Palmpasen (2004)
moeder en kind (2002)

Gerrit Veenhuizen

Wat te denken van een schilder in wiens werk Palmpasen, het Paasvuur, de kinderstoel, imkers, kinderen en moeders steeds terugkeren. En dat niet alleen. Gerrit Veenhuizen (Almelo, 1925) schildert in een zelf bedachte beeldtaal, zo sterk vereenvoudigd dat alleen tekens en symbolen zijn overgebleven. Zijn hiëroglyfen zijn makkelijk ontcijferbaar, dat wel.Hij nodigt je uit hem te volgen

Momenteel in het Henriëtte Polak-museum in ZutphenVoor mij niet moeilijk. Ik woonde tot mijn negende jaar in het Oosten des lands en weet wat een Paasvuur en wat Palmpasen is. Er bestaan foto's waar ik met een versierde stok loop, waarop zo'n haantje van brood is gestoken. Erg mooi. En diep teleurstellend als na drie dagen bleek dat het haanbroodje keihard en oneetbaar was geworden. Gerrit Veenhuizen heeft zijn kindindrukken niet alleen weten te bewaren, hij heeft ze een onontkoombare vorm gegeven. Je kunt dan praten over Klee, over Morandi, of zelfs Mark Rothko. Maar ik denk liever 'een oude Egyptenaar in het Oosten des lands'.

en ook de huidplooien
wie berijdt op het schilderij de vliegende arend? het is Hebe, schenkster der goden, die ook met de adelaar van Zeus mag spelen. 
alle kruikenleeggietsters zijn familie van haar.
of op een marmeren matras

Beelden

De verdrietige bronzen beelden die de laatste jaren in Nederlandse stads en dorpskernen opdoemen - klunzige zakkendragers, scheepsjongens, turfstekers, als het maar regionaal is - roepen een groot verlangen op naar werkelijke lichamen, liefst in marmer.

In het Museé des Beaux Arts (1892) van Lille hebben ze niet alleen een van de mooiste 19de eeuwse beeldenverzamelingen van Frankrijk, ze durven ze ook te laten zien. In de beeldengalerij staan er nu opeens 135. Opgediept uit de depots, na een 'slaap' van 50 jaar. Van het classicisme van na 1800 tot de sensualiteit en het symbolisme van het begin van de twintigste eeuw. Van Houdon (1741-1828) tot Bourdelle (1861-1929).En toen? Toen hield het op. Het werk van generaties geschoolde beeldhouwers, getraind in harde competitie, verdween naar de kelders.

Renie Spoelstra
Recreatiegebied

Renie Spoelstra (1)

 Is een van de zeven die in het Stedelijk Museum in Schiedam exposeren onder de kop 'Verloren paradijs'. Renie (Drachten, 1974), maakt uit foto's en video-stills van stukken Nederlands bos en recreatiegebieden tekeningen in houtskool op groot formaat. Ze heten ook 'Recreatiegebied' en zijn genummerd. Niet 'natuur', niet 'landschap', nee 'recreatiegebied'.

 De reserve, het voorbehoud is onmiskenbaar. Weerkerende elementen: de open plek, de bosrand. Een opvallend kleine schaal. Struikgewas, jonge boompjes, brandnetels, wat stuifzand. Waar is de mens? Dat is de toeschouwer, zegt ze.Wat je te zien krijgt zijn 'innerlijke landschappen'. Plaatsen van inkeer, hoe moet je het zeggen. Haar gereformeerde opvoeding is er niet vreemd aan, zegt ze in de catalogus: 'Een erg zwartgallige kijk op het leven.' Goed kan elk moment omslaan in kwaad. Die dreiging zit in de tekeningen. We staan voor een groot formaat, zwart-wit. Je kunt er zo in binnenstappen. Maandag na 21.00 is ze te horen in de Avonden.

Tags: 
Renie Spoelstra
Beluister fragment
Lille 3
Lille 2
Lille 1

Menigte

Klassieke groepen op de foto zijn het voetbalelftal, de schoolklas. Eerder had je in de kunst het schuttersstukDemonstraties van samenhang, verbondenheid. Maar nu. Een camera, losgelaten in een drukke straat, op zaterdagmiddag in het winkelgebied van het Noord-Franse Lille. Groepen mensen. Overstekende voetgangers, winkelend publiek, wandelaars.

Zijn dit wel groepen? Er is weinig samenhang. Op het eerste gezicht hebben ze niet meer gemeen dan hun aanwezigheid op zaterdagmiddag in het centrum van Lille.Men houdt afstand, kijkt uit ooghoeken naar elkaar, passeert. Maakt de aanwezigheid luidop kenbaar of gaat stilletjes zijn weg.Aan de kleren kun je zien hoe ze over zichzelf denken. Hoe ze denken dat anderen ze zien. Wat ze het meest bindt is het beeld van de camera. Daar vormen ze configuraties, vullen het beeld met steeds wisselende patronen, en zijn onderdeel van een voorstelling, genaamd 'Lille op zaterdagmiddag'. Ziehier de menigte.ps. Twee keer vergroten kan. Eerst klikken, dan nogeens op het kruisje rechts onderin en hij is full-screen..

Eugène Dodeigne in Bondues
gestalten

Dodeigne (2)

In 2002 leerde ik zijn werk kennen bij Beelden aan Zee in Scheveningen. De gestalten van Dodeigne zijn met vaste hand in steen gehouwen of gemodelleerd in klei of was. Ze bevatten geen twijfel.

 Zo ziet de rug van een zittende man eruit, zo hurkt hij en dat is knielen. Als je het zo vertelt lijkt Dodeigne een realist. Wat hij maakt is onmiddellijk herkenbaar. Tegelijk blijven zijn beelden brokken blauwe hardsteen uit Soignies. De boorgaten zitten er soms nog in. Minder kun je aan een brok steen uit de groeve bijna niet doen. Toch staan ze er. Trefzekere gestalten, niet alleen enkelingen, ook paren in omhelzing en groepen zoals de vijf die eruit zien als nonnen, op enige afstand van elkaar, schichtig bewegend op een dorpsplein. Je realiseert je hoezeer je afgericht bent op het zien en herkennen van gestalten. Wie komt daar aan? Vriend of vijand?

drie gestalten in Lille 1
drie gestalten in Lille 2

Dodeigne (1)

De lente was in Lille. Daar, tegenover het Museum voor Schone Kunsten staat 'een drietal'. Figuren temidden van fonteinen. Werk van de Waalse beeldhouwer Eugène Dodeigne (1923). Dodeigne doet in gestalten.

 Wat is een gestalte? Er kleeft iets onvatbaars aan het woord. De gestalte lijkt verwant aan het dodenmasker, bezield zonder te leven, zich ophoudend tussen leven en dood. Zoals het verwante 'gedaante' komt van doen, zo komt 'gestalte' van stellen. In beide gevallen gaat het om iets dat eens werd neergezet of tot stand gebracht en er nog steeds is. Er heerst over gestalten onzekerheid, dat is hun aard. Het voelt bijna als heiligschennis de beelden van Dodeigne zomaar te kunnen aanraken, zoals ik in 2002 kon doen in Scheveningen, waar hij exposeerde. Dit wat de tijd aangaat. In de ruimte wordt een gestalte gezien van enige afstand, en krijgt iets ontastbaars. Daarom is het goed dat in Lille fonteinen rondom ze staan. Ik moet een afspraak zien te maken, ik wil naar Dodeignes werkplaats in Bondues (dat ligt tien kilometer ten Noorden van Lille).

in Hasselt

Zebrakunst (2)

Roel Idema uit Maastricht bericht over meer Zebrakunst::

In Hasselt (België) heeft (in december 2007) een aantal kunstenaars de gelegenheid gekregen zebra's "een eigen draai" te geven. Hier een foto één van die oversteekplaatsen. De begeleidende website is nog actief.

Ordrupgaard bij Kopenhagen
Haarlemmermeer

Straatstreep

 De 'zebrapoging' van Sarah van Sonsbeeck zette Gijsbert van der Wal op het spoor van plaveiselbeschilderingen. Deze opname maakte hij in Denemarken.

 En ik dacht ik aan Carel Bergsma, de garagehouder. Carel vertelde hoe hij na een paar weken vakantie in Ivoorkust echt helemaal tot rust was gekomen. 'Ze hebben daar geen klokken,' zei hij oa.. Terug op Schiphol zou hij met de auto naar huis rijden.Maar Nederlandse wegen kwamen hem na de stoffige karresporen van Afrika opeens zo vreemd voor. Hij raakte helemaal in de war van de enorme pijlen en strepen op het Hollandse wegdek, die allemaal wilden dat hij die en die kant op ging. Hij kreeg het benauwd.

fietsdrempel
Sarah van Sonsbeeck legt Zebra aan

Zebrakunst (1)

 Op donderdag 3 april berichtte Sarah van Sonsbeeck over 'een eerste zebrapoging'. En voegde deze foto bij waarop ze eraan werkt, 12 meter buiten het hek van de Rijksacademie aan de Sarphatistraat in Amsterdam.

 Ik mailde dat ik in 1967 merkwaardigerwijs al met Zebra's te maken had. Ik deed toen mee aan de actie 'een zebrapad voor Wittenburg'. Over de drukke Wittenburgergracht moest een oversteekplaats komen. Een initiatief van de bizarre beeldhouwer Jacob Jutte en Kees Hoekert. De gemeente Amsterdam zag de noodzaak ervan niet. Elke nacht schilderden wij een Zebra op het asfalt van de verkeersader, de volgende dag spoot de gemeente hem weer weg. Op 8 april kwam Sarah een weblog tegen met een nieuw fenomeen: de fietsdrempel. Hoe hard zou je moeten je fietsen - vroeg ze zich af - om zo'n drempel te verdienen?

 Maar nu.Deze fietsdrempel blijkt aangelegd op exact dezelfde plek als waar wij veertig jaar geleden de Zebra schilderden. Wittenburg, ja. Tegenover de kerk. Als we het toeval eens niet hadden! Wel een plek waar hard gefietst wordt. Zou hij echt bedoeld zijn om voetgangers te beschermen tegen fietsers?

Stuttgart Hbf in 2008

Kwartet (2)

 In het Duitse Steden-kwartet dat de vijfjarige W.G.Sebald zoveel leerde over een vaderland dat hij pas veel later - toen hij al jaren docent was in Norwich, Suffolk - een beetje leerde kennen zat een afbeelding van het Hauptbahnhof van Stuttgart. Een schepping uit 1912, voltooid na WOI, van architect Paul Bonatz die volgens Sebald 'met z'n hoekige brutalistische architectuur al in zekere mate vooruitliep op wat komen ging'.

 'Wat misschien zelfs - als zo'n fantastische gedachtesprong me is toegestaan - voorzien werd in de paar regels geschreven door een Engels schoolmeisje van ongeveer vijftien (te oordelen aan haar handschrift) dat op vakantie was in Stuttgart, aan Mrs. J.Winn, in Saltburn-by-the-Sea in Yorkshire, op de achterkant van een ansichtkaart die ik in handen kreeg aan het eind van de jaren '60 in een uitdragerij van het Leger des Heils in Manchester, en die behalve drie andere grote gebouwen in Stuttgart ook het station van Bonatz laat zien, vreemd genoeg uit precies dezelfde hoek als in ons lang verloren gegane Duitse Steden-kwartet.' Deze Betty schrijft op 10 augustus 1939, drie weken voor de vader van Sebald als militair bij de Poolse grens zou aankomen, dat ze erop uit is geweest, heeft gezonnebaad, een sightseeing heeft gedaan, naar de film is geweest en naar een festival van de Hitler Jugend. Dreiging die besloten ligt in bouwwerken en ansichtkaarten. In een kwartet.

Tags: 

Pagina's