Lehmann op zee (2)

 Het was de enige zeereis met z'n vader, later heeft ie er nog verscheidene gemaakt. Terug naar de erudiete rechtenstudent in 1947 temid­den van een wel erg Hollands stel zeelieden.

 Officier O. meent dat na Suez 'het mensdom ophoudt'. Op 2 mei noteert Louis: 'Verveel me en verlang naar land. Zee zo dood dat men zich niet kan voorstellen dat er vissen in leven. Kan begrijpen dat beesten als Pelorus Jack (noot: 'mens­lieve­nde dolfijn') geliefd zijn.'

 Hij moet steeds maar patience spelen met zijn vader, de kapitein: 'Een zekere zin van het onvermijdelijke schijnt te maken dat men aan boord niet geheel in vervelingsrazernij raakt. Bij eten verhalen van T.O., drank en Coney Island. Verhaal over vuilheid van een man Smit en hoe deze in Mar­seille in witte uniform aan land ging en terug kwam met zijn rug vol rode lippen. Patiencecorvée. (...) Ga mee tot Napels. Verlang naar het eind van de eenzaamheid en van het gezelschap der bevaren kantoorbedienden. Het is vreemd hoe dicht iets aangenaams naast iets vervelends is. Als ik iemand hier aan boord had die me na stond zou ik genieten hem in de scheepss­feer in te leiden die voor mij zo alledaags is. Nu is de zeereis iets onwerkelijks met een vage ondertoon van tijd verknoeien.'

Tags: 

Lehmann op zee (1)

 Als zoon van een zeeman was hij 'niet voorbestemd naar zee te gaan', schreef Louis Lehmann. Toch liet zijn vader in z'n werk als dichter, scheepsarcheoloog en muziekkenner veel sporen na.

 Nu is een uitgave van kleine uitgever De Gouden Reaal met een waarachtig Scheepsjournaal van zijn hand. Het strekt van 28 april tot 8 mei 1948, toen hij met zijn vader meevoer op de ss. Algorab, vanuit Antwerpen. Als opvarende, dat was goedkoper. Zelfs zijn monsterboekje is bewaard, waarin staat dat hij in Livorno van boord ging. Op 26 april 1948 noteert hij:

'Een van de laatste dingen die ik meenam was de nagelvijl van Fanny, minder om schone nagels te hebben dan om en soort contact met Fanny te houden. Helderzienden prefereren metaal, ik ook, misschien alleen om E. & mevr. van Ham. Ontmoette F. op het station te Leiden. (Bleek dat ze bij haar 'schoonouders' heeft gelogeerd). Hoever is J. voor haar van belang?'

 In enkele regels ontvouwt zich een drama. Te beginnen met het tussen aanhalingstekens gezette woord 'schoonouders' (ken­nelijk de ouders van 'J.' bij wie Fanny logeerde, wat dat ook moge impliceren). En dit alles juist op het moment dat Louis moet afreizen. Later meer. 

Kleine uitgevers

 Reinjan Mulder is kleine uitgever geworden. Met stapeltjes boeken en bladen en een gloednieuw roodijzeren geldkistje zat hij achter het Babel & Voss stalletje op de Beurs voor Kleine uitgevers in Paradiso.  Ik kocht bij hem 'Wat we missen kunnen', een 'manifest tegen de overdaad'.

Gevaarlijke titel. Eens bedacht ik een radios­erie die 'Wat kan weg?' heette. En die bij nader inzien niet doorging. In Voltaires Candide legt Pangloss, bedenker van het 'P­anglo­ssisme' en leermeester van Candide uit dat wij in de beste van alle denkbare werel­den leven. Dus, met welk recht zou ik wat of wie dan ook overbodig kunnen verklaren? Dit boek bevat stukjes van mensen die denken dat ze het beter weten dan Pangloss. Behalve Kees van Kooten, met wiens bijdrage het boekje eindigt. Als volgt: '..­.mijzelf. Als kiespijn. Daarom sta ik niet met een stukje in Wat we missen kunnen.'

Tags: 

Nina Yuen (3)

Maar zelden komen filmen en schrijven zo dicht bij elkaar. David' (2010) zit vol toverformules om een verloren ge­liefde terug te krijgen, die je tegelijk ziet en hoort. Eén gaat zo (fragment):

 'Schilder op je ondergoed het ondergoed dat je zult dragen op de dag dat hij terugkomt. Schrijf Davids naam op een stuk papier en snijd het hart uit een appel. Stop het stukje papier in de appel en overdek de appel met kersenstrooisel. Strooi hier gekleurd suikerstrooi­sel overheen en steek lolly's in de zijkanten. Versier dit met chocoladesnoepjes en zuurtjes en zet de onderkant vast met strengen suikerspin. Snijd een grapefruit doormidden en steek er eetbare rozen in. Bedek het geheel met honing en tumtum­met­jes. Breng nog een laagje honing aan en leg een zuurtje in het midden.

 Bevrijdingsformule: neem het boek dat je doelwit je heeft gege­ven in handen en zing: 'Laat me met rust en verdwijn voor­goed.' Steek dan het boek in brand en kijk wat er gebeurt.

 

Nina Yuen (2)

 De filmloop Joan werd gemaakt in 2009. Nina vereenzelvigt zich met Jeanne d'Arc, die immers verbrand werd. Op de soundtrack vertelt ze bij de beeldcollage het verhaal van Jeanne, dat zich mengt met het verhaal van een mot (een fragment): 

Laatst sprak ik 's avonds met een mot. Ze probeerde een elektrische gloeilamp binnen te dringen en zichzelf te branden aan de gloeidraadjes. 'Waarom proberen jullie, meisjes, deze stunt uit te halen?' vroeg ik haar. 'Omdat het bij motten zo de gewoonte is? Stel dat het een onbeschermde kaars was geweest in plaats van een gloeilamp? Dan was je nu een onooglijk hoopje as. Heb je geen verstand?'
'Jawel hoor,' antwoordde ze, 'maar soms krijg ik er genoeg van het te gebruiken. Het is beter heel even gelukkig te zijn en op te vlammen dan je een leven lang te vervelen, dus verschiet ik al mijn kruit liever in één keer. Daar is het leven voor bedoeld. Het is beter heel even deel te zijn van iets moois en dan op te houden met bestaan, dan voor eeuwig te bestaan en nooit ergens deel van uit te maken.'

Maandag na 22.00 in de Avonden meer.
 

Nina Yuen (1)

 In de film Juanita (2010) waart de dood rond als poes. Nina Yuen likt een overleden moeder of grootmoeder in de nek als een poes. Met getekende snorharen, zoals een kind dat zou doen. De oude vrouw vindt het maar kriebelen.

Vanmiddag in Schiedam 'Lucid Dreaming' gezien, films met encadrering van de Hawaïaanse Nina Yuen. Ze lijken op 'he­ldere dromen', de zeldzame soort waarin je zelf kunt han­delen. Voortdurend is ze in beeld, maar ze kijkt je niet aan. Ingespannen is ze bezig met haar spel. Een ernstig kind. Dat verzinkt in ondoorgron­delijke handelingen en rituelen. Daarbij hoor je haar stem, die in zichzelf praat. En bijvoorbeeld beschrijft hoe ze zichzelf meet:

'Ik meet mezelf van mijn elleboog tot het puntje van mijn hand, van mijn linkertraan tot mijn rech­tertraan, van het puntje van mijn tong tot achter in mijn keel, van de onderkant van mijn kin tot het topje van mijn hoofd, van mijn linkerok­sel tot mijn vingertoppen, van mijn voeten tot het topje van mijn hoofd, van het puntje van mijn tenen tot aan het uiteinde van mijn gestrekte armen.'

Het is haar eerste solotentoonstelling in Neder­land. Yuen (1981) deed een opleidingen aan Harvard en de Amster­damse Rijksakademie. In het Schiedamse Stedelijk zijn vier films te zien, uit de periode 2007 tot 2011. Later meer.

Machiavelli

Prinses Máxima krijgt de Machiavelliprijs 2011. 'Voor de uitzonderlijke communicatieve kwaliteiten die de afgelopen 10 jaar haar werk als prinses hebben gekenmerkt', aldus de jury. 

Machiavelliprijs? Voor de echtgenote van een troonopvolger? Hm… Het boek 'De heerser' van Niccolò Machiavelli (1515) bevat raadgevingen voor vorsten. Over hoe hun macht te behouden. Stelregel daarbij: 'het doel heiligt de middelen'. Zo achtte Machiavelli het wijs als een nieuwe vorst eerst zijn rivalen liquideerde, het geslacht van zijn voorganger uitroeide en zijn vijanden om zeep bracht. Om de heerschappij te behouden adviseerde hij de volkomen vernietiging van alle tegenstand onder de burgerij. Een vorst moest wreed zijn, en gevreesd en - daarvoor - geroemd worden. Maar ook geliefd. Bij dat laatste speelden 'communicatieve kwaliteiten' een belangrijke rol. Zou iemand op het idee komen op 8 februari 'De heerser' eens aan Maxima cadeau te doen? 

Brakmans waterangst

Op 18 december as. wordt in Enschede een boek met nagelaten teksten van Willem Brakman gedoopt: 'Voltreffer'. En ik ben een van degenen die iets zal zeggen. Omdat Brakman nog steeds voor moeilijk doorgaat moet het over 'de humor in het werk van' gaan.

Willem en ik hadden veel schik, dat is zo. Maar humor? Wat een raar begrip is dat toch. Iets als slagroom, die je over de werkelijkheid heen spuit om hem verdraaglijk te maken.
Toen wij eens over de Scheveningse waterpartij roeiden gebeurde er veel ongerijmds. Om te beginnen: we huurden aan de Haringkade een bootje. Ik bood hem bij het aan boord gaan mijn arm, maar die sloeg hij af. Wat er gebeurde was eerder dat hij zich halsoverkop in de boot liet vallen.
Hij krabbelde op. Ik nam de riemen ter hand, hem gaf ik de radiomicrofoon, zeggende 'de waterpartij, vertel', hopend op een van de vele verhalen uit zijn werk die zich hier afspelen.
Er gebeurde heel iets anders. In een breed getrokken kader dat het 19de-eeuwse spelevaren en de waterkleur diepgroen omvatte begon hij over wat zich onder wateroppervlakken afspeelt. Daar leefden diersoorten, vertelde hij, die het op de geslachtsdelen van argeloze zwemmers hadden voorzien. Je voelde ze langs je benen glijden, gereed om toe te happen...
Lachkriebels bekropen me, maar ik hield ze binnen. Goddank, later vernam ik - wat ik niet wist - dat hij doodsbang was voor water.
Wat men ernst en humor noemt zijn in de boeken van Brakman onscheidbaar vervlochten. Hij is het zelf.
 

Tags: 

Hanny Michaelis

Op de onvolprezen Laurens Jz Coster-site vandaag een nagelaten gedicht van Hanny Michaelis (1922-2007), uit haar net opnieuw verschenen Verzamelde gedichten. Ik kwam haar op de Reguliersgracht halen als ze in Studio Amstel voorlas. Dat moest, ze was bang voor de 'arabieren' in de Halvemaansteeg. Stijf gearmd gingen we daar doorheen. Zij altijd 'n beetje koket, met haar mooie bontkraag.

Wat men gemakshalve
het leven noemt, is niet
al te vriendelijk met me omgesprongen.
Het maakte me tot wie ik werd,
iemand die wordt opgemerkt,
en daarna over het hoofd gezien,
omarmd en dan weer losgelaten.
Maar onvriendelijk was het ook niet.
Het liet me wolken zien en
sterrenhemels, bomen en water,
vlammende ramen in de avondzon,
de maan maagdelijk blozend
achter het traliewerk van een gashouder.
Het liet me treinen horen in de avond,
zingende merels en het drukke
tsjilpen van de kleine ontroerende
parmantige mussen.
(circa 1998)
 

Tags: 
en het nieuwe land
opspuiten..

Zand (1)

Erik Wesselo maakte polaroids en 16mm filmpjes van zand. In opdracht van de haven. Nu te zien in het Rotterdamse Fotomuseum.

 Het verdwijnen en ontstaan van land gaat overal het zelfde, in India, Korea, Dubai en op de Maasvlakte. Stuifzand aan zee.
Zandzuigers spuiten op. Even lijken oneindigheid en vergankelijkheid nabij - soms heb je alleen nog houvast aan het licht, de lucht of een betonskelet.
Zand en water, de grondstoffen van Nederland - komen aangewaaid, aangespoeld, worden opgespoten. Zand kan niet zonder water. De wereld verwoestijnt. Of spoelt onder.
De zandzak, de zandloper, de waterdruppel.
 Erik Wesselo kijkt toe. Zand is als water. Het ziet er steeds anders uit. Zuigen en spuiten. Daar lig ik, zand op het lijf, tussen de tenen, in ogen, in de navel, in het eten.

Morgen na 22.00 meer in de Avonden.
 

Tags: 

Pagina's