Eric Burdon
Bo Diddley, The Duchess en Jerome

Zwarte lijst (1)

Kun je aan een stuk muziek horen of het 'zwart' of 'blank' is?Pijnlijk, maar dat kan. Bij blindtests zat ik er niet vaak naast. Pijnlijk voor de blanken dan. Blanke muziek herken je aan sloppy rhythms. Er wordt niet strak gespeeld.

Eric Burdon van The Animals schreef er in de jaren '60 een geestig liedje over. Zijn bandje had een nummer van de zwarte veteraan Bo Diddley - vierkante gitaar - op het repertoire staan. Het nummer dat Bo's eigen naam draagt: Bo Diddley. Op een avond speelde hij het en Diddley himself - op toernee In Engeland - bleek achterin de zaal te staan, met z'n bassiste The Duchess en zijn maracaspeler Jerome.
Over hun reactie maakte Burdon toen een liedje. Het slot gaat zo:

Now we've doing this number, Bo Diddley, for quite some time now Bo Diddley visited this country last year
We were playing at the Club A Gogo in Newcastle, our home town
The doors opened one night and to our surprise walked in the man himself, Bo Diddley
Along with him was Jerome Green, his maraca man, and the Duchess, his gorgeous sister
 
And a we were doing this number 
Along with them came the Rolling Stones, the Mersey Beats, 
They're all standing around diggin' it
And I overheard Bo Diddley talkin'
He turned around to Jerome Green 
And he said, Hey, Jerome? What do you think these guys doin' our.. our material?
Jerome said, Uh, where's the bar, man? Please show me to the bar...
He turned around the Duchess 
And he said, Hey Duchess... what do you think of these young guys doin' our material?
She said, I don't know. I only came across here to see the changin' of the guards and all that jazz.
 
Well, Bo Diddley looked up and said to me, with half closed eyes and a smile,
He said Man, took off his glasses, 
He said, Man, that sure is the biggest load of rubbish I ever heard in my life...
 
Hey Bo Diddley
Oh Bo Diddley
Yeah Bo Diddley 
 

Die blanke jongens! Ze weten wel hoe het moet maar ze kunnen het niet.  Goed dat Radio 6 ook dit jaar weer z'n 'Zwarte lijst' uitzendt.
Morgen in de Avonden meer.
 

'Jan haal jij even koffie..'
2,7 procent, twee zetels..

Jan Nagel

Blijft me verbazen. Zijn carrière begon hij in de jaren '60 als voorzitter van een bond van scholieren. In welke zelfbedachte functie hij mutatis mutandis het zelfde vertelde als nu als voorzitter van 50PLUS,

In de tussenliggende jaren maakte ik hem mee als VARA-eindredacteur, maar ik denk niet dat hij ooit zelf een radioprogramma heeft gemaakt. En meer van nabij, als voetveeg van VARA-voorzitter Vera Keur.
Ik zat eens op haar kantoor met mijn hoofdredacteur om te overleggen over samenwerking. Jan zat er ook, maar mocht niks zeggen. Soms zei Vera Keur 'Jan haal jij even koffie'.
In het omroep overleg mocht hij als haar plaatsvervanger alleen strikt in opdracht spreken. Ik herinner me een zwaar overleg over de functie van Radio 1. Wat of de VARA vond?
Dat was bekend Vera meende dat als zij in de auto stapte er nieuwtjes op die zender moesten zijn afgewisseld met veel lichte muziek. Aan meer had ze geen boodschap.
Jan Nagel herhaalde plichtsgetrouw dat standpunt in een zaal vol omroepbonzen.
Die zeiden 'Maar Jan zo'n zender is er al, dat is Radio 2.'
Waarop Jan hakkelde 'Zo denken wij er over.'
En schielijk de vergadering verliet.
Er zitten denk ik veel mensen in de politiek bij wie de brandstof bestaat uit oud zeer. 
 

Schuilen

 Juist vanavond nu 't niet kan en mag komt een ongekende moeheid over me - misschien is t een vrouw, ze is er loom genoeg voor, onbekommerd vouwt ze haar benen en gaapt. 't Begon met Khadafi en zette zich voort in het 'verkiezingsdebat'.

 Ik zocht dit heenkomen in een ver, maar toch nabij verleden,
bij een brief op dbnl die Clara Eggink in 1935 schreef aan Menno ter Braak.
Ze woonde toen met Jacques Bloem op Kijkduin, aan zee achter Den Haag, waar in dat jaar ook mijn moeder woonde, in 't zwartwit stuifzand. Over lang vergeten letterkunde. Hij eindigt met een hartelijke groet maar NIET aan 'Weetal Kwaakgraag', wie zou dat geweest zijn? Du Perron? Ik bedoel, ik schuil soms in het verleden, daar is het veilig,  Alles is al gebeurd.

Kijkduin, 8 december 1935
 
Beste Menno,
heel erg bedankt voor de duiten, die wederom weer even zoovelen '[Kunstzij]' draadjes waren, die mij uit het 'moeras' hielden. Hoewel ik er nog niet voor in het 'Ritz hotel' kan gaan logeeren, waren zij toch de 'Vader' van een luchtig oogenblikje 'tusschen twee nachtmerries'.
Natuurlijk wil ik met genoegen met je over Kramers converseeren, als wij dan na vijf minuten over iets anders beginnen, want ik vind het nu al vrij zot van mijzelf, dat ik zooveel papier aan dien mijnheer verdaan heb.
Je artikel over Van Vriesland-Buning vond ik zeer goed en juist. Curieus toch, dat je beste Zondagochtend uitbarstingen meestal over de verworpen poëzie gaan.
Hartelijke groet, ook voor Ant en van J.
(niet voor Weetal Kwaakgraag)
je Clara

Mijn ps. Ter Braak - nog steeds zeer leesbaar - schreef 's zondags voor de Haagse krant Het Vaderland.
 

Tags: 
de twee hoogst symbolische gorzen, die meereizen op de begrafenisexpeditie
de overleden beminde

Zielen

De titel van de film had me moeten waarschuwen: Silent souls. De vader van de psychologie, William James onderzocht meer dan honderd jaar geleden al het begrip ziel en kwam tot de conclusie dat je er niets aan had als je wilde begrijpen hoe de menselijke psyche in elkaar zat.

Waarbij hij beleefd openliet dat het voor andere doelen misschien z'n nut kon hebben. Ik zag de film Silent souls: Noord-Rusland, nabij de Finse grens. Waar nog stamrituelen resten die in ere worden gehouden: zwijgend en geheel volgens de absurde regels. In een naamloos moderne winteromgeving van bruggen, kanalen en berken.
Waar gaat het om?
Ze noemen het liefde.
Twee moderne mannen verslepen het naakte lijk van een robuuste vrouw, de echtgenote van de één, die ook de minnares van de ander geweest blijkt te zijn geweest.
En van wie we verder niets te weten komen, behalve dat de twee zeer tevreden waren over het gebruik van 'haar drie openingen'. Wie ze was, wat ze er zelf van dacht? We zullen het niet weten.
Ze reizen naar de rivier. Leggen een brandstapel aan volgens stamvoorschrift, overgieten de dode vrouw met wodka en andere drank en verbranden haar, waarna de rivier haar resten meeneemt.
Zielen? Rituelen? Wodka! 
Een - ook door z'n 'poëtische'  pretentie - tamelijk weerzinwekkende film.

How to act (yellow)  - 1999, met zeurmuziek, deze mensen denken dat er nog wat komt, maar er komt niks.
'How to act (red) - 1999, met publiek, de bedoeling schijnt te zijn dat het publiek daar vooraan in het licht 'zelf iets gaat doen'

Gabriel Lester

De 'eerste grote museale solotentoonstelling' van de Nederlander Gabriel Lester (1972) in Boijmans gaat gebukt onder de titel 'Suspension of disbelief'. Een overoud literair cliché dat duidt op de vraag aan de lezer z'n ongeloof - voor de tijd van het boek - even op te schorten.

Wat ik in Boijmans van Lester zag deed het omgekeerde, ik kwam vol goed vertrouwen binnen en verliet de zalen vloekend.
Zelden zoiets meegemaakt.
Wat me al niet was voorgespiegeld: alles zou te maken hebben met het noodlot. Een 'totaalinstallatie' en een 'verzameling van magische gedachten'.
Wat zag ik? een filmpje van lottoballetjes, een zinledige 'son et lumière'-voorstelling, een steen beschilderd met marmermotief, wat potplanten en een hele reut onbegrijpelijke, zeurderige spaanplaten karretjes. En dan nog een film over een glamourous bedoelde tombola.
Behandeld worden hiermee volgens Gabriel Lester: 'bijgeloof, toeval, zelfbedrog, kansberekening, rituelen en magisch denken'.
Je moet maar lef hebben.
Een zeldzaam geval van - onbedoelde - Publikumsbeschimpfung.
 

uit:: 'golven' 2
uit: 'golven' 1

Het mooie en het ware

In Boijmans zag ik vanmiddag 'Schoonheid en Wetenschap. Wat heeft kunst met wetenschap te maken? Net een journaal-item voor domste verslaggever Peer Ulijn - die dezer dagen op álle kunst wordt afgestuurd.

Wat moet zo'n tentoonstelling in een kunstmuseum? 't Antwoord lijkt me: niets. Of zou schoonheid stiekem toch het kenmerk van het ware zijn?
Wie dat denkt gelooft in een Schepper. En vergeet hoe bedrieglijk schoonheid kan zijn.
Ja hoor, ik kijk naar de patronen die bij eb in het strandzand achterblijven en hang met verbazing boven een pruttelende pan tomatensoep. Want dat zijn de dingen die in Boijmans te zien zijn - enorm vergroot of verkleind - meestal helaas op foto's.
De paar filmpjes zijn t mooist. Bij het 'golven'-filmpje - A study of wave phenomena van Hans Jenny - zat ik naast een ademloos meisje te kijken naar een rusteloos bewegende, zich openende en sluitende, oneindig vergrote ja wat? En wat deed het, een vorm van nano-soloseks leek het nog het meest. En het hield nooit op, zoals de schepping nooit ophoudt. 
Maar de enige kunstenaar die eraan te pas was gekomen was Onze Lieve Heer - en, vooruit, de man aan de montagetafel.
 

Kreuzung (2003)

Tilo Baumgärtel (4)

 Halverwege dag en nacht, in het overgangsgebied van stad en land. Een warme nacht.

 Het stoplicht is iets anders geworden. Een onbegrijpelijk relict uit een vergeten tijd.
 Nee, er komt geen auto meer.

 Komt er ooit nog een auto?

 De nachtvlinders worden aangetrokken door het licht. Er is niemand om zich te verbazen behalve wij.

 Lang geleden zei Thomas Verbogt me dat hij die overgangsgebieden zocht, voor z'n verhalen. Tussen waken en slapen, in de schemer van dronkenschap, omdat daar dingen voorstelbaar, ja mogelijk worden die het bij klaarlichte dag niet zijn. 
 

Tilo Baumgärtel (3)

 Is een vertellende schilder, als Michael Kirkham of Michael Borremans. Wat ze gemeen hebben is het onvertelbare. Ze reiken je ingredienten aan die in je kop iets zullen gaan doen. Maar wat?

 Verhalen die zich afspelen in de grensgebieden van de geest, tussen dag en nacht, tussen binnen en buiten, aan de rand van de steden waar onze wereld en de onderwereld elkaar raken.

 Neem de vrouw in 'Blender' (verblinder). De buitendeur staat open, het is warm weer. Ze lijkt alleen. Iedereen zou binnen kunnen komen.
Er staat een camera. Kwam ie binnen op z'n drie poten? Ze lijkt geschrokken. Ik kan wel vijf scenarios bedenken. 
 Baumgärtels figuren staan meestal te wachten, in eigenaardige situaties. Dreiging is er altijd. Maar je weet nooit of je hem ernstig moet nemen. En wat hebben al die vlinders en dozen te betekenen?
 Het is de dreiging van zomeravonden, Baumgärtel houdt van B-films.
'Kreuzung', de verlaten nachtweg waar een stoplicht niet van ophouden weet. Geesten fladderen.
 Dit is de rand.

 Morgen in de Avonden meer over de verbazende Baumgärtel in Kunsthal Kade.
 

waar hij zijn verjaardag vierde: even buiten de Argentijnsxe stad Salta

Arnon 40

Dit najaar verschijnt een boekje met 24 dialogen van Arnon Grunberg en mij, zoals ze sinds 2004 te horen zijn in De Avonden, de laatste jaren op maandag. Er komt een Cd bij met nogeens tien gesprekken.

Eddy Esman, uitgever ook van de Grunberg-periodiek 'Blauwe Maandagen' - daarin staan al van die dialogen afgedrukt - gaat het verzorgen. 
Wat ik me voorneem is om op de Cd radiofonische curiosa te bundelen, zoals een rechtstreeks verslag van z'n werk als treinober in Zwitserland en in het boekje gesprekken waarin je Arnon van nabij leert kennen, bijvoorbeeld wanneer hij zorg draagt voor zijn zieke moeder. .
Onze afspraak is dat hij op al mijn vragen antwoord geeft.
En dat doet hij.

Ter gelegenheid van z'n 40ste verjaardag vond archivaris Nienke Feis de twee oudste radio-interviews die Wim Brands met Arnon maakte in 1992 (toen nog als uitgever) en in 1993.
Trouwens weldra zendt Het uur van de Wolf een Grunberg-documentaire van David Kleijwegt uit. Ook al ter gelegenheid van zijn veertigste verjaardag..
 

Tags: 
Jacq Vogelaar
tijdschrift waaraan Ferry meewerkte..

Raster (2)

 De postume redactie van het niet meer op papier bestaande tijdschrift blijft moois online zetten. Zo deze variant op het eeuwige thema van het zoekgeraakte manuscript. Hier het begin van 'Bericht aan de lezer', van Jean Ferry, vertaald door Jacq Vogelaar in Raster 122 (2007).

 'Het is mogelijk dat deze regels op zekere dag gedrukt en gelezen worden. Maar het is niet verboden te denken dat het manuscript vele jaren stilletjes in een lade zal sluimeren. De eigenaar van de latafel zou zich op zekere dag gedwongen kunnen zien te vluchten en de vergeten vellen achterlaten. Wat ligt meer voor de hand dan dat het meubelstuk geveild wordt?

 Zo komt het dat een groothandelaar, die een dienstbodekamer in zijn nieuwe huis wil meubileren, de latafel koopt. Het dienstmeisje vindt het  manuscript en gooit het bij het vuilnis. De handelaar, zo wil het toeval, behoort echter tot het soort mensen dat niets weggooit; hij ontslaat het meisje, haalt het manuscript uit de vuilnisemmer en stuurt het naar de verzendafdeling. Daar komen de verkreukelde vellen net goed van pas om een pakket op te vullen dat voor een eenzaam gelegen handelsnederzetting in Centraal-Afrika bedoeld is.(...)'

 Zo ook zal het gaan met het bureau dat ik erfde van m'n Oom Wil,  waaraan ik dit schrijf, en waarin ik alles bewaar, ook back-ups op CD - je weet maar nooit - van lang geleden correspondenties.
Als ik over tien jaar de straat oversteek naar het niets vliegen kort daarna mijn Cd’s als vliegende schotels over een vijver, diep in Vlaanderen... Waar een meisje er eentje, juist deze, mee naar huis zal nemen.. Gelukkig om hem te beschilderen als kerstversiering.
 

Tags: 

Pagina's