Er is een fase tussen de dood en het definitieve afscheid, waarin de doden kunnen terugkeren om nog iets af te maken. Of waarin nog levenden kunnen proberen ze terug te roepen. De film van Kiyoshi Kurosawa - geen familie - gaat over de omgang tussen levenden en gestorvenen, tussen wie iets onaf is gebleven.
Zo pleegde Yusuke zelfmoord zonder Mizuki iets te zeggen. Ze bleef op hem wachten. Na drie jaar staat hij opeens in de kamer. Ze schrikt niet is alleen even boos omdat hij zijn schoenen niet heeft uitgedaan. Een doodzonde in Japan.
Het lijkt op After life van Kore-eda Hirokazu. Waar de doden nog een laatste scene uit hun leven moeten kiezen die wordt geensceneerd voor ze voorgoed kunnen verdwijnen. Onvergetelijk is de kersenbloesem die wordt opgeroepen met roze papiersnippers. In deze film wordt een bijrol gevraagd om laatste woorden. Maar die zijn 'ik wil niet dood'.
Yusuke wil Mizuki zijn leven laten zien voor ze hem kende - hij houdt immers van haar - de mensen die vriendelijk voor hem waren.
Er ontstaan gaten in de tijd, waarin het stukjes verleden herleven. En daarmee andere gestorvenen. Intens is de scene waarin zo'n stuk verleden na het voorgoed verdwijnen van de oude krantenbezorger voor wie Yusuke werkte opeens weg is. Alles is vervallen, de wind waait door de bouwval van het huis.
Wat rest zijn de verwaaiende, vergeelde bloemen die hij uit tijdschriften uitknipte en gebruikte als behang voor zijn slaapkamer, een verwijzing naar After life.
Het aarzelende ingehouden verdriet van Japanse cultuur.
Yusuke leidt Mizuki door dorpjes, gehuchten in Oost-Japan waar hij werkte als onderwijzer, in een restaurantje of als krantenbezorger, op weg naar een strandje in de baai van zijn jeugd. Daar ligt de scheidslijn die hij zal oversteken.