de radio

Vurrukkulluk

Amsterdam, 1961. Er hing iets in de lucht, maar wat? Op een dag ging Remco Campert zitten en schreef: "'Het leven is vurrukkulluk,' zei Panda."

Uit die zin, dat spelletje met het verschil tussen spreek- en schrijftaal kwam een revolutionair boek. Volgende week wordt het aan alle leden van de bibliotheken gratis uitgereikt.  Zeg nu zelf, het leven was in de literatuur van alles geweest, maar toch vooral een dal der plichten (Nescio), nooit eerder was het vurrukkulluk.

In 1995 las hij het in z'n geheel voor in De Avonden. Vooraf praatte ik met Remco. Die vertelde dat hij z'n romandebuut op z'n 32ste had geschreven, binnen twee maanden.  
Het verhaal van die ene zomerse zondag in 'de meest verwachtingsvolle tijd ooit', toen hij en z'n vriend Jan Vrijman aan het Vondelpark woonden. Het eind van de Leidsepleintijd en nog net niet het begin van de 'jaren '60'. Een 'gelukzalige tijd'.
Het ging dit keer goddank niet over de radeloos makende liefde en wat mensen elkaar dan aandoen. Het leven is vurrukkulluk heeft niets met liefde te maken. Het gaat over iets beters dan dat: de 'sublieme momenten'.
Luister maar.
 

Wim Noordhoek in gesprek met Remco Campert over Het leven is vurrukkulluk
Beluister fragment
werk van Armand Bouten
Bouten en Korevaar in hun atelier, eens..

De geest van het huis

Lisa Couwenberg bedacht iets. Het tentoonstellen van werk van vroegere bewoners. Te beginnen die van haar huis aan het Amsterdamse Molenpad 11, waar op 20 november 1965 de kunstenaar Armand Bouten stierf, berooid en vergeten. En in 1981 zijn echtgenote moest verhuizen, ook een vergeten kunstenares.

De buurman vertelde dat er allemaal 'vreemde beelden' naar beneden getakeld waren en veel schilderijen.
Lisa ontdekte dat ze Hanny Korevaar heette en de weduwe was van de schilder Armand Bouten. En nu komt er dan een tentoonstelling met het werk van Korevaar en Bouten. Te beginnen op 29 oktober.

En ook nog van vele anderen.
Toch zou ik liefst nog meer werk van zulke 'vorige bewoners' zien. Van kunstenaars in hun oorspronkelijke woonhuizen en ateliers.
Hier om de hoek werkte op een zolder - die er nog is - de vroege Mondriaan. En ik ken meer van die plekken. Waar het grote vergeten al begint.
 

3
2
1

Jan Roos (4)

'Een wereld van roestige boegrompen, dokken, steigers, dukdalven, scheepslassers, meeuwen,en de zee, geurend naar de gemengde wierook der maritieme zwaarmoedigheid.'

Het was Thom Mercuur die in 2006 Gerard Reve citeerde bij de door hem bedachte grote Jan Roos-tentoonstelling in het Museum Belvedère.
Schepen, rollen sleepnetten, pallets, kabels, heftrucks om containers mee op te tillen.. Waarin zit 'm de betovering? Toch zeker ook in de bovenmenselijke afmetingen

Er is wat publiek.. Gepensioneerde havenmensen vermoed ik, die het sloopwerk volgen, de contacten via portofoons met de lassers en de kraanmachinist. Ik praat met Jan Roos over scheepskleuren die altijd mooi zijn.
En denk aan het Dodenschip de Yorikke uit de roman van Ben Traven. Dat schip werd geschilderd als er verf was, nooit veel, zodat het alle kleuren van de regenboog had in een uniek vlekkenpatroon..
Geen wonder dat de kleuren, materialen en vormen van havens architecten zo vaak op ideeën hebben gebracht. 
 

achtergrond: de dijk van de Waddenzee
nieuw werk zoals 't meeste In Gorredijk
de sloop

Jan Roos (3)

De werf Welgelegen is uit de oude haven verdwenen en daarmee de lassers en anderen die hij zo vaak tekende. Ook Jan werkt nu in de nieuwe haven. Hij wil er even gaan kijken.

Er wordt een compleet schip gedemonteerd, het bovenschip hangt in de hengsels van een reuzenkraan. We zien hoe een ploeg slopers het losbrandt. Een kraanmachinist wacht tot ie het omhoog kan takelen. Jan schetst in z'n boekje.
Gebeurt er wat? We deinzen achteruit als het bovenschip krakend lijkt los te komen. Loos alarm.
Ik krijg een rondgang langs plekken die ik van z’n schilderijen ken. De aanlegplaatsen van de Engelsen uit Great Yarmouth, de Duitse vissers.
En daar is de lucht van de Urker visafslag.
Ik herken de steigers, de kranen, de zeedijk, het hout, het beton. De dukdalven, meeuwen die 'grote burgemeester' heten en wel 70 cm lang kunnen worden.
Avondzon valt op de kabels en maakt de schaduwen ervan steeds dikker. Kijk!
Er wordt gewerkt, overal. Ik word gewaarschuwd als een Engels schip z'n kabel straktrekt. 'Pas op, als ie knapt ben je dood.'

Maandag na 22.00 meer.

 

en de zelfde steiger
Jan Roos woensdag op z'n favoriete steiger.. de Waddenzeedijk op de achtergrond 

Jan Roos (2)

Heel je leven op een plek wonen, aan de haven van Harlingen. Die schilderen, steeds. Op verpakkingsmateriaal gevonden in de haven, dat hij uitspreidt op de grond. Meest buiten op een steiger. Ook wel binnen, maar nooit op een ezel.

Dit alles zonder een zweem van romantiek. Het havenbedrijf is nuchter en zakelijk. De mannen in oliepakken kennen Jan Roos wel. Dat hij het mooi vindt, vooruit maar.
Jan Roos is een groot schouderophaler.
'Toch niet té mooi?'
Hij laat me z'n plekken zien. De steigers, waarop hij het gepantserde verpakkingsmateriaal uitlegt waarop hij schildert. Waarin je vaak ziet hoe de ribbels van de planken erin doordrukten.
Niets is hier mooi volgens het boekje.
Kom je daarna in de oude binnenstad met z'n grachtengroene huisjes, piekfijn opgeknapt, dan weet je weer van mooi en mooi. Het evenwicht in z’n kijken en neerzetten, de materiaalkennis, opgedaan in een leven. Dat is Jan Roos.
Maandagavond na 22.00 in de Avonden meer.

Peter Morrens (5)

'Vergeet niet, ik ben een voormalige punk,' zei Peter Morrens. Zijn trui sprak voor hem. 'Kunst produceert geen heilige voorwerpen meer, ze beogen nu onmiddellijke ervaringen op te wekken.'

Hij worstelt met de taal. Ik zie hem op foto's in 1999 kilometerslang door Wenen sjouwen met een schrijftafel op de rug gebonden, op zoek naar een plek om eindelijk te kunnen schrijven. De schrijftafel belandt in een bos.
De taal in de kunst is saboteur, stoorzender en communicatiemiddel tegelijk. Ik zie hem duizend bladen beschreven met afgesneden gedachtegangen en waarnemingen uit een raam gooien, het toeval omhelzen op jacht naar betekenisverlies, in pogingen uit het verhaal te stappen.
Afbreken is bij hem een scheppingsproces. De val, de zwaartekracht zijn bondgenoten.
'Not to be trapped, let's fall again.'

Morgen na 22.00 is de rondgang te beluisteren die we maakten door het kunstencentrum De Voorkamer in Lier, waar hij werkt en exposeert.
 

Tags: 
3
2
1

Jan Roos (1)

Hier een schilder van dicht bij huis: Jan Roos (1951) schildert levenslang de haven van zijn geboorteplaats Harlingen, dat is hem genoeg. Op verpakkingsmateriaal dat hij daar vindt.

Hij woont daar ook, ik heb hem eens opgezocht, in 2006 op zijn atelier, een oude ankersmederij. Het hout in de kachel knapte. En dat was maar goed want Jan Roos is een man van weinig woorden. Er vielen stiltes in ons gesprek.
Zijn werk zit altijd aan de randen, zei ik. Hij schildert aan de rand van licht en donker, van land en water, van abstract en figuratief.
'Ja dat zou je wel zo kunnen zeggen.'
Hij had toen zijn eerste grote tentoonstelling in Museum Belvédère in Oranjewoud, die veel bijval kreeg.
Thom Mercuur zorgde ervoor.
Het was een vrijdag. De dag dat de vissers binnenvaren. We gingen kijken en ik merkte hoezeer Jan Roos deel is van de Harlinger haven. Iedereen kent hem.

En nu exposeert Jan Roos weer, tekeningen en schilderijen, in  Gorredijk, in Galerie Hoogenbosch, ook Friesland, iets meer landinwaarts. Later meer.
 

Tranströmer

Tomas Tranströmer

De naam Tranströmer vergezelt me al zolang ik bladen lees waar Bernlef aan meewerkt. Laatstelijk Raster, waaruit nu veel online komt. Lang dacht ik zelfs dat Tranströmer - wat een naam! - een pseudoniem van hem was. Hier uit 1982 het drieluik 'Prelude'. Over verhuizen - nooit eerder een gedicht gelezen over verhuizen. Met in het eerste luikje oa.:

'De toekomst: een leger lege huizen
dat zich een weg zoekt door de natte sneeuw.'

En tenslotte, in proza:

'De verdieping waar ik het grootste deel van mijn leven heb gewoond moet leeggeruimd. Alles is er nu uit. Het anker is losgeslagen - alhoewel er nog steeds rouw heerst, is het de lichtste verdieping in de hele stad. De waarheid heeft geen meubels van node. Ik ben het leven een keer rondgereisd en teruggekeerd naar het uitgangspunt: een leeggeblazen kamer. Dingen die ik heb meegemaakt vertonen zich hier op de muren als egyptische schilderingen, scènes aan de binnenkant van een grafkamer. Maar zij raken steeds verder uitgewist. Het licht namelijk is te sterk. De ramen zijn groter geworden. De lege verdieping is een grote kijker gericht op de hemel. Zij is stil als een quakerwijding. Wat je hoort zijn de achtertuinduiven, hun gekoer.'
 

Herinnering aan het sterfbed van mijn moeder (1965)  - olieverf en ach 'mixed media'

Roger Raveel (3)

Deze 'Herinnering aan het sterfbed van mijn moeder' (1965) hangt niet in Arnhem. Ik zag hem in 2008 in Oranjewoud toen Thom Mercuur 'Raveel in Friesland' inrichtte in Museum Belvedère.

Van de dode zie je niets dan haar profiel in één lijn en haar hand. Het meeste van haar is al elders.
Haar bed, het echtelijk bed, strekt zich ook naar boven uit. Al komen beide bedstijlen juist hard op je af. Kijk maar, die zijn van hout, niet geschilderd. Dit zijn vermoedelijk de
stijlen van het ouderlijk bed van Roger Raveel, de echte.
Boven het bed hangt het veelbesproken witte vierkant dat Raveel inzet voor al wat ons te boven gaat, nu met een vuile vlek in de rechterbovenhoek.
En de man op de rug gezien is z'n vader.
Al ging ie zelf op latere leeftijd ook steeds vaker een pet ('klak') dragen.
 

Het verschrikkelijke mooie leven (détail, 1965) - olieverf op doek en 'mixed media' waaronder levende kanaries
De schilder spreekt (1946) - vroeg zelfportret

Roger Raveel (2)

Raveel bracht een liedje bij me boven dat nu niet meer weg wil uit m'n kop: Ivan Heylen bezingt rond 1970 'De werkmens'.

Het alledaagse en het raadsel van het leven. Het zien wat iedereen over het hoofd ziet. Zoals de betonnen schuttingen en paaltjes. In 1967 noteerde hij voor Elsevier een aflevering van de reeks 'In gesprek met mijzelf'. En vertelde waarom hij op een dorp bleef wonen:
'Waar kan men beter het infiltreren van het moderne leven gewaarworden dan in een dorp. in de stad wordt alles onmiddellijk geïntegreerd en ziet men niet zo scherp de isolerende, tevens contrasterende - bevreemdende werking van publiciteit, het benzinestation, het beton, de auto... Ook het koren het gras, de koe moeten nog gezien worden. Niet binnen een animistische eenheid, maar wel vanuit een mentaliteit die vrij en meedogenloos deze dingen in ons tijdperk nog zou durven benaderen. Wat de gewone man van het leven maakt boeit mij.' 

Zie de werkmens van Heylen, die leeft van de 'patatten en tomatten' die hij zelf teelt op zijn 'roe', wat Vlaams is voor een moestuintje achter het huis. Bonenstokken genoeg bij Raveel.
Morgen na 22.00 in de Avonden meer.. 

Pagina's