Ketterdoden

 Vanmiddag liep ik in Gouda over de zerk van Dirck Volckertszoon Coornhert (1522-1590), kampioen van het vrije woord. In de Sint‑Janskerk. Vlak onder het raam, het Goudse glas nummer 1, dat zijn motto draagt: 'Vrijheid van consciëntie', vrijheid van geweten. En ontworpen werd door Joachim Wttewael. Ja die.

 Coornhert werd uit Delft verjaagd en door het stadsbestuur van Gouda omhelsd. Twee jaar later, in 1590 stierf hij hier.

 De stad gruwde van het ter dood brengen van mensen om hun geloof, de ketterjacht. Van het stadsbestuur kreeg de nieuwe gereformeerde kerk na het verdrijven van de katholieke machthebbers dan ook geen alleenheerschappij. In Gouda kon Coornhert rustig zijn pleidooien voor tolerantie laten drukken. Zijn laatste boek 't Proces van het ketterdooden, was nog maar net af toen hij ziek werd en stief.

 Nog geen week na zijn dood stuurde het stadsbestuur provocerend tien exemplaren van het boek naar prins Maurits. De gereformeerde stadhouder werd woedend. Maar Gouda week niet. Ook de Staten van Holland kregen het boek, en die reageerden net andersom. Ze schonken in ruil dit gebrandschilderde raam aan Gouda, met Coornherts motto, ontworpen door Wttewael.

 Vrijdenkers trokken toen en masse naar Gouda. En boekdrukkers verdienden goed aan hun elders verboden werken. Maar in 1618 was het voorbij en kregen de gereformeerden - met hulp van Maurits - het voor het zeggen in de stad. Gedaan met de vrijheid en met Coornherts invloed.

 Het Goudse glas van vrijdenker Wttewael ging niet verloren: mooie meiden gaan voor een zegekar uit waaronder de tirannie verpletterd wordt.

 De tentoonstelling Uitgelezen in het Museum Gouda laat het allemaal zien. 

De expliciete Wttewael

 Het vuurtje loopt. 'Expliciete seks' heet neuken in deze tijd. En het is te zien op een schilderij uit 1605. Niet het eromheen draaien, werkelijke 'penetratie' in eigentijdse on-taal.

 Het zijn de overspelige goden Venus en Mars die het doen. Nee, Jezus van Nazareth zou zoiets nooit doen. Waar de Olympus kinde­rrijk was bleef het in Jeruzalem stil.

 Aanstichter is de Utrechter Joachim Wttewael (1566-1638), de gereformeerde schilder op de grens van twee werelden. Vier maal schilderde hij het tweetal, maar dit is waar 'het' gebeurt.

 In het Centraal Museum in Utrecht, bij 'Liefde en lust'. Bij Wttewael gaat het zonder omhaal om mannen en vrouwen. En dan kan de vrouw Venus zijn met het ventje Amor of de maagd Maria met haar zoontje, het maakt niet meer uit. De bijbel en de metamorfosen, mannen en vrou­wen. Wttewael reisde zes jaren door Italië en Frankrijk.

 Bij hem steekt naast een erg aantrekkelijke Maria een enorme, onweerstaanbaar komische ossenkop boven het kind en bij zijn verkondiging ligt een herderspaartje gezellig in het hooi. Wttewael is heel goed in dieren, het zeemonster bij Andromeda, de dieren in het paradijs en wat er allemaal komt drinken van de bron van Mozes. 

 Een mooie tijd. En opeens was het over. Calvijn bereikte de kunst. Geen Paris-oordeel meer, geen bruiloften van Peleus en Thetis. In plaats daarvan de huiselijk ernst en tamelijke kuisheid van Vermeer en Rembrandt. Maar, Wttewael ging met zijn ideeën door tot zijn eind.