de kamer

Een kamer in het verleden (4)

Morgen, maandagavond even na half elf, de eerste bevindingen van Paulien Cornelisse, zonder internet, gsm etc. in het Lauwersmeer.

Geen idee hoe ze staat tegenover de bezwaren van filosofen als Sloterdijk en Neil Postman tegen de nieuwe media. Verliezen we ons vermogen tot concentratie? Drijven we willoos mee op de golven van informatie?
Toch is er onmiskenbaar iets aan de hand. Het brein is eindeloos kneedbaar, leggen neurologen uit. Het blijft zich aanpassen aan wat het binnenkrijgt, levenslang. Als je je informatie voornamelijk van Internet haalt verandert dat dus zeer waarschijnlijk iets aan je manier van denken, lezen en schrijven. Nooit eerder had een communicatiesysteem zo'n invloed op ons dagelijks leven.

Hoe herprogrammeert Internet onze hersens? Is het ernstig, valt het mee, of is het juist een zegen?
We leven precies in de goede tijd om te kunnen vergelijken. De meeste van onze proefpersonen hebben de oude - internetloze - tijd nog meegemaakt.
 

de schapen en de meisjes in Headcharge
de film over drie schermen

Almagul Menlibayeva

Komt uit Almaty, Kazakstan. In het nieuwe Antwerpse Museum voor Hedendaagse Kunst (MuHKA, aan de Schelde) zag ik haar video Headcharge.

De steppe. Een kudde schapen, en een groepje meisjes in zilveren kleren. Geen klederdracht, eerder design.
De meisjes vrijen met de schapen, lang en intensief, menig schaap wordt aangehaald en gekust. Ze lijken het prettig te vinden. Tegelijk krijgt het optreden van de meisjes trekken van een rituele dans. Een van hen is Almagul zelf, ze schijnt in al haar films mee te spelen.
Het ritueel, want dat is het, zet zich voort. De meisjes dansen - nu naakt - met herders op de steppe. Dan volgt een feestmaaltijd, groots opgezet en aangekleed.
Het menu verraste me toch nog: schaapskop. Opgemaakt en geserveerd op tafelzilveren schotels.
De film eindigt ermee dat de meisjes schaapskop eten. Met smaak. Het vreemdste van Headcharge is zijn innerlijke logica.
Je kijkt, en je denkt  'ja natuurlijk'.

Menlibayeva zegt erbij dat het gaat om een 'een romantische en melancholische reflectie over de bruuske culturele ontwikkeling van haar thuisland’. Ze werkt in Berlijn en Amsterdam.
 

Evelien van 't Wout vanavond in de studio
zeldzame bewaarde Herme in het Archeologisch museum van Athene

Goden (3)

Evelien van 't Wout leerde me dat het oude Griekenland behalve de bakermat van onze cultuur ook een andere wereld is. Je moet moeite doen erin door te dringen. Inderdaad, 'they do things differently there'.

Hoe ga je om met zoveel goden? Zeker als hun nogal menselijke gedrag ze soms onbegrijpelijk maakt? Wat is goed of slecht als ze er daar boven zelf een potje van maken? 
Hoofdbrekens. Discussie. Vanavond begreep ik dat je daaraan een beschaving herkent.
Een van die goden was Hermes, hij ging over het reizen. Zijn beeltenis stond op vele straathoeken, ook bij de toegang tot openbare gebouwen en had de vorm van een buste op een piedestal met op de juiste hoogte een penis in erectie.
Niemand vond dat raar, de gewoonte was om er in het voorbijgaan even vriendschappelijk over te aaien. Misschien om hem gunstig te stemmen.
Bij het zg. Hermenincident van 415 voor Christus werd in Athene een groot aantal van die beelden door onbekenden vernield (de koppen er af geslagen). Pijnlijk, want de volgende dag zou een oorlogsvloot uitzeilen naar Sicilië. Een expeditie die - zonder de steun van Hermes - dan ook jammerlijk mislukte.
Toen het Christendom kwam zijn alle Hermen vernield of begraven, dat spreekt. Dat een god een penis zou kunnen hebben die de gelovigen streelden? Ondenkbaar.  
 

Evelien 't Wout
Beluister fragment

Goden (2)

De Griekse godenwereld werkt nog steeds door, ook in de Nederlandse literatuur. Zo schreef F.Bordewijk ‘Eiken van Dodona’. Het oudste heiligdom waar een orakel was. Morgen meer van Evelien van ’t Wout.

 De Odyssee (ca. 800 vChr,) verrmeldt al dat in Dodona een 'hoogoverbladerde' eik stond die de wil van oppergod Zeus liet horen. En die van z’n heidense echtgenote Dione.
Die eik stond er toen al eeuwen. Hoe hij sprak is niet duidelijk. Luisterden de priesters naar het geritsel van z'n bladeren? Naar het geluid van de koperen ketels die er omheen hingen? Je moest je vraag op een loden strip schrijven en indienen. Zulke strips zijn teruggevonden.

 Nog iets dat het Christendom ontbeert. Tenzij je de Paus als een goddelijk geinspireerd orakel ziet. Maar de paus noch enige priester zal antwoord geven op vragen als die in Dodona werden teruggevonden. Zo vraagt Lysanias 'of het kindje waarvan Annyla zwanger is niet van hem is?'
En: 'Parmenides informeert bij Zeus en Dione of het verkieslijk en beter is om thuis te blijven.'
Het Oudgriekse was een praktisch geloof. Bestond er een Grieks Mythologische kerk, ik meldde me. 
 

Tags: 
Rudy Kousbroek op de weranda in z'n achtertuin

Het meer der herinnering

Vrijdag na zevenen komt Evelien van 't Wout in de Avonden praten over haar verzameling teksten van 'ooggetuigen' uit het oude Griekenland. Vragen te over.

Zo zijn er dunne gouden blaadjes gevonden met instructies voor wat te doen als je na je dood de onderwereld betrad. Er werd ook daar vrij snel een onderscheid gemaakt tussen goeden en slechten, maar dan.
Pasgestorvenen hadden een verschrikkelijke dorst. Onder de goeden kon je je onderscheiden door juist niet van de eerste de beste bron te drinken. Je moest wachten met drinken tot je wat verderop kwam bij het 'Meer der Herinnering'.
Daar staan bewakers bij die vragen wat je komt doen. De instructie zegt dat je moet antwoorden 'Ik ben een zoon van de aarde en de sterrenrijke hemel. Geef mij snel koud water te drinken uit het meer van de Herinnering'.
Dan kom je goed terecht.
Want, staat er, 'daarna zul je heersen met andere heroën'.
Maar hoe gaat dat in z'n werk? De tekst breekt af. Er staat nog 'Dit is het werk van de herinnering (...) omwikkeld in duisternis...'.

Nu kom ik iets dichter bij de titel van de vijfde bundel Anathema's van Rudy Kousbroek, 'Het meer der herinnering' (1984).
Maar.. Maar?
 

Tags: 
Jaring Dürst Britt en Paul Elliman (rechts, met vogelfluitjes) in de kloosterhof achter de Mariaplaats

Future Park

'Teach Me to Disappear' heet het project waarmee kunstencentrum Casco in Utrecht z'n seizoen opent. Het maakt deel uit van een tweeluik over het park in onze tijd.

En het gaat over Detroit. Een stad die binnen korte tijd van 2 miljoen inwoners terugging naar een half miljoen.
Is er nog leven na het sluiten van de autofabrieken?
'Teach me to disappear' gaat over Belle Isle, een eiland in de Detroit rivier, eens het grootste stadspark van Amerika.
In 1880 gemaakt door de man die ook het New Yorkse Central Park ontwierp. Sinds 2002 is het gesloten. De Engelsman Paul Elliman en de Amerikaanse Nicole MacDonald filmden in de vervallen en gesloten dierentuin die daar was, de Belle Isle Zoo.
Met organisator Jaring Dürst Britt en Elliman liep ik van Casco naar een oase in de Utrechtse binnenstad, de oude kloostertuin aan de Mariaplaats.
Elliman had z'n vogelfluitjes bij zich. Wat we van de vogels kunnen leren is volgens hem onder meer uitsterven. Of je verstoppen. 'Teach me to disappear'. De mensheid zou op z'n minst minder aanwezig kunnen zijn, meent Elliman.
Donderdag na achten zijn ze te horen in de Avonden. 
 

Jaring Dürst Britt en Paul Elliman
Beluister fragment
hek van de kluis aan de kerkkant (van later datum)
het schrikbeeld waar het om begonnen was: de hel.. links de duivel..

Alyt (2)

Indrukwekkend was de inkluzingsceremonie, volgens een voorschrift sinds de elfde eeuw. Eigenlijk was het een begrafenis. De ingekluisde stierf immers voor de wereld.

De kluis was een graf, dat ingewijd werd met een speciale mis.  
De kluizenares lag daarbij op haar buik op de vloer en legde een gelofte af van armoede, kuisheid, gehoorzaamheid etc..
Er werd gezongen, en tenslotte werd de ingekluisde met stof bestrooid onder de woorden 'Rust in vrede, amen'. Dan ging de kluis plechtig op slot. De bisschop had sleutel. 

Er waren dus twee getraliede openingen in de cel van Alyt in de Jacobikerk. De eerste die van de foto van gisteren, de tweede is verdwenen en zat aan de straat.
Daarlangs ging het verkeer met de buitenwereld, kwam eten naar binnen en gingen fecaliën naar buiten. De ingekluisden verdienden zelf hun kost. Zalf die ze maakten werd daar verkocht. Aan die buitenopening kon je Alyt ook om raad vragen. Ze nam zelfs de biecht af.  

ps. de ook Utrechtse zuster Bertken (1426-1514), die in haar cel gedichten schreef, zat in die zelfde jaren ingekluisd in de Buurtkerk
 

en de wederopstanding des vleses,, onbekende Utrechtse meester (fotokopie, het origineel is in het Centraal Museum)
de kluis van Alyt ziet uit in de kerk
achterzijde van de schildering met het Alyt-verhaal: het Laatste Oordeel, de duivel schijt vuur.. (1562)

Alyt (1)

Er is geen portret bekend van Alyt. Maar haar naam en haar verhaal hebben haar overleefd. Ergens vóór 1492 liet ze zich 'inkluizen' in de Utrechtse Jacobikerk. Vanmiddag stond de deur daar aan.

En daar was de kluis van Alyt, vrijwel intact. 
Het idee om tot je dood, opgesloten in een kleine ruimte, uitsluitend God lief te hebben ontstond in de 3e of 4e eeuw. Je verdiende er het eeuwige leven mee, bleef gespaard voor hel en vagevuur. Maar de voorschriften waren streng: kleding moest wit, zwart of grauw zijn, geen luxe 'lijnwaad' aan bed of lichaam. Het dragen van kousen en schoenen was geoorloofd, maar velen gingen zomer en winter barrevoets. Wie z'n kluis verliet, werd uit de kerk gebannen.
Toch leefden de ingekluisden niet zo geïsoleerd. Men kon ze om raad vragen, ze waren een soort lokale heiligen. 

Zo'n kluis moest uitzien op het altaar, zelf bleef je onzichtbaar. Deze kluis is de enige die in Nederland bewaard bleef. De twee getraliede vierkante vensters komen uit op de kerk, de kluizenares ademde dus alleen kerkelucht. Ook leefde zij in schemerdonker: de Jacobikerk had vensters van gekleurd glas.
Veel ingekluisden kwamen voort uit de adel en de welgestelde burgerij. Het stond in aanzien om rijkdom en aanzien te verwerpen.
Hoelang de vermogende Alyt Ponciaens het heeft uitgehouden is niet bekend. Het record staat op naam van Agnes Durocher, dochter van een rijke Parijse burger, met tachtig jaar, van 1403-1483. Het zijn meest vrouwen geweest. Morgen meer.
 

de heizee

Grafheuvels

Met D. (Kitty) Hooijer liep ik vorige week over de bloeiende hei. Langs de plaatsen waar we een jaar geleden opnamen maakten voor ons lange gesprek in de Avonden van 14 juli.

Ditmaal verdwaalden we niet. Weer kwamen we langs de grafheuvels die ze als amateurarcheologe bestudeerde.
'Ik raap niks meer op,' zei ze, met een blik op de steentjes voor onze voeten, doelend op mogelijke pijlpunten uit de prehistorie. Dat was ooit een tic van haar. Elke stukje vuursteen kan een pijlpunt zijn. 
Ik vroeg haar of ze nog wel eens archeologische gedichten schreef? Dat doet ze, er zullen er binnen afzienbare tijd ook gepubliceerd worden.
Achteraf mailde ze: 'Maar ik moet ze opnieuw maken omdat ik moet peilen of en in hoeverre de gedachte dat iets lang geleden is me nog zo pakt of dat de geologie het heeft overgenomen.'
En stuurde een nieuwe versie van 'Kerk op de heizee' dat ik vorig jaar van haar kreeg: 'Laatste kerk op de heizee'.

de muren zijn om, kijk 
een berg miniatuur armen en benen
ebbenhout, zilver of was

daaronder de zeskanten kapel
blauw van de hoop uit de adem
van de Mariagebeden

ga door de tweede potshol
de steen met de bloedgoot
voor alles wat at, ademde en
wilde winnen van alles wat at

de goden werd wijn opgedrongen
nooit knielde de slachter, nooit
nam een god een beet van het offer.

En ze tekent aan: 'Het gaat over een plaats die eens een bron of een kruisweg heeft gehad en altijd belangrijk is gebleven. Oude steentijd, jongere steentijd, kapel, en dan kerk bovenop alles. Tenslotte moest de kerk weg. Het is in Drente zo gegaan.'
 

Tags: 
Daniel Kehlmann
z'n alter ego Leo Richter, door Frank Stockton

Daniel Kehlmann

Van wiens roman 'Het meten van de wereld' (2004) meer dan twee miljoen exemplaren verkocht zijn weet van mislukking. De romans en verhalenbundels die hij voor die tijd schreef flopten stuk voor stuk.

Over leven na het succes gaat niet alleen zijn laatste bundel 'Ruhm' maar ook het korte verhaal 'Het portret van Leo Richter' (2008).
De hoofdpersoon is schrijver en heeft moeite met geïnterviewd worden. Een afwijking van lang geleden, lijkt het. 
Wat is er tegen je laten interviewen?
Leo Richter is bang voor tal van dingen, van grote honden en dronken mensen tot inentingen en varieté-artiesten die iemand uit het publiek vragen op het podium te komen. 
En nu heeft hij toegezegd mee te werken aan een geschreven portret in een grote krant. En de interviewer ontpopt zich als een stalker. Hij blijkt alles - ook pijnlijke zaken - van hem te weten, belt hem voortdurend, en legt tal van verbanden die Richter niet bevallen.
Kortom Leo Richter ziet in het brein van de ander een karikatuur van zichzelf ontstaan. Hij zegt de medewerking op. Maar dat maakt het alleen maar erger. Het stuk zal toch verschijnen. De journalist stuurt hem negen pagina's schriftelijke vragen.
En, als zo vaak, eigenlijk wil de journalist zijn vriend zijn.
En dan - ik verklap het - staakt ook de schrijver Daniel Kehlmann zijn medewerking. Hij verlost zijn alter ego uit z'n lijden door hem niet meer wakker te laten worden.
Een literaire euthanasie. 

ps,. F.Bordewijk probeerde het in 1962 nog uit te leggen aan radio-interviewer Gregoor, maar vergeefs.
Ook Remco Campert schrijft erover in de Volkskrant van vandaag, zaterdag 28 augustus: 'Als een drenkeling neem ik mijn hele leven door...' 
 

Pagina's