Hundertwasser

Hundertwasser (3)

Zijn wooncomplexen doen denken aan luilekkerland. Torens van speculaas en marsepein, gedecoreerd met tegels en glasscherven, die natuurlijk zuurtjes zijn.

Wilhelm Friedensreich Hundertwasser (1928-2000) preekte: 'De rechte lijn is goddeloos en amoreel'. Gebouwen uit rechte lijnen zijn 'gevangenissen voor de menselijke ziel'. 
Hermans schreef het verhaal 'Hundertwasser' dat gaat over de onvermijdelijkheid van kunst in al z'n verschijningsvormen.
De echte Hundertwasser zei: 'Ik wil bewijzen hoe eenvoudig het is het paradijs op aarde te creëren.' 
Wonen met gras boven je hoofd is bij Hundertwasser het hoogste en groen het middel tegen alle kwalen (eens is hij bijna overleden aan z'n eigen brandnetelsoep). 
 
 

Stadsmens (1984). Onderschrift: 'Bijen zien veel beelden tegelijk. De stad met haar vele ramen wordt weerspiegeld in het gezicht van de stadsmens  - en dat ben ik, naar het schijnt. (...)'

Hundertwasser (2)

Zou hij in lachen zijn uitgebarsten als ie deze expositieplek, dit industrieterrein, had gezien? Deze voorloper van de Grünen, de Occupybeweging, deze ouwe hippie.

Die liefst naakt z'n lezingen hield over onze drie soorten huid: ons vel, onze kleren en onze huizen. Deze bedenker van fantastische gebouwen waarin mens en omgeving zouden versmelten.
Uitvinder van de boomplicht, die natuur in de huizen moest halen en zuurstof de straat op blazen.
't Zou wat voor China zijn, waar smog door de staats-tv nog altijd wordt aangekondigd als 'mist'. Waarna gewaarschuwd wordt niet onnodig de straat op te gaan. 
Schilderen was voor Hundertwasser als dromen. De droom vergat hij weer, het schilderij bleef over als: 'oogst van de droom'.
Leven als een slaapwandelaar, dat was zijn ideaal. Want: 'Alles is oneindig makkelijk en oneindig mooi.'

Rij naar Den Bosch, neem de afslag Veghel, rij even langs de Zuid-Willemsvaart en sla linksaf. Daar op het industrieterrein achteraan staat het gebouw van Würth. Gereedschappen, maar ook kunst.

Morgen na 22.00 in de Avonden meer. 
 
 

van Marijke van Warmerdam
..te zien in Boijmans bij Close by in the distance
uit: Couple in the distance (2010)

Marijke van Warmerdam (2)

Een hand veegt condens van een beslagen raam. Een raam in een oud huis. Je bevindt je - zo lijkt het - op de bovenverdieping van een landhuis. Beneden ligt een vijver in de nazomerzon.

Het moet een ouder echtpaar zijn dat daar op een bankje tussen hoog opschietend gewas aan de waterkant zit. Nogeens het raam vegen met de muis van de hand.
En dan merk je dat je in een film zit. De camera zweeft naar buiten. Begint langzaam maar zeker te zwerven rondom het echtpaar. Bekijkt ze uit de hoogte, hangt pal van boven. Nadert ze van achteren, dringt tussen de latten van de bank door en ziet ze tenslotte in het gezicht.
Al kijkend merk ik dat de camera letterlijk bepaalt hoe ik tegen het tweetal aankijk. Wat is afstand in het kijken?
Mijn aanvankelijke sympathie begint te tanen naarmate ik ze nader kom.
Dit zijn geen onschuldige wandelaars. Daarvoor zijn ze te goed gekleed, te zeer op hun gemak. Dit moet wel hún vijver zijn.
Zijn zij de kasteelheer en -dame?
Dichtbij en onmetelijk ver weg.
Laat ons liever wat afstand houden. Dit is too close for comfort.

Marijke van Warmerdam (1)

Morgen zal ik haar grote tentoonstelling in Boijmans zien. Dit noteerde ik in 2004:

'Een roodharig jongetje van een jaar of zes heeft gezwommen. Nu staat hij aan de rand van de vijver, je ziet hem op de rug. Hij draagt alleen een korte broek die nog drijfnat is. Om hem te laten drogen heeft hij de beide zakken binnenstebuiten gehaald. We zien ze aan weerszijden van zijn heupen hangen, er drupt water uit.
Verder beweegt zo weinig als maar kan. De bosrand aan de overkant weerspiegelt in het water. Er zit alleen een trage beweging in het oppervlak, die de reflecties van boomtoppen telkens wat uit elkaar trekt en weer samenvoegt. Verderop glinstert water in zon. En dan, sensatie, er zwemt een eend links het beeld binnen, en, gestaag, rechts er weer uit.   
De broekzakken van het jongetje druppen.
Meer gebeurt er niet.
Hoewel hij zijn handen in z'n zij heeft gezet - 'om zich een houding te geven' zoals jongens van zijn leeftijd doen - lijkt hij niet zozeer naar iets te kijken. Aan z'n nek te oordelen houdt hij zijn hoofd een ietsje scheef. Ik denk dat hij staart, maar niets in het bijzonder. Zoals kinderen voor zich heen staren, met openhangende mond, tot een volwassene ze tot de orde roept.
Maar er is hier geen volwassene, en die zal ook niet komen, want dit is een filmloop waarbinnen alles vastligt. Al kijkend word ik een jongetje dat naar een jongetje staart. Voor altijd, veilig, in een cocon.
Het jongetje heet 'Lichte stelle', lichte plek (2000).'
 

..scherfvest..

Afscheid van Afghanistan?

 Het zou weleens de laatste keer geweest kunnen zijn dat Arnon Grunberg zijn scherfvest aantrok om Afghanistan te bezoeken.

 Hij is terug in New York. Afgelopen maandag sprak ik hem erover tijdens ons wekelijks radiocontact. Nadat hij eerst een paar woorden had gewijd aan de Occupy-beweging, waarvan hij de effectiviteit betwijfelt. Hij wordt wel boos als de beweging vergeleken wordt met de Arabische lente.
Dezer dagen schrijft hij aan zijn tweede Afghanistanverslag. 
Zijn balans zal zijn: 'de bureaucratie van het groteske'. Hij nam op zijn Afghanistan-reizen zowel de totale bureaucratie als een totale groteske waar.
Na het vertrek van het Westen valt een burgeroorlog te verwachten. Wanneer zou zijn eindverslag in NRC-Handelsblad verschijnen, vroeg ik, vrijdag?
'Nee, de vrijdagbijlage is cultuur en oorlog is geen cultuur. Zaterdag dus.'

 

Tags: 
in haar tuin..

Mevrouw Blakers

Zondag naar Kitty Hooijer om te praten over haar nieuwe roman De wanden van Oeverhorst, die volgende week verschijnt. Waarin heldin Antoinette therapeutische tekenles geeft aan een instelling waar probleemgevallen worden opgevangen. Hooijer-personages: hier alvast mevrouw Blakers.

'Het gaat me om mevrouw Blakers die ons probeerde te belazeren, mij en de anderen, en die daarin geslaagd is. Ze was goed gekleed zonder aanstellerij. Haar manier van zitten gaf de doorslag, de armen voor zich op tafel en de handen losjes ineen. Mevrouw Blakers maakte van die eenvoudige, fleurige tekeningen. Maar toen er op een vergadering besloten werd dat ze naar huis kon, protesteerde ik omdat ik haar werk verontrustend vond. Iets kan ook té fris zijn. We worden op het verkeerde been gezet, geen enkel hoofd is zo leeg en vrolijk tegelijk. Fris, maar dat mocht toch, vond de vergadering als één man. Netjes en op orde als mevrouw Blakers zelf. Het zou haar goed doen om thuis te zijn.’
Antoinette had scherp gezien: ‘Diezelfde dag hoorde ik het nieuws van mevrouw Blakers. Dat ze dood was en haar kind ook. Ze was van achthoog gesprongen. Nu wist ik pas dat ik niet alleen haar tekeningen maar die bloesjes en oorbellen had moeten beschrijven. De oorbellen en de bloesjes waren net zo schril fris als de bloemen.'
 

Tags: 
.. en als je daar woont denk je misschien eerder 'laat ik vandaag eens iets heel anders dragen..'
't is een uitgebreid woonblok, met binnenstraatjes, pleintjes en al..

Hundertwasser (1)

Onregelmatigheden. Daaraan herken je de gezonde geest, vond Friedensreich Hundertwasser, schilder en architect (Wenen, 1928-2000). Zelf droeg hij bijna altijd twee verschillende sokken.

In het gebouw van de gereedschappenfabrikant en kunstverzamelaar Würth - weer Den Bosch - is dezer dagen een Hundertwasser-tentoonstelling met 55 werken.
Hoe hij een held van W.F.Hermans werd weet ik niet. Hermans schreef over hem, bezocht zijn bouwsels. Ik vermoed ook dat hij gefascineerd raakte door die vreemde naam. Maar ook door zijn bizarre bouwwerken, zoals het Weense Hundertwasser-haus.
Vorig jaar zag ik het roze wooncomplex, de fameuze grasdaken - eindeloos nagevolgd, het VPRO-gebouw heeft een Hundertwasserdak - en mozaieken. En las over het 'raamrecht' en de 'boomplicht' die bewoners betrokken bij het wonen.
En ik zag die bewoners. Die doodgemoedereerd over de rand van hun roze balkons hingen.
Daar in Magdeburg werd ik teruggevoerd naar het Haagse nieuwbouwstraatje waar ik opgroeide en waar iedere baksteen heilig was. Roze? Bent u helemaal gek geworden? Denkt u nou echt dat de mensen...? Het eind zou zoek zijn. 
En ja.
 

de balkonspin dan.. die vliegt niet weg..

Kleine dieren

net landde op m'n scherm een lieveheersbeestje op het woord 'terreinen'toen wilde het naar 'eens liet zien'

k pakte m'n telefoontje
voor n foto
van de zelfdenkende cursor

maar 't kleine dier was gevlogen
had me door 

andere wereld.. de binnenstad, waar het nieuwe museum verrijst..
de bouw komt..

Braakliggende terreinen (3)

De dichter Adriaan Morriën zei eens: 'ieder kind moet de gang van de beschaving, vanaf de oertijd, spelend weer helemaal doorlopen'.

Het gebeurde - ook al in zijn jeugd - op nog onbebouwde landjes - in een wereld van modder, ijs, hout, steen en vuur. Daar leerde je als kind hoe ermee om te gaan, wat de gevaren ervan zijn. Wat is bruikbaar, wat eetbaar? Haal-en-breng-kinderen bestonden nog niet. Of je moest ziek zijn.
Daar, aan de beschavingsrand gaat het om vaardigheden als hutten bouwen van sloophout, bromfietssleutelen, je verstoppen, inbreken. Ouders zijn hier niet.
Dan komt onverbiddelijk de bouw, de hekken, het prikkeldraad.
Wat staat je anders te doen dan er overheen klimmen. Nog voel ik het in m'n vingers, rood van de kou. Mijn handen zitten vol splinters en bloedige schrammen. Ik heb er nog een groot litteken van op m’n knie - een roestige spijker, als onderscheidingsteken.
 

straks..
vanmiddag..

Braakliggende terreinen (2)

Een onbebouwd landje wacht op het bouwrijp maken. Een fabriek wordt gesloopt, het terrein wacht. Gaten in de tijd.

Waaruit Lara Almarcegui kiest die uitblinken in onbestemdheid. Zo in Den Bosch het terrein achter wat nu nog het Stedelijk Museum is. Dit als afscheid, want het verhuist naar de binnenstad.
De plek verandert steeds, pas nog heeft de gemeente deze zomer ontstane bossages gerooid. Eigenlijk moet je elke week even gaan kijken, want je weet nooit. Tot er op een dag een woontoren staat die de Jheronimus-toren (dit is Jeroenstad) heet, honderd meter hoog. Dan is het voorbij en de plek dood.
Vanmiddag was ik daar, passeerde HERAS hekwerken, beklom het opgebrachte zand en bekeek de bandsporen van de shovels. Hondenuitlaters zag ik denken 'wat moet die vent hier? Wat is daar te zien?'
Niets.

Maandag in de Avonden meer
 

Pagina's