Saul Leiter

 In het Joods Historisch Museum brachten Saul Leiters New York Reflections me terug naar mijn eerste Kodakfilmpjes.

 Kleur bestond in de jaren '50 al wel maar was duur. En 'er was iets mee'. Kleur werd lelijk gevonden. Vertaald in zwartwit kreeg de wereld iets artistieks. De grove korrel van de jaren '60 versterkte dat nog. Kleur was voor vakantiekiekjes. Bovendien verkleurde kleur. Pas rond 1970 gingen serieuze fotografen er op over. Som­migen verdommen het nog steeds. Waarom? Er waren discussies over het 'roodzweem van Kodak en het groenzweem van Agfa.

Ik monteerde voor kennissen van m'n ouders een 8mm film reportage van de Keukenhof op vier rolletjes Kodak van vier minuten. Helaas waren het bij ongeluk toch zwartwitte filmpjes geweest, en zo keek je naar de prachtigste beoogde kleur­contrasten in zwartwit. Ze werden toch vertoond in huis­kamer: 'kijk deze zijn geel'.

Dit kwam omhoog bij het zien van Leiters Kodachrome foto's - inderdaad met een gloeiende rode, oranje of roodbruine tint. Wat een afsnijdingen! En dan die spiegels. 

Brakmans schik

Zondag, in Enschede, bij de doop van 'Voltreffer', nagelaten stukken van Willem Brakman (1922-2008), zal ik 'iets zeggen'.

 Over de humor in z'n werk, dat is afgesproken. Nu hadden Willem en ik veel schik. Maar humor? Wat een raar begrip is dat toch. Iets als slagroom, die je over de werkelijkheid heen spuit om hem verdraaglijk te maken. Goed, we waren Hagenaars, en geen van beiden 'het slachtoffer van een gelukkige jeugd'. Was er iets dat daarop zou wijzen dan verzette hij zich met hand en tand. Zoals bij het zien van deze strandfoto waar hij denk ik vier jaar oud is:

'Hoewel een groepsfoto ben ik de hoofdpersoon: gezeten op de schoot van mijn vader, die beide armen om mij heen heeft geslagen, wat al met al een innig en lijfwarm tafereeltje oplevert. Kinderlijk geluk, aan het gemis waarvan ik een leven lang heb geleden, is hier echter niet betrapt, ik herinner mij het gefotografeerde moment in 't geheel niet en dat is ook juist.'

Denk dus nooit - als het begint te sneeuwen - dat Gerrit Hiemstra daar de hand in heeft. Het is Willem Brakman die uitmaakt of, waar en wanneer het zal sneeuwen. In Enschede, in Münster of in Den Haag. Wat men ernst en humor noemt zijn in z'n boeken onscheidbaar vervlochten. Hij is het zelf.

Tags: 

W.G.Sebald

 Die - vandaag tien jaar geleden, nabij Norwich - een hartaanval kreeg achter het stuur begon pas na zijn veertigste aan de uitzonderlijke reeks reisverslagen die eindigt met de roman Austerlitz.

 Een Duitser die kort na de oorlog emigreerde naar Engeland. En daar tenslotte begon aan zijn eigen geschiedschrijving en die van de Duitsers. Daarvoor schreef hij over literatuur en een ondergeschoven onderwerp: de vooroorlogse Duits-Joodse symbiose.

Zelf emigrant, kon hij schrijven over 'diegenen die het niet wordt toegestaan ergens bij te horen', over het nergens thuis zijn. Zo ontstonden boeken als Die Ausgewanderten (De emigrés): ‘Over mensen die zichzelf moesten achterlaten. Van wie alleen een huls overbleef.’ Op z'n 22ste ontmoette hij in Manchester Joden die ontkomen waren uit Keulen en Frankfurt, Worms en Wenen. In z'n Duitse jeugd in Schwaben waren geen Joden meer geweest. Toen vatte het idee post de doden recht te willen doen. De strijd aan te binden met de tijd, die reusachtige vernietigingsmachine.

 Vanavond in de Avonden.

Brancusi

Kunstimmigranten bevolkten Parijs tussen 1900 en 1960. Bran­cusi (1876-1957) kwam naar men zegt te voet uit Roemenië. Zijn atelier is bewaard, tegenover het Centre Pompidou. In het Haags Gemeentemuseum staat een versie van zijn raad­selachtige 'Prinses X' (1915-1916). Picasso wist het meteen: 'Een fallus!'. Een fallus met twee trapjes erin?

Laat me wat Freudiaans fantaseren. Brancusi vraagt erom. Trappen - wenteltrappen - doen denken aan de torens waarin prinsessen vanouds werden opges­loten. Zij zongen van de transen en staarden in de verte, wachtend op de prins met z'n lad­der. Daarbij zijn torens ook nog eens fallussen. En alle trappen - Jacobsladders! - voeren naar de hemel, dat spreekt. Hemels te kust en te keur.

Constantin Brancusi was van 1905 tot 1915 met zijn prinses bezig. Hij neigde er steeds meer naar de vorm te vervrouwelijken. In de richting van een vrouwengestalte met hangend haar. Met ingebouwde trappen, om haar te beklimmen dan toch. De ballen werden borsten. Het eindigde als twee beelden inéén.

 Maandag meer in de Avonden.

De stem van W.G.Sebald

 Eerder hoorde ik W.G.Sebald al eens Engels spreken. Dat ging de jarenlange docent in Norwich goed af. Maar zijn boeken schreef hij toch in het Duits. En zo lees ik ze.

 Nu hebben Jeroen van Kan en ik woensdag in de Avonden een programma ter gelegenheid van zijn tiende sterfdag, waar naast Joris van Casteren en Daniel Rovers ook zijn vertaalster Ria van Hengel bij zal zijn. En zij gaf me een fragment van een Duits sprekende Max Sebald. Hij leest een stukje uit De Emigré's (Die Ausgewanderten). Precies de goeie tekst. Dat Schwabische accent! Ik krijg er tranen van in m'n ogen. Dit is de toon, de melodie, de ernst, de relat­iveri­ng ook aangereikt, waarmee je Sebald moet lezen. Rillingen. Met die stem in m'n hoofd zal ik hem voortaan lezen..

Tags: 

Modern Korea (2)

 De telefoon kwam Korea binnen in 1898. Een van de eerste lijnen verbond het koninklijk paleis met het graf van Koningin Min, die in 1895 was vermoord, zodat de koning tijd kon besparen voor de 'gra­fbezoeken' die het protocol voorschreef.

 Termen als 'modern boy' of 'modern girl', in de wandeling 'mobo' of 'moga', kwamen uit Japan. Na de annexatie door Japan in 1910 brachten Japanse en Westerse invloeden een nieuwe, hybride massacul­tuur: film, literatuur, kleding, eten, lifestyle en internationale mode, met grammofoonplaten in het Koreaans én het Japans. Pas in de tweede helft van de jaren 1930 gingen de oorlogen van Japan wegen op de Koreanen.

 In de koloniale periode kwam ook Westerse literatuur, vertalingen van Baudelaire, Mallarmé en Verlaine, die in 1921 in een bloemlezing 'Dans van Vertwijfeling' verschenen. De Nederlandse dichter Slauerhoff, die in 1926 een bezoek bracht aan Pyongyang, ontging dat volkomen. Hij had alleen oog voor wat hij hield voor het oude, 'authentieke' Korea en besefte niet dat er Koreaanse schrijvers waren die dezelfde dichters lazen als hij. Charlie Chaplin bezocht Korea. Maar Slauerhoff was op zoek naar oude tempeldansen.

 Morgen na 22.00 in de avonden meer..

Yves Klein

 De schilder (1928-1962) die in 1957 uitkwam op het ultramarijnblauw, omdat hij ontdekte dat die kleur een nabeeld ach­ter­laat 'dat de toeschouwer doordrenkt', schreef ook gedich­ten. Zoals ik ontdekte op de verrassende expositie 'Parijs', over de hoofdstad van de kunst tussen 1900 en 1960 in het Haags Gemeentemuseum. Opeens zag ik daar het handschrift van Gerard Reve en een foto van hem en vriend Rudy Kousbroek, die in de lichtstad woonde. Reve vertaalde Yves Kleins 'Kom met mij in de leegte' (1957):

Steeds wanneer ik aan u denk

droom ik van onze vacantiedagen

toen wij, de armen  om elkaar geslagen

de wegen volgden

herinnert U zich nog

hoe ons pad steeds lichter werd

en alles begon te verdwijnen

de bomen

de bergen

de zee

en ook de bloemen

rondom ons was niets

opeens eindigt ook de weg

we staan aan het einde der wereld

zullen we teruggaan

nooit

Kom met mij in de leegte

Want U, U droomt toch ook

van de leegte, onze oneindige liefde

Ik weet dat wij zonder een woord te spreken

ons zullen storten in de afgrond

die onze liefde redt

de leegte wacht op onze liefde

zoals ik U elke dag verwacht

Kom met mij in de leegte.

Verhuizing Avondlog

Dit weekend wordt er druk gewerkt aan de oude Boekensite.

Nu al zit Avondlog hier op www.avondlog.nl

En vanaf maandag niet meer op de oude plek.

Modern in Korea (1)

Het lijkt wel of het na 1910 in een ommezien gebeurde. Opeens dragen de mensen hoeden. Rijden ze in auto's.

En ze zijn er heel precies in. De in 2008 gemaakte speelfilm 'Modern boy' laat zien hoe nauwkeurig een welgestelde moderne jongeman in het Korea van 1938 zich kleedde en gedroeg.
De film is te zien in het museum voor Volkenkunde in Leiden op 'Modern times', een tentoonstelling waar je kunt verzinken in het Korea van eens. De populaire grammofoonplaten beluisteren, films bekijken, affiches, boeketreeksboekjes. Het land was in 1910 door de Japanners bezet, de 'modern boy' met z'n witte maatpak en z'n auto is een collaborateur tot de rebellie tegen de bezetter ook hem aansteekt. Tegelijk kwam in die jaren de moderne tijd het land binnen.
Culturen kruisten elkaar, wat een vreemde schizofrenie voortbracht. Men doet iets na, men speelt iets mee. Maar wat een Koreaan eigenlijk dacht? Het deed me denken aan de 'Sovjetmens' die wel vijf levens tegelijk leidde en altijd op z'n hoede was. 

 

Bernke Klein Zandvoort (2)

Een opklapbrug opent zich, het brugdek maakt zich los van z'n omgeving en steekt recht omhoog. Een schip vaart door, de brug sluit zich weer.

Straks zullen de trams, auto's, fietsers en voetgangers even stilstaan en zich vergapen. Tot de brug weer in het wegdek verzinkt, onopgemerkt als voorheen. Maar wat gebeurt er nu echt?

Dichteres Bernke Klein Zandvoort - dit jaar afgestudeerd aan de Rietveld Academie, in het najaar komt er een bundel van haar bij Querido - beschreef en analyseerde het  voor het nieuwe nummer van het literaire blad Terras, dat volgende week verschijnt. Nu al te lezen op de site. Samen met haar bekeek ik het zich openen en sluiten van de Amsterdamse Hortusbrug. Conclusie: niets spreekt vanzelf. Elke dag vanaf ons opstaan construeren we een wereld die begrijpelijk genoeg is om in te leven. Bernke citeert een essay van Oliver Sacks over een man die na 45 jaar blind te zijn geweest opeens weer kon zien. Technisch deden zijn ogen het, maar zijn hersenen kon de continue aanvoer van beelden niet bevatten. Zijn wereld bleef versnipperd en onhanteerbaar. Hij werd weer blind.

Vrijdag na 22.00 te horen in de Avonden.

Pagina's