Kitaj was een groot lezer en boekenverzamelaar die kunst en literatuur in zijn werk verenigde. Uitzonderlijk in de jaren van het abstract expressionisme. Zijn werk is verhalend, vaak beeldromans naar aanleiding van boeken of eigen belevenissen.
Zijn werk doet daardoor soms aan dat van - de veel latere - Emo Verkerk denken. Kitaj schreef zelf ook, en goed, zijn dagboeken zijn zeer leesbaar, schilderijen kregen een geschreven uitleg, hij maakte ook - verzonnen - boekomslagen.
Waar bijkomt dat zijn levensloop wel een tragische roman lijkt. In 1994 kreeg hij een oeuvre-tentoonstelling in Londen, die opeens door de voltallige Engelse pers de grond in werd geboord. Het leek karaktermoord. Steun van mede-figuratieve vrienden als David Hockney en Lucian Freud hielp niet.
Kitaj was altijd al een opgewonden standje. Toen direct daarna zijn vrouw en muze, de schilderes Sandra Fisher - die het zich zeer aantrok - aan een hersenbloeding stierf wist hij zeker dat de critici haar vermoord hadden - inplaats van hem.
Hij schilderde er over. 'The Killer‑Critic Assassinated by His Widower, Even,' (1997) was zijn - late - wraak. In 2007 pleegde hij zelfmoord.