uit: The adventures of a dreamer van Albert Grass (jaren '30)

Freuds Droomland (1)

'Freuds Droomland' gezien in 't Dolhuys in Haarlem.Niet gedacht, maar het is hartveroverend. Er was in New York vanaf 1926 een club van amateur-analytici die een Freud-pretpark ontwierpen voor Coney Island.

De Traumdeutung als kermis, met strips, films, bewegende poppen. Door amateurs verfilmde dromen, droomstrips.

Freud was in 1909 in New York en bezocht Coney Island. Albert Grass verzon in 1927 'Dreamland', uitgaand van de Traumdeutung. De miniversie van Zoe Beloff die hier te zien is dwingt je psychoanalyse te bekijken als een Efteling..
Wat wij doen en denken zonder te weten waarom, het onbewuste was Freuds grote ontdekking.
Freud zelf wist geen raad met Coney Island. In Europa was psychoanalyse tenslotte diepe ernst. Maar achteraf bekroop hem de twijfel.
 
Vrijdag na 22.00 in de Avonden meer
 

Hedwig and the Angry Inch, John Cameron Mitchell
Storm warning, Stuart Heisler
Orson Welles, Het proces

Robin Waart

Twee jaar geleden was in Avondlog veel ‘ondertitelkunst’ te zien. Van alle kanten werden me voorbeelden gestuurd van de onverwachte manieren waarop tekstregels en filmbeelden kunnen samengaan.

 En nu nodigt Robin Waart me uit voor de presentatie van een nieuwe uitgave van zijn boek ‘Part one’ en ik ontdek zijn website, vol grafisch vernuft. Vaak gebaseerd op ‘de magie der herhaling’.
En daar vind ik ondertitelkunst, maar dan anders. Robin Waart koos voor zijn werk ‘Thinking in pictures’ de filmregel ‘What do you think’. En vond hem eindeloos herhaald.
Het toeval nu.

Vanavond zit ik nog steeds met de speech in m’n hoofd die Arnon Grunberg hield tijdens het ‘vrij denken’ festival, afgelopen zondag. Waarvan de kern was: wij zeggen niet wat wij denken, daarop berust onze beschaving.Toch, de ‘waar denk je aan?’-vraag van Robin Waart zegt waar Arnon het niet over had: wij zijn geobsedeerd door de onkenbare gedachten van de ander. Wij zullen alles doen om er ook maar iets van te achterhalen. Brengen onze dagen door met vermoedens en gissingen. Proberen iets af te lezen aan gezichten.
En we zullen het niet weten. Wat ook beter is, voor iedereen    
 
Robin Waart presenteert z’n boek – met nog veel meer -  op 9 juni om 18.00 bij de Johan Deumens galerie, Herengracht 48 in Amsterdam
 

Tags: 

De pieren zijn weg!

'Vandaag weer 's op Kijkduin geweest en geconstateerd dat de golfbrekers er niet meer zijn,' bericht Haagse vriend Wim de Bie vanmiddag.

 'Bedolven onder het zand. Wist jij dat al?'
De 47 'Delflandse hoofden' tussen Scheveningen en Hoek van Holland zijn onzichtbaar geworden.
Zoals Wim schrijft: 'Ik weet dat de basaltkeien voor altijd in onze hoofden en voeten liggen opgeslagen, maar ze hadden ons wel even kunnen waarschuwen, zodat we op gepaste wijze afscheid hadden kunnen nemen (maar een rondje rond een pier zwemmen, zie ik me niet meer doen).'
En hij zegt dat het misschien beter is zo. Want er zijn er heel wat verzopen door de 'trek' rond de pieren. Waaronder ikzelf op n haartje na. Later schreef ik:

 'Mijn benen waren stijf en zwaar geworden. Bij iedere golf kreeg ik meer water binnen. Tenslotte kon ik alleen nog met moeite mijn gezicht boven houden. Ik keek recht in de zon. Mijn armen en benen hadden de strijd gestaakt, maar mijn hersens wilden terug.
Ik kreeg een arm half omhoog.'
(...)
 'Rillend, ijskoud, lag ik op gloeiend zand. Mijn hoofd nog vol razend zeegeluid braakte ik hulpeloos gulpen zeewater. Mijn arm was blauw. Er stonden mensen over me heen gebogen. Ik zag open monden en bolle ogen, ver weg boven grote knieën.
Later werd verteld wie me op het droge had gebracht.
Een gymnastiekleraar had mijn arm gezien, me eruit gehaald en kunstmatige ademhaling toegepast.'
 

Tags: 
Lucas van Leyden - Laatste oordeel (détail) 1526-1527

Rug (2)

 Er staat een groepje mensen te kijken naar iets wat ik niet zie. Ik zie alleen ruggen. .

 In het jongste nummer van het tijdschrift Kunstschrift - over Lucas van Leyden - schrijft Ann-Sophie Lehmann over het rugaanzicht.
Rugfiguren staan vooraan in beeld, waarschijnlijk omdat je zo ook een groep ziet staan kijken. Je sluit je als het ware aan bij de kijkers. Achter je - dat voel je - komen nog meer nieuwsgierigen aangedromd.
Als het naakten zijn zie je hun haren, hun ruggen en billen. 

 Lehmann gaat speciaal in op de engel die een geredde ziel - de naakte man - naar een leven na de dood moet geleiden, en hem met de hand op z'n kont de goede kant op duwt
Je leeft mee met de hand en de aarzelende rug (zal ie meegaan naar de hemel? hij praat nog met een mooi meisje?) van de engel, die ons over de schouder aankijkt met een blik van 'zie die sufferd nou'.
 

de verijdelde handkus, ontwerp uit 1740
stel vrijmetdselaars drinkt thee, ontwerp uit 1744
slapende vrouw, versie uit 1850

Kitsch?

Vanmiddag gezien wat geldt als een toppunt van smakeloosheid: Meissener porselein, in Kunsthal Kade in Amersfoort. Maar het liep anders. Ik keek m'n ogen uit naar die figuurtjes uit een onbegrijpelijk geworden tijd.

Niet alleen hun kledij, hun pruiken en kousen, vooral hun houdingen, de manier waarop ze elkaar tegemoet treden, kopjes thee drinken met geheven pink, elkaars hand kussen, dansen of de poes aaien.
Vrouwen en mannen zitten er kleurig en onberispelijk bij.
In één woord, alles is mooi. Geluk, in breekbaar porselein gegoten. Geen vrouw (of man) zonder blosjes. Ze glimmen, zoals alleen porselein kan glimmen.

Wat er maar te vinden is aan definities van het woord kitsch schiet hopeloos tekort. Het woord komt van de Münchener rommelmarkt, omstreeks 1860. En verwijst ruwweg naar massaal geproduceerde beeldjes en plaatjes voor een groot publiek, sentimenteel, melodramatisch. Namaak-kunst, smakeloos.  
Sinds Jeff Koons wordt daar wat anders over gedacht, ik weet het, maar ik neem ze nu maar eens serieus. In het Meissener porselein wordt iets uitgedrukt dat ongrijpbaar is geworden.
Een rituele vormelijkheid waarin men zich thuis voelde. En veilig. Terwijl je weet dat de Franse Revolutie niet ver is. En dat het porselein en al wat er aan precieuze kleding en gebaren in ligt opgeslagen onherroepelijk aan scherven zal gaan. 

Niettemin herrees de Meissener porselein fabriek telkens weer, en bestaat tot op de huidige dag. Er is 'behoefte aan'. Maar waaraan?  
 

de jurk verandert van kleur

Karin Hanssen (4)

Eerder schreef ik over de tiendelige serie 'The borrowed gaze', de geleende blik, die Karin Hanssen schilderde naar Gerard Terborghs 'De vaderlijke vermaning' (1653)

Nieuwe opvattingen van een in zijn tijd eindeloos gekopieerd doek. Ze schreef er een essay bij waarin ook de blik op de rug voorkomt.
Schilderijen op de rug gezien zijn - anders dan foto's - zeldzaam. Magritte zag het raadsel.
Karin Hanssen ook.
De toeschouwer kijkt in de zelfde houding als die waarin het meisje is geschilderd. Gaat zich identificeren met een personage dat anoniem blijft.
Je weet niet wie zij is, je blijft raden.
En daardoor weet je ook even niet meer wie je zelf bent.
Zo je dat ooit al weet.
Dat verklaart denk ik het succes van het schilderij: wie er naar kijkt bestaat even niet.


 

detail - op de achtergrond probeert Chistus de voeten van een rebellerende Petrus te wassen, rechts vermaken de discipelen zich met een clowneske dwerg (ook op blote voeten)  

Avondmaal (2)

Het Laatste Avondmaal is het keerpunt in het Nieuwe Testament. Het 'plotpoint' in het verhaal. Je weet, na dit verraad is er geen terug meer. Christus zal sterven.

Het Utrechtse schilderij uit 1521 werd ook al op een keerpunt in de geschiedenis gemaakt. Al in 1578 werd het klooster Nieuwlicht, waar het op het altaar stond gesloopt door de Beeldenstorm.
Wie het drieluik in veiligheid hebben gebracht is onbekend.
Het schilderij werd gemaakt in de overgangsperiode naar de renaissance, je ziet gewone mensen inplaats van heiligen met aureolen. In alledaagse kleren in plaats van dure, kwasi-oosterse gewaden. 
Stel je voor, het drieluik was het hele jaar gesloten, zodat je alleen de buitenpanelen met de heiligen Nicolaas en Catharina zag, Alleen op feestdagen ging het open en zag je het tafereel waarin alles tegelijk gebeurt. De toeschouwers waren gewend door de tijd heen te kijken.
Links is Christus bezig de rebellerende Petrus de voeten te wassen, rechts in de verte draagt hij al z'n kruis. Terwijl hij in het midden probeert Johannes een stukje lamsbout te voeren.
Het ontroerende blijft dat geen van de vrolijke Avondmaalsgasten weet wat ze boven het hoofd hangt. Behalve Christus en Judas natuurlijk.
En wij toeschouwers. Wij weten zelfs al dat de Reformatie over Nederland zal komen en dat het schilderij na 1578 zal moeten onderduiken en pas in 1925 weer boven water zal komen in het bezit van Jacques Goudstikker.

Morgen na 22.00 in de Avonden meer.
 

de eerdere in de reeks, posities en volgorde kunnen nog steeds veranderen..
'Weerslag', Waterwerk nummer zes. het voorlaatste

Ruud Kuijer

Maandag as. wordt de acht meter hoge betonnen sculptuur Waterwerk VI, geheten 'Weerslag' van Ruud Kuijer gepresenteerd. De voorlaatste in de rij. Rudi Fuchs zal een beschouwing houden.

In 2009 was ik eens bij Ruud te gast en zag de mammoet-collages die hij sinds 2002 langs het Amsterdam-Rijnkanaal heeft opgericht. Hoe zeg je het, ze weerspiegelen de omgeving in beton.
Ruud Kuijer weet van bekisting, wapening en belasting.  
Lage Weide, eind Isotopenweg, daar moet je zijn. Langs het kanaal. Waar vind je nog zo'n onbedorven mengeling van industrie- en bedrijfsterrein, spoor- en waterwegen? Met hopen grint en reuzenstapels buizen, biels en heipalen? Plakken gemorst beton.

Ga kijken op 'Lands end'.
Er is geen plaats waar kunst, industrie, water- en spoorwegen  zo logisch tezamen komen.
De schippers, zijn permanent publiek, hebben er schik in, zegt Ruud, al vragen ze onveranderlijk 'Wat moet 't voorstellen?'
Nou ja, 't is wat het is. Kijk om je heen.
Maar dat gieten blijft link. Begeeft de bekisting het dan ben zo twee ton cement kwijt.
 

Dylan met de harmonica, het is een Marine Band

Dylan

Als één geluid voor mij de jaren '60 heeft getekend was het de mondharmonica van Bob Dylan. Vandaag wordt de bespeler 70.

Mijn buurman Onno die in Vredesmarsen meeliep en nooit zonder peacesign gezien werd, draaide niet alleen permanent muziek - wat in die jaren gewoon was, stel je niets voor van gesprekken of het lezen van boeken, er werden langspeelplaten gedraaid, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat, nogal hard..
Maar Onno draaide ook nog eens uitsluitend platen van Bob Dylan. Tot diep in elke nacht. En dat in een studentenhuis met halfsteensmuurtjes. En zo'n harmonica is erg doordringend.
Mijn relatie met Dylan is bepaald door Onno. Ik geef toe dat ik ook zo'n harmonica-houder en een Hohner Vereinsharmonica heb bezeten. En ook dat de demo die hij opnam met The Band en die later Little White Wonder heette mooie liedjes bevatte. Voor anderen dan, zonder mondharmonica.
Maar z'n teksten zijn me vaak te stoned (dezer dagen gaf ie eindelijk toe hoeveel ie gebruikt heeft) te humorloos, te would-be poëtisch en te gelijkhebberig. En dan de kokette manier waarop hij met de Amerikaanse folktraditie omging.
Dat is tot daar aan toe, in popmuziek kan veel, maar als hij die mondharmonica nou eens...

Voor de Onno's van Nederland maakte ik samen met Peter de Lange  op de VPRO-radio de Bob Dylan-story, nu opgegraven door Nienke Feis en te horen in ons radioarchief.
 

de brief..
duister...

Karin Hanssen (3)

Wat je al niet kunt zien - of denken te zien - aan een rug. Schaamte? Schuld? Verlangen?Karin Hanssen, de Antwerpse schilderes kondigt een solotentoonstelling aan in Nederland, in oktober. Ik heb daar lang naar uitgezien. Gebaseerd op haar tiendelige serie naar 'De vaderlijke vermaning' van Gerard Terborgh (1653), een schilderij dat in z'n tijd veel gekopieerd werd.

De vrouwenfiguur met het satijnen gewaad werd populair, en tussen 1653 en 1750 vele malen opnieuw geschilderd door Terborgh zelf, tijdgenoten en latere schilders. Karin schilderde tien kopieën na.
 

In de eerste kopieën verandert de positie en de kleding van de vrouw niet, haar betekenis wel. In de versies die Karin koos verandert het decor, de kleur, er is een brief, een bed. Zo benadrukt ze, zegt ze, de rol van de vrouw wier lot bepaald wordt door anderen. 
In de kleine verschillen tussen de kopieën sluipt dan toch een persoonlijkheid. Die elke nieuwe vrouwenfiguur een minimale identiteit meegeeft.

 

Pagina's