de Raststätte vlak voor de pech
ADAC man in de Werkstätte, klus geklaard

Mannen (2)

Zo noem ik ze maar. Als je net op de Autobahn dwars tegen de waarschuwing op het dashboard in, met een temperatuur die steeds de 100 graden nadert eindelijk bij de Tankstelle Hunsrück bent aangeland, en je hebt bij de meisjes daar gevraagd naar wat te doen bij pech en een verkeerd nummer van de ADAC gekregen, dan wil je een man die weet hoe en wat.

De eerste kwam binnen per telefoon en was van de ANWB. Hij zei dat hij binnen het uur een ADAC-collega zou sturen. Intussen belde ik de volgende man, Roel Bergsma van de garage in Amsterdam. Roel was heel zorgzaam. Hij ried me aan niet te gaan rijden en op de ADAC te wachten. Wel kon ik vast koelvloeistof kopen. Er bleek 5 á 6 liter in het koelsysteem te gaan (staat niet in het instructieboekje). Een groot deel was ik kwijtgeraakt doordat het slangetje (''dat heet Slauch in het Duits'' zei Roel nog) van het expansievat was losgeschoten. Verdampt.De buitentemperatuur was nu 1 graad en het werd donker. Na anderhalf uur kwam de ADAC. Een vrachtwagen waarmee ook kon worden Abgesleppt. Een heldere jongeman in een lichtgevend jek was een halfuur met het koelsysteem bezig. Daarna bracht hij auto en passagiers naar de Werkstätte in Rheinböllen, die geheel versierd was met kerstspul. De chef kwam en vulde formulieren in terwijl een proefrit werd gemaakt., Na in totaal vier uur en vier mannen zat ik weer op de weg. Nu naar Heidelberg.Dat was gisteren. Vandaag stond ie in een garage. Morgen kijken of ie in die dag en nacht geen koelvloeistof is kwijtgeraakt.Anders onvermijdelijk nog meer mannen.

linksboven de dop van het expansievat van de kühlflüssigkeit dat leeg blijkt

Mannen (1)

Calamiteit.

Op de Autobahn, de 61 tussen Koblenz en Ludwigshafen geeft de auto het signaal STOP plus een aanhoudende, doordringende piep. Het instructieboek zegt dat ik onmiddellijk moet stoppen en de naastbijzijnde dealer raadplegen.Allebei onmogelijk, ik sta op een vluchtstrook bij het viaduct over de Moezel en heb geen idee waar een dealer zou kunnen zijn.Hoe nu?Er moet een man komen.

Karel van het Reve (2)

 Ileen Montijn schrijft: 'Wit geschilderd was hij wel, beste Wim, de kamer van mijn schoonvader (die in de familie, net als alle Reve-mannen, gewoon 'Reve' heet). En het kan best dat er niets aan de muur hing, boven de divan waar hij vaak op lag. Maar tegen alle andere delen van de muur stonden hoge boekenkasten hoor! Het was een tamelijk volgepropte kamer, met een bureau voor het raam en een tafel haaks daarop. (...)

 Tussen de divan en de tafel stond nog een bezoekersstoel, en op die tafel stond weer een boekenmolen, en tussen de twee muurkasten een klein kastje... enfin, niks minimalistisch aan, gewoon de kamer van een geleerde. Ik denk dat je herinnering aan een gesprek dat niet gemakkelijk was, je parten speelt: Reve was natuurlijk altijd lastig te interviewen omdat hij geen praatjes had om stiltes te vullen, maar in die late jaren was het helemaal moeilijk. (...) Reve was al niet meer zijn oude, snedige zelf toen je hem sprak. De Parkinson begon zijn geest aan te tasten, zoals hij zelf ook wel heeft beschreven. Je hoort ook duidelijk het verschil met zijn stem in die oude geluidsopnamen.'

 Zo zie je, ik heb die kamer in mijn kop leeggemaakt. Intussen lees ik verder In het Verzameld Werk. Hoe het begon. Vreemd ontroerend is dat.

Karel van het Reve (1)

 Het was een zonnige dag in september 1995. Ik zeg dat niet omdat Karel van het Reve heeft geschreven over het cliché bij Biesheuvel en Tsjechov. Ik schrijf het omdat ik denk dat het iets toevoegt. Dit verhaaltje kan wel wat zon gebruiken. Het gazon langs de waterkant van de Reijnier Vinkeleskade lag in de zon toen ik kwam aanlopen met mijn bandrecorder.

 Nu ben ik op de eerste verdieping, in de werkkamer van Karel van het Reve. Een zo goed als lege, wit geschilderde kamer. Er hangt niets aan muur. Een bureau, een stoel, nog een stoel. Een paar boeken. Ik moet oppassen in deze minimale inrichting geen beginselverklaring te zien. Ik kom een gesprek opnemen over het boek 'Luisteraars!' met teruggevonden stukjes die Karel voordroeg voor de Wereldomroep tussen 1979 en 1991.

 We hadden elkaar eerder ontmoet, een paar keer. Maar Karel kende mijn vader beter dan mij, als collega-docent aan de Koninklijke Militaire Academie. Ik bleef voor hem 'de zoon van de oude Noordhoek van Noord-Beveland'.Het gesprek ervoer ik als een examen. Elke vraag die ik stelde moest steekhoudend zijn, helder geformuleerd en zonder een zweem van flauwekul. Want daarover ging het werk van Karel van het Reve. Het onderscheiden en bestrijden van flauwekul.

 Hoe ik het huis levend heb verlaten weet ik niet meer. Ik kwam thuis in de overtuiging dat alle intermenselijk verkeer berust op misverstanden. ps. Lees de eerste twee delen van het Verzameld Werk van Karel van het Reve. Juist verschenen.

Karel van het Reve
Beluister fragment
Frank O'Connor

Duizend Woorden

Vanavond, op de avond van het korte verhaal bleek het korte verhaal ongrijpbaar. Thomas Verbogt citeerde Kafka's 'Gib's auf'.Dat lijkt een goed resultaat. De voorstelling is te horen in De Avonden komende vrijdag van 20.00-22.00Winnares werd Ellen Heijmerikx met haar verhaal ‘De orka’..

Geerten Meijsing zei eens dat de roman alle genres opslokt: korte verhalen, essays, gedichten, ze komen allemaal terecht onder het dak van de roman. Onontkoombaar, korte verhalen, gedichten, essays, ze verkopen niet. En daar is dan het middel tegen alle kwalen: de plot, die de vreemdste zijsprongen kan herbergen, zolang de lezer maar geboeid blijft denken 'hoe moet dit aflopen?'.Heel de vertellende wereld hangt zich met huid en haar op aan de plot. En heel de lezende wereld wil weten hoe het afloopt.Goddank zijn er uitzonderingen! Daar ging het vanavond om. Er wordt meer kort geschreven dan ooit. Voor de krant, voor het scherm. Neem de zkv's van A.L.Snijders. Geschreven op beeldschermformaat. De verhalen waarmee D.Hooijer dit jaar de Libris-prijs kreeg zijn iets langer. Er is hoop.P.F.Thomése vertelde me eens dat hij al zijn boeken (op één na) in segmenten van ongeveer 350 woorden schreef. Zoals Hergé zijn Kuifje-avonturen per pagina construeerde, elk met een cliffhanger. Joost Zwagerman verwees naar de Ierse korte verhalenschrijver Frank O'Connor (1903-1966), die het korte verhaal een vrijhaven voor buitenbeentjes, eenzamen en verstotenen etc. noemde. De helden van de 'Lonely voice'.

A.L.Snijders signeert. Eik & Linde 13 december 2008

Bordeaux met ijs (1)

Heet de nieuwe bundel zeer korte verhalen van A.L.Snijders, die vanavond werd gedoopt in café Eik & Linde in Amsterdam. Het zelfde café waar Snijders bij het verschijnen van zijn eerste bundels werd geïnterviewd door Ischa Meijer. Datum 27 december 1992.Die - heel vermakelijke - opname was daar te horen en verschijnt komende week in Avondlog. Onderstaand zkv kreeg ik per mail op vrijdag 7 november 2008 om 1:21:

'Ik ben symboolblind. Als de priester zegt dat de wijn het bloed van Jezus is, moet ik lachen. En ik geloof hem ook niet als hij beweert dat het ouweltje het lichaam van Jezus is. Ik houd niet van gelaagdheid, ik heb genoeg aan de werkelijkheid. Op de boot die in de nacht door de haven van Rotterdam vaart, leg ik uit dat mijn verhalen geen lagen hebben, enkel oppervlak. Ze zijn wat ze zijn. Een paar dagen later vertel ik dat nog een keer in de bibliotheek van Emmen. Ik heb een kleine theorie. In onze christelijke cultuur zijn niet alleen Connie Palmen en Hans van Mierlo gelaagd opgevoed met de bloedwijn van Jezus, iedereen is vertrouwd gemaakt met het eigenlijk-gevoel. In de supermarkt doen de caissière en de mevrouw die haar boodschappen op de band zet, wat de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek wil: ze praten over 'twee vrouwen', de kleine roman van onze belangrijkste schrijver, voor deze gelegenheid gedrukt in een miljoenenoplage. De caissière zegt: 'Eigenlijk zijn het twee mannen, dat heb ik gisteren op de televisie gezien'. De lerares Nederlands die het boek uitlegt in de bibliotheek van Borculo, vertelt dat de Amstel eigenlijk de Styx is, de doodsrivier. Dat is heel goed gezien door de schrijver, want de hoofdpersoon wordt ten slotte doodgeschoten aan het eind van het boek. De vraag hoe ze dat weet, beantwoordt ze heel vertrouwelijk: ik houd van puzzelen.In deze weken van culturele concentratie heeft de symboolblinde het erg moeilijk.'

Tags: 
Jan Tit's
Pokra #53

Poezenkrant

Er is een nieuwe Poezenkrant ('Pokra', onregelmatig sinds 1974). Nummer 53 ligt in de winkel. 'Haast u.

Onder de kop 'Digitale post verdwenen' schrijft directeur Piet Schreuders dat 'door een niet traceerbaar technisch falen' tientallen, zo niet honderden digitaal verzonden brieven, aanmeldingen en bestellingen 'in het niets' zijn verdwenen. Maar: 'Als u meent aanspraak te kunnen maken op een reactie kunt u het nogmaals proberen.' Deze bevrijdende opvatting van abonneevriendelijkheid klinkt ook door in de bekendmaking; 'Niet-digitale post, verzonden naar postbus 70053 in Amsterdam, komt wel aan, maar wordt door de Pokra-postkamer bijna nooit opgehaald, laat staan gelezen of behandeld. Dit laatste vindt zijn oorzaak in het feit dat De Poezenkrant niet bestaat, behalve wanneer hij verschijnt.' Dat lucht op.ps. Piet Schreuders meldt; 'Af en toe zet ik wat "eigen werk" op de fotosite Flickr, en vandaag was Jan Tit's Progressief Journaal uit 1973 aan de beurt.' Dit journaal - een van de vroege Schreuders-periodieken - verscheen in het weekblad De Nieuwe Linie. Ik schreef er de rubriek van de - door de layout terreur van Schreuders cs. - geplaagde zetter R.Zannt voor.

tekening: Hans Verhagen

Hans Verhagen

Krijgt de P.C.Hooftprijs.Hoe prijs je een dichter? Geen zee gaat hem te hoog. Of is hij al verdronken? De verloren geliefde wandelt door zijn werk. Steeds maar. Dit komt uit 'Duizenden Zonsondergangen', de cyclus 'Hoger' (1996):

Mijn wijn is geen water geworden,mijn water geen modder en mijn moddernog geen straat met stratemakers.Een stratemaker maakt een straatmaar krijgt te weinig (witte) chocola.Alles faalt tot ik het nalaat.Nog eenmaal opflikkerend tot het vuurtot aan het voeteneinde is genaderden daar blijft zitten, mijn hand in de hare.Daar staat het (cursief): 'Alles faalt tot ik het nalaat'.

Tags: 
Jan van Gelder
zijn Odyssee-vertaling. omslag van Berserik.

Jan van Gelder

Pasgeleden, bij Plato-vertaler Gerard Koolschijn kwam het gesprek op een andere vertaler van klassieken, Jan van Gelder (1899-1973), van wie ik les heb gehad. Voor Gerard was zijn vertaling van Plato's Gorgias van belang, om zijn begrijpelijkheid. Hoe de lessen van Jan van Gelder waren?

 Het kwam nogal eens voor dat hij bij het begin van het eerste uur tegen het gymnasiumklasje zei 'Dames en heren, de meester heeft vandaag geen zin, gaat u mee een kopje koffie drinken.'Dan sjokten we achter hem aan naar een nabij café met Perzische tafelkleedjes, waar hij een uur lang zwijgend uit het raam staarde, terwijl wij stilletjes wat huiswerk voorbereidden. Jan van Gelder heeft ook romans gepubliceerd, en schreef mooie stukken en gedichten voor het blad Libertinage (nu terug te lezen op DBNL). Zijn - zeer vrije - vertaling van Homerus' Odyssee is een van mijn lijfboeken..

 In de introductie daarbij (in de Ooievaarreeks van Bert Bakker) geeft hij dit beeld van de ideeën over leven en dood bij de Grieken in Homerus' tijd: 'De stervelingen, immers, maken gedurende hun korte bestaan op aarde meer ellende mee dan zij vreugde beleven en over hun lot na de dood behoeven zij geen enkele illusie te koesteren.'Volgt een samenvatting van Odysseus' bezoek aan de toegang tot de onderwereld, 'waardoor de schimmen van de gestorvenen naar buiten zweven, schril piepend en zich alleen nog maar bewust van een smartelijk en vergeefs verlangen naar alles wat zij op aarde achterlieten.'

 En Jan van Gelder verzucht: 'Men moge zich een dergelijk pessimisme indenken: het hopeloze verlangen naar iets dat in de ervaring grotendeels bitter was.

 'Hij rookte - ook tijdens de les - altijd Lexington. Waarbij zijn gewoontje was voor hij er een opstak met de wijsvinger een paar keer tegen het uiteinde de sigaret te tikken, waarvan het andere uiteind dan op het tafelblad rustte. Hij sprak ons aan met 'dames en heren', nooit bij de voornaam.

Tags: 
het boekje is er (foto Klaas Koppe)

Brakmans brieven (2)

Het boekje is er. Een selectie uit de brieven die Willem Brakman (1922-2008) schreef aan oa. Simon Vestdijk, Nol Gregoor, Tom van Deel, Bart Vervaeck en mij. De keus van samensteller en biograaf Gerrit Jan Kleinrensink maakt er een zelfportret van. Nu heet het 'De afwezige aanwezige', maar 'Zelfportret in brieven zou ook kunnen'.

Op de Beurs voor Kleine Uitgevers afgelopen zondag in Paradiso in A'dam werd het aangeboden aan Tom van Deel en mij.Links uitgever Nico Keuning van uitg. Reservaat en Hugo Brandt Corstius.Klaas Koppe maakte foto’s. Eigenlijk vormen deze brieven een perfecte introductie tot het werk van Brakman. Zo schreef ie nou, zo voor de vuist weg. Want zijn gouden regel was 'als je een brief krijgt, meteen antwoorden'. Hij staat voor je neus. ps. Op 17 januari opent het Rijksmuseum Twenthe in Enschede zijn grote Brakmantentoonstelling, waarover later meer

Pagina's