De omstandigheden van Frank Keizer

 De eerste dichtbundel van Frank Keizer heet Onder normale omstan­digheden. Geen normale titel. De beschreven omstandigheden zijn niet normaal. Of juist wel. Maar het woord omstandigheden is in de dichtkunst ook ver van normaal.

 Het woord omstandigheden wordt dagelijks door velen gebruikt, vooral om zo weinig mogelijk te zeggen. 'Wegens omstandigheden..'. Ik nami het eens per ongeluk in de mond tegen Cherry Duyns. Die meteen zijn Herenleed‑intonatie inzette toen hij antwoordde: 'Ah.. de omstandigheden.'

 Frank Keizer slaagt erin heel zijn bundel al met de titel op losse schroeven te zetten. De lezer komt terecht in een schijnwereld. Die begint met het hoofdstukje Mijn eigen problemen. Waaruit:

 'schrijven, heel simpel/ gezegd, is het overbrengen van informatie/ en dan bedoel ik niet het voorverpakte/ product, maar het gestommel/ van lichamen die zich de taal in denken/ zodat ze het leven/ anders gaan leven/ confrontatie dus en geen consensus,/ dit zijn de tegenstellingen/ die het bestaan rommelig maken/ en finaal/ want geschiedenis/ krijgt toch wel vat op je/ maar dit maakt niets uit/ ook al is mijn singulariteit me nog zo dierbaar/ ik weet ook welke engel/ me zal vinden om me toe te zingen/ in een deuntje voor de massa die niet meer bestaat/ nooit ben je soeverein geweest'

  Je leert zijn taal lezen, de taal van wat je niet begrijpt. En hij ook niet, omdat het onmogelijk is. De taal van de omstandigheden.  

Tags: 

Maarten van der Graaff (2)

 Let op waar je je stappen niet zet, het kan je dood zijn. Net als met woorden. Maarten van der Graaff die gisteren de Bud­dingh-prijs kreeg weet waar niet. Weet van reductie. En van overschrijding. Waar wel merkte ik twee jaar geleden, toen ik hem en Frank Keizer sprak over hun tijdschrift Samplekanon en later toen zijn bundel kwam. In de Sporthal bijvoorbeeld, een titel uit Vluchtautogedichten:

 Geen les is hetzelfde, maar buik, billen en benen komen altijd aan bod.

Som gebruik ik kleine instrumenten, doe enige loopoefeningen of

volg een circuit.

Ook voor dit geluk is strikte reductie van levensbelang.

 

 Doe dit vanuit je diepe stoel niet af als inspanninkje.

Neem vergif in op een hogere dierkunde.

 

 Kijk naar de met kraters van sterren gebutste plas duister boven je kruin.

En dan naar mijn lichaam in de ruwe handdoek

in Sporthal Lunetten.

Wat zijn wij, dat wij aan elkaar denken? 

Samplekanon (2)

 In m'n gesprek met de redactie van het nieuwe Internettijdschrift mijd ik open deuren als nieuwe generaties die zich verzetten tegen de gevestigde orde.

 Frank Keizer en Maarten van der Graaff: 'Waarom we dat hele ding uit de grond hebben gestampt is omdat we goeie teksten wilden brengen die nog niet gelezen werden.' Wat zijn samples in dit geval? 'Tekstflarden die wij afschieten. Niet perse puur tekst. Niet perse gerecycled materiaal. Daar zitten een hoop jonge mensen tussen die debuteren. Vaak wat nergens anders aan de orde komt en waarvan je denkt wat is dat goed. Zoals de shellshock poëzie van Koseoglu over het Koerdische grensgebied waarin werkelijkheden door elkaar staan.'

Vanavond is Samplekanon te horen in de Avonden. Met de initiatiefnemers en gedichten van de debuterende Caglar Köseoglu (zie eerder in Avondlog) en Hannah van Binsbergen (1993). Hier het slot van haar debuut.

 

III dit is redelijk serieus.

 wat ik diep in mijn gedachten weet

als ik ophoud steeds aan die vulkaan te denken

aan degene die geen naam mag hebben

ik kan verhulling niet verhelpen, geen uitdrukking

bedenken zonder me onsterfelijk

belachelijk te maken.

ik heb een smakelijke lijst gevonden spullen aangelegd

je kan het pluis van mijn gedachten kloppen en het nog

met winst verkopen ook

ik overdrijf niet

je verpleegt een kleinverdriet‑plantage

wat je hebt aan wereld is perfect

het respecteert je

en als er dan een honderdste oneigen als een kogel

slechts een splijtsel van je zegt

'dit is de wereld niet'

geloof het niet zoek

lachend naar een uitvlucht

 

Samplekanon (1)

 Een bezoek aan het redactielokaal van het inter­nettijdschrift Samplekanon.

 Driekwart jaar geleden bedachten Maarten van der Graaff en Frank Keizer het wapen en wat ermee afgeschoten zou moeten worden. In de woorden van Maarten: 'Je schiet iets aan flarden maar tegelijkertijd is een samplekanon ook een kanon dat met flarden schiet.' Zo heeft het eerste volwassen nummer als thema Asemis­ch schrijven. Ik had er nooit van gehoord, maar werd wijzer uit een stuk van Sake van der Wall over de Codex Seraphinianus, een dertig jaar oude encyclopedie die 'niet ergens over gaat'. Het boek ziet eruit als een echte en­cyclopedie, maar de uitleg is onlees­baar. En de afbeeldingen mysterieus. Beelden van een on­bekende wereld.

 Langzaam dringt het door. Ik denk aan de verknipte muziekpar­tituren van Arthur Slenk, aan klankdichter Jaap Blonk, die ook meedoet aan Samplekanon, aan Tonnus Oosterhoff die ondervraagd wordt. Asemische poëzie heeft de suggestie van tekst, maar leesbaar is ie niet. Het werk van Cy Twombly kun je asemisch noem­en, losgezongen schrifturen. Het lijkt tekst te zijn, een persoonlijk statement, een handschrift, maar beteke­nis is af­wezig. Niet ontcijferbaar, een lege code. Iets dat lijkt op tekst maar het niet is.

 Zit daar verzet in? Verzet tegen het al te begrijpelijke van deze donkere dagen? Later meer. Vrijdag zijn ze te horen in de Avon­den.