Verder Vicki Baum

 Een ontdekking, door haar Menschen im Hotel (1929), haar kennis van zaken, de detaillering van de interieurs in het Grand Hotel en zijn gasten. Het werd een bestseller, maar in 't Nederlands (1930) kreeg het maar een enkele druk. Die ik niet heb.

 In de lobby van het hotel, temidden van overvloedig personeel, van pages, portiers, obers, een oorlogsinvalide liftbediende. Overal klinkt levende muziek, in de tearoom, het restaurant, van jazz tot strijkjes. En dan komt daar door de draaideur opeens een totaal verlopen dorpeling uit Saksen, Otto Kringelein binnen. Hij krijgt een kamer door bemiddeling van de oorlogsgewonde Doktor Otternschlag die aan 'Vlaanderen' maar een half gezicht overhield.

 'Daar stond hij nu, in de hal van het Grand Hotel, de boekhouder Otto Kringelein, geboren in Fredersdorf, in zijn oude overjas, en de hongerige glazen van zijn knijpbrilletje dronken alles in ene keer in. Hij was uitgeput, als een hardloper van wie de borst het witte lint aanraakt (en met deze uitputting was hij bijzonder vertrouwd), maar hij zag: de marmeren zuilen met gipsornamenten, de verlichte fontein, de clubfauteuils. Hij zag heren in rokkostuum, heren in smokings, elegante wereldse heren. Dames met naakte armen in glimmende kleren, met sieraden, bont, uitzonderlijk mooie en smaakvolle dames. Hij hoorde verwijderde muziek. Hij rook koffie, sigaretten, parfums en de bloemen die op een tafel ter verkoop uit vazen puilden.'

 En zo door. Een verslavend boek. De arme Kringelein, zo zal blijken, is dodelijk ziek, heeft al zijn spaargeld bij zich en wil nog een keer in zijn leven in een hotel als dit overnachten. Zojuist verscheen de negende druk, in het Duits.

Tags: 

Vicki Baum

 Als ik koorts had werd ik op de logeerkamer gelegd, waar de boeken van mijn vader stonden. Daar keek ik naar boekrug­gen en titels die ik nooit vergeten zou. Een daarvan was 'Menschen im Hotel' van Vicki Baum, dat ik nu pas lees.

 Het brengt je naar 1929, naar een Berlijns luxe-hotel waar ver­doolde mensen elkaar treffen. Zoals de wat oudere ballerina Grusinskaja die voor halflege zalen optreedt en de verlopen baron Gaigern, die het op de parels van de ballerina voorzien heeft.

 Als ze de geveltourist in haar kamer ontdekt doet die zich heel slim voor als een bewonderaar. 'Je 't aime', zegt hij. Er zit niet anders op dan haar te kussen. En ze gaat er op in: 'Met een kunstig gespeelde beweging draaide ze haar lange hals naar Gaigern toe. Gaigern nam haar kleine schouders in zijn warme, vaardige handen en toen kuste hij Grusinskaja bekwaam in de mooie groeve tussen de schouderbladen.

 Deze kus, die tussen twee elkaar vreemde lichamen koel begon duurde lang. Hij zakte als een fijne, warme naald in de ruggegraat van de vrouw, haar hart begon te kloppen. Haar bloed werd zwaar en zoet, het klopte, ja het klopte, dit verkilde hart begon te beven, de ogen sloten zich, ze sidderde. Maar ook Gaigern sidderde toen hij haar losliet en zich oprichtte; een ader kwam blauw en hoog op zijn voorhoofd. Plotseling voelde hij deze Grusinskaja overal tegelijk in zich, haar haren, haar bittere geur, haar langzaam ontwakende en genotzuchtige beven (...).'

 Menschen im Hotel werd meermalen verfilmd, ook in Amerika.

 Ze ontvluchtte Duitsland, stierf in 1960 in Los Angeles en schreef ook in het Engels.

Tags: