Jan Emmens (l.) en Chr. J. van Geel omstreeks 1965

Jan Emmens (1)

 In de trein, eerste strofe. 

 Het land slaat open als de ogen

van haar die ik zonet verliet.

Er lopen schapen op het droge

en in de sloten drijft verdriet.

 

Zo schrijft Emmens. Meer hoeft niet. Neem Hard facts:

 't Gras is gemaaid, de bloemen staan op stelen,

de blaren hangen keurig aan de boom.

De een heeft een huisdier wat te bevelen,

iemand te strelen, iemand te slaan,

de ander zichzelf om mee om te gaan.

 In de zomerserie dichtersportretten van de Avonden vandaag om 21.00 een portret van Jan Emmens (1924-1971). Hij was hoogleraar kunstgeschiedenis in Utrecht en debuteerde in 1957 met de bundel Kunst en vliegwerk. Daarna volgden Autobiografisch woordenboek (1963) en Een hond van Pavlov (1969). In 1971 maakte Emmens een einde aan zijn leven.

Tags: