deel van de restauratie

Laatste Oordeel in Alkmaar (1)

 Zaterdagochtend as. hoop ik vanuit het Alkmaars museum in de weekendeditie van de Avonden een impressie te geven van de restauraties aan de gewelfschildering van (waarschijnlijk) Jacob Cornelisz. van Oostsanen uit ca. 1518. Die is namelijk bij hoge uitzondering nu van dichtbij te zien.

 Hij hoort thuis in de Grote- of St. Laurenskerk en keert daar ook terug. Tot 29 juni is een van de negen houten gewelfvakken waarover de schildering zich uitstrekt, van dichtbij te zien. Daarop zijn vier zielen verbeeld die uit hun graven herrijzen en opzien naar het Hemelse Rijk. Het stuk is afkomstig uit het koor van de Grote Kerk, direct links van het centrale vak waar de aartsengel Michael de zielen weegt en waar Christus als rechtspreker in de hemel troont. Het gewelfstuk is 6 meter hoog en 2,75 meter breed. Een unieke kans om het werk dat de restauratoren te bekijken, voordat het stuk weer wordt teruggeplaatst op zo'n 25 meter hoogte in het koor.

 Wie de maker is van het Alkmaarse Laatste Oordeel, is omstreden, maar restauratoren Willem Haakma Wagenaar en Edwin van den Brink zijn ervan overtuigd dat het Van Oostsanen is. Sinds 2003 werken zij aan de gewelfschilderingen in het koor en het noordtransept. Het werk moet omstreeks 2011 of 2012 af zijn.

Tags: 

Op weg naar Elsene (1)

Morgenavond sta ik - als God het wil - op het podium in de bibliotheek van de Brusselse deelgemeente Elsene (Ixelles), waar Els Moors de dichters Tonnus Oosterhoff en K.Michel heeft uitgenodigd voor een voorstelling die ze 'Een nocturne, op weg naar Elsene' heeft gedoopt. Ik ben uitgenodigd als Alex Mol, om stukjes te lezen uit de bundel 'Is daar iemand' (1999). Michel publiceerde pas nog prozastukjes, 'In een handpalm' (2008) en Tonnus gedichten 'Ware grootte' (ook 2008).Wat heeft Els Moors in de zin? Hoe en waarom ze ons op een Brussels podium zet zullen we morgen ontdekken, al zijn er al wel aanwijzingen op haar weblog, over de aanloop naar Elsene. Ook zijn we intussen door haar op video gezet, welke gesprekken in de Bibliotheek van Elsene te zien zullen zijn.

Wat hebben de schrijfsels van deze drie Nederlanders in de ogen van Els met elkaar te maken? Ik lees in de bundel van Tonnus Oosterhoff. Een eerste strofe:

"Ik ben de dwerg van gemiddelde lengte.
Mijn weefgetouw wordt als ik droom groter. Ik droom:
'Als ik niet uit weven ga, dan zwaait er wat!'
De wereld is in het getouw,
ik zie de bodem doorgrond
en het naweven.
Maar word ik niet kleiner?"

(...)

Ik moet giechelen. Kan alleen maar denken 'ja, zo is het'.

Zutfen, Ijsselkade, afgelopen zondagmiddag.

Zutfen

Toen ik er kort na de oorlog woonde heette Zutphen nog Zutfen. Hier aan de IJsselkade heb ik gespeeld. Een parlevinker bracht kruidenierswaren naar de langsvarende aken. En een stoomlocomotiefje reed wagons aan, die geladen waren bij de fabrieken van Resink, achter het spoor.

Er liep daar een mongool rond.
De mannen van de stoomtram hadden hem een pet gegeven en een toetertje. Daarmee beende hij druk gebarend rond, en regelde het verkeer, tot ieders plezier.
Tot op zekere dag de stoomtram was opgeheven.
Ik zie hem staan, de mongool met z'n pet, op het verlaten emplacement.    

 

Family affairs (3)

Het leegruimen van een zolder. Op lang niet geziene foto's valt het licht van nu. Amateur-fotografie - 'found footage' - legt onbedoeld bloot. Maar wat? Waarin zit de magie van bijvoorbeeld de serie 'Particulier Domein' van Peter Hellemons, te zien op de groeps-fotoexpositie 'Family affairs' in het Schiedamse Stedelijk?

Hellemons (1957) erfde dus de dia's van zijn schoonvader. Je ziet de kinderen Harm en Hanneke, hun ouders en de hond op honderden dia's. Het levenswerk van een geobsedeerde. 
En ik?

Opeens herinner ik me dat ik van m'n vader nog een papier voor de Alpenkreuzer moet halen. Ik weet precies waar. Bij het station. Ik zie de straat voor me. Alleen, de buurt is al lang geleden afgebroken. En daarmee de wereld van de ANWB, van het kampeercarnet en de benzinebonnen. Van de lijstjes waarop staat 'reservebril?' Camping Gaz? 
Maar bovenal van het raadselachtige plezier, dat er toch echt was. Onvergetelijk: de oude, doorgesneden tennisbal over de koppeling voor de caravan, om te voorkomen dat je consistentvet aan je broek krijgt. Nu stop ik echt.  

wand met werk van Paula Thies, geschilderd door Jaap Nieuwenhuis
Schilderen - Paula Thies, zelfportret (terug te vinden op de wand van Jaap)

Paula Thies

Over de schilderes Paula Thies (1920-2000) heb ik door familieomstandigheden veel horen praten, maar ik heb haar nooit ontmoet. Wel haar man Jaap Nieuwenhuis. Wat ik toen niet dorst te vragen is 'was ze echt zo explosief en hoe ging dat dan?'

Ze kon zich maandenlang terugtrekken in haar atelier, dat weet ik..
Eind jaren '50 studeerde ze bij Oscar Kokoschka.
En ja, expressionisme is de omschrijving die opkomt als je haar werk ziet. En niet zo zuinig.
Tot eind deze week is het te zien in Zutphen, in 'De Leesbibliotheek', Nieuwstad 66.  
Samen met stillevens van Nieuwenhuis, die naar eigen zeggen  pas na Paula's dood aan schilderen toekwam.

Nog te krijgen is een groot boek over (en met) het werk van Paula Thies, met bijdragen van oa. Fanny Kelk en Sarah Hart (2004).

Leo Polhuis zelf, op een van van zijn ca. 4500 dia's
de niet doorgegane reis (1985)

Family affairs (2)

Na jaren kun je de huis, tuin en keukenfoto's, de vakantiekiekjes uit de jaren '60 en '70 opnieuw bezien. Daar is het Hollandse gezinsleven. Curator Wilma Sütö schrijft een mini-essay over de rolverdeling. Er is altijd een fotograaf die niet zelden iets aan regie doet en soms voyeuristische trekjes heeft. Vaak de vader, die zijn gezin aanzet tot poseren. Moeder en dochters worden dan actrice, spelen de hoofdrol in eigen leven en treden op. Hilariteit op het dia-avondje.

Op de expositie in het Stedelijk Museum Schiedam zijn het vooral Bert Sissingh en Peter Hellemons die de beklemming laten zien van het gelukkige gezin: samen afwassen of de bungalowtent opzetten tot de dood erop volgt.

Peter Hellemons (1957) erfde de dia's van zijn schoonvader Leo Polhuis. 'Particulier Domein' (1999) laat het modelgezin uit de jaren zestig en zeventig zien. Het gezinsleven en de ontwikkeling van de kinderen Harm en Hanneke op meer dan 2400 grootbeelddia's (6x6).
Magnum fotograaf Martin Parr schreef er lovend over. Museum Boijmans kocht er van.
Hoogtepunt is het verhaal van een gedroomde reis van de schoonouders. Die vooraf met obsessieve precisie beschreven en berekend werd door vader Leo - benzinekosten, maaltijden, batterijen voor de zaklamp, verwachte uitzichten.
Maar de reis ging op het nippertje niet door. Schoonmoeder Wil kreeg een hersenbloeding in 1985.

Bert Sissingh - La Ville Détruite (2003)

Family Affairs (1)

De fotograaf Bert Sissingh (1956) woont een werkt in Rotterdam. Om je vader neer te zetten als het beeld De Verwoeste Stad van Zadkine moet je wel Rotterdammer zijn. Sissingh heeft zichzelf en zijn ouders (zijn vader leeft nog, is 92) jarenlang gefotografeerd. Hoe? Hoe zien series als 'The End of History' en 'The Family of Man' eruit? Dat ga ik morgen zien, als ik tegen 11.45 in het Stedelijk Museum te Schiedam verslag doe van de groepstentoonstelling 'Family Affairs'. Te horen in de zaterdageditie van De Avonden.

Minstens zo nieuwsgierig ben ik naar de serie 'Particulier Domein' van Peter Hellemons, die het foto-archief van zijn geobsedeerde schoonvader Leo Polhuis - 2500 dia's uit de jaren '60 en '70 van zijn gezin - toegankelijk maakte.
De fameuze fotograaf Martin Parr over die foto's: 'Polhuis fotografeerde haast als een antropoloog.'
Later meer.

 
 

Larven

Vandaag zie ik voor het eerst werk van Martine Pieck. Mijn god, caravans. Opeens komt er een hele zomer op me af. Weer rij ik achter een sleurkast over een binnenweg. Weer zie ik een rivierdal in de diepte liggen waar ze zich genesteld hebben als larven die straks zullen uitkomen.

Martine Pieck heeft ze gezien, zoals ik ze heb gezien.
Ik denk aan het verhaal van A.L.Snijders die er ook een had - weinig geld je moet wat, de Camping Municipal heeft een heel eigen charme.
Snijders reed richting Luxemburg, al voorbij het tweede hoge viaduct, toen hij in zijn spiegel vlammen zag.
Het ding is uitgebrand, de gastank niet ontploft, de verzekering, ja.      

Morgen, vrijdag 17 April, zijn vanaf 17.00 uur de caravans van Martine Pieck te zien bij galerie  De Chiellerie, op de Raamgracht 58 in Amsterdam, tot zondag as, de 19de april.
Ze betekenen een wending in haar werk, zeggen de kenners.

 ps. Maar Arie Schippers was eerder. Zie link.

Tags: 
MaartenJan Hoekstra
bij IKEA

Wonen

Vrijdagochtend ga ik langs bij MaartenJan Hoekstra, een Delftse wetenschapper die twee disciplines in zich verenigt, namelijk Bouwkunde en Taalkunde. Hoe kan dat? In zijn boek 'Huis, tuin en keuken' komen meteen de overeenkomsten naar voren.

Het huis waarin je woont is een product van de cultuur waarin je leeft, net als de taal. Mooier nog, de woorden die wij kennen voor onze behuizingen en de onderdelen daarvan hebben diepe wortels. Zoals de ondertitel 'Wonen in woorden door de eeuwen heen' ook zegt.
Ik wist er geen donder van.
Boer blijkt het zelfde woord te zijn als buur, hut is familie van huid en ook van huis (dit woord werd voor het eerst aangetroffen in een oorkonde uit 793). Dorp is familie van terp en stal komt van staan.
Zover de woordgeschiedenis, er is meer, veel meer te beleven aan de woorden en huizen waarin wij wonen.
Op naar IKEA.  

'Wonen' gaat terug op een West-Germaanse 'wunae' dat samenhangt met een Oudscandinavisch woord dat 'tevreden zijn' betekent.
Dat was ook ongeveer het eerste dat Hoekstra zei toen ik hem opbelde: 'wonen is gelukkig zijn'.
Wat een gespreksonderwerp.
Ik ben levenslang al huis- en woongek, bij mij is er huistechnisch altijd iets mis. Ik droom ervan. Nu kom ik onverwacht bij de bronnen.  

Maandag is MaartenJan Hoekstra te horen in De Avonden.

MaartenJan Hoekstra
Beluister fragment
McCay
 

Winsor McCay

Wie Winsor McCay (1867-1934) was leerde ik omstreeks 1969, toen ik betrokken raakte bij de oprichting van het zg. Stripschap en het blad Stripschrift. Dat kwam dezer dagen van pas. Binnenkort verschijnt een stripeditie van het eerbiedwaardige blad Kunstschrift. En McCay komt er in voor. Vooral zijn Little Nemo, die elke nacht weer avonturen beleeft in een uitzinnig Dromenland. Een krantenpagina groot zijn deze strips en ze eindigen er altijd mee dat de kleine held - uit bed gevallen - wakker wordt. Ik koester een Franstalige, vrijwel complete herdruk uit 1969. Goed in tijden van koorts.

Litle Nemo begon te verschijnen in 1905, op de kinderpagina van de New York Herald. Het duurde tot 1911.
McCay heeft veel meer strips gedaan, ook tekenfilms, met de hand getekend, beeldje voor beeldje. Hij maakte een tekenfilm naar Little Nemo.
En de makers van de site Cahiers vonden op Youtube de tekenfilmpjes van een latere, Gertie the Dinosaur, waarin de tekenaar zelf een reuzin voor ons dresseert. Eerste editie in 1914. Hij is met die tekenfilm nog op tournee geweest.
Winsor McCay was er Walt Disney en anderen jaren mee voor.  

Pagina's