van de achterste rij
het gebouw waar Bordewijk het bordeel situeerde

Achterste rij

Er was een tijd dat boekenkasten een geheimzinnige tweede rij hadden, ook wel achterste rij.

Er bestaat geen boek over de achterste rij. Hoewel er veel geweest moeten zijn.
Er waren kasten met zo diepe planken dat je er twee rijen boeken op kwijt kon, een voorste en een achterste, die uit zicht bleef.  
De kast die ik kende stond op wat de studeerkamer werd genoemd. Mijn vader deed er zijn tukjes. Had ik hoge koorts dan werd ik daar te slapen gelegd.
Zo ontdekte ik zijn achterste rij. Met een vrij volledige verzameling van de toen beschikbare erotische literatuur: Casanova, Henry Miller, Aretino, van Sade tot Samuel Pepys, van de 1001 nacht bewerkingen van Paul Rodenko tot Fanny Hill, van de Decamerone tot Mailers The Naked and the Dead.
Wat ik er ook vond was mijn eerste Bordewijk: het meesterlijke Rood Paleis. Over het fin-de-siècle bordeel aan de Passeerdersgracht.
Daar leerde ik koortsig en wel de sigarenrokende mevrouw Doom kennen, Benjohan de Kwee, de hond genaamd Van Brandhuizen. En de meisjes die van mevrouw namen kregen als Labelliflos, Fibris en Friolise.

En nu heeft Ina C.Schermer een boekje gemaakt met Amsterdamse Bordewijkwandelingen. En we zullen een radiowandeling doen.
Die begint aan de Passeerdersgracht, bij Rood Paleis. 
 

Tags: