Lillo, augustus 2010

Foto

Deze trouwfoto maakte ik vorige zomer in het fortstadje Lillo, aan de Schelde bij Antwerpen. Misschien omdat ik werd getroffen door de vrolijke opschik, het vertrouwen in de onderneming.

Maar er is iets. Ik denk dat de vader van de bruid de enige is die een vermoeden heeft. Nee, een oom op de achtergrond ruikt ook onraad. Er zit argwaan in hun blikken. En dan, de camera van een vreemde, het boze oog?
Zou de vader nog leven?
Ik leef nog en kijk nogeens. Hoe zou het in het afgelopen jaar verder zijn gegaan met de bruid? Is er een kind? Of?
Ik heb haar toekomst gefotografeerd.
Zonder toestemming.
Er werd ook druk gefotografeerd door de familie. Zeker sta ik op hun foto's.
Wie is die man?
 

Maria Magdalena - (fragment, Anoniem, Utrecht 1533)
Maria Magdalena - (fragment, Pieter Lastman 1625)

Maria Magdalena

Op het doodstille plaatsje achter de Utrechtse parkeergarage betrapte ik vanmiddag een brede dikke jongen bezig zijn ook al erg forse vriendinnetje een zwart stretchkorset aan te gorden.

Ik lachte vriendelijk, ze lachten terug, even uitblazend. Inspannend, dat wel, zo te zien. Beiden waren in 't zwart, want, zo bleek even verderop, in Tivoli was een gothic filmfestival, heel de stoep stond vol zwart.  

Ik moest naar het Catharijne Convent, even verderop, voor mijn eigen gothic, in één naam: Maria Magdalena. Ze is niet alleen de elegantst geklede, de voormalige hoer, ze is de enige dramatische vrouwenrol in het Bijbelverhaal. En - naar men al eeuwen fluistert - de vriendin van Christus.
Bij de kruisiging vind je haar aan de voet van het kruis, dat ze vaak innig omvat, bijna als een paaldanseres. De meest raadselachtige en opwindende scène uit het verhaal.
Soms pakt ze hem zelfs bij z'n vastgenagelde bloedende voeten vast. Altijd heeft ze de zalfpot - die in de loop der tijd steeds groter wordt - bij zich. Niets menselijks is haar vreemd.
Voor haar ga ik naar kerken en musea, zoals vroeger naar de bioscoop voor Monica Vitti.
 

Tags: 
Maximilian Voloshin (1877-1932)
Tsvetajeva (1892-1941)

Marina Tsvetajeva

Schreef een hommage - ik kreeg hem van Anneke Brassinga - aan Max Volosjin, de man die haar ontdekte en steunde toen ze nog op het gymnasium zat. Hij komt langs, dik en wel, en zij, zeventien, draagt een mutsje want ze scheert zich altijd kaal.

Hij zet het af. Hij neemt ook haar bril af. Ze praten over schrijven en over liefhebben. Ze zegt: 'hoe ik liefheb, - complete overgave aan de ander, binnendringen, doordringen, de ogen niet wijkend van het gezicht en de ziel van de ander...'. Ze praat honderduit. Een paar jaar later, op 3 mei 1915 schrijft ze dit 'dubbele' gedicht:

Goed dat u niet bezeten bent van mij,
Goed dat ik ook van u niet ben bezeten,
Dat wij op aarde blijven en dat wij
Niet wegzweven naar andere planeten.
Goed dat ik gek mag doen - losbandig, vrij,
Dat ik mijn woorden niet hoef af te meten,
En dat een aanraking van uw kledij
Geen wild, benauwend vuur in mij ontketent.
 
Goed dat u in mijn bijzijn ook gerust
Liefkozingen van anderen kunt krijgen,
En dat u, als een ander míj eens kust,
Mij niet met hel en vagevuur zult dreigen.
Goed dat u steeds, bewust of onbewust,
Mijn lieve naam, o lieve, zult verzwijgen...
Dat nooit in 't godshuis, in gewijde rust
een halleluja voor ons op zal stijgen.
 
Ik dank u voor dat alles; ik ben blij
Dat u, zonder er zelf iets van te weten,
Zo van mij houdt: dank voor de zon die wij
Niet samen zien, de niet met u gesleten
Verstilde nacht; dat wij elkander bij
Zonsondergang en maneschijn vergeten,
Dat u niet - ach! - bezeten bent van mij,
En dat ik - ach! - van u niet ben bezeten.

(vertaald door Anne Stoffel)
 

..op zoek
Cyril

Gamin au vélo

Cyril is zo'n tien jaar oud, hij belandt in een tehuis omdat z'n vader plotseling verdwenen is zonder een adres achter te laten.

De vader heeft zelfs de fiets van z'n zoontje verkocht. De fiets, nota bene zijn beste vriend, hij kan er alles mee. Vader weg. Fiets weg.
Onmogelijk! Cyril wordt hysterisch, onhanteerbaar.
'Zoiets doet mijn vader niet!'
Maar hij deed het. De fiets wordt teruggevonden, maar dan...
Koppig zoekend - fietsend, rennend, de motoriek van de tienjarige draagt de film - moet Cyril er wel achter komen hoe het zit. De flat van z'n vader staat leeg, hoe hard hij ook klopt of belt.
Tenslotte vindt hij hem en het hoge woord komt eruit. Oog in oog zegt z'n vader dat hij van het vaderschap af wil. Hij kan het niet aan, zegt ie. De deur slaat dicht. Cyril is wees.
Mensen met wie je op een armlengte leefde kunnen zomaar weg zijn.
 

She Me

Heet de tentoonstelling in het nieuwe Stedelijk Museum in Zwolle. Ondertitel: 'Vrouwbeeld door vrouwelijke kunstenaars nu'.

 Bijna dertig vrouwen beelden vrouwen uit. Wie? Allereerst zichzelf, denk ik. Voor wie?
Ik raakte verstrikt in hun vele verschijningsvormen.
En dacht aan William James die al rond 1900 duidelijk maakte dat mensen niet zozeer rollen spelen maar bestáán uit de gestalten die ze aannemen in allerlei omstandigheden.
De optelsom van die 'rollen' dat bén je.
Vrouwen zijn er veel beter in dan mannen, dat zie je hier.
In de poppen van Silvia B., die ik al langer ken huist altijd gevaar. Lidy Jacobs met haar erotische knuffels zit ook al op de rand. Bij Roni Katz komen vreemde ingewanden uit opengelegde buiken. Lieftalligheid kan elk moment verkeren in destructie, glamour in afstotelijkheid, zoals in de filmpjes gebeurt. 
 

 Sleutel is het lijf. Je kunt het aantrekkelijk maken tot op de grens van dreiging. Je kunt het mannelijk laten zijn of kinderlijk.
Zoveel metamorfosen. Zie de film van Sonja Wyss, waarin een meisje versneld eerst beschaafde make-up aanbrengt, maar niet kan ophouden en doorgaat tot haar gezicht een uitgepoetste vlek is geworden.
 

 Een voor mannen hoogst instructieve tentoonstelling.
 

Tags: 
W.F.Hermans als Romein - foto: Emiel van Moerkerken

Hermans-magazine

Op 23 maart 1972 sprak ik Willem Frederik Hermans, per telefoon, ten behoeve van een vierdelige radioserie die Piet Schreuders en ik maakten over zijn eerste - gefotokopieerde, de Xerox-machines waren er net - blad de Wolkenkrabber. Ik kreeg het toegestuurd, net als Hermans en twintig anderen.

In het nieuwe Hermans-magazine staat dat gesprek grotendeels afgedrukt. De Wolkenkrabber, het twaalfverdiepingenhuis van J.F.Staal aan het Amsterdamse Victorieplein, speelt een rol in Hermans' roman 'De tranen der acacia's'.
Ik zeg op het slot: 'Het idee achter het blad De Wolkenkrabber dat mij ook bijzonder aansprak was dat het in feite de omgekeerde wereld is voor een blad: de redactie zoekt de abonnees uit en maakt dan ook uit wie abonnee mag blijven en royeert ook mensen.
WFH: Ja, dat is mij ook opgevallen. Dat had ik tot dusverre niet goed begrepen, maar nu u het mij uitlegt, begrijp ik het beter.
VRAAG: U bent zelf ook schrijver, misschien heeft u zelf ook wel eens de behoefte gehad om lezers te royeren?
WFH: Nee, nee nee nee, dit is een van de weinige dingen waarin ik totaal democratisch ben.'  
 

voor het geboortehuis

Anneke Brassinga (4)

Morgen van 21.00 tot 23.00 is de radio-expeditie te horen die Anneke Brassinga en ik ondernamen naar haar geboortehuis in het bos bij Schaarsbergen.

We reden naar Arnhem, sloegen af naar het dorp. Maar was er een plan? Pas op de parkeerplaats bij het pannenkoekenhuis waarin eens haar kleuterschool gevestigd was begon zich iets te ontrollen.
Regen kletterde op het autodak. Ik gaf A. de microfoon en vroeg waarheen ik moest rijden. Rijdend en pratend bleek toen wat ze in de zin had. UIt haar tas kwamen boeken met gele plakkertjes.
Ik heb voor reportages maar één plan: me met de hoofdpersoon begeven naar een essentiële plaats in diens leven, met open microfoon. En dan zien dat het verhaal ervan verteld wordt tijdens rit of wandeling. Zo'n verhaal ontstaat al pratend. En zien doet spreken.
Anneke bracht me naar het geboortehuis, dat eerst verlaten leek - maar waar de hoogbejaarde huidige bewoner ons tenslotte verbaasd ontving. Daarna liepen we de hei op en peinsde ze na over wat ons overkomen was. 
Het wordt uitgezonden zonder bekorting, behalve in het bezoek aan het geboortehuis. Alles 'aus einem Guss'.
 

kapiteel van een Ionische zuil..
twee boomstammen uit de serie van tien

Markus Lüpertz (2)

 Preciezer gezegd: het ging Lüpertz om 'doorgestikte' dekbedden. En spoorrails koos hij om hun eindeloosheid: 'een spoorrails kun je een meter lang schilderen, maar ook twaalf meter lang, en dat is altijd nog weinig in verhouding tot een echte spoorrails.' Het ging hem daarbij om 'dingen die van zichzelf ritme hebben'.

 Herkenbare voorwerpen. Op de Haagse tentoonstelling hangen tien in de lengte doorgezaagde boomstammen. Eentje kende ik, die bezit het Gemeentemuseum.
Hij zegt in een interview in de catalogus nog iets over z'n werkwijze:
'Wanneer de oude Grieken een tempel bouwden, dan liep de priester dertig meter in trance en viel hij vervolgens om, en dat bepaalde de lengte van de tempel. Dan werd deze maat door twee of drie gedeeld en had men de breedte van de tempel. En zo werd de maat steeds verder gedeeld tot de afstand van de zuilen, de dikte van de bouwsteen. Het doek behandel ik op soortgelijke wijze...'. Zie: Lüpertz is een fantast.

 ps. En zijn dithyrambe lijkt wel degelijk ergens op: het kapiteel van een Ionische zuil.
 

Tags: 
Zwevende dithyrambe (1964)
De thuiskomst van Donald Duck (1963)

Markus Lüpertz (1)

Je ziet de schilder gefotografeerd voor het Haags Gemeentemuseum. Keurige oude heer met stok. Verdomd, Lüpertz poseert als Berlage.

 En dan de titel van z'n grote expositie 'In 't godlijk licht'. Die komt uit de inscriptie in de hal. En verwijst naar Berlages gebruik van het daglicht in het museum.
Meent Lüpertz dat nou? Zijn werk kan makkelijk buiten daglicht. Nee, hij poseert graag, en is gezegend met een gevoel voor humor en zelfspot. Ik liep in Den Haag met een grijns door de zalen. Wat andere bezoekers bevreemdde.
Neem de Donald Duck-serie uit 1963. Popart is het niet, ook geen Cobra. Wel een aanval op wat hij noemt de 'culturele ernst'. Het waren de jaren dat Duck-schepper Carl Barks werd ontdekt en dat Lichtenstein strips tot kunst verhief.
Zoniet Lüpertz. Hij gaf antwoord. Nam het schilderen van de kop van Donald Duck ernstig.

 En dan zijn dithyramben.
Een dithyrambe is in de oudheid een loflied, door vervoering bezield. Meestal op de wijngod Bacchus.
Bij Lüpertz wordt het een door hem uitgevonden 'onzinnig voorwerp, een voorwerp dat er simpelweg alleen maar is'.
Moeilijk genoeg, alle voorwerpen lijken wel ergens op. Dit voorwerp lijkt nergens op.
Het museum hangt vol dithyramben.
Daarna ging hij op zoek naar herkenbare voorwerpen die nooit een onderwerp waren geweest in de schilderkunst. En kwam bij aspergevelden, dekbedden, spoorrails.
Lüpertz is de toeschouwer altijd net een paar passen voor.
Morgen meer.
 

Tags: 
3
2 (met restant van Rik Comello-gedicht)
1

Brand

Elk jaar in maart wordt er gewerkt op het Haagse Stille strand. Ik ging altijd kijken hoe de strandtent De Kwartel uit de berging kwam en weer verrees.

Het is voorbij. De Kwartel is vorige week verbrand.
Na het verdwijnen van de golfbrekers - de Delflandse hoofden - een tweede ingreep. Hier het bericht: 'De brand werd omstreeks 04.00 uur ontdekt, waarop brandweereenheden vanuit de kazernes Scheveningen en Archipel werden gealarmeerd. Hieronder het speciale duinvoertuig. Ter plaatse bleek de brand uitslaand te zijn en werd om 04.10 uur opgeschaald naar 'middelbrand' en vervolgens om 04.13 uur naar 'grote brand'. Hierop zijn nog enkele tankautospuiten en ander materiaal ter plaatse gezonden. Vanwege de afgelegen ligging van de strandtent bleek vanaf het begin de waterwinning het grote probleem te worden. De standaard hoeveelheid water aan boord van de tankautospuiten is bij lange na niet genoeg om een brand van deze omvang te blussen.'

Voor wie afscheid wil nemen, je komt er het best met de tram. Neem van Den Haag Centraal lijn 12 en rijd naar het mooiste eindpunt van Nederland, de lus onder de duinen bij het Markenseplein.
Ik zag de ravage in de regen, vanmiddag. Ook de ruiten van de windschermen met de gedichten van Rik Comello, die jaar in jaar uit in de herfst werden opgeborgen en in maart weer uitgepakt zijn kapot.
Op de terugweg werd ik overvallen door een felle bui.
Paraplu binnenstebuiten, geen droge draad meer aan het lijf.
 

Pagina's