Coming Home

 Over psychische schade, opgelopen onder totalitaire regimes is nog weinig bekend. Coming Home van Zhang Yimou gaat over één geval.

 Overleven betekent je aanpassen. Soms aan bizarre omstandigheden zoals tijdens de Culturele Revolutie in China. Mensen zijn er griezelig goed in.

 De film laat een - uiteraard strikt in de leer - meisje van dertien zien dat haar vader aangeeft omdat hij intellectueel is. Waarna ze hem uit alle familiefoto's wegknipt. Als de partij hem dan voor tien jaar naar een werkkamp stuurt bestaat hij ook in de ogen van zijn partijgelovige echtgenote letterlijk niet meer. Een terugkeer wordt onvoorstelbaar. 

 Hij ontsnapt een keer, komt naar huis, een tragische gebeurtenis die moeder en dochter - ze zien hem maar even - niet kunnen verwerken. Zoals blijkt als hij tenslotte echt terugkeert. 

 Wat dan volgt is een Oliver Sachs-achtig psychodrama. De vrouw (Gong Li) is letterlijk vergeten hoe haar man eruit ziet. Ze herkent hem niet. Wel bezit ze een brief van hem waarin staat dat hij op de vijfde zal terugkeren. Alleen vermeldt de brief niet van welke maand of jaar.

 Wat dan gebeurt - ik onthul toch maar - is de kern van dit meesterstuk: de man realiseert zich dat zijn vrouw in een andere wereld terecht is gekomen en hij past zich aan die wereld aan. Gelukkig bezit hij de brieven die hij haar al die jaren uit het kamp schreef. En slaagt hij erin haar vertrouwen te winnen, niet als zichzelf maar als 'voorlezer' - ze is bijziende - van zijn eigen brieven.

 Als een vreemd, maar niet ongelukkig 'echtpaar' zien we ze elke vijfde van de maand naar het station gaan. Zij om de man af te halen die naast haar staat.