Samplekanon (1)

 Een bezoek aan het redactielokaal van het inter­nettijdschrift Samplekanon.

 Driekwart jaar geleden bedachten Maarten van der Graaff en Frank Keizer het wapen en wat ermee afgeschoten zou moeten worden. In de woorden van Maarten: 'Je schiet iets aan flarden maar tegelijkertijd is een samplekanon ook een kanon dat met flarden schiet.' Zo heeft het eerste volwassen nummer als thema Asemis­ch schrijven. Ik had er nooit van gehoord, maar werd wijzer uit een stuk van Sake van der Wall over de Codex Seraphinianus, een dertig jaar oude encyclopedie die 'niet ergens over gaat'. Het boek ziet eruit als een echte en­cyclopedie, maar de uitleg is onlees­baar. En de afbeeldingen mysterieus. Beelden van een on­bekende wereld.

 Langzaam dringt het door. Ik denk aan de verknipte muziekpar­tituren van Arthur Slenk, aan klankdichter Jaap Blonk, die ook meedoet aan Samplekanon, aan Tonnus Oosterhoff die ondervraagd wordt. Asemische poëzie heeft de suggestie van tekst, maar leesbaar is ie niet. Het werk van Cy Twombly kun je asemisch noem­en, losgezongen schrifturen. Het lijkt tekst te zijn, een persoonlijk statement, een handschrift, maar beteke­nis is af­wezig. Niet ontcijferbaar, een lege code. Iets dat lijkt op tekst maar het niet is.

 Zit daar verzet in? Verzet tegen het al te begrijpelijke van deze donkere dagen? Later meer. Vrijdag zijn ze te horen in de Avon­den.