 in Los Angeles en schreef ook in het Engels.

Tags: