hoofdpostkantoor te Oostende
'Eenheid van de wereld door het postverkeer' (1953)

Jozef Cantré

Zaterdag stond ik voor het postkantoor in Oostende en keek naar de architectuur. Typisch jaren '50 of '60 beton. Een gebouw van het soort dat vele jaren lang gewoon was. Zo gewoon dat het ook steeds gewoner werd ze maar te slopen.

Het maakte geen goed onderhouden indruk, maar dat zegt weinig in België. Over de unieke Wellington Hippodroom kom ik nog te spreken. Ik fotografeerde het, ook om de beeldengroep in de gevel. Als zo vaak zette het verhaal zich voort. In het plaatselijk museum - dat prachtig voormalig warenhuis - vond ik de volgende dag het ontwerp. Eronder stond 'Eenheid van de wereld door het postverkeer' (1953).Een titel die me opeens hevig ontroerde.Het bleek van Jozef Cantré, geboren in Gent in 1890 en daar gestorven in 1957. Hij was ook graficus en bevriend met oa. Frans Masereel. Zijn bekendste werk is het beeld van de socialist Edward Anseele in Gent. In de boeken heet het gevelbeeld trouwens eenvoudig 'De communicatiemedia'. Het postkantoor is van Gaston Eysselinck.

Beton (9)

Betonvennoot Arie Schippers schrijft: 'Hier nog een, sierlijk en huftervast.'

Wat me eraan doet denken dat ik het nieuwe - onbegrijpelijke - bankenbeleid in de Kennemerduinen vergat vast te leggen. Er staan er daar nog een paar van een ander (nieuwer) type met betonnen steunen, waarvan de zitplanken onlangs zijn vervangen. Maar de vele klassieke hout-met-metalen, groene parkbanken waarop ik het liefst zat te lezen zijn weggehaald. En vervangen door a. op hun kant gelegde boomstammen met een afgevlakt bovendeel en b. geverniste houten bankjes zonder rugleuning. NB. Eens wijdde Piet Schreuders een heel nummer van zijn blad 'The Explorer' aan de - nu in Ned. zo populaire - Engelse parkbank. Het kan altijd grondiger.

vier feeën (2003)
het rokje (2005)
The House of Opportunity (2004-2005, één deel van de serie)

Michaël Borremans

 Een nieuwe Belgische surrealist? René Magritte glimlacht sardonisch. Dit voorjaar was - op een groepstentoonstelling in Het Stedelijk Museum Den Bosch - voor het eerst wat werk van de Belgische schilder en tekenaar Michaël Borremans te zien. Er hing oa. een geheimzinnig beeldverhaal, in een reeks schilderijtjes waarin steeds de zelfde schuur - of was het een huis - voorkwam. Titel: 'The house of opportunity'.  

 Borremans (1963) begon pas eind jaren '90 te exposeren. In 2005 brak hij door. Het SMAK in Gent bracht z'n eerste solo. Inmiddels exposeerde hij in Londen, Parijs, Hong Kong en hebben grote Amerikaanse musea werk van hem in hun collectie, maar wie kent hem in Nederland?

 Michaël Borremans komt uit Geraardsbergen en woont in Gent. Hij maakt gedétailleerde, surreële, grappige, soms gewelddadige verhalen. Een verteller. En die liggen altijd nog moeilijk in de beeldende kunst. Hij begon als graficus en fotograaf. Tekenen deed hij altijd al, bij wijze van dagboek. Hij werkt vaak naar oude foto's, soms zelfs op oud papier, zodat het lijkt of je in iemands privé archief doordringt. Zijn figuren lijken vaak intens verzonken in bezigheden en gedachten die ons ontgaan. Je kunt hem in z'n onderwerpkeuze en -uitwerking een beetje vergelijken met Marcel van Eeden. Hij vertrouwt de realiteit niet, zegt hij in een interview. Als kind vertrouwde hij de televisie al niet. Alles scheen daar fake. Hij geloofde ook niet dat Amerika echt bestond. Zijn eerste aankomst in New York was dus een teleurstelling. Beelden zijn bedrieglijk. Met nadruk wens ik een solotentoonstelling van Michaël Borremans in Nederland. Maar wie? Wie zou?

de raadselvrouw van Lequeu. wie is er vrij?
de reuzenleeuw van De Superville, in zee voor de kust van Katwijk

Lequeu

Dit raadselachtige schilderij is van de architect Jean Jacques Lequeu (1757-1825). Een naakte vrouw ligt op haar rug. Haar hoofd steekt uit een lage tunnel. Haar rechterarm houdt ze smachtend (?) omhoog, erboven is een kleine vogel te zien. Onder haar zie je tussen vier treurende vrouwenkoppen Griekse letters, die een zin weergeven in het Frans: 'Il est libre!'

De beeldtaal van de Verlichting is voor de beschouwer van nu - zeker voor mij - vol raadselen. Samen met Claude-Nicolas Ledoux (1736-1806) en Etienne-Louis Boullée (1728-1799) hoorde Lequeu bij wat men noemt de 'architecture parlante'. Verlichtingsutopisten die het goed voor hadden met de mensheid. Van geen van de drie is veel gebouwd. Hoewel ze dat zelf niet zo zagen hoort hun werk eerder tot het rijk der utopische dromen. Hun tekeningen en gravures hebben - misschien juist door de pretentie van exactheid - een surreële kwaliteit.Hun werk komt steeds weer terug. Een verwant van deze drie was de Leidse hoogleraar en kunstverzamelaar Humbert de Superville, in 1770 in Den Haag geboren uit een aristocratische Frans-Zwitserse familie. Hij ontwierp in 1835 een enorm grote liggende leeuw, bedoeld om voor de kust van Katwijk in zee te plaatsen. Het ontwerp was gesitueerd in een woeste, nachtelijke zee.Nog in 2005 werd in Leiden een muziektheatervoorstelling aan hem gewijd waaraan oa. Paul Koek en Louis Andriessen meewerkten.

Wat Arnon overkwam (2)

Op maandag 16 juli deed Arnon Grunberg verslag van wat hem de overkomen was op een appartement in Brooklyn.Een dag later mailde ik hem: "Hoe gaat het je nu? Je zelfvernederingtactiek bracht bij me boven hoe ik tijdens een gevecht met een veel sterkere 'Indische jongen' in snikken uitbarstte, wel wetend dat hij me dan zou loslaten. Misschien dat het in je broek pissen van angst tijdens een gevecht ook die functie heeft. Wat doe je - instinctief - tegen een almachtige vijand?"

Arnon antwoordde woensdag 18 juli: "Ik hoorde dat je erg geschrokken op de radio had geklonken. Het gaat goed. Het ging eigenlijk meteen al goed. Ondanks wat lichte lichamelijke klachten. Kijk, iemand die je met een honkbalknuppel in zijn woning gijzelt en dreigt je te vermoorden en dat meent of lijkt te menen, dat is niet prettig. Dat deze man me niet binnen drie seconden vermoordde - wat hij had kunnen doen - betekent dat hij kennelijk aarzelde. Hij wilde me alleen een lesje leren. Dus kruip ik over de grond. Bovendien lijkt het me dat je iemand die over de grond kruipt als echte man minder snel zal neerslaan dan iemand die probeert terug te vechten. Wat doe je tegen een almachtige vijand? Je past je aan en probeert een weg naar buiten te vinden, zonder al te veel risico's te nemen."Dezelfde avond mailde ik terug: "Ja, ik schrok. Herinnerde me de paar keer mij zoiets overkwam. Mes, revolver (dat heette 'een gun'). Op het moment zelf was ik vrij coherent, achteraf werd de hele gebeurtenis een paar keer in detail afgerold en kwam de angst. Dat de man je niet meteen doodsloeg betekende dat er onderhandeld kon worden, zeg je. Klinkt helder, maar gaat uit van redelijk gedrag. Maar zo'n type kan om godweetwat - een verkeerd woord - in razernij ontsteken. De hondact was dus niet voor niks, denk ik. De hond wist hoe onberekenbaar het andere dier kan zijn. Misschien neem ik alles te ernstig op, maar ik haal opgelucht adem."Op vrijdag 20 juli besloot Arnon als volgt: "Ik had natuurlijk ook wel doodgeslagen kunnen worden. Denk ik. Maar iemand die het niet meteen doet aarzelt. Waarom zou je wachten, niet? Het gaat er wat de hond betreft vooral om dat je niet wilt terugvechten, er is geen eer aan jou te behalen. Ik geloof dat ik vrij nuchter ben. De eerste 24 uur hield ik de mogelijkheid open dat de jaloerse kok met zijn vrienden naar me toe zou komen, hij wist ongeveer waar ik woonde, toen dat niet gebeurde begreep ik dat hij daar te lui voor was. Voordeel is dat ik niet midden op straat door een volstrekt onbekende ben aangevallen maar in een huis dat ik vrijwillig had betreden, en dat ik achteraf natuurlijk niet had moeten betreden. Ik geloof in het algemeen dat angst plaats moet maken voor nieuwsgierigheid en dan komt er een moment dat je de angst gewoon vergeet. Dat heet geloof ik overmoed. Maar ik hield er geen rekening dat het meisje, die wist denk ik dat dit zou gebeuren, zo destructief zou zijn. Nogmaals je wordt altijd verraden door mensen die je denkt te kennen, dus door je eigen oordeel."En maandag 23 juli las Arnon het tweede deel van zijn verslag voor in de Avonden.

Tags: 
Avonden 2007 (ma) 23 jul 2007 uur 3
Beluister fragment
de Clic en de Cristal met hun kauwbare onderdelen
de balpeninkt-badkuipen van Jan Fabre in Oostende
vastgezogen dopje van de Cristal

BIC (3)

Excuus, ik was te snel met m'n oordeel. Ik had de BIC 'Clic' na zoveel gebroken clips afgeschreven. Ten onrechte, zo blijkt bij het testen van de aankoop van vorige week.

BIC is op zijn schreden teruggekeerd en heeft - zonder ophef - opnieuw het oude kauwbare plastic - of iets wat er aardig op lijkt - ingezet voor de Clic en de klassieke Cristal, het oudste, zeskantige model waarmee het in 1950 begon. De clip breekt niet meer!Maar ik blijf controleren op knaagbaarheid. Ook nog het losse dopje van de Cristal geprobeerd. Ideaal op tong. Ik kreeg meer BIC-wetenswaardigheden aangereikt. In 1965 werden de BIC-pennen als officieel schrijfmateriaal op de Franse scholen toegelaten. In Nederland heeft het iets langer geduurd. In de kunst kon ik verder weinig balpen vinden. Alleen bij Jan Fabre, die de blauwe glinsterinkt tot zijn handelsmerk heeft gemaakt. Ik zag zijn ingeïnkte badkuipen in het Museum In Oostende.

deel van de de zoutziederij in Arc-et-Senans
huis voor de ''gardes agricoles'' (landwachters?) in Maupertuis
plan voor een kanonnenfabriek

Ledoux

De tekeningen van architecten op de tentoonstelling Schets of schim in Gent brachten me terug naar het dorp Arc-et-Senans bezuiden Besançon. Daar zag ik de gebouwen van de in 1793 gestichte Staatszoutfabriek. Zout was in die tijd nog een geldsoort (de zoutverkoop is nóg een staatsmonopolie in vele landen). Er waren dus ook zout-bootleggers, en er was een zoutpolitie die ze naar de galeien zond.

Naar dat project van de ambtenaar en architect Claude-Nicolas Ledoux (1736-1806) ben ik wezen kijken. Vooral ook naar de tekeningen en maquettes van zijn andere verzinsels. Wat Ledoux gebouwd heeft is niets bij wat hij verzonnen heeft. 'Functioneel' moest het zijn, maar tegelijk ook 'symbolisch'. Een 'architecture parlante'. Verbijsterd kijk je naar zijn idee voor een dodenstad. Een raamloos catacombencomplex rond een gesloten bol. Met alleen een lichtgat bovenin, zoals bij het Pantheon. Dit noemt Ledoux 'l'image du néant'. Groots, simpel, onmiddellijk herkenbaar in het landschap. Net als de enorme kanonnenfabriek met de vier piramidevormige smelterijtorens op de hoeken. En het eveneens in de vorm van een grote staande cirkel bedachte 'atelier des ouvriers destiné's à la fabrication des cercles'. Een cirkelfabriek?Het is nooit gebouwd. En dat lijkt me ook de essentie ervan. Superieure architectuur van de geest. In Arc-et-Senans zie je wat er van komt als een fractie wordt uitgevoerd. Alles wat de tekeningen oproepen wordt voor je ogen door al te echte steen vermorzeld.

W.F.Hermans

BIC (2)

Arjen Lubach schrijft: 'In reactie op het BIC-stukje: in 'De donkere kamer van Damocles' van W.F. Hermans speelt de ballpoint een rol wanneer Osewoudt Elly Sprenkelbach Meyer ontmoet en mede dankzij haar ballpoint overtuigd raakt van haar claim een Engelse agente te zijn. Hij had nog nooit zoiets gezien.'

Typisch, bij herlezing, op p. 49 van De donkere kamer komt de tekst woord na woord terug. Soms weet je heel precies wat je vergeten bent."'Ze zocht in haar tas, toen kwam er een schrijfinstrument tevoorschijn dat hem in verbazing bracht. Het leek op een vulpotlood, maar het schrift dat het voortbracht, zag eruit of het met inkt was geschreven.'Wat is dat voor een ding?' Hij griste het uit haar hand. Aan de spits toelopende uiteinde merkte hij een klein kogeltje op.'Dat is een ballpoint. Is dat zo bijzonder?''Die dingen bestaan hier niet. Gebruik het nooit meer! De Duitsers hebben dat nog niet uitgevonden. Ben je gek geworden?' "

zwarte 'Clic', de clip breekt altijd af
nieuwe, onopenbare verpakking

BIC

Als ex-roker en kauwer op ballpoints weet ik waar ik het over heb. Neem het oudste, zeskantige model, met het losse dopje. Aan dat dopje zit een klemmetje, bestemd om de pen in een binnenzak of opschrijfboekje vast te steken. Vergeet het, het schiet los en raakt zoek. Soms vind ik zo'n los dopje. Prettig om aan de tong vast te zuigen. Knaagbaarheid is bij ballpoints doorslaggevend.

De balpen (een verbeterde versie van de oer-balpen van de Amerikaan J.J.Load uit 1888) werd door de Hongaarse broers Biro in Argentinië in 1935 gemaakt en raakte populair in Engeland. Het domste wat een spion in 'Allo allo' bij zich kan hebben is een balpen, want die bestaat in Frankrijk nog niet.Het clipje van de tweede BIC, de met veel bombarie gelanceerde 'Clic' (1956) dient schijnbaar het zelfde doel, maar ook dit type balpen zie je zelden iemand in z'n binnenzak steken. Dat komt, het klemmetje breekt. In z'n begintijd werd de clip van buigzamer plastic gemaakt, je kon hem krom kauwen. De firma BIC werd in 1945 gesticht door de edelman Marcel Bich, die de Biro-patenten kocht en een fabriek begon in Parijs. Beide BIC-pennen zijn onbegrijpelijk nog steeds de meest verkochte ter wereld. Mensen passen zich graag aan. Vooral aan wat niet deugt. Ze houden van het onvolmaakte. PS. En welke idioot heeft bedacht de oude Clic M10 niet langer in een kartonnen doosje in de winkels te leggen maar op deze vreemde manier? Ingeklemd tussen karton en daarop gelijmd hard plastic. Zonder grote schaar krijg ik ze er niet uit. En nergens staat 'hier openen'. Echt niet.

D'Annunzio
interieur Vittoriale

Vittoriale

Het 'Vittoriale', hoog boven het Gardameer is de plek waar de dichter, schrijver, demagoog en charlatan Gabriele D'Annunzio (1863-1938) zijn laatste jaren doorbracht. Hij ligt er ook begraven, de oorlogsheld die in 1919 de stad Fiume (Rijeka) voor Italië innam. Dapper was ie wel. Hij hield van 'de koorts van de oorlog'. Tegenwoordig zou je zo iemand een gevaarlijke gek noemen en weerzinwekkend op de koop toe. Toen was hij razend populair. Ik denk dat er vooruitgang is.

Eens werd ik in het Vittoriale rondgeleid, en leerde dat D'Annunzio zijn huizen altijd weer zo inrichtte, dat wil zeggen, hij verzamelde wat hij aardig vond en sleepte het naar zijn optrek. Willekeurig wat. Maar vaak van waarde. Het kon een stuk van een preekstoel uit een oude plattelandskerk zijn of een trap uit een palazzo. Hij liet die dingen dan loszagen. Verder kocht hij wat hij mooi vond zonder op geld te letten. Na en tijdje ging hij dan failliet. Niet erg, zo'n huis bracht altijd meer op dan gedacht. Hij heeft een aantal van dit soort huizen gebouwd en ingericht. Vrouwen waren er altijd veel, ik vraag me af of het nog zo zou werken: zeggen dat je van renpaarden, elegante honden en rasvrouwen houdt en die ook verzamelen. En dat terwijl je 1 meter 64 groot, kaal en onooglijk bent. De geïllustreerde bladen van toen schreven er veel en vaak over. In zijn windhonden zei hij 'het oerinstinct van achtervolgen en doden' te bewonderen.

Pagina's