Theo Jansen met de Animaris Umerus
de poten
de doopplechtigheid

Theo Jansen (1)

 Vanavond hield op het Haagse Ypenburg de uitvinder en beeldend kunstenaar Theo Jansen zijn nieuwste Animaris ('strandbeest') ten doop. Het was de Animaris Umerus ('met schouders'). Dit in het brede kader van 'de week van Ypenburg', georganiseerd door 'randwachter' PJ Roggeband. Ik verrichtte de doopplechtigheid door het beest een glaasje zeewater voor te houden, dat het met hulp van zijn maker opzoog. Toen kwam het - na enige haperingen - in beweging.

 Van 15 tot 24 juni zal de Umerus dagelijks op het Haagse Zuiderstrand in actie te zien zijn bij de strandtent 'De Fuut'
In en bij Theo's werkplaats op de 'Haagse heuvelrug', is de geschiedenis, zeg gerust de evolutie van zijn strandbeesten uitgestald. Ze bewegen zich voort gebruik makend van de elementen.

 Zijn grootste uitvinding lijkt toch wel die van de poten waarmee ze zich voortbewegen. Als Scheveningse jongen weet Theo dat je in mul zand niets hebt aan wielen. Met hulp van de computer kwam hij tot tweeledige poten. Die geen hotsende gang veroorzaken zoals de benen van een mens. Nee, de heupgewrichten van de beesten blijven steeds op de zelfde hoogte. Ze lopen soepel.
Ze kunnen nu ook denken. Lopen ze zich vast dan keren ze om.
Trouwens hij heeft extra veel PVC elektriciteitspijp ingekocht want binnenkort verdwijnt dat bouwmateriaal, waaraan zijn beesten hun skeletachtig voorkomen danken. 

 Ik ga komende week bij hem langs voor een gesprek over zijn 'alternatieve evolutie', want dat is het.

John Cage
Sarah van Sonsbeeck (pasgeleden in Rome)

Sarah van Sonsbeeck (3)

 Komt vaker voorbij in De Avonden en op dit log. Als architecte ging ze in de kunst. Waar ook ruimte is, ruimten zijn. Eerst maakte ze 'Mentale Ruimte - Hoe mijn buren gebouwen worden' (2006). Sinds 2008 is ze resident artist aan de Rijksacademie. Bij ruimte hoort geluid. Geluidshinder bracht haar bij John Cage, die in dit filmpje uitlegt wat muziek is en wat geluid.

 'When I hear what we call music, it seems to me that someone is talking. And talking about his feelings or about his ideas, of relationships. But when I hear traffic, the sound of traffic here on sixth avenue for instance, I don't have the feeling that anyone is talking, I have the feeling that a sound is acting, and I love the activity of sound. What it does, is it gets louder and quieter, and it gets higher and lower. And it gets longer and shorter. I'm completely satisfied with that, I don't need sound to talk to me. We don't see much difference between time and space, we don't know where one begins and the other stops.
 People expect listening to be more than listening. And sometimes they speak of inner listening, or the meaning of sound. When I talk about music, it finally comes to peoples minds that I'm talking about sound that doesn't mean anything. That is not inner, but is just outer. And they say, these people who finally understand that say, you mean it's just sounds? To mean that for something to just be a sound is to be useless. Whereas I love sounds, just as they are, and I have no need for them to be anything more. I don't want sound to be psychological.'

 Sarah: 'Het mooie is dat Cage nog steeds niet zegt wat muziek eigenlijk is. Hij zegt alleen iets over wat muziek voor hem 'doet'. Het kan voor hem een achtergrond zijn. Een soort persoonlijke achtergrond die hem bindt aan de plaats waar hij woont, een thuis. Maar meer een mentaal huis, in de zin dat het geen muren heeft en misschien voor anderen helemaal niet herkenbaar is. Zo eigenlijk hoopte ik dat architectuur zou zijn, toen ik na mijn studie ook als architect ging werken. En ik zoek het nog steeds. Zo zou het moeten kunnen zijn. Een huis dat net is als je hoofd.'
Vragen te over. Ik ga ze haar binnenkort stellen.

optreden: Johnny wordt Sinterklaas
geschenk bij het huwelijk van Hans Sleutelaar: het recept van de fameuze preipureesoep (1987)

Johnny van Doorn (2)

Behalve het 'libretto' van Oorlog & Pap, de Monografie van Nico Keuning (met foto's en facsimile’s van brieven, teksten en gedichten) en mijn schetsen wordt ook gewerkt aan een audiovisuele bijlage met radiohoogtepunten op Cd’s en een DVD van de film 'Valse lente' van Peter Scholten uit 2002, waarin het mooiste beeldmateriaal van Van Doorn is verzameld.

Alvast een uitspraak uit 1984. In een interview herinnerde ik hem aan zijn opmerking: 'We mogen blij zijn dat we de jaren 60 te bóven zijn gekomen.' 

'Tja, die benauwenis. Als je mensen hoort van 'dat waren zulke verlichte jaren'... Dat betwijfel ik ten zeerste... Van een flauwekul... Ik kwam in die scénes terecht waar alleen nog maar enorm grote joints werden gemaakt, steeds mooier, torpedo-vorm, in bajonetvorm...'.
Maar er werd helemaal niks meer gezegd en er werd helemaal niks meer gedaan. En gedacht werd er helemaal niet meer... En eindeloos die drammerige muziek, dat je er helemaal gek van werd... Alleen maar een beetje steunt, nep-highe types... Er was verdomme dan ook geen biertje meer te krijgen, een houten bek kreeg je ervan, van dat gerook. Het enige wat er werd gezegd ging dan over 'vibraties' en je hand lezen en nog eens een tarot gooien...
En op die manier werd ik daar een soort zot, een soort nar, ik werd dan meteen heel square... Je werd nooit meer aan iemand voorgesteld, je zei alleen 'Hi man'... Maar ik pakte dan gewoon zo'n hand en zei 'Aangenaam, Van Doorn'... Je wordt er weerbarstig door, een vreemde eend in de bijt... Je zag altijd glimlachende mensen, je werd er helemaal melig en miserabel van... Nachtenlang op de grond, op tapijtjes... Kosmische klanken... Zaten ze maar te knikkebollen...'.

de winnaar
de jury-voorzitter. hoezo? vanwaar deze politicus?

Jury

Dit was de avond van de Libris literaturprijs. Een sfeerschets in Nova en een kort gesprek met Dimitri Verhulst, meer doet de televisie niet meer. Met Arnon Grunberg - die in Berlijn is en zich liet vertegenwoordigen door een sympathieke, belezen majoor - verzeilde ik eerder vanavond op de radio in een gesprek over literaire jury's. Hij zat er - voor het eerst - in één in Duitsland die beginnerswerk moest beoordelen, voor Bertelsmann. Ik voor het eerst van mijn leven onlangs bij de Bob den Uyl-prijs.

Het beviel ons niet. Waarom niet?
Wat er gebeurt, zei Arnon, is dat het proces van besluitvorming je corrumpeert. Eigenlijk kun je het ook niet hebben dat een ander niets ziet in wat jij juist echt bijzonder vindt.
Ik zei dat ik niet snap hoe kunst en democratische besluitvorming elkaar kunnen verdragen. Je vindt eentje de beste en moet dan daarover gaan onderhandelen.
En dat, in deze jaren, onder leiding van een voorzitter uit de politiek. Zoals ditmaal de heer Opstelten. Idioot.
Ik heb pas nog geleerd hoe doorslaggevend de rol van zo'n voorzitter kan zijn bij het één kant op buigen van neuzen.
Zo’n hele beraadslaging uitschrijven, dat zou interessant zijn.     
Maar ja, besloten we, het eindigt toch met inschikken, want er is de hypocriete conventie van een unanieme jury-uitspraak.
En inschikken, dat lukt ons - als het om literatuur gaat - bij nader inzien geen van beiden.
Geen jury's meer.   

Johnny van Doorn (1)

 Dezer dagen zijn Nico Keuning - biograaf van oa. Jan Arends en Bob den Uyl - en ik allebei in de weer met Johnny van Doorn (1944-1991), die dit jaar 65 geworden zou zijn. Reden voor de Bezige Bij om zijn werk - dat gebeurt dit najaar - weer onder de aandacht te brengen.

 Nico is bezig met een monografie, waarvoor inmiddels uniek materiaal beschikbaar is gekomen uit de archieven Johnny's vrouw Yvonne (oa. een verzoenende brief aan zijn ouders na zijn tumultueuze optreden op Poëzie in Carré in 1966).
Ik schrijf schetsen van wat ik met hem meemaakte in de vele jaren van onze samenwerking.
En verder het uitbrengen van een nog ongepubliceerde tekst, namelijk het onverkorte 'libretto' van de langspeelplaat Oorlog & Pap, die in 1981 verscheen.
 Een 'hoogstpersoonlijke documentaire' volgens Van Doorn 'over de geschiedenis van een generatie, die tegelijk mijn eigen geschiedenis is'.
Johnny van Doorn als chroniqueur: 'In razende vaart doorkruisen we de jaren veertig, vijftig, zestig en zeventig van het twintigste-eeuwse Nederland'. De tekst bevat ook terzijdes, regie- en muziekaanwijzingen voor cellist Ernst Reyseger en drummer Martin van Duynhoven en zo meer.
Groots denken was Van Doorn eigen. Vandaar dat hij voor de zekerheid op de plaat zette: 'deel 1'.Wat tot op deze dag de vraag naar een deel 2 oproept.
Later meer.  

Cosmo rijdt voor het Centraal Boekhuis
 

Culemborg: boek en lingerie

Onze man in het boekenvak bericht:

'Het Centraal Boekhuis in Culemborg is, zoals u wellicht weet, een commerciële instelling in het belang van het boekenvak, cq uitgevers en boekhandel. Daar is niks mis mee.
Deze week is er een experiment gaande waarmee het Boekhuis zijn distributiegrenzen onderzoekt.
Het is naar het schijnt lingerie geworden. Een branchevreemd product. Voor het eerst!
Is dit het begin van het einde, of het einde van het begin?
Je kunt het interpreteren als aardig, of ach ja, maar het boek lijkt er toch niet mee gebaat. Hoogstens de aandeelhouders.
Voor een werknemer/boekliefhebber met een groot hart voor het boek, vooral het mooie boek - en onderscheiden met een KNBB speldje voor jaren trouwe dienst - is dit een onzinnige vertoning.'

de Robert Crumb-variant
Robert Vuijsje

Alleen maar nette mensen

wonen er in Amsterdam-Oud Zuid. Als er dan een jongen valt op dikke negerinnen is de boot aan. Er komt bij dat ie joods is en een beetje Marokkaans oogt. Dat wordt hoog opgespeeld. David weet wat gediscrimineerd worden is. Zijn seksuele voorkeur is eigenlijk een vorm van solidariteit.

Nederland discrimineert, zeker. De inzet van Robert Vuijsje is kansrijk. Zelf is ie ook wat zwaarlijvig, dus wieweet.
Negerinnen heb je in soorten, leer je: 'Een zwarte negerin is rauwer, dierlijker.' Verwerpelijk is de 'bounty-vrouw', die - wit van binnen - kiest voor blanke mannen.
Ideaal is de 'Sherida-ketting', die in een zwarte wijk woont en uitsluitend omgaat met zwarte mensen.
Maar, nu komt het, David zoekt dan wel een Sherida-ketting, maar eentje 'die toch intellectueel is'.
Waarom? Daar zullen we in dit boek niet achter komen. Wel weet David dat hij een onbestaanbaarheid najaagt.
Maar ja, hij houdt nu eenmaal van 'zo donker mogelijk'. Want: 'Hoe donkerder ze is, hoe dichter ze bij de natuur staat.'
Bijkomend vereiste: 'Ze moet nooit met een bakra zijn geweest. Ik wil de eerste zijn die de poort openbreekt.'   

Je zou denken een hoofdfiguur met deze voorkeuren, gaat een prachtige catastrofe tegemoet. Niets van dat al.  Aan het eind van het boek ontmoet David een zeer dikke Marokkaanse en de geschiedenis kan zich herhalen.
David en zijn Rowanda blijven sjablonen. Het is alles van buitenaf bekeken en er staat niets op het spel.
Had ie het maar gehouden op een vrolijke slapstick als Robert Crumb's natuurvrouw Angelfood McSpade.

Tags: 
'La rue du tramway'' (1938)
'Éloge de la melancholie' (1948)
'Tout les luminiers' (1962)

Paul Delvaux

 Treinen, trams, meisjes, dames, geraamtes, tempels, het lijkt of je altijd op bezoek moet bij tante Jeannot. Wat wilde Paul Delvaux (1897-1994) ons toch vertellen?

 Misschien niets meer dan het verhaal van een eindeloze zondagmiddag. Gezien door de ogen van een klein jongetje. Dat droomde van een ritje met de 'tram chocolat', die zo heette omdat ie van een concurrerende maatschappij was en chocoladekleurig.
Dat is denk ik ook net waar echte kunstkenners zich aan stoten.

 En die tempels dan? Prentenboeken, denk ik. Zelf heeft Delvaux weinig over z'n motieven losgelaten. In zijn museum in St.Idesbald, bij Veurne was ik, en werd weinig wijzer.  
Ik reed naar Brussel bekeek zijn woonhuis op Bosvoorde, vond het stationnetje dat vervangen is door een nieuw. Maar bij Watermael waren toch sporen van het huis met de vijf soorten licht (‘Tout les luminiers’): gas, electra, kaars, petroleum en een rest daglicht. En ja, de kaars wordt gedragen door een meisje met lange haren.
Beelden, eens gezien, en bewaard.
Zo ontstaat een droomwereld waarmee je een leven lang (hij werd 97) toe kunt. Deuren, lantaarns, haren, baksteen en gietijzer. Waarin je al schilderend kunt verdwijnen.
 
 En nu kwam de tentoonstelling in Luik. Ik reed erheen op een dinsdag, en bekeek de gevel van het nieuwe Museum, dat op dinsdagen dicht is. Die nacht werd ik ziek en kon niet anders dan de volgende ochtend terugkeren naar Amsterdam.    
Nu ben ik hier, een koortsmiddag strekt zich uit, vol Paul Delvaux.

Tags: 
en mevrouw zelf
straatbeeld uit ooghoek

Luik

Morgen naar de grote Paul Delvaux-tentoonstelling waarmee hier het nieuwe Luikse Museum Grand Curtius op 22 maart jl. is geopend. Een schitterend renaissancegebouw aan de Maas.

Intussen, vandaag een regendag lang passanten bekeken, indachtig de opmerking (van wie toch weer? van velen tegelijk?) dat de rol van de neger in het straatbeeld een andere is geworden sinds Obama president werd. Voor hem of haar zelf net zo goed als voor de blanke (voor mij).
En het is waar. Luik was al een zwarte stad, nu is het een andere zwarte stad. Verbeeld ik me. Meer zwarte trots zie ik. Denk ik.
En bij is mij meer aandacht. Ik zeg het maar.
Eens schreef de zwarte Ralph Ellison zijn beroemde roman over zichzelf als de ‘invisible man’.
Het is voorbij.
In Luik ben je als zwarte niet langer onzichtbaar. En je weet het. 

de silo, de kerk, het koolzaad
aan zee. wachten op een gangster
geen mens

Leeg

Twee dagen in de Franse provincie en ik weet het weer. Het is de leegte. Een leegte die je vergeefs zult zoeken in Italië, Duitsland of Engeland. Geen mensen in zicht. En het kan lang duren voor je er een ziet.

Het lijkt of Frankrijk steeds groter wordt.
Het platteland ontvolkt. Wie blijft kleumt. De bodywarmer, het trainingspak zijn standaard dracht. De deuren van de café’s blijven open. Bijna iedereen heeft een hond.

Ik was aan de Normandische kust, in een uitgestorven badplaats, die me meteen in een film van Melville verplaatste. Melville, altijd winter, winterkleuren. En als zijn gangsters in de stad komen zie je een nachtclub. Met jazz. 
Maar het is lente en nog steeds uitgestorven en kil.
Landschappen, eindeloos. Ik rij er doorheen en krijg er geen genoeg van.

In Nederland bestaat precies één plaats waar nog een dergelijke leegte te zien is. Oost Groningen.    

Pagina's