after hours, Louis doet ragtime
in Studio Desmet

Hervonden Lehmann

 In De Avonden van maandag jl. was een special te horen over Louis Lehmann, dichter, scheepsarcheoloog en componistter gelegenheid van de bundel 'Laden ledigen'. Teruggevonden tekeningen, radiopraatjes, partituren, essays, recensies, toneel en vertalingen. En ook gedichten uit 1966-1996, de jaren waarin hij van de poëzie niets meer moest hebben.

 Toen ik hem in 1984 leerde kennen spraken we dan ook over muziek. Zijn bezwaar tegen poëzie: 'Je kunt het of je kunt het niet. Je hoeft er niets voor te wéten'. In die jaren nam ik zijn composities op, uitgevoerd door Guus Janssen op piano en gezongen door vrienden en hemzelf. En hij werd disc-jockey. Van 1995 tot 2005 heeft hij in De Avonden elke week een kwartier 'zijn' muziek gedraaid. De afleveringen vanaf ongeveer 2001 zijn te vinden op de site van Avonden.Ongelooflijk het repertoire dat voorbij komt, van ragtime tot Griekse dansen, van renaissance klassiek tot eigentijds Afrikaans. Er waren onvergetelijke toespraakjes bij. Ik herinner me dat over 'Natte en droge muziek' (26 mei 1997) een hoogstpersoonlijk onderscheid dat Louis maakt, dwars door alle genres heen. Probeer het maar: Mozart, nat of droog? Ellington? Bob Marley?

 Louis Th. Lehmann (1920), zoon van een stuurman op de grote vaart, debuteerde in 1940. Een jaar later was hij in Doorn bij Simon Vestdijk, die over dat bezoek een gedicht schreef, waarin de voorliefde van Louis voor 'negermuziek' goed uitkomt en dat zo begint:

Als 'k mijn vulpen laat bewegen,

Hunker 'k nimmer naar een neger,

Want terstond denk 'k dan aan Lehmann,

Die, ruwweg vermomd als zeeman,

Zich naar Doorn eens heeft begeven,

Handjes geven, voetjes vegen,

En zich in 't salon bekwaamden de kunst van het beamen.

Of 't negativistisch zwijgen.

Gastvrouw ging er wat van krijgen,

Hond wou blaffen, poes niet spinnen...

Wat te doen: Lehmann was binnen.

Tags: 

Orangina vrouwen (3)

En ja, ik keek met m'n neus. Hans Zwaanswijk schrijft Op deze site is te lezen dat het een recente promotiecampagne betreft. De hele serie bestaat uit 9 posters. Deze zijn wel te downloaden. Bestellen kon ik niet zo snel vinden.'

En David Dekker trof ze - nu in het Engels, waar 'pulpeuse' opeens 'juicy' wordt - op Flickr: 'Het zijn er stiekem nog en paar meer dan vijf.'Het surrealisme in de reclame. Een mooi onderwerp. Magritte deed reclame om den brode. Zijn bolhoed-met-paraplu mannen zweven voort. Ook veel andere historische surrealisten zelf zaten breeduit in de reclame, het design, mode en noem maar op, zoals afgelopen winter in de tentoonstelling 'Vreemde dingen' in Boymans in Rotterdam zo mooi te zien was.

St.Omer, cafédeur
St.Omer, bordje 'open-gesloten'

Orangina vrouwen (2)

De dier- en plantvrouwen die me Orangina limonade willen laten drinken weten van geen wijken. Ze intrigeren, niet alleen mij. Eigenlijk erg 'multiraciaal' kreeg ik al te horen.

Orangina is een groot Frans merk dat een site heeft waar de affiches - vooral oude - staan, je kunt ze zelfs bestellen. Maar uitgerekend deze gek genoeg niet. Ik spied rond op Franse sites en vind niks over makers, datum van introductie en zo meer. Inmiddels ben ik er achter dat het een serie van vijf is. Reclame op windschermen, flyers. De placemat met de cactusvrouw werd in St.Omer nog onder mijn bord gelegd. En op de deur van het café aan de overkant vond ik de ree.'Pulpeuse' betekent niks anders dan dat er wat vruchtvlees onderin de flesjes sinas zit. Maar juist uit dat vruchtvlees groeit een sensualiteit van heb ik jou daar. Salvador Dalí lijkt ook in de buurt.De laatste vrouw die ik vond is een orchidee. Ik zoek er nog één. Wie weet iets.

Kees 2
Kees 1

Kees!

Dit is een heel bijzondere dag. Kees is terug. Kees? In 1998 was de restauratie van het Haags Gemeentemuseum eindelijk klaar. 'Eerherstel voor de schepping van Berlage', schreven ze.

Ik ben met het Gemeentemuseum opgegroeid. De vaste wandeling met mijn zwijgzame grootvader - de ouderling - ging naar de vijver voor het museum, waarin, aan de verre kant, een grote stenen kikker zat. Niet ver van de oever.Het kinderversje dat bij de kikker hoorde begon: 'Kees de Kikker zingt een lied, heel mooi zingen kan hij niet...'.Eendrachtig spraken we elke keer deze formule uit. Heel mooi zingen konden we geen van beiden en zouden we ook nooit kunnen, dat stond wel vast. Toen de restauratie van het museum begon was Kees opeens weg.Was de kikker een Berlage-ontwerp? Vast niet. Verdwenen, opgeofferd aan stilistisch purisme, vermoedde ik. En in 1998 keerde hij niet terug, evenmin als de 'Franse tuin' achter de vijver.Maar vandaag, tien jaar later loop ik langs de vijver en daar zit hij weer, op zijn oude plek: Kees.Er breken betere tijden aan.

Beton (29)

Op dinsdag 6 mei jl. mailde Gijsbert van der Wal:

'Dit zag ik vandaag in een dode arm van de Maas bij Kerkdriel: een vergane boot. Hij is dan ook van beton.' Casco van een woonboot?

Godsbewijzen

Bij mijn eerste bezoek aan de kathedraal van Amiens werd ik het meest getroffen door de stofzuigers. Een groep buitenmodel stofzuigers stond bijeen - als wachtende dieren - in een kapel, achterin.

In Godshuizen moet gestofzuigd worden. Een deel van de eredienst waarin vrouwen voorgaan. Voor Gerard Reve waren de onhandige foldertjes van het pastoraat die je altijd voor in zo'n kathedraal in een rekje vindt (advies aan jongverloofden, voorbereiding van een zomerkamp) een waar godsbewijs. Waarachtig, zwart-wit, met één steunkleur, want de kerk is arm. Ik deel dat. En voeg er nu bij: herstelwerk in kerken. Was ik katholiek, ik zou een kruis slaan bij een heiligenbeeld naast een kruiwagen, zoals hier in de St. Jacques in Dieppe.

naar de hel (2)
naar de hel (1)

Het Kwaad (2)

 Voor het laatste oordeel moet je wat verderop zijn, in de St.Pierre kathedraal. Daar, in het front, zie je wie hemelwaarts gaat en wie ter helle.

 Het onoplosbare - altijd al, ben ik bang - is dat de zondaars er in hun naaktheid zo genoeglijk bij staan en zitten. Ze hebben niets meer te verliezen. De hemelgangers daarentegen ogen als een bevreesd stelletje, netjes in het pak. Zo komt de sympathie van de kijker vanzelf bij de hellevaarders terecht.

afschrikking
interieur met kleurstrepen

Het Kwaad (1)

 Na de Openbaring van Johannes, in beeld gebracht op de tapisserie in Angers volgde ik het spoor van de Zonde. Alomtegenwoordig in de kerken waar ik binnenga. Het mooist vind ik ze als ze in verval zijn geraakt, zoals de St.Jacques in Dieppe, waar vangnetten in het schip gespannen zijn tegen vallend puin en in kapels kruiwagens en zakken cement staan. Tijdens de verbouwing gaan de diensten gewoon door.

 In Poitiers zag ik eerst de mooiste Romaanse kerk van Frankrijk, de Notre-Dame-la-Grande, uit de 12de eeuw. Groot is ie niet, maar zo'n 17 meter hoog. Het front is betoverend, tussen de personages waken fabeldieren die het Kwaad op en afstand houden.Van binnen is - heel uitzonderlijk - de beschildering in gekleurde streepmotieven behouden.

en verderop
achter het huis
dit is anders

Dodeigne (3)

 Nu ik toch in de buurt was wilde ik naar de werkplaats van Eugène Dodeigne (83), de gestaltenman. In Bondues, een dorp tussen Lille en Tourcoing. Op goed geluk.Makkelijk gezegd. Op de Mairie wist niemand wat. Maar in de bibliotheek trof ik een dame die een onbegrijpelijk kaartje voor me tekende. Ik ben heel Bondues drie keer rondgereden voor ik het kasseienwegje naar het atelier vond.

 Maar, daar was toch onmiskenbaar het naamplaatje: Dodeigne. Brutaal reed ik het pad op. Een paar bouwsels, beelden. Ik stapte uit. Een man kwam op me af. Ik hief de armen ter begroeting. Hij naderde. Ik stond onmiskenbaar oog in oog met Dodeigne. Herkende hem meteen. Al zou ik niet weten waaraan. Een robuuste man met waaiend half grijs, half blond haar, en ogen die vroeger heel helder blauw geweest moeten zijn. Zijn bovenlichaam ontbloot, een stevig, gespierd bovenlichaam. En kakikleurige broek met veel zakken. De houding van de Amsterdamse Dokwerker. Wat of ik kwam doen?

 Wat een vent. Dat postuur, die oogopslag. Niet dat hij zo groot is, maar hij oogt als niets minder dan een Olympische god. Ik vertelde in drie zinnen dat ik uit Amsterdam kwam, zijn werk kende, het geweldig vond, er over geschreven had. Het was half een in de middag. Hij rook naar rode wijn, merkte ik. Ik stoorde hem bij het middagmaal. Ik verontschuldigde me. Hij ook. Hij had geen tijd zei hij. Echt niet. 'Mag ik foto's maken?''Niet van mij,' zei hij. Ik bedankte hem en nam afscheid. Hij keerde zich om en verdween in het huis. In een razend tempo maakte ik foto's van zijn werkterrein rondom. En bedacht dat ik het uiterlijk van de beeldhouwer zou moeten beschrijven in woorden. Ondoenlijk.

in Poitiers
in St. Omer

Verbinding

Grand Hotel. Waar je terecht komt als de petits hotels vol zijn in Poitiers. In verkeerd begrepen luxe, een eigen dakterras, een zo grote afstand tot het tv-scherm dat je vanuit bed niks meer ziet.En gratis Internet. Dat niet werkt.

Nu hoor ik tot de club van mensen die altijd denken dat het aan hun ligt.Omlaag dus, schuldbewust.. Beneden tref ik twee mevrouwen die leesbrillen opzetten en vruchteloos een handleiding bestuderen. Geen verbinding.Ik voel me als een tienermeisje zonder telefoontje. Vandaag werkt alles. Deze foto's dus, van de lentemode.De harembroek is terug, overal in Frankrijk.Ik vermoed een geheim verband met het glimmende hoofddoekje

Pagina's