1
2.
3

Verloren

Arie Schippers stuurt foto's zonder woorden.Bij mij komen ze vrijwel meteen opzetten. Hoe lang zou deze gewoonte al bestaan? Zelf doe ik het ook.Meteen denk ik me in.

Eerst komt de kindpaniek van het verliezen. Die in het handschoentje, het wantje zit. Niet voor niks worden kinderwantjes soms met een koordje - door de jasmouwen heen - vastgemaakt. Bij het thuiskomen is iets er niet. Wat nu?
Ik leerde dat je precies moest nagaan waar je geweest was. Je route in omgekeerde richting moest terugdenken.
Kan je je herinneren of je ze toen nog, daar nog had, allebei? En daar?
Ik heb de hele weg terug naar school afgelegd alle ligusterheggen afspeurend.
Zoeken, hoe doe je dat?

monumentstekst
Hugo Sinzheimer
het monument van boven gezien

Geesten

Een bezoek aan Berlijn heeft op mij nog vaak een zelfde uitwerking als een bezoek aan Verdun. Eens ging ik op weg naar Douaimont, het reuzen ossuaire in de heuvels en werd tegengehouden door de geesten. Het zelfde gebeurde in het Italiaanse Verdun, de Monte Grappa. Daar - boven Bassano del Grappa - reed ik de berg op waar in de Eerste Wereldoorlog net zo lang een loopgravenoorlog heeft gewoed tot vrijwel iedereen dood was. 'Ga terug,' zeiden de geesten.

De geesten spraken tot me in een blokhutachtig bergcafé, waar vergeelde foto's achter glas hingen van tanks en groepen militairen. Het sneeuwt hier boven. Elke winter trekt het vocht achter de fotolijstjes. Het is pure beklemming. 
'Ga terug, je hebt hier niets te zoeken.'
En ik ging terug.

In Berlijn, onder de Rijksdag, is een monument voor de - meest joodse - slachtoffers onder de parlementsleden van de Weimarrepubliek.
En daar opeens zag ik de bijna Nederlandse plaatsnamen 'Blomendaal' en 'Overeen'. Horend bij de naam van Hugo Sinzheimer.
Ik zoek hem op, hij vluchtte en werd na 1933 hoogleraar arbeidsrecht in Nederland, werd opgepakt en losgelaten, en dook tenslotte onder. Hij overleefde het Nazibewind en stierf in september 1945 in Bloemendaal-Overveen. Aan ''Haftfolgen'' zegt het monument.  
En nu die twee spelfouten.

boerenkunst. op het paardenwagentje in het midden liggen klassieke korenschoven, het boerenduo links is van deze tijd
strorollen
de oogst

Oogstkunst

Voorbeelden van dit soort boerenkunst zag ik op meer plaatsen in Brandenburg. Dit stond naast een boerderij niet ver van Wittenberge aan de Elbe. 'k Herinner me dat er in de tijd van de korenschoven ook wel poppen van gemaakt werden. Toen kwam de Combined Harvester die rechthoekige balen stro uitscheet, waar niks mee aan te vangen was.

Millet, Van Gogh, korenschoven. En dan een hele tijd niks.
Tot een paar jaar terug de strorollen (en de hooirollen) op de velden verschenen.
Strorollen liggen zo lekker in het landschap - vooral tegen een heuvel - dat ze wel geschilderd moeten worden, wat gebeurde en gebeurt.

Oogsten, vooruit ik herinner me het uit Zeeland. Bij m'n oom op Tholen werd het gedaan door Belgische gastarbeiders, die - voor de regen kwam - dag en nacht doorwerkten bij petroleumlampen. Op een dieet van brandewijn en oliebollen (alcohol, meel en vet).    
Was de oogst binnen, dan had je feest.

de Locloods van Wittenberge
de machinist
klassiek beeld: de stoker
hij rijdt

Stoom (1)

Terzijde van het station van Wittenberge stuit ik op weer een industrieel monument. De stad is er zo rijk aan. Een groot model halfronde loods voor stoomlokomotieven, met een draaischijf ervoor, een watertank en meer, veel meer.En dan gebeurt wat niet kan wat te toevallig is: er komt een stoomlocomotief aangereden met vijf wagons erachter, en die begint te rangeren.

De geur van stoomlocs, beschrijf hem: rook met verbrande olie, het is m’n vroege jeugd.
Hier ontdek ik dat er morgen een groot stoomfeest, een ‘Bahnerlebnis’ is in Wittenberge, georganiseerd door de vereniging die hier om me heen staat ’Historischer Lokschuppen Wittenberge e.V.’  
En ik word meegetroond, als Hollandse journalist, eerst met de jonge stoker op de loc, die nog in de jaren ’70 in de DDR heeft gereden.
Ik bovenop een stoomloc, nooit eerder gebeurd. Eerst het laddertje op, dan de ijzeren klapdeurtjes, dan het vuur. En, wat ziet de wereld er hierboven anders uit.
En dan door de machinist die al 48 jaar stoom rijdt: ‘Wat er ook gebeurt, als er maar stoom is.’
Hij is 70. Ik geef hem gelijk, zwarte vingers hebben we nu allebei.
En die geur, die verlaat je nooit.
Morgen dus.

Ik wandel de nacht in, laat het geluk van stoom achter me.

de man kent z'n plaats
Julie Haase-Werkenthin - Tanzkleid 1927 (wellicht zelfportret)

Pailletten, Posen, Puderdosen (1)

De poederdoos van mijn moeder was een wonder, ook omdat hij zelden werd gebruikt.Na het zien van de tentoonstelling van jaren ’20 mode in het Berlijnse prentenkabinet (ze hebben de grootste collectie modeschetsen en ontwerpen uit die tijd) heb ik een beeld van de vrouwen achter de hoedjes. Ze kijken verlaten, licht wanhopig soms. Dat komt, leer ik, omdat er kort na de Eerste Wereldoorlog weinig mannen meer over waren.

Kostwinners of minnaars waren moeilijk te vinden. Een zekere terughoudenheid spreekt ook uit het jongenskoppie, zegt Sabine Heintzenberg, die een mooi stuk in de catalogus schreef. Maar na 1920 veranderde dat snel.
De poederdoos! Je moest er goed uitzien als je uit dansen ging. Misschien is de ongenaakbare blik van mannequins een erfenis uit die tijd.
Over de uitvinding van  poederdoos later meer.
Veel vrouwen stonden alleen en emancipeerden. Er komt een ‘nieuw vrouwentype’: de ‘Nachkriegsberlinerin’. Make-up op straat werd normaal: poeder, rouge, lipstick, oogschaduw en mascara, die namen droegen als Rêve d’or of Tabu. De cosmetica-industrie was geboren.

Willink boven Charlottenburg
Rococo, alles inbegrepen

Onweer (1)

Panne. Geen verbinding, de boze droom van bloggisten. Je hoort er te zijn. Droom van onmisbaarheid.'t Was Berlijn. Nu is het Wittenberge. Hieronder iets van het achterstallige.

’t Is na middernacht.Onweer.Dit wordt het Internetcafé. ’t Hotel gaf valse hoop op Internet. ‘Aan de overkant.’
Maar nu toch niet meer.
 
Onweer brak los, juist de avond dat ik het slot bezocht..
’t Drupt nog wat na, maar de grote bui boven Charlottenburg is nu over.
De dreigende lucht vooraf maakte er al een Willink van. Een stelletje musici in barokdracht kwam naar buiten om een sigaretje te roken. Hun pruikjes hielden ze erbij op, surrealisme is overal. Ik had al wel gehoord dat er muziek werd gemaakt onder de kroonluchters, en van de affiches begrepen dat er een eetarrangement aan was verbonden. Ik trof het, het Berliner Residenz Orkest had z’n rookpauze.
Natte kasseien. Nu, Charlottenburg na regen, Berliner Luft en Duft, Duft, Duft.. De buurt komt de straat op, frisse lucht scheppen. De deuren van de stripclubs op dit rijtje gaan open. Opeens heel veel identieke blonde meisjes op de stoep. De Turkse restauranthouders zeggen tegen elkaar ’t wordt nu toch wel wat minder’.

Tags: 
Marije Nie op Facebook, waar ik haar meeuwduet vond.

Marije Nie

 'Marije Nie performing 'tapping gull' with the Barockpuppies at the New Years Eve Concert at the BIMhuis Amsterdam. December 31-2008.'

 Tapdancer Marije Nie doet een duet met een meeuw. Gull, girl, meeuw, meisje. Maar hoe...?. Mirakel!

Tags: 
Waterwerk nummer 5 staat op z'n sokkel.

Ruud Kuijer (4)

Toch nog een foto van het vorige week geplaatste Waterwerk 5, genaamd 'Circuit', de komende jaren volgen er nog twee in deze rij. Al ligt hun volgorde nooit vast. Ze hebben allemaal een hijsoog.Deze heeft iets van een hut. We zijn er getwee in gaan staan om door de vensters naar de wereld te kijken. De trein naar Amsterdam kwam voorbij. Aken bij de vleet.

Ik zei 'Trains en boats and planes'. Zo’n liedje dat uit een enkele regel bestaat die alles zegt.
Ja, dat kende ie. 
Hoe Ruud de Gemeente, Boskalis en Rijkswaterstaat zover heeft gekregen? Hij spreekt de taal van het beton. Die wordt overal verstaan. De reeks nieuwe buitenbeelden in het Centraal Museum begint al op de stoep, onbewaakt, en o wonder, nog geen graffiti. 
Binnen staat z'n verleden. Ga kijken en verbaas je over de wasteil. Nee, het is niet 'estetisch' en ook niet gezellig.

Komende vrijdag opent Henk van Os de tentoonstelling Binnen Buiten.

een oase in de stad
Natascha met een model van het huis 

Mart van Schijndel (3)

Vanmorgen stond ik dan in het woonhuis (1992) dat de Utrechtse architect en ontwerper Mart van Schijndel (1943-1999) in 1992 voor zichzelf ontwierp aan het Pieterskerkhof in Utrecht.Niet alleen de raamformaten doen Japans aan, ook het matglas dat doet als Japans papier aan.

Van Natascha Drabbe, die de laatste zeven levensjaren van Van Schijndel deelde, leer ik dat ook de gebruiksvoorwerpen, die hij maakte - we kijken naar de lampen, de Delta-vaas, de boekenkast - eigenlijk hun vorm kregen door 'vouwen'.
Metaal en glas werden door Mart van Schijndel gevouwen alsof ze papier waren.
Je ziet dan ook geen schroeven of andere bevestigingen.
Ze hangen als het ware in de lucht.
Het huis is bedacht als een stilistisch geheel. Alles in één handschrift. Het is gebouwd rond twee patio's. Je leeft hier met de rug naar de stad, er zitten alleen en paar kleine matglazen ramen in de buitenmuren. Wat strijdig lijkt met de Hollandse tradities van uitzicht, licht en lucht en ruimte.
De strepen van de zijmuren van de kerk van Orvieto zie ik. Strepen in de gevel, in de kleuren van het plaveisel en de kerk. Strepen binnen, in zachte pastelkleuren. De zon gaat hier op, en onder tegen grijs, blauw, geel, nooit glimmend.
Als je huis je hoofd is, zit je hier goed.
Natascha woont er nog steeds in het huis en blijft Marts ideeën uitdragen.
In het najaar meer. 

Mart van Schijndel

Mart van Schijndel (2)

Zaterdag en zondag zijn de Dagen van de Architectuur. Daarom sta ik morgen in het woonhuis dat de Utrechtse architect en ontwerper Mart van Schijndel (1943-1999) in 1992 voor zichzelf ontwierp aan het Pieterskerkhof in Utrecht.Menigeen wordt lyrisch over dat huis. Het past in de grootse traditie van 'autobiografische huizen' van Eames, Rietveld, Charreau, Cattaneo, Malaparte en Eileen Gray,' zo leer ik. Er wordt gesproken over 'literaire en poëtische aspecten' die zich vermengen zich met 'een bijna Japanse sfeer van eenvoud en raffinement'. Ook is sprake van een 'mediterraan gebruik van kleur en licht'.

Als verslaggever zal ik morgen na 11.45 in de Weekendeditie van de Avonden nagaan wat daar in zit. Zover ik dat kan.
Het huis - dat op de Utrechtse monumentenlijst staat -
is bedacht als een stilistisch geheel. Alles in één handschrift. En rond een mediterrane patio.
Wat strijdig zou kunnen zijn met de Hollandse tradities van licht en lucht en ruimte.
Eerst maar eens kijken.
Ook naar de afmetingen van de ramen.

Pagina's