de Uilenburgergracht..

Bordewijk (3)

Ferdinand Bordewijk werd geboren in Amsterdam, in 1884, in wat nu de Tweede Jan Steenstraat heet. Bij mij in de straat.

Anderhalf jaar later verhuisde het gezin naar het Singel, bij de Torensluis en in 1894 vertrokken ze naar Den Haag.
Levenslang bleef Bordewijk naar Amsterdam komen en erover schrijven. Er zijn schrijvers die een stad bewoonbaar maken. Er voor zorgen dat je je er geborgen voelt. Soms. Omdat er altijd wel een heenkomen te vinden is, achter gevels, in verborgen hoeken.

Wat is Rood paleis, het fin-de siècle bordeel in de roman van Bordewijk anders? Een heenkomen. Voor wie?
Mevrouw Doom, de 'waardin' heeft haar eigen idee: ‘...het moest niet te zoetsappig worden. Dat lag niet in haar aard. Vrolijkheid en vreeselijkheid, genot en gruwen. Zoo hoorde het.' 

Bordewijk hield niet van de Amsterdamse School, niet van de Pijp en eigenlijk ook weinig van de grachtengordel. Hij hield van de krochten en stegen van de binnenstad, die nu grotendeels schuilgaan achter hekken.
De mooiste gracht vond ie de verborgen Uilenburgergracht: 'Het was een stil, breed water, inktig, ommuurd door blinde pakhuizen, zonder wal; er leidde geen enkele weg heen, en hoe men zich ook op straat posteerde en de hals rekte, het bleef onzichtbaar.'

Morgen wandel ik met Ina Schermer door Bordewijks Amsterdam. 

 

Tags: 
haar favoriete model Annemarie Schwarzenbach

Marianne Breslauer

In het Joods Historisch Museum zijn de foto's van de Berlijnse Marianne Breslauer (1909-2001) te zien.

Haar meest opzienbarende zijn vrouwenportretten uit de jaren twintig. De tijd van de nieuwe vrouw, die zich kon ontplooien omdat zoveel mannen in de Wereldoorlog waren gesneuveld. Het korte koppie. De korte rok, geen knellende kleren meer. En het wonderlijke, er onstond bij een nieuw zelfbewustzijn ook een nieuw vrouwengezicht, noem het androgyn. Zouden er nog kappers zijn die zo kunnen knippen? Of beter, zijn er nog vrouwen die zo uit hun ogen kijken?

Na de machtsovername door de Nazi's vluchtte ze naar Amsterdam, en daarna naar Zwitserland, waar ze de oorlog overleefde. Later meer.

 

 

Sediamo.. waarom zwart?
van Oostvoorne tot Wijhe, onaangenaam aanvoelende kunststof, en ze zitten beroerd

Zomerplagen

De zomer komt met plagen. Deze laat het er gelukkig niet bij zitten. Eerst een financiële crisis, nu de afbraak van Engelse steden door het tuig uit de stegen.

In Nederland gebeurt niets. Nu ja niets. Ik erger me blind aan de onzitbare terrasstoelen die opeens overal opduiken. Van het merk Sediamo uit Veghel (laten we gaan zitten, of nee..).
Vele jaren heb ik opgezien tegen de verplichting tot levensvreugde die dat seizoen met zich bracht, het 'vakantie vieren' (de uitdrukking is van rond 1985). Vakanties horen te verregenen, zodat in de vakantiehuisjes kan klinken 'we moeten ervan genieten, we hebben ervoor betaald'.
 

Niemand die Dutch comfort beter aanvoelde dan Willem Frederik Hermans. Voorjaar 1975 verscheen zijn roman Onder professoren, met een nawoord van Prof.Dr. B.J.O. Zomerplaag, hoogleraar in de vergelijkende literatuurwetenschap aan de Rijksuniversiteit te Groningen. De naam zegt het.
Onder professoren herlezen dus, waarin scheikundige professor Roef Dingelam de Nobelprijs wint en zijn vrouw Gré - die bang is in de keuken, een laboratorium dat elk moment kan ontploffen - als feestdiner een reerug wil bereiden. Wat mislukt. Van de restjes draait ze tenslotte ballen gehakt. Geen nood, dat is Roefs lievelingskostje.
 

Neil Young
de Nederlandse versie van Chr. van Abkoude (1912), die overleed in Portland, Oregon in 1960

Luilekkerland

Het middeleeuwse verzinsel van een land van overvloed, luxe en gemak, het tegendeel van het harde boerenbestaan, gaat over meer dan snoepen.

Alles verkeert er in z'n tegendeel.
Hongerigen belanden in straten geplaveid met koek (daar komt de Franse benaming Kokanje van), de huizen zijn er gemaakt van suikergoed.
Maar het is ook nog eens het land waar alles mag en niemand hoeft te werken, waar je eeuwig jong blijft en het altijd mooi weer is. De grootste luiaard - en veelvraat - wordt er koning.
Dat paradijs wordt in het liedje Sugar Mountain van Neil Young een verloren jeugd.

Ik heb een krankzinnig geworden jongen meegemaakt die alleen nog suikerwater wilde drinken. Zo hield zijn inmiddels hoogbejaarde moeder hem in leven. Van hulpverleners wilde ze niet horen.
Ze kwamen uit Indië, het paradijs waar de inmiddels gestorven vader van de jongen de Nederlanders had gediend. Nog zie ik ze over de Overtoom gaan, hij met een nietsziende blik, zij hem ondersteunend. Wonen was een groot probleem, hij gilde nachtenlang. Tenslotte belandden ze in een flatje dat direct aan de vangrail van de ringweg grensde, zonder buren.
Sugar mountain, zeker, en een verloren jeugd.

 

Tags: 
Luilekkerland nu.
Luilekkerland door Breughel (1567)

De hoorn van Afrika

Elk paradijs draagt z’n verlies in zich. Wij beleven een grote omkering. Luilekkerland, ooit een droom voor de hongerigen werd een angstdroom.

In Somalië bestaat de droom misschien nog. Bij ons is Luilekkerland verworden tot het schrikbeeld van een ziekte, een verslaving. Opzwellen tot een monster dat onbeperkt eet en drinkt.
Luilekkerland stamt uit tijden van schaarste. Daarom maakt het nu zo'n vreemde indruk. Toch is het nog maar kort dat een groot deel van de wereldbevolking niet meer weet wat honger is.
Natuurlijk, de moraal leek hem te zitten in de rijstebrijberg. Wie al dat lekkers wilde hebben zou zich daar eerst 'doorheen moeten eten'. En eenmaal in het beloofde land aangekomen zou hem dan alle eetlust zijn vergaan! Een Tantaluskwelling, zo leek het. En nu?
Nu leven wij in Luilekkerland. 
 

Halsbandje (2)

Veel reacties op het 'poezenbandje'.  Ligt de oorsprong in de Rococo (ca. 1715-789)? Maar daar is het meer een ingewikkelde halsdoek. Lucas Cranach schilderde veel gouden halsbandjes in de 16de eeuw.

De band van zijde, kant of fluweel is van later. Maar wanneer?
Omschrijving en vorm verschillen per taal. Zo zit de Engelse 'choker' (verstikker) uit de Victoriaanse tijd strak om de nek, met vaak een medaillon of edelsteen eraan. De choker maakte een come-back in de jaren '20.
Het Franse 'collier de chien' is vaak eerder een polsbandje. Wat terugwijst naar de Rococo toen dames hun parelkettingen om de pols gingen dragen. Ach!
En de Duitse Kropfband-Schmuck komt uit de Beierse klederdrachten en hoort bij de dirndl-jurk.

Na de Tweede Wereldoorlog was het halsbandje weg. Maar rond 1970 kwam het nog even terug, soms zelfs met een 'peacesign'. 
Daarna verdween het weer. Hebben feministen het 'choking' idee - symbool van onderworpenheid - afgekeurd?
Maar nee helemaal weg is het niet. Het poezenbandje overleeft op gothic-feesten, waar het de vampier de weg naar de blanke nek wijst. 
Daar is ook het omgekeerde te zien: met spijkers belegde leren nekbandjes, attributen van grote strijdbaarheid.

 

Halsbandje (1)

 Wat is er toch met het halsbandje gebeurd dat sommige vrouwen soms droegen? Veel tegenstrijdigs ontmoet ik op m'n zoektocht naar naam en herkomst van het 'poezenbandje', zoals mijn Antwerpse tante het bandje noemt dat haar elegante, maar degelijke grootmoeder op een foto draagt: vrij smal, met 'n ringetje eraan.

 Fluweel vaak.
'Glenn Close draagt ze in Liaisons dangereuses en Renée Soutendijk in Van de koele meren des doods,' fluistert Niki B. me in. 'Ze zijn mode sinds Louis XV.'
Mode?
Het bandje kent een raadselachtige reputatie.
Emily Dickinson was toch 'n degelijk meisje, de cocotte Olympia van Edouard Manet het tegendeel. Allebei droegen ze het. En geloof me, in deze dagen krijg je geen vrouw meer zo gek het te dragen.

 Ik weet, kleren kunnen meer betekenissen hebben. Denk aan de 15 denier zwarte kousen die bij begrafenissen worden gedragen maar ook op feesten.
Het poezenbandje moet ten prooi gevallen zijn aan een betekenisverschuiving die het over de rand van het betamelijke heeft geduwd.
Het is verdwenen.
Onbegrijpelijk.

van de achterste rij
het gebouw waar Bordewijk het bordeel situeerde

Achterste rij

Er was een tijd dat boekenkasten een geheimzinnige tweede rij hadden, ook wel achterste rij.

Er bestaat geen boek over de achterste rij. Hoewel er veel geweest moeten zijn.
Er waren kasten met zo diepe planken dat je er twee rijen boeken op kwijt kon, een voorste en een achterste, die uit zicht bleef.  
De kast die ik kende stond op wat de studeerkamer werd genoemd. Mijn vader deed er zijn tukjes. Had ik hoge koorts dan werd ik daar te slapen gelegd.
Zo ontdekte ik zijn achterste rij. Met een vrij volledige verzameling van de toen beschikbare erotische literatuur: Casanova, Henry Miller, Aretino, van Sade tot Samuel Pepys, van de 1001 nacht bewerkingen van Paul Rodenko tot Fanny Hill, van de Decamerone tot Mailers The Naked and the Dead.
Wat ik er ook vond was mijn eerste Bordewijk: het meesterlijke Rood Paleis. Over het fin-de-siècle bordeel aan de Passeerdersgracht.
Daar leerde ik koortsig en wel de sigarenrokende mevrouw Doom kennen, Benjohan de Kwee, de hond genaamd Van Brandhuizen. En de meisjes die van mevrouw namen kregen als Labelliflos, Fibris en Friolise.

En nu heeft Ina C.Schermer een boekje gemaakt met Amsterdamse Bordewijkwandelingen. En we zullen een radiowandeling doen.
Die begint aan de Passeerdersgracht, bij Rood Paleis. 
 

Tags: 
de familie Brakman op hun vaste plek, Willem bij z'n vader op schoot: 'Hoewel een groepsfoto ben ik de hoofdpersoon: gezeten op de schoot van mijn vader, die beide armen om mij heen heeft geslagen, wat al met al een innig en lijfwarm tafereel
het eind van golfbreker 38 is weer zichtbaar geworden!

Delflandse Hoofden (3)

Vanmiddag aan het strand wist ik wat ik had: de zomerziektevan wekenlange vakantie. Den Haag, een uitgestorven stad, je hoorde de ijsmannen stratenver aankomen.

Willem Brakman redde me van een sluipende melancholie. Ik zat te lezen in zijn 'Naar de zee om het strand te zien' (2006), bij de tweede strandtent voorbij het verversingskanaal, dat er niet meer is, tegenover pier 38, die er ook niet meer is.
Dit was de vaste plek van de familie Brakman, die in Duindorp woonde. Hier zaten - jaren later - Willem en ik naast onze huurfietsen van 't station.

Het Stille Strand is opgehoogd, maar de basalten golfbrekers zijn blijven liggen, onzichtbaar onder het opgespoten zand. Toch, op sommige plekken zie je opeens iets.
Hier vertelde Willem me van de drenkelingen die hij aan land had zien brengen.
En ik las: 'Een bodemloze afgrond is het lichaam, het vermoeide lichaam, het slapende lichaam, het zich overgevende lichaam, het zieke lichaam, het dode lichaam.' (...) 'Ik liep graag en veel langs de vloedlijn en bekeek de stenen van de golfbrekers met grote aandacht en met een gevoel of de steen en de verdronkene hetzelfde waren en dat ik daarvan wist.'

M'n broekzakken en sokken zitten nog vol zand.
 

Tags: 
en dan heb ik deze nog zwaar opgekrikt..
juist verschenen

Archieframp

Onlangs kwam ik een map tegen met faxen die ik begin jaren '90 met Arnon Grunberg wisselde. Ze zijn moeilijk meer leesbaar.Faxen lossen in lucht op.

Biografen zullen het moeilijk krijgen. Vooral sinds mail de papieren brief vervangt is zich een stille archieframp van ongekende omvang aan het voltrekken.
In het nieuwe, zeer onderhoudende derde nummer van Blauwe Maandagen, het periodiek over leven en werk van Arnon Grunberg staat dat zijn archief in bruikleen is overgedragen aan de Universiteit van Amsterdam.
 

Archief?
Het gaat om 'typoscripten, correspondentie, agenda's, notitieboekjes, documentatie en promotiemateriaal'.
Wat er niet bij staat: mails. En ja, ook Arnon heeft zijn computercrashes gehad waarbij veel verdween. Je mag hopen dat zijn correspondenten wat bewaren, maar dat is lang niet zeker. Veel providers kennen limieten voor opslag. Waar bij komt dat opslaan een hoop gedoe is, zeker als er veel heen-en-weer geschreven wordt met antwoordfunctie.
En dan heb ik het nog niet over de twijfelachtige duurzaamheid van dragers als CD's of schijven.
Niemand zegt wat.
Maar binnenkort zullen we amper meer weten wie we waren.
 

Pagina's