De uitzonderlijk mooie Irene is gevlucht, met medeneming van De vrouw op de trap, het schilderij dat de inmiddels wereldberoemde schilder Karl Schwind van haar maakte. Ze heeft zich verborgen op een eilandje voor de Australische kust.
De advocaat die het verhaal vertelt ontdekt haar daar.
Eerst is Irene louter een schilderij, begeerd door haar echtgenoot, die haar liet schilderen, en daarna door de schilder. De advocaat moet het eigendomsrecht te regelen. Wie krijgt het schilderij, wie de vrouw? Prompt wordt ook hij verliefd op haar. Maar zij niet op hem.
Waarna ze verdwijnt, voor vele jaren. Irene trok zich terug in een heel eigen wereld. Of daar nog een man, bij kan is de vraag. Hoe vergaat het een uitzonderlijk mooie vrouw, levenslang halverwege de trap?
Volgt een tragikomische ontknoping op het eilandje als de mannen daar alledrie opduiken. Wat wilden ze ooit van haar? Wat willen ze nu? Wat wil Irene?
Ze is ernstig ziek. De advocaat - veruit de saaiste van de drie - blijkt de enige die het schilderij te boven komt. Zijn, en dan ook haar, pogingen tot nabijheid, dwars door de ziekte heen grijpen aan.
Vooral als de zieke Irene hem vraagt voor haar bedtime stories te verzinnen over hoe een gezamenlijk leven geweest zou zijn. In de advocaat ontwaakt, tegen de klippen op, een verteller.