in het museum van Elsene, 'Solitude'
het Brusselse station Beurs
station Beurs 2

Paul Delvaux (1)

'Alle trams rijden naar de hemel', schreef ik lang geleden in een schrift. En ik blijf erbij. Zo kwam het dat ik vanmorgen In Brussel toch nog even en korte pelgrimage maakte naar het metrostation Beurs, waar de schilder Paul Delvaux een reusachtige wandschildering heeft gemaakt, van links naar rechts boven de sporen.

Een surrealist wilde Delvaux (1897-1994) nooit genoemd worden. Misschien had hij geen bezwaar tegen 'Belg'. Mijn boeken over hem zijn onvindbaar. Daarin las ik over zijn jeugd en de ‘chocoladetram’, die in zijn werk steeds opduikt (de kleur van een met de officiële concurrerende tramwegmaatschappij in Brussel). Wat ik van hem overhoud zijn stationnetjes, waar altijd wel een slaapwandelende fee rondloopt. Vaak bij eigenaardig licht, deels gas-, deels petroleum-, deels electrisch.En, let op de krankzinnige hoeveelheid isolatoren (porcelein) aan de telefoonpalen!Na de beurs ging ik zijn tekeningen zien in het wonderlijke museum, van de voorstad Elsene (terzijde van de Avenue Louise). Ze hebben een heel uitgebreide collectie, behalve Delvaux ook veel Magritte, Van den Woestijne maar ook oude meesters en jonge Belgen. Maar ook bijna alle affiches van Lautrec.Het stille museum, twee vrijwilligers, vijf bezoekers, meer niet.

Tags: 
Erembodegem, hier begint de Kapellekensbaan
het kapelleke (er stonden huizen omheen)
de 'eindeloos lange muur'

Louis Paul Boon (3)

‘De beslijkte Kapellekensbaan kronkelde naar het gehucht Termuren langs de eindeloos lange muur van de dekenfabriek de Labor, en langs het kreupelveld van de konijnenberg, dat de laatste verwaarloosde grond was van het kasteel der Derenancourts…’.

Met excuus voor de hoofdletters.Namen uit boeken werden namen op kaarten en vanmiddag stond ik op de Kapellekensbaan. In de winterzon.Om zo te zeggen midden in het hoofd van L.P.Boon.Daar liep de weg van Erembodegem naar Aalst, zo'n beetje langs de spoorweg naar Brussel. Boon heeft deze kaarsrechte weg laten kronkelen, wat me een goed idee lijkt, een levenspad kan niet recht zijn. Al is een kronkelende fabrieksmuur moeilijk voorstelbaar.Maar wat een schrijflokatie moet dat geweest zijn, met rijk en arm, arbeider en fabriekseigenaar binnen handbereik en twee fabrieken en een landgoed in zicht.Hier kan Ondine van Vapeur (dat is haar vader) uit de voeten. Mooi maar arm, arm maar mooi. En dan?De fabrieken liggen er nu verlaten bij, met ingegooide ruiten. De ene heette in het echt Du parc, ofwel N.V. Bonneterie Bosteels – De Smeth, die met de lange muur, nu een verlaten ruïne, kortweg Schotte.Failliet, kapot.Maar maak je over de rijken geen zorgen.In een opwelling ging ik hierheen. En nu? Vragen.Heette de weg al zo, of hebben ze hem herdoopt om Boon te eren?En, waar vind ik 'de herberg aan de 1ste vuile huizen'?

Matisse in Stuttgart (2)

 Om gezichten gaat het op deze tentoonstelling. Eén in het bijzonder, dat van Marguerite, de in 1894 geboren dochter van Henri Matisse.Ze bleef een vast model tot rond 1918, ze was toen 24 jaar oud.

 Er bestaan dertig portretten van haar. Daarna kwamen er andere modellen. De catalogus brengt het verhaal van het meisje dat opgroeide in haar vaders atelier, in zijn begintijd toen modellen nog duur en schaars waren. Ze werd zijn kleine assistente, leerde zijn manier van werken grondig kennen. Matisse vroeg haar mening. Haar verhaal is genoteerd door Isabelle Monod-Fontaine. Daaruit weet ik van haar halslittekens, waaroverheen ze halsbandjes ging dragen, met een sieraad eraan.

 Marguerite is altijd herkenbaar. Al jong wist ze van mode, van stoffen, van hoeden, net als haar vader. En die werden in het atelier gebruikt. In 1923 trouwde ze en Matisse kon het slecht vinden met zijn schoonzoon. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat Marguerite samen met haar moeder in het verzet, zonder dat Matisse er van wist. Ze werd gefolterd en zat lange tijd gevangen. Na de bevrijding heeft ze haar vader verteld wat er gebeurd was. Eerst was hij een dag lang sprakeloos, daarna begon hij haar weer te tekenen.

Tags: 

Kerstgroet uit Potsdam

Arie Schippers zag Sanssouci:

Matisse in Stuttgart (1)

 In de zaal waar de Matisse-portretten hangen in de Stuttgarter Staatsgalerie heerst een geanimeerde, bijna opgewonden stemming. Veel vrouwen, vriendinnenclubs worden rondgeleid, gelach klinkt op, kinderen ook, maar vooral is er grote aandacht. Een 'goh'-stemming. Matisse en zijn vrouwen. Moet je kijken.

 Het heeft, lees ik in de doortimmerde catalogus, tot 2001 geduurd voor de kunstkritiek de portretten van Henri Matisse (1869-1954) kon zien als wat ze waren, namelijk portretten. Hij heeft er zijn leven lang gemaakt, veel, In opdracht en van modellen. Waarom? Voor die tijd werd zijn werk gezien als dat van collega-modernisten, als experiment, als spel met vorm, lijn, kleur.En dat terwijl Matisse zelf in zijn laatste levensjaar nog een essay schreef over zijn portretten: 'Je moet je vereenzelvigen met je model', zegt hij daar.

 Matisse, leer ik wist veel van vrouwenkleren en zag precies toe op wat zijn modellen droegen, Hij was steeds op jacht naar nieuwe gezichten, vertelde zijn vriendin Francoise Gilot. Steeds weer probeerde hij tijdens vele sessies greep te krijgen op een gezicht, op de hoogst individuele trekjes daarin. Vandaar dat de zelfde modellen terugkeren. De mooiste vind ik zijn dochter Marguerite. Als er Franse vrouwengezichten bestaan, hier zie je er een. Inclusief wallen onder de ogen. Doe daar een fluwelen halsbandje bij, en ach. ps. De halsband of halsdoek hoort bij Marguerite, ze leed aan difterie en was verscheidene keren aan haar luchtpijp geopereerd. Zo bedekte ze de littekens.

Tags: 

W.G.Sebald in Marbach (4)

 Veel hulp bij het achterhalen van het ontbrekende woord in de aantekeningen van Max Sebald. Dank!

 Hoe dan ook, Duits handschrift is anders, wordt anders aangeleerd dan Nederlands, waarover later meer. Roel Idema suggereert 'Grundlinien?'. Maar van Wim Bloemendaal komt al vlug het waarschijnlijker ‘Emotionen’. Wat bevestigd wordt door Jan Hein van der Bruggen. En waarbij ook Wim de Bie zich aansluit. Zodat de zin waarschijnlijk wordt:‘ich glaube dass ein ästhetisches Werk immer Emotionen entspricht’ etc..Vertaald iets als:‘ik geloof dat een esthetisch werk altijd uiting geeft aan emoties die ongelukkig zijn. Het geluk is immers zijn eigen doel, nietwaar? Dus hoeft geluk niet veranderd te worden in schoonheid, maar ongeluk wel.’

in het Literatur Archiv
Max Sebald tekende het achtereind van een Peugeot 205, met karakteristieke benzinedop (maar spelde Peugeot verkeerd)
waar was dit voor?
een velletje uit de nalatenschap

W.G.Sebald in Marbach (3)

Het mag vast niet. De handgeschreven velletjes die in de vitrines liggen fotograferen en dan uittikken. Lastig is het ook, weinig licht en je kunt er slecht bij. Deze Sebald-teksten zijn nooit gepubliceerd. Eén woordje (???) kan ik echt niet thuisbrengen.Wie helpt?

(...) auf die eine oder andere ist der Schriftstellerbestimmt durch das persönliche Universum,das ihm gegeben ist.dass der Tod einen ganz bestimmten Geschmack haben mussund was hat man gelesen - ein paar Seiten,von allem Geschriebenen hat man nurein paar Seiten gelesenDass man sehr haushalten muss mit der Lebezeit, die man hatLiteratur besteht ja darin, dass man nicht genau schreibt, was man sich vornimmt, sondern auf geheimnisvolle Weise darüber hinausgeht, über das ursprungliche Ziel hinausich glaube, dass ein ästhetisches Werk immer (???) entspricht, die un-glücklich sind. Denn das Glück ist ja sein eigenes Zweck nichtwahr? Also bedarf das Glück nicht der Um-wandlung in Schönheit, wohl aber das UnglückSo glaube ich, dass alles Denken nur Mutmassung ist. Dass wir jedesmal, wenn wir uns an die Vergangenheit erinnern, sie modificieren, zu-mal unser Gedächtnis fehlbar ist.

wandelkaart van Duwich (Norfolk) en omgeving, gebruikt bij ''De ringen van Saturnus''
aantekeningen
'Max' Sebald  (1944-2001), foto Ria Loohuizen

W.G.Sebald in Marbach (2)

Bijna acht jaar na de ontijdige dood van de schrijver W.G.Sebald (hij stierf in 2001 bij een auto-ongeluk nabij Norwich, 57 jaar oud) is er nog geen biografie. Een tentoonstelling was er wel, dit jaar, in het Duitse Literatur Archiv in Marbach. Nog te zien tot 1 februari: 'Wandernde Schatten - W.G.Sebalds Unterwelt'.

In de kelder van dit gloednieuwe museum ligt nu het materiaal uitgestald dat Sebald indertijd zelf in 68 mappen heeft geordend. Alles wat een rol speelde bij zijn drie 'reisboeken' en zijn enige roman 'Austerlitz': foto's, knipsels, plaatjes, kladjes, gelezen boeken, droogbloemen en -bladeren, vlinders. Je krijgt dus te zien wat Max Sebald wilde dat je - eens - zou zien. Niks persoonlijks. Wat hier ligt gaat uitsluitend over z'n boeken. Natuurlijk is er meer. Ik weet zelfs al meer. Je staat voor een vrij strikte zelfstilering.Welsprekend genoeg. Duidelijk zie je het idee van zijn hoofdpersoon Jacques Austerlitz, die ervan overtuigd is 'dat alle momenten in de tijd naast elkaar bestaan'. Sebald wil het verleden recht doen, heeft hij gezegd. De tentoonstelling volgt zijn ideeën trouw. Kon het anders? De Duitse criticus Rolf Spinnler heeft geopperd dat Sebald met zijn werkwijze vlucht, ja oplost, in een zelf geconstrueerd verleden. 'Een vampier die zich voedt met het bloed van de doden.'Een beetje hysterisch dit, lijkt me. Veel gefotografeerd. Hier een pagina aantekeningen. Vanaf de vijfde alinea is soms iets min of meer leesbaar:Der Schreiber geht immer wieder ins Totenreich zurück. Er ist drüben gewesen… wenn man nicht so schreibt mit welchem Zweck schreibt man dann überhaupt.mich selbst hinter teils pathetischen teils ironischen Künsten von Satzbau & Rhythmik verborgen halten die Langsamkeit des ErzählensGenauigkeit der Einzelheit

Snijders in Eik & Linde op 13 december 2008

Bordeaux met ijs (2)

MIjn bedoeling was het gesprek dat Ischa Meijer in december 1992 met A.L.Snijders had hier onmiddellijk hoorbaar te maken. Het heeft even geduurd. Dankzij radio-archivaris Nienke Feis is het er nu. Intussen noteerde Snijders op 16 december wat hem de avond van de dertiende overkwam. Onder het kopje ''Spiegel''.

Ik ben in Amsterdam in café Eik en Linde. Vroeger werden hier in het bovenzaaltje radio-uitzendingen gemaakt. Ik ben er in 1992 geïnterviewd door Ischa Meijer. Hij vroeg waarom ik zo de pest had aan Amsterdammers. 'Vanwege hun arrogantie, vanwege de vanzelfsprekendheid waarmee ze de rest van het land kleineren en negeren, en vanwege hun onweerstaanbare humor'.Ik ben in Eik en Linde om iets voor te lezen. Langs de muren en aan de bar hangen en zitten de benevelde habitués, in het midden staan de mensen die ik heb uitgenodigd. Ik lees voor, maar alleen mijn eigen mensen zijn stil, de dronkaards blijven kaarten en schreeuwen en leveren commentaar. Een vrouw roept honend: 'Al die aandacht voor één man!' (Dit is trouwens humor waar ik om lachen moet.)Als de avond voorbij is en ik mijn auto opzoek in een zijstraat, zie ik scherven op straat liggen. Mijn buitenspiegel is met een zwaar voorwerp vermorzeld. Ik tape de resten aan elkaar tegen zwabbering en verlies, en rijd over de A1 naar huis. Het mist behoorlijk, ik moet langzaam rijden.Ik kan de vandaal wel begrijpen, het vernielen geeft grote bevrediging. Hij moet de hele dag horloges maken, hij zit geconcentreerd met zeer fijne instrumenten te werken, een vergrootglas in zijn oog, hij vermoedt dat zijn vrouw niet meer van hem houdt, hij vreest dat Ajax onder Feijenoord zal eindigen in de competitie, hij ziet dat zijn kinderen geen belangstelling hebben voor Kafka en Gogol, ze spelen alleen computerspelletjes. Hij kan er niet tegen dat de poolkappen smelten en dat er bijna geen volwassen kabeljauw meer in de Noordzee zwemt. 's Avonds loopt hij door de stad, hij is een gevoelige man, hij houdt van de natuur, in de zomer zet hij zijn tent op aan de bosrand van een natuurcamping waar geen elektriciteit is en waar alleen pompwater gebruikt wordt.Soms wordt zijn aandacht getrokken door de uitbundige spiegel van een glimmende auto, het is dan altijd na twaalven. Hij slaat erop los met grote kalmte, eigenlijk met een soort spijt. Daarna gaat hij slapen, het duurt weken voor hij weer opgeladen is. Misschien ben ik wel langs zijn anonieme huis gereden, misschien woont hij wel aan de uitvalsweg.De volgende dag laat ik een nieuwe spiegel op de auto zetten, kosten E 119. De monteur zegt dat het veel duurder zou zijn geweest als het fijne bewegingsmechaniek beschadigd was. Hij zegt ook dat ik beter niet meer naar Amsterdam kan gaan. Maar ik denk dat de horlogemaker ook in Zutphen of Deventer kan wonen.

Tags: 
Ischa Meijer igm. A.L.Snijders op 27-12-1992
Beluister fragment
niet gebruikt schilderij van een redding onder Dunwich, 'De ringen van Saturnus' (voor Tommy W.)
notitieboek 1992, januari/februari 1992, drie dagen achter elkaar ''Nebel''
het Literatur Archiv, rechts Schiller

W.G.Sebald in Marbach (1)

Na Heidelberg kwam Marbach, het eigenlijke doel van deze reis, tenminste zover mijn reizen een doel hebben. Het was Montaigne die op een dag, halverwege Italië toen zijn personeel na een paar weken schijnbaar doelloos van de ene plaats naar de andere te zijn getrokken, naar het Zuiden, weer terug naar het Noorden, etc. vroeg waar de reis nu toch naar toe ging antwoordde, niet zozeer ergens heen. Een vinding, de reis zonder doel.

Vanmiddag stond ik op de heuvel in Marbach aan de Neckar waar Het Schiller archief gevestigd is in een statig wit gebouw van rond 1900, waarnaast het Duitse Literatur Archiv is gebouwd. Een soort mausoleum, waar momenteel het archief van W.G.Sebald te zien is.Geordend per boek zijn daar plaatjes, foto’s en handschriften. De catalogus heet ‘W.G.Sebalds Unterwelt’, er staat een groot ongepubliceerd stuk in waarover later meer. Ik raakte bewogen door de nabijheid. Dat zat hem niet alleen in z’n handschrift of de foto’s (z’n camera ligt er ook), het kwam vooral doordat z’n manier van werken daar zo duidelijk wordt. Hij gaat uit van beelden. En al rondkijkend werd ik bezocht door eigen, vergelijkbare beelden. Er zijn nu eenmaal foto’s, ansichtkaarten, prentjes, die ‘het hebben’. Wat? Een extra zeggingskracht die zich dwars door de tijd heen boort naar het nu. Naar mij.Het gekke is dat Sebalds beelden – die in z’n boeken staan afgedrukt in vaag zwart-wit voor anderen net zo hard werken als voor hem. ps. Dit vanuit de autostad Stuttgart.

Pagina's