Goropius (hij kwam uit Gorp)

Taal

Is Nederlands de taal die Adam en Eva in het paradijs spraken, zoals Goropius Becanus (1519-1572), lijfarts van Philips II maar ook de eerste officiële stadshistoricus van Antwerpen, beweerde? Zelfs de namen Adam en Eva waren, zegt Becanus, van oorsprong Vlaams: 'Adam is hetzelfde als Hath-Dam, een dijk die is opgeworpen tegen de haat [...] Eva, dat betekent Eu-Vat, het vat waaruit de mens is voortgekomen; ofwel Eet-Vat, het vat van de eed, want het Woord moest uit haar geboren worden...' Ook lag het aards paradijs volgens Becanus in Vlaanderen.

Dit omdat onze Belgische correspondente Margoo de tentoonstelling 'Met Andere Woorden' aanbeveelt. Over taal, nu in Antwerpen te zien. In België is - nog steeds - meer dan in Nederland voelbaar: je taal dan ben je zelf. Bij inburgering hoort taalverwerving. Zo blijkt taal in Antwerpen een bron van frustratie en spanning. Een obstakel voor het samenleven en een politiek correct taboe. En hoe beïnvloeden de nieuw binnengekomen talen het Nederlands dat op de speelplaatsen wordt gesproken? De tentoonstelling loopt tot eind 2007 in Atlas, Carnotstraat 110, Antwerpen

de omslagillustratie is ook van D.Hooijer

Tut of trut

Wat is het verschil tussen een trut en een tut? D.Hooijer begint erover in het verhaal 'Tweemaal tut-af'. Dat staat in haar nieuwe (derde) verhalenbundel 'Sleur is een roofdier'.De menselijke komedie, het schouwtoneel van alledag, dat lees je bij Hooijer. Tut of trut dus. Je kunt niet precies genoeg zijn. Maar lukt dat hier?

Het begint ermee dat de hoofdfiguur (dit verhaal speelt onder verpleegsters, waarvan er eentje steeds rijker wordt doordat ze trouwt - niet uit berekening - met patiënten die haar veel nalaten) in de trein door een slordige vrouw 'truthola' genoemd wordt.Wat betekent dat? Veel overwegingen, waaronder: 'Een trut is iemand die liever het woord tut gebruikt.'Maar ook: 'De grootste seksbom van onze afdeling met wiegelgang en oogschaduw wordt ook weer een trut genoemd.'Raadselen.'Trutten zijn,' zegt Hooijer op het achterplaatsje van haar huis 'onaantrekkelijke, weke, zorgvuldige, ernstige vrouwen, die niet een twee drie een man kunnen krijgen, maar wel vier vijf zes.'Ze wilde in dit verhaal 'het tuttendom ontcijferen'. Lastig want een trut kan zowel heel aantrekkelijk zijn als heel onaantrekkelijk. Ook als ze macht heeft is ze een trut. Wanneer niet?Ik opper dat trut meer lower class is, en tut meer betere kringen. Tut is wat minder grof. Met de r eraf lijkt het minder erg.'En nog truttiger,' zegt Hooijer.' Waarna we ons verdiepen in een complicerende factor als het -schertsend - gebruik van grove taal door defitige mensen.Maandagavond na 21.00 in De Avonden meer.

Tags: 
Avondlog - D.Hooijer
Beluister fragment
Boot-biograaf Michael Huig
het verloren gewaande deel van een drieluik
interieurfoto (1963)

Henri Boot (slot)

Mijn ontdekking van de schilder Henri Boot (zie dit log van oa. 5 mei) eindigde met een rondleiding op de tentoonstelling in de Haarlemse Hallen 'Verwey & Boot, leerling en leermeester' door zijn biograaf Michael Huig.Hun doeken hangen daar prachtig tegenover elkaar, zodat je kunt vergelijken wat ze van dezelfde thema's maakten.

Henri Boot komt tevoorschijn als een conceptueel kunstenaar avant la lettre. Wonen, leven, schilderen, zijn bij hem één. Zijn huis en zijn werk vormen een compromisloos Gesamtkunstwerk. Een concept dat hij tot het bittere eind volhoudt. Aan zijn huisstillevens, uitsneden uit zijn bestaan, is dat goed te zien. Zo stelde hij het zich voor, zo moest het zijn. De kleurfoto's van het huis - gemaakt direct na zijn dood in 1963 - laten zien wat ambtenaren van de Sociale Dienst aantroffen. Arme Verwey. Hoe zou je zo iemand kunnen navolgen?Aan de geopende kist van Boot sprak zijn levenslange leerling: Ziel van mijn ziel, geest van mijn geest.'In 2007 is Groot Heiligland 43 een perfect gerestaureerd pand dat op geen enkele manier aan Henri Boot herinnert. Geen gedenkplaatje, niks.

Avondlog - Michael Huig
Beluister fragment
...straks met trein.
over het hek geklommen bij Tiel...

Grote Nutteloze Werken (2)

Ik prijs de Betuwelijn om z'n ranke bovenleiding. De zachte swing van z'n bochten, de sierlijke verhogingen in het vlakke land. Meermalen ben ik langs het tracé wezen kijken en heb de spoordijk beklommen.Grote Nutteloze Werken kun je niet genoeg prijzen.

Ik dacht aan een expositie in Genua met foto's van de aanleg van vroegste Italiaanse spoorwegen. Opeens bleek nut daar niet zaligmakend meer. Het ging om schoonheid. Geschapen door duizenden lachende mannen met spaden. Ik zing de lof van de Eiffeltoren, in 1889 gebouwd zonder nut. Later werd er een radiozender op gemonteerd, wat een schijn van nut opleverde. En nu woon ik om de hoek van het nog ongebruikte station Ferdinand Bolstraat van de Amsterdamse Noord-Zuid metrolijn.Het station is klaar, daar beneden, maar treinen zijn nog in geen jaren te verwachten in de kolossale, metersdiepe bunker. Die wacht op een schijn van nut. Maar wat? In Antwerpen heb je ook zulke stations, al jaren, vergeten bijna. En daar is het antwoord: 'Je kunt er altijd nog champignons in kweken.'

Gebr. Stegman
jurk verkocht?

Etalage (3)

Opeens stond hij rechtop in de heilige ruimte. Een kleine kaalhoofdige man met een pullover aan, op vilten sloffen, midden in de étalage. Met een rolcentimeter in z'n ene hand, een doosje punaises en een Engelse vlag in de andere. Hij legde de spullen neer op de met fluweel beklede bodem en bleef staan, hand onder de kind, diep in gedachten. Dat zich op de stoep voor het winkelraam een kleine menigte verzamelde leek hij niet te merken. 'De étaleur,' zei mijn moeder vol ontzag.

Twee straten bij mij vandaan staat in de raadselétalage - van het hoekpand zonder ingang of opschrift - nog dezelfde pop (zie dit log van 11 mei jl.) , maar ze is haar jurk kwijt. Haar étaleur heeft haar tijdelijk een laken omgedrapeerd. Even verderop kwam ik langs de gebroeders Stegman.Ik denk altijd nog dat W.F.Hermans daar de naam van de hoofdfiguur in zijn 'Ik heb altijd gelijk' (1951) vandaan heeft. Gezien plaats en jaartallen lang niet uitgesloten.

Décolleté (3)

 Sarah van Sonsbeeck stuurt een foto van een sieraad dat ze van haar grootmoeder erfde (jaren '70). Noem het een decolletéspiegel. Zie de inzichtelijke tekening. De man die een blik waagt ziet zichzelf terug in dat spiegeltje.

 Sarah schrijft: "Opvallend is dat mannen vaak niet anders lijken te kunnen dan kijken: zoals een hert naar een naderende auto. Is het de angst ervoor die doet kijken, zoals sommige mensen met dieptevrees hun ogen niet van de diepte af kunnen houden? Ooit hoorde ik een zeer welopgevoede man zeggen 'Het moeilijke is dat je niet weet of je nou niet moet kijken omdat dat beledigend is of juist wel moet kijken omdat het beledigend is als je niet kijkt'."

adellijke Saksische dame van Lucas Cranach (1530)
de madonna van Jean Fouquet (ca. 1450)

Décolleté (2)

 Je kunt als man niet iets complimenteus zeggen over een décolleté, de lijn ervan, de gebruikte stoffen. Schilders en beeldhouwers doen het zonder woorden. De kunsthistorica Anne Hollander, beschrijft in haar standaardwerk 'Seeing through clothes' hoe situaties waarin kleren door-de-war raken kansen boden aan de kunstenaars. Het gaat dan om de decaden voor en na 1500. De mooiste meisjes vind je in de kunst van toen.

 Een lichaam met net nog iets aan is opwindender dan naaktheid, zegt Hollander. Maar tegelijkertijd toch ook zediger. Tegenwoordig zou je dat 'dubbel' noemen.Neem de Bijbelse moeder-met-kind scènes. Het kind moet gevoed worden, daarom is het nuttig en logisch dat één borst ontbloot wordt. Maar tegelijkertijd, nu ja. Hoe dit zij, de eigenares van de borst wordt verondersteld zich van geen kwaad bewust te zijn. In 1450 al schilderde Jean Fouquet zijn Madonna met als model Agnes Sorel, maîtresse van de koning (zie dit log van 26 maart jl.).

 Anne Hollander schrijft: 'This breast bursts out of its confinement while the othe one, for once equaly visible under the dress, submits to its pressure with equally sexy effect.'De engeltjes kijken wat verontrust toe. Waarom zijn ze eigenlijk rood?Let op het onderhemd en het - voor die jaren erg modische - ingesnoerde lijfje. Ook over de gelaagdheid van de kleren van toen staan mooie dingen bij Hollander. Het onderhemd (chemise) is basis, maar in de late Middeleeuwen boort het zich een weg naar buiten door kunstige openingen, het puilt en bolt.

Ondertitelkunst ? (6)

Bij mij is kijken naar doordeweekse middagtelevisie niet minder dan zonde. Mag alleen bij ernstige ziekte en hoge koorts. IJlend naar een Amerikaanse dominee kijken, dat zou ik nog eens willen. Maar vanmiddag had ik geen ander excuus dan de vage hoop op ondertitelkunst. Kunst? God gaf geen krimp.

het huis van Henri Boot (foto's te zien op de tentoonstelling)
stilleven van Henri Boot (deels)

Henri Boot (3)

De tentoonstelling met werk van leerling Kees Verwey en leermeester Henri Boot (zie dit log van 5 mei ev.) is in de Haarlemse Hallen begonnen. Wat is een stilleven? Uit het boek van Michael Huig over - vooral - Henri Boot leer ik dat Boot zijn hele huis beschouwde als atelier. En dat achter de schijnbare puinzooi een heel preciese ordening in licht en ruimte schuilging, waaraan niet getornd kon worden.

En ook dat het in zijn stillevens niet zozeer gaat om de afgebeelde voorwerpen als wel om de ruimte die ze scheppen. Die ze ook buiten het doek - verder - scheppen.Boot kijkt in zijn stillevens vaak van boven op een tafel, zodat je meer dan één kant van een voorwerp ziet. De schildersezels stond dan vlak naast zo'n tafel.Opeens doet het werk van Boot me denken aan Morandi, met zijn poppenkast van flesjes, die als vanzelf leraren, schoonmoeders of buurvrouwen worden. Niet raar in die tijd. Soms zag Kees Verwey in kannetjes en potten van Floris Verster de filosofen Hegel, Fichte en SchellingBetekenis wordt onvermijdelijk wanneer je voorwerpen zo ernstig neemt. Maar de verzuchtingen van Boot zijn mooier. Die gaan over het beseffen wat je gewaar wordt. Morgen bezoek ik met Boot-biograaf Michael Huig de tentoonstelling. Maandag te horen in de Avonden.

Een Venus met Amor in de 18de eeuw. Eén ontblote borst is heel gewoon.
Het 'zandlopercorset' dat zoveel mogelijk maakte  (geen bandjes).

Décolleté (1)

Martin Bril sprak vanmorgen een taxichauffeur. Ik heb geleerd dat als een stukjesschrijver een taxichauffeur sprekend opvoert hij die vaak zijn eigen woorden in de mond legt. Nu dan, hij - de taxichauffeur, een Turk ook nog - klaagde steen en been over al die mooie vrouwen op straat. Met hun 'uitdagende décolleté's en draaiende kontjes in korte rokjes'. En zijn hormonen! Met dat warme weer!

Over de schoonheid van vrouwen wordt in serieuze bladen meest langs omwegen gepraat. Een andere omweg, die op Internet maar doorzeurt, is het onderzoek van bureau Synovate voor het blad Advertising Age.Van geen van beide had ik ooit gehoord. Maar het gaat ook om de kop 'Diep decolleté handig op de werkvloer'. Met foto. Het nieuws is dat de moderne zakenvrouw haar mannenpak aan de wilgen hangt. Zeven op de tien vrouwen zegt nu dat een diep décolleté juist handig is op het werk. Eén vrolijke verklaring hiervoor - van de onderzoekers - is dat steeds meer vrouwen te dik worden, zodat ze uit hun kleren puilen. Geloof ik niets van. Maar nu raak ik geïnteresseerd in het 'hoe'. Zolang er vrouwenkleding bestaat zijn er decolletés. Ik ga op zoek. Eerst de geschiedenis.Want inderdaad, het zakt het laatste jaar steeds maar. Wat logisch past in de toenemende elegantie van vrouwenkleding en schoeisel. Een zegen van deze jaren, niet alleen voor Martin Bril en zijn zwetende taxichauffeur.

Tags: 

Pagina's