maandag 11 november 2019 - 15:24
In de jaren 1920-1922 - de Revolutie woedde - schreef de Russische futurist Velimir Chlebnikov zijn laatste grote tekst 'Zangezi'. Zangezi, die meer is dan 'iemand'. Ik dacht aan Nietzsches Zarathustra. Een prediker, filosoof, wiskundige en dichter die gezeten op een rots de geheimen van de taal en de geschiedenis een vorm geeft, aldus vertaalster Aai Prins.
In het twintigste en laatste segment, een dialoog tussen 'Leed en lach' gaat dat zo. 'Lach' is aan het woord:
'Als een gems over bergen van rede/ Trippelt de lariekoek luchtig./ Dat is het credo/ Van mij, een speknek, machtig en lustig./ In ijzeren zeeleeuwendraf/ Volbreng ik mijn reizen./ Bloeiend is mijn lach/ In het flonkerend ijzer./ Met mijn machtige hand in de zij,/ Schud ik mijn enige oorring./ Met schaterbrokken brand-/ Hout stook ik mijn blauwe verstand./ En klaterlachend wijs ik naar degeen/ Die achter het gordijn verdween./Uit, die schoenen van de rede!/ Hier heb je mijn zwetende tenen!/ En jij? Als een regenpijp strek/ Je je uit naar de hemelboog,/ Maar ik ben anders, een gek:/ Een duivel, vettig van oog./ Smeul als een laaiende tempel/ Brand als kapellen van leed!/ Mijn nek draagt een vet lachend stempel,/ Omdat hij door jou werd omarmd,/ En door je kussen gebrand./ Als een degelijk pannendak/ Ga ik onder geen ontij gebukt. Maar jij, wier ziel zo zwak/ De beul heeft uitgerukt,/ Bent een martelares op het rad/ Wier botten hij stuk voor stuk brak./ Je bent als een zin, achter komma's verscholen,/ Van alle genoegens verstoken./ Terwijl ik mijn glimlachdraden trek,/ Daar waar ik ben, en jij/ Krijg jij in het folterweb van mij/ Een bloemenboeket./ Wij zijn twee fouten, zij aan zij/ In de nachtelijke glimlachwei. (...)'