omslag van Het verlangen naar een eiland

Els Moors

Nu al dagenlang loop ik rond met 'Het verlangen naar een eiland', de debuutroman van Els Moors. Ik las hem, hij laat me niet los. Wat moet ik zeggen? Het helpt niet het boek 'een geestige en tegelijk wrange zoektocht' te noemen, ook al is het dat. Nog wel van een meisje, in de mannenwereld.

 Op zoek naar wat? Naar waarachtigheid? Naar liefde? Naar vaste grond onder haar voeten? Geen compromissen. Het is alles of niks. Bittergeestig geschreven, ik schiet in de lach, steeds weer. Poëzie en surrealisme spelen dwars door de actie heen. Maar tegelijk is het doodernstig, het verslag van een strijd waarin veel, ja alles op het spel staat. Daar is literatuur voor, al wordt het er zelden voor gebruikt.'Het verlangen naar een eiland' zal de geesten scheiden, dat weet ik nu al.

 Els Moors (1976) studeerde Germaanse talen aan de Universiteit van Gent. Ze bezocht in Amsterdam de Rietveld academie en publiceerde in 2006 de veel geprezen dichtbundel 'Er hangt een hoge lucht boven ons'. Eergisteren was ze terug in Amsterdam uit Brussel waar ze tegenwoordig woont. Ik sprak haar in een zonovergoten parkje. Het bleek dat het de eerste keer was dat ze haar boek gedrukt en wel onder ogen kreeg. Vanavond is ze na 20.00 te horen in de Avonden.

Tags: 
Ann-Sophie Lehmann
Isadora Duncan doet sluierdans (jaren '20)
Aby Warburg

Plooien (2)

 Plooien, draperie, zijn in de kunst - door de eeuwen heen. sinds de Eyptenaren - niet louter versiering, ze brengen emoties en erotiek naar buiten. Uiterlijke beweging is innerlijke beweging. Maar sinds 1900 verdwenen de plooien. Waar bleven ze?

 Is Christo de laatste bewaarder van ons plooien-erfgoed?Of zijn plooien niet uit te roeien? Met Ann-Sophie Lehmann, redacteur van het tijdschrift Kunschrift sprak ik over het lente-themanummer: 'De bewogen plooi'. Van de raadselachtige windvlagen op doeken van Botticelli tot de cape - 'emotievanger' - van Superman.

 En over de legendarische kunstkenner, antropoloog en onderzoeker Aby Warburg (1866-1929), die alle visuele uitingen in een cultuur wilde bestuderen en daartoe het Warburg Institut in Hamburg (later Londen) stichtte, dat nog bestaat. Foto's en films werden dus ook bestudeerd, reclame, strips. Warburg zag zelfs de op Griekse beelden geïnspireerde sluierdansen van Isadora Duncan. Wat rest ons in deze jaren nog om betekenisvol te laten wapperen in de wind? Een sjaaltje en een plukje haar. Maandagavond na 21.00 is Ann-Sophie Lehmann te horen in de Avonden.

Ann-Sophie Lehmann
Beluister fragment
bloemen op kleur
vogelsoorten

Gids

Gijsbert van der Wal schrijft: 'Vogelkenners proberen ons alleen maar te intimideren, met die Latijnse namen enzo. Het is eigenlijk heel simpel.'En stuurt de inhoudsopgave van de 'Veldgids voor vogels' van Phoenix pockets.

Misschien is deze gids wel net op mijn maat. Ik bezit namelijk al de 'snel-zoek natuurgids' voor Wilde Bloemen. Een gids die op kleur gaat. Er zijn dan maar zes soorten veldbloemen: wit, geel en oranje, groen, blauw en paars, rood en rose en variabele kleuren. Verder grootte, bloeiperiode, en vindplaats.Vaak zijn dat 'puinhellingen, wegbermen en spoordijken'.Hij bevalt goed.

Renie Spoelstra, Recreatiegebied
Dave Meijer, zonder titel (2007)

Rilke (2)

 In zijn opstel 'Worpswede' (geschreven in 1902 in de gelijknamige kunstenaarskolonie bij Bremen) schrijft Rilke over mens en landschap oa.:

 'Kinderen zien de natuur al anders; eenzame kinderen vooral, die tussen volwassenen opgroeien, sluiten zich met een soort solidariteit bij haar aan en leven in haar zoals de kleine dieren, volkomen opgegaan in de voorvallen van bos en hemel (...). Daarom komt later voor knapen en jonge meisjes die eenzame, van intense melancholie bevende tijd, wanneer zij, juist in de dagen van lichamelijke rijpwording, nameloos verlaten, voelen dat de natuur zijn dingen niet meer, en de mens zijn lotgevallen nog niet met hen deelt...'.En dan besluit Rilke dat de meeste volwassenen de natuur opgeven, terwijl sommigen, weinigen, proberen terug te vinden wat ze er in hun jeugd in vonden. Daar heb je de kunstenaar. 'En door deze eenzame enkeling komt de gehele mensheid nader tot de natuur.' (...) 'In dit licht gezien schijnt het dat het onderwerp en doel van alle kunst ligt in het evenwicht tussen het individu en het Al...'.Annemieke Houben legde de tekst voor aan landschapsschilder Dave Meijer, die even kuchte, maar toen zei dat hij zich er in herkende. Later legde ik de tekst voor aan Renie Spoelstra, die ook herkennend reageerde. Zo over kunst praten, ik was het vergeten, het kan, het doet goed. Het opstel staat in één bundel met 'De Dingen en 'Over het landschap'. De drie stukken werden in 1944 vertaald en uitgegeven door A.A.M Stols in De Haag.

Tags: 
naamloos

Knopje

Ger Luijten vond het in z'n postbus, en stuurde het aan Gijsbert van der Wal, van wie ik het weer kreeg. Nu is het nog donker. Op 1 mei valt Hemelvaartsdag.

Rym en Slimane
en nog eens

Graankorrel en molensteen

Je kunt beter geen goed idee krijgen. De kans is immers groot dat je het dan zelf moet uitvoeren. Met alle gevolgen van dien.Het duurt even voor je weet hoe de wereld in mekaar zit in La Graine et le mulet (de graankorrel en de molensteen), de film van Abdellatif Kechiche.

We zijn in Sète, een havenplaats in Zuid-Frankrijk waar vooral schepen liggen te roesten. Slimane, een melancholieke zestiger van Algerijnse komaf - zoals een groot deel van de bevolking daar - heeft zijn gezin in de steek gelaten en woont boven het café van zijn vriendin. Dan wordt hij werkloos. Volgt een wanhoopspoging. Samen met Rym, de dochter van zijn vriendin slaagt hij erin een oud schip om te bouwen tot wat een 'couscous met vis'-restaurant moet worden. Ze krijgen hun familie mee in het project. Slimane en Rym, allebei net iets te intelligent voor hun omstandigheden. Je kunt lang praten over allochtonen, immigratie en cultuurverschillen. In de film doen de blauwogige en zeer Franse politici en ambtenaren die Sète regeren dat ook. Ze staan één enkele avond openstelling toe. En heel even gelooft de Algerijnse gemeenschap dat het kan. Iedereen slooft zich uit, kookt, musiceert, buikdanst of zijn leven er van af hangt.Ik verklap niks, maar wat dan gebeurt is onverdraaglijk erg. Als je zo iemand bent als Slimane kun je beter geen goed idee krijgen. Je kunt wel meer beter niet.

Rainer Maria Rilke (1875-1926)
zoiets als dit, maar dan vierkant, 50 stuks

Rilke (1)

 Rainer Maria Rilke schreef in 1907 een opstel dat 'Dingen' heet. De strekking lijkt eenvoudig, is het misschien ook: 'Er bestaat alleen één enkel, duizendvoudig bewogen en betreden oppervlak. In die gedachtegang zou men een ogenblik de ganse wereld kunnen denken, en zij werd, eenvoudig en als een taak, in handen gelegd van wie deze gedachte dacht. Want of iets een leven worden kan, dat hangt niet af van de grote ideeën, maar daarvan dat men er zich een ambacht van maakt, een dagelijks handwerk, iets dat bij ons blijft tot aan het eind...'.

 Het begint allemaal met de vertrouwdheid van een kind met een allereerste ding. Bijvoorbeeld een 'onnozel stukje hout'. Het is 'bereid om alles voor te stellen,' zegt Rilke. En hij vervolgt: 'Dit ding, zo waardeloos als het was heeft uw betrekkingen tot de wereld voorbereid...'.Mijn ding was een kistje met ongeveer 50 volstrekt identieke houten blokken van 5x5x5 cm. Geschuurd en bruin gevernist, met afgeschuinde randen. Gemaakt door de scheepstimmerman van mijn grootvader de kapitein. Rilke heeft gelijk. Met deze blokken kon je heel de wereld bouwen. Geen kinderachtig speelgoed in bonte kleuren. Het waren volwassen blokken, zo ervoer ik ze. Ze voelden buitengewoon goed aan, roken lekker, lagen solide in de hand en klonken mooi bij het omvallen van een bouwwerk. Ze glansden mat. Nog voel ik de nerven van het hout. Het woord dat ik erbij prevelde was 'ingewikkeld'.

de eerste editie, nu toegankelijk
de dagboeken

Gerard Bilders (2)

Gerard Bilders (1838-1865), de schilder die jong aan tbc stierf, was een van die zeldzame schrijvers die aan hun tijd ontkomen door pure urgentie. De dood zat hem op de hielen. Kort na zijn dood verschenen zijn dagboek en zijn brieven in druk. Dat boek was alleen nog in bibliotheekcollecties te vinden. Twintig jaar geleden vond ik een keuze uit brieven en dagboek. Dit voorjaar bracht uitgeverij IJzer het Schildersdagboek uit, nu compleet. Gijsbert van der Wal sprak er met Hans Heesen over in de Avonden.En nu staat ook de volledige eerste uitgave van Bilders' brieven en dagboek op internet. Een stukje van 18 maart 1862 (hij was al ziek):

'Ik wilde, dat ik eens iemand vond, die mij iets wezenlijk versterkends en opbeurends zeide. Van tijd tot tijd heb ik plannen om de stad en al wat daarin is te ontvlugten. Als ik maar eens tot zulk een besluit kwam!Litteratuur is waarachtig gevaarlijk, zoodra de dichter of schrijver zich al te duidelijk in zijn boek doet kennen, met al de zwakheden, die wij mooi vinden, want het is een vervloekt ding, dat men zijne ondeugden als zwakheden laat voorkomen en die zwakheden weder als uitvloeisels van te veel hart of te veel gevoel.Die arme woorden hartstogt en gevoel hebben al wat op hunne verantwoording! en men kon ze, dunkt mij, vervangen door dat ééne woord gewoonte; men wil dit nogtans maar niet erkennen, en op het laatst wordt men zoodanig in allerlei uitvlugten verward, dat men geene enkele er van meer voor waar houdt. En dan dat eeuwige denken en kletsen en niet doen! Welke laffe oude wijven zijn we dan toch! Altijd klagen en gebogen loopen, elkaar de loef afsteken in het bedenken van beroerigheden en waarheden uitkramen, die eigenlijk verdomd ver gezocht of platte leugens zijn. Foei! Ik zou wel eens willen weten of er veel menschen zijn, die zichzelven zoo uitschelden als ik het mijzelven doe en er toch zoo weinig van meenen, ja, vinden, dat men toch met dat al een goede kerel is, en al veel denken gedaan te hebben, als zij van tijd tot tijd eens zeggen of opschrijven, zoo als ik, dat zij beroerlingen en nietswaardigen zijn en zooveel te strijden hebben en het toch maar niet doen (...).'

houten plooien in het Utrechtse Catharijneconvent
welsprekende plooien bij de meester van de Virgo inter Virgines, nu te zien bij de Vroege Hollanders in Boymans R'dam. (rond 1500).
midden, in groene jurk: Maria Magdalena, die het kruis omvat, op het achterhoofd gezien (neusje). MM draagt groen omdat ze

Plooien

Het tijdschrift Kunstschrift heeft een themanummer uitgebracht waar ik al heel lang naar uitzag. Al jaren kijk ik naar vrouwen geschilderd of in hout gesneden rond 1500. In die afbeeldingen is plooival essentieel, ook het ene voetje dat onder de rijkdom aan rokken uitsteekt.

In 2004 vroeg ik me in een stukje af wanneer 'Het grote plooienboek' eens zou verschijnen. Ik kreeg een brief van Janneke van Dijk uit Nijmegen. Het boek bestond, zij het dat het maar deels over plooien ging, het heette 'Seeing through clothes' en was geschreven door de Engelse Anne Hollander. Kleren zijn geen bijproduct of verlengstuk van het lichaam, zegt Hollander. Met kleren geef je jezelf vorm. Ze bepalen je zelfbeeld. En je beeld in de wereld. Niet een 'statement' maar een kunstvorm, open voor interpretatie net als kunst. Naakten, zegt ze, zijn altijd een afleiding van de geklede mens. Kijk maar. Het misverstand: het naakt is puur en eeuwig. Nee, het naakt is een vorm van kleding en even tijdgebonden. Kunst en kleding gingen eeuwenlang hand in hand, gelijkop. En hoe kleren bedoeld waren zie je vaak het best op een schilderij. Kleding in kunst is altijd overtuigender dan in het echt, in de modemusea. Carel van Mander (1604), aangehaald in Kunstschrift: 'Bladeren, haar, lucht en textiel dat is een en al geest en alleen de geest leert het voortbrengen.' ps. Later berichtte Janneke van Dijk dat Anne Hollander, ook een boek gepubliceerd heeft dat uitsluitend over plooien in de schilderkunst gaat. ‘Fabric of Vision: Dress and Drapery in Painting.’ (Londen, National Gallery, 2002).Dit boek, dat bij een door Hollander gemaakte tentoonstelling hoorde heb ik nog niet.

beneden
boven

Naar Den Bosch toe

Vanmiddag hield een hoogwerker op de Parade in Den Bosch lange tijd zijn bakje boven het zijschip van de Sint Jan. Beneden verzamelde zich een menigte. Het werd druk. Maar de kraandrijver las een tijdschrift en maakte geen aanstalten.Ik kreeg twee gestalten in het vizier. Levende standbeelden, een man en een vrouw, die het zichtbaar koud kregen daar in de hoogte.

Ik liep een blokje om, ze hingen er nog. Toen zakte het bakje langzaam. En ik begreep het spel: twee stenen beelden hadden zich losgemaakt van de kathedraal.De man bleek een metselaar, hij had een troffel bij zich. Maar het meisje? Wat ben ik toch traag van begrip. Dit moest wel Zoete Lieve Gerritje zijn.Thuis zocht ik haar op. De tekst zegt weinig, behalve dat er in Den Bosch brandewijn met suiker gedronken gaat worden. Wie Gerritje was en of ze ooit in ‘s-Hertogenbosch aankwam is niet bekend. Misschien maar goed, voor je 't weet was ze net zo'n alcoholische nymfomane als Kortjakje kortgeleden bleek te zijn. Gerritje heeft een standbeeld op de hoek van de Lepelstraat en de Korenbrugstraat, aan de Binnendieze.Ik vrees eigentijds brons, en ga niet kijken.

Pagina's