Boekenweek

Op de televisie is deze Boekenweek nog wat droever dan anders. Ik zie Bernlef voor het Boekenbal geduldig achter een journaalverslaggever staan wachten die hem niet in de gaten heeft. En maar doorratelen. Totdat Freriks hem attent maakt op de aanwezigheid van de schrijver. Vervolgens weet hij niets beters te vragen dan 'hoe voelt het nou om 71 te zijn'.

En Bernlef geeft hem geen draai om zijn oren, zegt zelfs niet 'sorry op zulke onbenullige vragen geef ik geen antwoord'. Nee, hij gaat er op in.Wie in de parade van doorgroefde gezichten ontbrak was Willem Brakman (85). Niet toevallig, weet ik. Brakman, die mij - bij onze eerste kennismaking - op de vraag om een interview in alle ernst zei 'Dat is goed, maar één ding, ik wil geen vragen.'

Oud. foto van August Sander.
Dick Hillenius (1927-1987)

Oud

 Zoals in de studio's van John de Mol in augustus de kerstbomen worden opgetuigd - tv is vooruitwerken - zo zwoegen op dit moment al Nederlandse schrijvers op het Boekenweekthema van komend jaar: 'Ouderdom' 't Lijkt iets van lang geleden. Sterft de ouderdom uit?

 Toen ik las dat Bernlef het essay gaat schrijven schoot me een stuk te binnen uit 'Oefeningen voor het derde oog' van de dichter/bioloog Dick Hillenius uit 1965. In onze cultuur, opperde Hillenius, moeten mensen steeds meer leren en verkeren steeds langer in een jeugdstadium. Dat klopte volgens hem met het biologisch verschijnsel van 'paedamorfose': evolutie vanuit een jeugdfase wordt mogelijk, bij sommige soorten verdwijnt zelfs de volwassen variant.

 Bepaalde vormen van ouderdom zie je niet meer in Holland, schreef Hillenius, al worden we steeds ouder. 'Alleen in onderontwikkelde gebieden kunnen we nog naproeven hoe het ook bij ons vroeger was.' Volwassenheid definieert hij als 'zich neerleggen bij de dingen zoals ze zijn'.Of de theorie van de 'paedamorfose' een vervolg heeft gekregen, weet ik niet. Wel merk ik dat ik oude foto's bekijk om echt oude gezichten te zien, van alle leeftijden. Volwassen. Leeftijdsloos. De voldongen ernst van veldwachters, stationschefs en burgemeesters, maar ook van loopjongens en slagersknechts, die nooit meer terugkomt.