Belle van Zuylen verfilmd

 Al lezend in haar brieven en biografie maak je een film over Belle van Zuylen. Het scenario komt in de buurt van Liaisons dangereuses, een boek dat pas 18 jaar na onderstaand drama zou verschijnen.

 Het meisje Van Tuyll van Serooskerken, de latere schrijfster Belle van Zuylen wandelt door 18de eeuws Nederland en Frankrijk, schrijft in het Frans, wordt beroemd. En - uitzonderlijk – formuleert in taal van nu wat ze denkt. Ze ontmoet Voltaire en vele anderen. Ze heeft een 18 jaar oudere minnaar, Constant d'Hermenches, de liefde van haar leven. Dat ze met hem wil trouwen vinden haar ouders niet bezwaarlijk. Wel dat hij katholiek is. Ze schrijft hem op 16 augustus 1764 (ze is 20):

 'Ik had geweigerd om te gaan wandelen, ik had mijn kamer niet willen verlaten. Ik was zo geagiteerd dat mijn moeder er van schrok toen ze naar me kwam kijken; maar ik hield vol dat er niets met me aan de hand was, ik gaf haar de brief aan mijn vader, en wij zwegen lange tijd. Toen greep ik de eerste de beste gelegenheid aan om de stilte te verbreken en zei duizend dwaze dingen die jou zouden hebben geamuseerd, ondanks onze narigheid. Onveranderlijk volgt dat bij mij op verdriet; uit de agitatie van mijn geest, de opwinding in mijn hoofd worden duizend grappige ideeën geboren die ik niet kan tegenhouden, en die mij zelfs in de grootse vertwijfeling nog zouden laten lachen.' (...)

 En dus bedenkt het stel een list: Belle zal voor de vorm trouwen met een vriend van d'Hermenches, een zekere Bellegarde. Dan hebben ze vrij spel.

 'Misschien zal ik niet de taal der welvoeglijkheid spreken, maar wat is welvoeglijkheid vergeleken met integriteit? Welnu dan, als ik liefhad, als ik vrij was, zou het mij heel moeilijk vallen deugdzaam te zijn. Mijn zinnen zijn als mijn hart en geest: begerig naar genoegens, ontvankelijk voor de hevigste en subtielste indrukken. Geen voorwerp dat zich aan mijn blik vertoont, geen geluid laat na mij een plezierige of een onplezierig gewaarwording te bezorgen zelfs een nauwelijks waarneembare geur streelt me of hindert me, elk verschil in de lucht die ik inadem, of zij iets zoeler is, iets zuiverder, beïnvloedt mij evenzeer.'

  En tja, er bestaat inderdaad een film over Belle van Zuylen, in 1993 geschreven en gemaakt door Digna Sinke. Maar die laat een veel oudere Belle zien. D’Hermenches komt er niet in voor, wel de 27 jaar jongere Benjamin Constant, met wie Belle ook wel bevriend was, maar niet de liefdesgeschiedenis had die deze film vertoont. Zo verdween de plaatsvervangende echtgenoot.    

Belle van Zuylen schrijft

 In het werk van Emo Verkerk duikt naast helden als Joseph Roth en Jerofejev ook Belle van Zuylen (1740-1805) op. Ik lees haar en begrijp wat tijdg­enoten als James Boswell en Benjamin Constant meemaakten. Ze was - in al haar bescheidenheid - intelligenter en geestiger dan zij.

 Intelligentie als handicap voor een vrouw. Ze kon onmogelijk trouwen. Ging met de mannen om die ze leuk vond. Een man die dat geen probleem vond en daarbij nog de goedkeuring van haar adellijke ouders kreeg was niet te vinden. De man van wie ze hield en met wie ze levenslang correspondeerde, Constant d'Hermenches, was achttien jaar ouder en getrouwd.

 Ze werd schrijfster, net als hij. Hun brieven - die ze had willen weggooien - bleven bewaard. Het begon zo, op 9 september 1762:

 'Je ziet dat ik wel erg blind zou moeten zijn of erg behaagziek om toe te stemmen in dit plan van een geregelde briefwisseling en een intieme omgang. Het spijt me, moet ik bekennen, dat ik af moet zien van de mooiste brieven die er bestaan en van het plezier openhartig te schrijven aan een man die mij zo goed begrijpt, bij wie niets verloren zou gaan. Jammer genoeg zijn er maar weinig dingen waarin ik genoegen schep, brieven als de jouwe zouden mij plezier doen, mij vleien, mij wat leren; de opoffering valt mij dus des te moeilijker, ze is zo groot dat ik er niet helemaal van overtuigd durf te zijn dat ik ertoe in staat ben; toch zal ik er mijn best voor doen, en om te beginnen geef ik je maar geen adres op waar je mij kunt antwoorden.'

 'Het doet mij genoegen dat je ingenomen bent met mijn stijl en mijn verzen, er zal wel iets waars zitten in je loftuitingen. Wat je zegt over de pretentie om geestig te zijn is heel juist, ik zal het zoveel mogelijk ter harte nemen. Eigenlijk is het geen bewuste pretentie: als ik mij amuseer zeg ik zomaar wat door mijn hoofd gaat, dat is niet altijd op zijn plaats. Als ik mij verveel ben ik helaas zo oprecht te geeuwen en in te slapen, dat kwetst en irriteert. Er wordt gezegd dat ik niet om een gewoon gesprek geef en dat ik mijn geest boven alles verheven acht. Men vindt het ook niet goed dat ik meer wil weten dan de meeste vrouwen; maar men weet niet dat ik, omdat ik veel last heb van een sombere melancholie, mij niet gezond voel, zelfs bijna niet leven kan, als ik niet voortdurend geestelijk bezig ben.'

 De melancholie..

Emo Verkerk en Belle van Zuylen

 De schilder van nu ziet de schrijfster die leefde van 1740-1805. En valt voor haar. Wat er al niet omgaat in de boekenkast van Emo Verkerk.

 In de Amsterdamse galerie Willem Baars trof ik een net voltooide serie portretten van Belle van Zuylen. Welkom naschrift bij zijn grote Graag of niet-show in het Haags Gemeentemuseum. Lezen betekent bij Emo Verkerk het je letterlijk eigen maken van een schrijver - hier schrijfster. Met alle middelen, waaronder de schilderkunst. Noem het verliefdheid: Emo omvat, omhelst Belle. Ik herken het. Een omslagfoto kan bepalend zijn, de geur van een boek of de bladspiegel.

 En dan. Belle van Zuylen schrijft. Een brief, in 1768:

 'Mijn zinnen zijn net als mijn hart en mijn geest begerig naar genot, gretig naar de felste en de verfijndste indrukken. Niet een van de dingen die ik zie, geen klank, gaat voorbij zonder mij een gevoel van geluk of leed te verschaffen, de lichtste geur doet mij aangenaam aan of maakt mij misselijk; de lucht die ik inadem, wat zachter, wat fijner, beïnvloedt mij met alle variaties die zij zelf inhoudt. Oordeel nu over de rest, over mijn verlangens en over mijn afkeer. Als ik geen vader of moeder had, zou ik misschien Ninon (De Lenclos, de courtisane, W.) zijn, alleen subtieler en standvastiger; ik zou niet zoveel minnaars hebben: als de eerste aardig was geweest, geloof ik niet dat ik zou zijn veranderd en in dat geval weet ik niet of ik zo erg‑schuldig was geweest; ik zou tenminste door mijn deugdzaamheid het kwaad hebben kunnen herstellen dat ik de maatschappij had aangedaan door het juk af te werpen van een wijselijk ingestelde regel. Maar ik heb een vader en een moeder, ik wil ze niet in het graf helpen of hun leven vergallen...'.

 En dan overkomt Emo wat een verliefde gebeurt, hij ziet haar overal. De titels van zijn portretten getuigen van een wervelwind aan associaties. Belle te paard op een Amsterdamse gracht, in Scheveningen aan zee, klavecimbel spelend in een salon. Altijd prachtig gekleed. Zelfs Johan Huizinga leest haar. Belle bestijgt een keukentrapje in de sneeuw. Wat een mooie, rossige vrouw, met dat altoos opgestoken haar.

 Emo Verkerk leesschildert haar.