Journey to the shore, nogeens

 'Als pa gaat mag ik hè,' zei mijn broer. We hadden juist mijn moeder begraven. Ik had wat gezegd. Over haar manier van geruststel­len. Dat kon ze goed. En wat heeft een kind meer nodig.

 Mijn broer heeft nog meer last gehad van die vader dan ik. In Delft studeren mocht niet, al had hij dat goed gekund. Mijn vader keek neer op bètavakken. Wat hij niet begreep was onbelangrijk. In de laatste jaren paste mijn broer op zijn geld en werd steeds beschuldigd van malver­saties. Hij heeft de verdachtmakingen nog een jaar uitgehouden. Het zat hem hoog.

 Toen we tenslotte in de aula zaten bestond het publiek vooral uit verre familie en generaals. Dat laatste omdat mijn vader burgerdocent aan de militaire academie was geweest. Daar voelde hij zich thuis. Generaals, pet op de knieën, het haar aan de achterkant wat ingedeukt door de petrand. Mijn broer sprak tot de kist.

 'Mijn vader was geen gemakkelijk mens,' zei hij.

 De generaals gingen wat verzitten. Er klonk een kuchje. Hij had me z'n speech tevoren laten lezen. Er zat veel van z'n therapie in. Een goede speech, kritisch maar berustend. De generaals verdwenen achteraf zwijgend. Wat wil je? Ze hadden de overledene gekend als een goedlachse kerel die een borrel schonk in z'n erker.

 Ik kom hierop door de film Journey to the shore, die in m'n hoofd bleef spoken. Over de reis naar de grens van het hier­namaals. Over de fase tussen de dood en het definitieve afsch­eid, waarin de doden kunnen terugkeren om nog iets af te maken. Of nog levenden kunnen proberen ze terug te roepen. Over de omgang tussen levenden en gestorvenen, tussen wie iets onaf is geble­ven.

 Het is in onze jaren gewoonte wil­lekeurig welk overleden familielid aan te duiden als 'een dierbare'.

 Van mijn vader werd niets meer vernomen. 

Journey to the shore

 Er is een fase tussen de dood en het definitieve afscheid, waarin de doden kunnen terugkeren om nog iets af te maken. Of waarin nog levenden kunnen proberen ze terug te roepen. De film van Kiyoshi Kurosawa - geen familie - gaat over de omgang tussen levenden en gestorvenen, tussen wie iets onaf is gebleven.

 Zo pleegde Yusuke zelfmoord zonder Mizuki iets te zeggen. Ze bleef op hem wachten. Na drie jaar staat hij opeens in de kamer. Ze schrikt niet is alleen even boos omdat hij zijn schoenen niet heeft uitgedaan. Een doodzonde in Japan.

 Het lijkt op After life van Kore-eda Hirokazu. Waar de doden nog een laatste scene uit hun leven moeten kiezen die wordt geensceneerd voor ze voorgoed kunnen verdwijnen. Onvergetelijk is de kersenbloesem die wordt opgeroepen met roze papiersnippers. In deze film wordt een bijrol gevraagd om laatste woorden. Maar die zijn 'ik wil niet dood'.

 Yusuke wil Mizuki zijn leven laten zien voor ze hem kende - hij houdt immers van haar - de mensen die vriendelijk voor hem waren. 

 Er ontstaan gaten in de tijd, waarin het stukjes verleden herleven. En daarmee andere gestorvenen. Intens is de scene waarin zo'n stuk verleden na het voorgoed verdwijnen van de oude krantenbezorger voor wie Yusuke werkte opeens weg is. Alles is vervallen, de wind waait door de bouwval van het huis.

 Wat rest zijn de verwaaiende, vergeelde bloemen die hij uit tijdschriften uitknipte en gebruikte als behang voor zijn slaapkamer, een verwijzing naar After life.

 Het aarzelende ingehouden verdriet van Japanse cultuur.

 Yusuke leidt Mizuki door dorpjes, gehuchten in Oost-Japan waar hij werkte als onderwijzer, in een restaurantje of als krantenbezorger, op weg naar een strandje in de baai van zijn jeugd. Daar ligt de scheidslijn die hij zal oversteken. 

After life

 Mijn vliegangst komt voort uit voorstellingen van de laatste secon­den voor de ramp. Dat is wat nu bedolven moet worden onder rituelen.

 De Japanse film After life van Kore-eda is de meest troostrijke die ik over de dood zag. In Japan wordt het kersenbloesemfeest uitbundig, met veel eten en sake, gevierd. Zowel de kortstondigheid als het nieuwe leven. In maart, april en mei trekt het kersenbloesemfront van Zuid naar Noord, waarvan op radio en tv verslag wordt gedaan. Overal zijn feestjes, picknicks ‑ ook op begraafplaatsen ‑ of ontmoetingen van geliefden in parken waar de bloesems bloeien. Kamikazepiloten werden ook wel 'kersenbloesems' genoemd.

 In Kore-eda's After Life belanden de gestorvenen in een soort voor­geborchte in de vorm van een filmstudio, waar ze wordt gevraagd het mooiste moment van hun leven te bedenken. Dat wordt dan gefilmd.

 Als ze het filmpje te zien krijgen en 'het klopt' lossen ze op en zijn weg. Zo is er een oude dame die na veel dubben kiest voor de vallende kersenbloesem. De regieassistent versnippert roze vloeipapier en laat het neer dwarrelen voor een schijnwerper. Camera loopt. En zie: kersenbloesem. De oude dame vervaagt. 

Kersenbloesem

 Vanmiddag in het Amsterdamse Amstelpark zag ik de ker­senbloesem in bloei. En de Japanners die er op af komen. De lente is begon­nen, maar de bloei is eindig.

 In Japan wordt het ker­senbloesemfeest uitbun­dig, met veel eten en sake gevierd. Zowel de kortstondigheid als het nieuwe leven. In maart, april en mei trekt het kersenbloesemfront van Zuid naar Noord, waarvan op radio en tv verslag wordt gedaan. Overal zijn feestjes, picknicks - ook op begraafplaatsen - of ontmoetingen van geliefden in parken waar de bloesems bloeien. Kamikazepiloten werden ook wel 'kersenbloesems' genoemd.

 Er bestaat een wondermooie film van Hirokazu Kore‑Eda die After Life heet - ik gaf hem eens aan Rudy Kousbroek cadeau - waarin gestor­venen in een soort voorgeborchte het mooiste moment van hun leven moeten bedenken. Dat wordt dan gefilmd. Als ze het filmpje te zien krijgen en 'het klopt' lossen ze op en zijn weg, naar het hier­namaals. 

 Zo is er een oude dame die de vallende kersenbloesem kiest. Niet moeilijk voor de regie. Men versnippert roze vloeipapier voor een filmlamp. De snippers dwarrelen omlaag, en zie: ker­senbloesem, de oude dame vervaagt.

I wish

 De kinderwereld in 'I wish', de nieuwe van de Japanse regis­seur Hirokazu Kore‑eda liet me weer zes jaar oud over straat lopen.

 Of beter rennen, want jongetjes van die leeftijd rennen, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. In zijn 'Nobody knows' uit 2004 wilde een groep kinderen in een appartement overleven zonder steun van volwassenen, hier lopen ze alleen maar weg omdat drie jongetjes zich in het hoofd hebben gezet dat ze twee splinternieuwe 'kogeltreinen' mekaar willen zien passeren op een viaduct. Ze zien het en schreeuwen hun wensen voor de toekomst tegen het treingeraas in.

 En, neem me niet kwalijk, maar toen ik zelf zes was heb ik dat ook gedaan. Even buiten Zutphen wachtte een troep kinderen onder het spoor­viaduct tot de goederentrein naar Duitsland kwam. We hadden alvast bakstenen uit het talud gerukt en in tweeën geslagen. De trein kwam, eindeloos lang, en wij gooiden onze halve klinkers. Vonken vlogen uit het metaal van de onderstel­len. Horen en zien verging ons.

 Zo herinner ik me de ­wereld waar verzinsels en werkelijkheid nog lukraak door elkaar lopen. Heden en toekomst tegelijk onpeilbaar beangstigend en vol beloften. Kore-eda heeft hem voor me ach­terhaald.