Rivalen

 Het is een vrouwenverhaal. Je had Elizabeth en je had Amalia, die eerst haar hofdame was. Wat deden de mannen intussen? Oorlog voeren en als er geen oorlog was jagen. Vanmiddag in het Haags Historisch keek ik uit het raam, en zag de Hofvijver zoals de dames hem in 1621 ook zagen.

 Cherchez les femmes. Er bestond in het Den Haag van die jaren nog een tweede, concurrerend hof - met meer dan 220 man personeel - naast dat van de Oranjes. Dat van Elizab­eth Stuart, de 'winterkoningin', die maar een winter had geheerst over Bohemen en hierheen was uitgeweken. Het petekind van Elizabeth de eerste, getrouwd met de verdreven Frederik van de Palts.

 Maar, Frederik Hendrik liet zich tegen alle regels versieren door een van haar hof­dames, die het hoog in haar bol had. Haar naam, Amalia van Solms. Ze trouwden en het hek was van de dam. Amalia liet zich vorstelijk aankl­eden en schilderen in hermelijn als de vorstin die ze niet kon zijn in de Republiek der Nederlanden. Ambitie, berekening, hysterie.

 Het Haags Historisch brengt deze vrouwenstrijd in de vorm van portretten, in volle glor­ie. Wat droegen ze? Onwaarschijnlijke fan­tasie­kos­tuums. Het hof ging mee, de Haagse decolletés werden almaar dieper. Hoe werd hun haar gedaan. Hoe verfraaiden ze hun behuizingen? Je ziet ze concurreren in kunstwerken, banketten, maskerades en salons. Waarbij ook Elizabeth en oogje op Frederik Hendrik (‘mooi Heintje’) gehad moet hebben. Er zijn prenten met dubbelzinnige grappen waarin de drie biljart spelen. Toen hij op een donderdag was gestorven dineerde ze nooit meer op donderdagen. Na de dood van Frederik Hendrik in 1647 vormde Amalia met Elizabeth - al sinds 1647 weduwe - een ware weduwencult.

 Amalia won, ze was de mooiste en jongs­te, zij het van lagere komaf. Elizabeth bleef wel haar voorbeeld. Amalia poseerde een keer voor Rembrandt maar vond zichzelf te onknap afgebeeld, en Rembrandt kon gaan. Van Honthorst werd – naast Van Mierevelt - haar man, de schilder die vrouwenogen stelselmatig groter maakte en ook voor Elizabeth werkte. Elizabeth, die haarlokken verspreidde onder haar vorstelijke aanbidders. Elizabeth, de intelligentste van de twee, getuige haar brieven en haar geheime, ‘hoofse’ handgebaren op schilderijen. Amalia wist er ook van. In Huis ten Bosch werd pas nog een geheime doorgang ontdekt van haar kabinet naar de Oranjezaal.

 Dit uit de mooie catalogus van Nadine Akkerman.

Dienstreis (2)

 In de Haagse kerk opende Beatrix een Huygens-expositie. Haar laatste lint.

 Geen toeval. Het was Constantijn Huygens die - niks republiek - van de Oranjes vorsten maakte, met paleizen en kunstver­zamelingen. Zo zag hij ook toe op de bouw van Huis ten Bosch voor Frederik Hendrik en Amalia van Solms, waarvan de Oranjezaal in de kerk is nagebouwd. Een propvol monstrum van classicistische schilderkunst waaraan wel dertien schilders werkten, en de regie van Huygens faalde. Met boven in de koepel het portret van de vrouw naar wie huidige Oranjes hun oudste dochter noemden: Amalia. Het houdt nooit op.

 Huygens, de perfecte hoveling, secretaris en raadsheer. Gunsteling en dichter van gelegenheidsverzen per strek­kende meter. Altijd bezig met z'n carrière en die van z'n kinderen. Maar ik vergeef hem alles, want hij ontwierp de Schevenings­eweg, van de stad naar zee, in één rechte lijn.

 Morgen ben ik bij Simon Groenveld, die Huygens verslag van z'n dienstreis naar de Oranje-domeinen langs de Moezel en de Rijn terugvond en uitgaf. Geld innen, daar ging het om! Geld voor onze vorsten.

 ps. Ik blijf me verbazen over de Oranjezaal in Huis ten Bosch.. Waarom toch dat portret van Amalia daar bovenin op de plaats waar katholieken in een kerk god doen, die uit de hemelen neerziet? Als het nu Frederik Hendrik was geweest, die net gestorven was en voor wie ze dit als mausoleum bedoelde..

Dienstreis

 Van Constantijn Huygens (1596-1687) ontdekte Simon Groenveld een reisverslag uit 1654 dat toevallig bewaard bleef tussen archiefstukken.

 Huygens, manusje van alles van de Oranjes, was uitgestuurd naar het Rijn- en Moezelgebied om de buitenlandse domei­nen van de familie Oranje Nassau te beheren, materiaal uit te zoeken voor geplande bouwwerken. Hij was een workjunk en had overal verstand van, schreef poëzie en proza, musiceerde en com­poneerde, was diplo­maat, inde belastingen maar wist ook van prijzen en productie van hout en ijzer. Het verslag laat zien hoe idioot ingewikkeld zijn leven was. Hij vatte een werkdag in dienst van de Oranjes zo samen:

 'So slaep ick, en soo niet, naer 't pas geeft. Meest den morgen

 Bested' ick aanden plicht van Hoofsen Raed en sorgen;

 (...)

 Twee uijren draeijt dat Rad voor noen, en na twee ander'.

 Vier uur per dag was hij alleen al kwijt aan klagende, mar­chanderende belas­tingplich­tigen. Hij deed het goed. Als de Oranjes er nu warmpjes bij zitten legde een dichter daarvoor mede de grondslag.