Rijksmuseum Twenthe - minus 30 miljoen?

Kunst (1)

Griezelig halfhartig zijn de pogingen waarmee de kunst zich poogt te verdedigen tegen de snoeiplannen van staatssecretaris Zijlstra. Nu weer de Rijksmusea. Trekken ze één lijn? Nee. Vandaag maakt NRC-Handelsblad zich boos.

Wat doet de 'sector'? Die komt met een onderzoek dat deze staatssecretaris 'een handvat' (au!) moet bieden. Om wat te doen? Wat dacht u? Als Zijlstra uitgelachen is verdwijnt  ook dit handvat in de prullenmand.
't Is weer het bij voorbaat meeheulen, je in bochten draaien om maar aan te tonen dat kunst heus niet alleen geld kost maar ook wat oplevert.
Terwijl het gaat om de cultuurhistorische traditie van Nederland en ons prestige in het buitenland. Niks minder.
Het zelfde laffe gedrag als laatst de zg. Tafel van Zes. En dan nog wat zaniken over een 'betere coordinatie en samenwerking'. Of zou het museaal bestel werkelijk zo droef in mekaar zitten?

Nederland is een van de meest welvarende landen van Europa.
Het gaat om - macro-economisch bezien - schertsbedragen.
In het buitenland fronst men de wenkbrauwen. Dit is eenvoudig de PVV slijmen. En het zal doorgaan, reken maar. Verlies van een derde van het budget. Sluiting van musea etc.
 

 

George Hitchcock (1815-1930), een schilder die de bollenvelden ernstig nam

Bloemen

Sinds ik een keer in een auto met een bloemenkrans over de motorkap naar huis mocht terugkeren, waar de auto werd geparkeerd in een straat vol bloemenkransauto's ben ik verkocht.

Het corso dat ik zag vond ik betoverend, de bloemenkoninginnen en prinsessen namen me mee naar ver. Later kwam ik er vaker toen mijn vader bussen Duitse dames begeleidde naar de 'Koikenhoof', waarbij hij ze toespraak door 't busmicrofoontje.

Mijn genadeklap kreeg ik van de Amerikaanse schilder George Hitchcock, die deel uit maakte van de Amerikaanse schilderclub die hier eind 19de eeuw bivakkeerde
Of nee, die klap kreeg ik van een verontrustend mooie, blonde, bruinogige vrouw die me tien jaar geleden opgewekt dit schilderij  onder m'n neus duwde en zei 'kijk dat ben jij'.
Ik?
Je ziet een moedeloze, verslagen ridder in wapenrusting door een bollenveld trekken. Z'n banier sleept achter hem aan.
Geen toelichting. Zo zag ze me.
 

Irmgard Keun

Irmgard Keun (3)

 Er zijn vrouwen die volharden in het dragen van een bepaalde satijnen broek, al is de rits stuk en moet een veiligheidsspeld voorkomen dat ie afzakt. Onweerstaanbaar.

 Irmgard Keun stond op het dragen van zijde. Zijden blouses, altijd, al mankeerde er een knoop of zat er een vlek. Ze zag er piekfijn uit in het café, tot ze opstond. Dit uit de monografie van Hiltrud Häntzschel.
 Het is 1936, de Nazi's verbieden haar werk. Als 'Das Mädchen mit dem Kinder nicht verkehren dürfen' niet mag uitkomen besluit ze naar Holland te gaan. Daar wacht exil-uitgever Landshof. Haar nieuwste echtgenoot Arnold Strauss heeft zijn laatste geld in hun emigratie gestoken, maar het verkeerd begrepen. Irmgard wil helemaal niet met hem gaan samenwonen in Holland of waar ook. Ze gaat alleen.
 Stuurt hem wel nog een charmant verlanglijstje: '...ik heb niets meer om aan te trekken dat me staat. Alsjeblieft, ik heb een paar schoenen nodig, een paar espadrilles, twee hoeden, twee sets ondergoed, twee zomerjurken (sportief), een donkerblauw complet, drie paar kousen, en eigenlijk hartstochtelijk graag een kameelharen mantel... Krijg je het benauwd kleine? Draait het voor je ogen? Alsjeblieft, help me! Dit is absoluut belangrijker dan woninginrichting. Het zijn zakelijke onkosten... en die betalen zichzelf terug.'
 

Tags: 

Wethouder

Carolien Gehrels, wethouder van Cultuur in Amsterdam doet mee aan een project van kunstenaar Jonas Staal. Over wat kunst en politiek met elkaar te maken hebben.

Gehrels maakte zich onsterfelijk en voor eens en voor altijd volstrekt duidelijk met de steen die ze door de te slopen Sandbergvleugel van het Stedelijk museum gooide. Dat was in 2006. Zij zit er nog, en het Stedelijk is nog steeds niet af. Graag praat ze over het 'toenemend ongemak' dat politici zich niet over kunst zouden mogen uitspreken. Hm. Ze doen het anders steeds en graag.
In W 139 in de Warmoesstraat gaan acht kunstenaars en politici, waaronder zij, begin mei vier dagen lang 'intensief doorpraten'.

Wat blijft daar van over? Jonas Staal zegt dat het gesprek een Gesamtkunstwerk wordt. Wat betekent dat het besprokene wel wordt uitgetikt, maar dat de namen van de sprekers daarbij worden weggelaten. Echt waar, ik verzin niks.
Tja, de Babylonische spraakverwarring was tenslotte ook een Gesamtkunstwerk. En, zou er iets van belang gezegd worden?
Later meer. Oa. over de introductie die Gijs Frieling zal geven.
 

Tags: 
de fameuze loopbrug naar het Maagdenhuis..  halsbrekend kun je het moeilijk noemen.. dit is een toeristisch bruggetje 
 

Het Grote Gelijk van de Kameraden (2)

voor G.In 'n café op de hoek van de Dam fluisterde m'n vriend Maarten me in 'ik ben lid geworden van de Partij'. Dat kon alleen de CPN zijn, andere partijen 'as such' bestonden niet. Het was denk ik 1966..

Lid zijn betekende dat de partij boven alles ging, zeker ook boven vriendschap. Ik zag Maarten niet meer. En dan, de linksen waren met zoveel en hadden zo'n overweldigend gelijk dat ik een tijdje in ernst dacht: pech voor mij, maar zo wordt de wereld.
In 1969 schreef ik in het literaire studentenkrantje Propria Cures op waarover in de stad al weken werd gekonkelfoest: een spektakulaire bezetting. Parijs 1968 was geweest, Amsterdam kon niet achterblijven.
Mij leek het dwaasheid, Provo had zichzelf intussen al opgeheven, en met Provo was alles in Europa en daarbuiten toch begonnen. Moesten deze studenten nu ook nog 's achteraan komen kakken?
Ik onthulde: 'Naar verluidt zint men in Amsterdamse studentenkringen op het bezetten van het Maagdenhuis. Het zoeken is alleen nog op een geschikte aanleiding.'
Maar de folklore voltrok zich, iedereen die de voorgaande boten gemist had kwam als revolutionair op de foto, ook Harry Mulisch.
Niet lang daarna zei de linkse ASVA het abonnement op Propria Cures op. Dat scheelde 10.000 abonnees.

Toen ik in 1973 deel 1 van de Goelag Archipel van Solshenytsin las, zag ik al m'n vermoedens bevestigd. Lees het! Het is onvermoed geestig.

Tags: 
De Kroon aan het Rembrandtplein.. vergaderzalen op de eerste en twee verdieping, op een bord beneden in de hal stond met krijt aangegeven wie waar vergaderde

Het Grote Gelijk van de Kameraden (1)

Toen Marcel Möring vanmorgen bij Wim Brands bij het bespreken van zijn ‘Louteringsberg’ zijn ervaringen met het actiewezen in de jaren '70 en '80 aanroerde zette hij bij mij veel in beweging.

Allereerst dacht ik: er zou een boek moeten komen, geschreven door een verstandig mens met humor dat heet 'Linkse mensen'.  Straks is heel die wereld, dat grote gelijk verdwenen.
Als student uit Den Haag ontmoette ik ze in 1966 voor het eerst tijdens een bijeenkomst van 'Politeia', de linkse studentenclub die vergaderde in de bovenzaal van de Kroon. Een ernstige bijeenkomst waarbij veel 'moties' en 'resoluties' werden aangenomen.
Daarbij viel steeds het woord 'arbeiders', waarmee kennelijk gedoeld werd op zowel kantoor- als fabrieksmensen. Studenten waren daar 'jonge intellectuele arbeiders'. Ze moesten van alles, bv. voor het DDR-regime zijn.
Dat woord arbeiders bevreemdde me, ik vroeg waarom ze niet gewoon de verzamelnaam 'werknemers' gebruikten. Niet wetend dat 'arbeider' hier een heilig woord was.
Er ging een golf van verontwaardiging door de rijen.
'Wie is die kameraad?' vroeg een man die zich woedend naar me omkeerde en die later Vrij Nederland-redacteur Igor Cornelissen bleek. Kameraad?
Toen ging het mis tussen links en mij. Later, in 1969, nog veel erger.

Bert Schierbeek

Schierbeek

‘Het is veel erger dan je denkt. Als je denkt, is het nog erger’. Citeerde plaatsvervangend burgemeester Bas Eenhoorn van Alphen de dichter Bert Schierbeek bij de bijeenkomst ter herdenking van de slachtoffers van het bloedbad.

De nieuwslezer in het journaal mopperde bij de beelden nog dat 'Schierbeek toch niet zo bekend was'. Die had liever Borsato gehad, vermoed ik.

Ik herinner me Bert Schierbeek (1918-1996) oa. van z'n China-reis in 1979. Hij vertelde erover op de radio. Het was nog in de verboden jaren. Bert mocht als dichter mee met een Nederlandse delegatie onder leiding van Joop den Uyl.
Een hoogtepunt was de beklimming van een zeer hoge pagode. Daar moest Bert vanaf zien om z'n hartkwaal.
En zo kwam het dat Den Uyl en alle dignitarissen de klim begonnen, terwijl Schierbeek en een zeer oude Chinees, die ook had moeten bedanken, samen achterbleven.
Het duurde en duurde. De stilte werd ongemakkelijk, Bert sprak geen Chinees en de Chinees niks buiten Chinees.
Van pure zenuwen begon Schierbeek te neuriën. De vijfde van Beethoven. En wat, tot zijn verwondering?
De oude Chinees haakte in. Samen beëindigden ze de Vijfde.
Daarna zette de Chinees de vierde van Haydn in. Ook dat ging voortreffelijk. Grote pret! En o zo teleurgesteld toen het gezelschap de trappen - geheel bezweet - weer af kwam..
 

Tags: 
Stefan Zweig en Joseph Roth in Oostende, zomer 1936.

Joseph Roth (1)

Eind jaren '30, de oorlog nadert stap voor stap. En dan de Europese hoofdsteden langs reizen, per trein, van het ene luxe hotel naar het volgende steeds met achterlating van schulden.

 De gedachte daarbij is: je bent rijk, of zou het althans moeten zijn. En ben je het door omstandigheden even niet dan gedraag je je er nog steeds naar. Obers blijven knipmessen tot alle geldleen, en verpandmogelijkheden zijn uitgeput, je zit zonder winterjas, in de sneeuw in Salzburg.
Zo moet Joseph Roth geleefd hebben in z'n jaren met Irmgard Keun (de betere schrijfster), die het opschreef in 'Kind aller länder'. Leven als een rijk man, zonder geld. Met open mond volg ik de geesteshouding die hier bij past: angst, drank, zwendel, manipulatie. Theater!
Ik denk dat het hotelcircuit ook niet zonder dit soort gangmakers kon: 'Kijk, Joseph Roth, de schrijver'. Men hief het glas. Zo redde hij het.

 Een scène uit Irmgards 'Kind aller Länder'. Vader is weer spoorloos, moeder en dochter achterlatend met honger:
'Mijn moeder en ik zitten vaak op een bank. Dan doen we onze monden open, zo dat zon naar binnen schijnt; dan eten we zon en voelen in onze buik een warm en gelukkig leven.'
 

'over dit ding valt niet veel te zeggen. of heel veel. hier werkt in feite niets. hier werkt alleen het beeld'

Gerrit van Bakel (2)

'En toch was de machine goed', een zin (1940) van de piepjonge W.F.Hermans die met kracht omhoog kwam bij het zien van werk van Gerrit van Bakel (1943-1984).

Z'n eerste grote machine was majestueuze Dag- en Nachtmachine' (1975-1977) die bewoog op de uitzetting en inkrimping van massa, als gevolg van inkrimping en uitzetting van materie gedurende de etmalen.
Rudi Fuchs was de eerste die Van Bakel in het Van Abbe neerzette en over hem schreef.

Wezenlijk gaat het bij machinebouwers altijd over de goedaardigheid van de machine tegenover de onbetrouwbaarheid van de mens. Er zijn er meer, bv. in het Dr. Guislain in Gent kun je de machines van Van Lankveld zien.
Voor mij telt maar één ding: de gedachtegang moet kloppen.
Mijn favoriete Van Bakel  is de 'Middelgrote probleemdrager' (1984)
Zei Gerrit: 'Het is zo dat alles wat wielen heeft, wagentjes zijn die de geest vervoeren. Omdat ze zo langzaam gaan of omdat ze zo'n merkwaardige inhoud hebben, of omdat ze helemaal niet kunnen rijden vervoeren ze de geest.'   
 

Irmgard Keun (1905-1982)

Jaloezie

 Oostende en Amsterdam. Nu ik steeds verder in het werk van de Duitse schrijfster Irmgard Keun doordring (vlekken) kom ik onvermijdelijk bij echtgenoot (een van de) en drinkpartner Joseph Roth (1894-1939).

 Ze kwamen elkaar in 1936, op de vlucht voor de Nazi's, in Oostende tegen, de relatie duurde tot 1938. Ze verkasten naar Amsterdam, waar uitgevers als Querido nog wel eens een voorschot gaven.
Jaloers was Roth, niet zuinig: Schrijft Keun: 'Ik kon het huis niet uit. Sliep ik in dan had ie een vinger in m'n haar vastgewoeld, en die bleef daar tot ik wakker werd. Z'n waanzinnige jaloezie dreef me in 't nauw.....'
In Parijs smeerde ze hem met een marineofficier.  
Nu lees ik het o zo amusante 'Kind aller länder' (Querido, 1938). En er gaan me lichten op.

 Hoofdfiguur is een tienjarig meisje dat permanent met haar ouders in hotels woont.
De vader is een op en top herkenbare Joseph Roth. Steeds laat hij vrouw en dochter zonder geld in veel te dure appartementen achter en reist godweetwaarheen achter onduidelijke inkomsten aan.
Ze overleverend aan wantrouwig hotelpersoneel.. 't Is, als in al Keun's werk, de tijd van geen geld.
En die Roth-achtige vaderfiguur? Mijn god, een charmeur, een bietser, een totale ramp.  
Maar in de ogen van zijn dochtertje? Een held.
 

Tags: 

Pagina's