kaart van New York City volgens Jan Rothuizen (1999, fragment)
Jan Rothuizen

Wie is Jan Rothuizen?

Een bezoek aan Jan Rothuizen (1968) brengt vanzelf als eerste vraag: wie heb ik voor me.In verschillende kunstprojecten en ook in zijn boek 'In een pretpark tegenover de hemel' komen namelijk foto's voor van mannen die erg op elkaar lijken. En ook op Jan Rothuizen. Het wemelt van de mannen die Jan Rothuizen zouden kunnen zijn.Wie is Jan Rothuizen? Dat is de vraag waar Jan Rothuizen zich mee bezighoudt.

Geen gekke vraag in een tijd die je bombardeert met zelven, zelven uit een pakje, hapklaar.Jan Rothuizen blijft stokstijf stilstaan, als een ezel. Wat is identiteit, wat is uniciteit? Hij is bezig met een nieuw project. Weer zoekt hij een zelf. Goed, hij is Jan Rothuizen, die zich steeds afvraagt wie hij is. O die! Ironie is hem niet vreemd. Maar dan, wat heb je over zo'n zelf te vertellen?Vragen die je beter kunt stellen aan William James dan aan Sigmund Freud. De kunst na Freud, wat zou dat kunnen worden? Er zijn glimpen, hier en daar. Bij Jan Rothuizen zie je ze. 'Tegenover de hemel hebben ze een pretpark gebouwd dat lijkt op het leven dat je hebt.'Maandag 21 augustus om 22.00 in de Avonden een bezoek aan zijn werkplek.

Tags: 
De avonden (ma) 2006 21 aug 2006 uur 3
Beluister fragment

Joseph Brodsky

Tien jaar geleden stierf de dichter Joseph Brodsky (1940-1996). Dit najaar brengt de Bezige Bij al zijn gedichten in vertaling uit, onder redactie van zijn vriend Kees Verheul. Dinsdag 15 augustus herhaalde de Avonden het programma dat John Albert Jansen over hem maakte voor VPRO's Boeken.Winter '88-'89 bracht Brodsky een bezoek aan Nederland, tijdens welk bezoek hij voordroeg uit eigen werk. Jansen maakte van zijn verblijf een reportage die werd uitgezonden op 24 januari 1989.Nu online. Eind vorig jaar kwam al de bizarre verzameling 'Kerstgedichten', want die was Brodsky gewend te schrijven tijdens ingrijpende perioden in zijn leven. Verlossing, hoop, ja.

In een nawoord haalt vertaler Kees Verheul herinneringen op aan Kerstavond, Leningrad 1967. De dichter is nog maar kort op vrije voeten na zijn dwangarbeid. Hij ziet: ' op Brodsky's gezicht, boven zijn feestkledij (jasje, wit overhemd met das) een uitdrukking die ik nauwelijks van hem kende. Stille triomf. Bijna geluk. Of hij de Sovjetunie, al was het maar voor een paar uur en in een kamer van twee bij drie, eindelijk naar zijn hand had gezet.' Van de Kerstgedichten vindt Verheul 'Kerstromance' (1961) het mooiste, het signaleert 'de geboorte van een dichterschap'.Moskou. Voorlaatste strofe. Kil vaart de avond in je ogenwijl vlokken op een treinstel landen, de vrieswind kent geen mededogen en sluit zich rond je rode handen. Van avondlichten vloeit de honing, er hangen zoete nogageuren,de nachtpastei vormt de bekroning van 't kerstgebeuren.28 december I961(vertaling Peter Zeeman)

Tags: 
De avonden (di) 2006 15 aug 2006 uur 2
Beluister fragment
foto's Erik Verpaalen (1967)

Speeltuin

Godweet waarom liedjes in je brein de kop op steken. Wakker worden met 'Naar de speeltuin'. Het kan ook met het seizoen te maken hebben, vakantie met regenweer. Ik krijg ze soms zo lastig weg. Dan maar toegeven. En gaan opzoeken wat het kinderkoor (kinderkoren zingen in de hel) precies zingt en wie de tekst op z'n geweten heeft. De Duitse tekst van Gerhard Froboess, vader van Cornelia ('Pack die Badehose ein') is saai, de vertaling/bewerking van een Bob Bleyenberg daarentegen is voor mij letterlijk onvergetelijk.

Wie was Bob Bleyenberg? Een paar andere liedjestitels, meer niet: 'Als m'n pappie zich scheert', 'De juffrouw uit de eetsalon' of 'Ik tel de knopen van m'n jas'. Dat moeten liedjes van verlangen zijn. Onsterfelijk werd hij -althans zo lang ik leef - met 'De speeltuin' (1952). De soliste was en is Heleentje van Capelle, het koor de Karekieten. Af en toe gaan pa en moe, met ons naar de speeltuin toe Dat is voor ons kinderen het fijnste wat bestaat 't Is een eind bij ons vandaan Daarom gaat de karavaan 's Morgens al op weg, dan zijn wij er niet te laat Kleine Piet vliegt van de wip, valt zijn tanden door zijn lip, Hij brult als een wilde als pappa verbinden wil. Lien draait in een molen rond, jankend als een jonge hond, Want zij wil er uit en dat ding dat staat niet stil Heeft mamma een goede bui en is pappa niet te lui, Nou dan gaan we naar de speeltuin Ma draagt broodjes in een mand, pa de trommel met verband En dan gaan we naar de speeltuin En we wippen en we draaien en we schommelen erbij Tot we misselijk van het draaien en de limonade zijn Heel de dag is het dan feest, tot we er uit zien als een beest, Nu we heerlijk in de speeltuin zijn geweest Komen wij dan 's avonds thuis, vuil van zand en stof en gruis, dan zegt Papa boos: Dat was beslist de laatste keer Maar we zeuren al weer gauw: mama wanneer gaan we nou nog es naar de speeltuin? En spoedig gaan we weer! Heeft mama een goede bui en is papa niet te lui nou dan gaan we naar de speeltuin... etc.....PS. Bob Bleyenberg, leer ik van Tony Eijk, die veel weet van het Nederlandse 'schnabbelcircuit', was een intelligente journalist bij het Utrechts Nieuwsblad met liefde voor het circus. Hij trad graag op en werd tenslotte beroepsclown onder de naam Fantasio.

de film die een Oscar kreeg

Grass (2)

De Volkskrant van vanmorgen brengt een hoofdartikel (pagina 11) over 'Het zwijgen van Grass'.Het eindigt met deze regels: 'Dat de argumenten waarmee hij zijn standpunt in het publieke debat over de oorlog onderbouwde nog steeds recht overeind staan, zal niet kunnen verhinderen dat zijn woorden voortaan anders zullen worden gewogen. Hopelijk geldt dat niet voor zijn indrukwekkende literaire oeuvre. Hiervoor geldt dat kunstwerken niet mogen worden vereenzelvigd met de kunstenaar.'Onbegrijpelijke zinnen.

Het gaat in literatuur niet om waarheid, maar om waarachtigheid. En die waarachtigheid, en dus de overtuigingskracht van het werk van Grass is aangetast door zijn onthulling. Oskarchen, uit Die Blechtrommel, het jongetje dat besloot na z'n derde jaar niet meer te groeien, dat magisch alter ego van Grass, was een gedroomde figuur die met zijn stemgeluid en zijn blikken tromgeroffel de wereld tot zwijgen bracht. Oskarchen, een eend bij wie alle smetten van z'n veren afgleden. Nu z'n geestelijke vader besmet blijkt overtuigt Oskarchen ook niet meer. Maar, achteraf lijkt Grass in Die Blechtrommel al met zijn bekentenissen van nu rekening te hebben gehouden. Oskar eindigt in een gekkenhuis, en 'misschien heeft hij alles ook maar verzonnen'. Toch, Grass had Oskarchen alleen kunnen redden als hij hem had laten opslokken door het kwaad van de SS. Waarna hij - geschonden en wel, als zo veel Duitsers - een liegende carrière had kunnen beginnen. Kunstwerken kunnen niet los gezien worden van hun geestelijke vaders. Ze zijn de verbeelding van wat er in een brein omgaat, in een leven omgaat. Om het verband tussen die twee gaat het juist. Het werk van Grass is onwaarachtig geworden.Ik heb mijn geloof in Oskarchen verloren.

W.G.Sebald

Grass en Sebald

 Nobelprijswinnaar Günter Grass diende aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in de Waffen-SS. Dat staat in de autobiografie die in september uitkomt. Tegen de Frankfurter Allgemeine zei hij: "Tijdens de oorlog vond ik dat normaal, na de oorlog schaamde ik me er voor aan de zijde van de nazi's te hebben gevochten. Daarom heb ik er zo lang over gezwegen."

 En: "Op mijn vijftiende werd ik in verband met mijn leeftijd afgewezen voor een duikbooteenheid. Twee jaar later mocht ik wel onder de wapens. Ik deed het hoofdzakelijk omdat ik me thuis opgesloten voelde en de Arbeidsdienst waar ik bij zat onvoldoende bevrediging schonk. Pas toen ik in Dresden aankwam, werd mij duidelijk dat ik was ingedeeld bij een SS-divisie. Wat ik heb gedaan, deden vele leeftijdgenoten." Ook de onaantastbare kleine Oskar met zijn blikken trommel is de dans tenslotte niet ontsprongen. Het was eind 1944, Grass was 17 jaar oud. Ja, waarom zo lang gewacht? De autobiografie die gaat verschijnen heet 'Beim Häuten der Zwiebel' (Bij het schillen van de ui). Ik denk dat die titel anders vertaald moet worden, want slaat op het afpellen van de 'rokken' van de ui, rokken waarachter steeds weer een nieuwe verborgen zit tot je tenslotte niets meer over hebt. Als dat zo is - wat ik hoop voor Grass - zou er zelfspot in het spel kunnen zijn.

 Mijn tweede gedachte was 'wat zou W.G.Sebald hiervan gevonden hebben'. Sebald (1944-2001) meende (zie dit log van 15 juli jl.) dat de naoorlogse Duitse literatuur zich heeft onttrokken aan wat hij als de plicht van literatuur - geweten van de natie - beschouwde, namelijk verslag doen van de gruwelen die de geallieerde bombardementen op Duitse steden aan het eind van WOII teweeg brachten. Lees 'Luftkrieg und literatur', waarin hij - als een van de weinigen - Günter Grass en zijn 'Dantzig trilogie' (Die Blechtrommel, Katz und Maus, Hundejahre) spaarde. Onmiskenbaar boeken waarin geprobeerd wordt de verstoorde ervaringswereld van een generatie Duitsers weer te geven. Grass sloot zich - geweten van de natie - bij de opvatting van Sebald aan. Achteraf is dat wat pijnlijk. Zijn Danzig-boeken komen nu in een ander licht te staan. Ik vermoed dat Sebald gezegd zou hebben: 'Erg jammer dat hij zijn SS-dienst niet eerder gebruikt heeft. Grass bevestigt daarmee de cultuur van het (ver)zwijgen die ik aan de kaak wilde stellen.'

station Friedrichstrasse, Berlijn jaren '20

Treinschrijven

'Er vloog een klein station voorbij, niet meer dan een perron, een halfopen juwelenkistje, en alles werd weer donker alsof er kilometers in de omtrek geen Berlijn bestond. Ten slotte verspreidde zich een topazen licht over honderden rails en rijen natte spoorwagons. Langzaam, zeker, bloeiend, trok de reusachtige ijzeren stationsholte de trein naar binnen, en meteen werd die traag, en toen met een schok overbodig.'

Zo eindigt, in de vertaling van Rien Verhoef, het eerste hoofdstuk van wat Nabokov 'de joligste' van zijn romans roemt, dat 'montere monster' Heer, vrouw, boer, voltooid in 1928, uit zijn Berlijnse tijd. Onverholen erotiek. Is Nabokov onze grootste treinschrijver? Ik hou me aanbevolen voor treinpassages. Een krantenberichtje vertelde eens van een hoogbejaarde Italiaanse oud-senator, die in treinen woonde. Zijn gratis spoorabonnement voor het leven was een van zijn laatste bezittingen. Een huis had hij niet meer. En zo reisde hij permanent. Van Lecce naar Cuneo, van Triest naar Livorno.Hij werd dood aangetroffen in een eerste klasse wagon.

Tags: 

Hond

Hiernaast staat een nieuw verhaal van de in Moskou wonende Nederlandse schrijver en journalist (sinds kort weg bij de Telegraaf) Pieter Waterdrinker, regelmatig in de Avonden te horen als 'audiocorrespondent'. Het wordt uitgezonden op 14 augustus na 20.00 en werd afgelopen week opgenomen.Omdat het in de Moskouse Metro speelt vroeg ik Pieter eerst over dat unieke ondergrondse paleizenstelsel, door Stalin gebouwd voor de arbeiders.

Aan deze publicatie ging een mailwisseling vooraf, waaruit de volgende zinnen.Hij: 'Hondenverhaaltje vond je kennelijk niet zo geslaagd, maar ach. Mij greep het op de één of andere wijze aan...'. Ik: 'Hoe kom je daar nou bij? Het hondenverhaal ontroerde me hevig. Eigenlijk vind ik het zo mooi dat ik het graag op het log zou zetten.' Hij: 'Lijkt me fantastisch... Ik woon inmiddels in een lekker arbeidersflatje, met op de binnenplaats een moskee. Terug naar de basis, naar de eenvoud. Na een inzinking klim ik er weer bovenop. Ben zelfs aan een soort romannetje begonnen. Ik ruik hier al helemaal de herfst. De geur van weemoed en scheppende kracht.'Ik: 'Stuur het hondje maar, intussen vond ik prachtige foto's, oa. van het Kievskaya station.' Hij: 'Ik heb een print van die hond, maar kan de file niet vinden. Zeker niet opgeslagen. Ik ben al eens een paar jaar werk kwijt geraakt. Ik zal alles overtypen, maar morgen, morgen...'.Hij (dag later): 'Ik heb die hond weer boven water gekregen. Hier is 'ie!'

Pistoia (3)
Pistoia (1)
Pistoia (2)

Locomotievenkerkhof

Na de verhalen en foto's van een locomotievenkerkhof in de voormalige DDR, rond 1970 aangetroffen door Jan Wagenmeester en Peter Flik, dacht ik lang niet aan locomotievenkerkhoven. Tot ik in 2003 over de brug achter het station Pistoia (Toscane) binnenreed. Een achterafroute langs verlaten fabrieken. Daar stonden ze. Zomaar achter een laag hek. Bij tientallen.

 Er maakte zich een zeldzame hysterie van me meester.Ik negeerde alle verbodsborden en hekken en liep het terrein op, met m'n camera. Het gekke is dat ik verscheidene functionarissen van de Ferrovia dello Stato tegenkwam die er niks van zeiden. Ze schonken me hooguit een 'o ben je d'r zoéén'-blik. De oorsprong van het verschijnsel ken ik. Mijn broer was in z'n jeugd lid van Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en tramwegwezen (NVBS). Hij fotografeerde en verzamelde. Op vakanties gingen schroefsleutels mee, waarmee we eens zelfs in Frankrijk een nauwelijks te tillen nummerplaat van een stoomlocomotief hebben losgehaald en meegenomen. Waarom?

 Nog kan ik uitgerangeerde, roestende treinen en afgedankte stations niet weerstaan. Ik klim over prikkeldraad en waag m'n leven voor een foto. Waarom? Wat betekent dat? Vraag het Nabokov, vraag het Marcel Proust of Italo Svevo. Treinen, in het bijzonder stoomtreinen vertellen iets over het raadsel van leven en dood. Als die treinen zelf sterven gebeurt er iets onzegbaar ergs.Er bestaat een andere wereld, tussen de rails. Nabokov beschrijft in het zevende hoofdstuk van 'Speak memory' een dubbele opwinding van het treinreizen. Eerst het spiegelend contact met de voorbijglijdende, speelgoedachtige buitenwereld, dan hoe hij zich als jongen in de plaats stelt van een passant die naar deze trein kijkt, terwijl hij voorbijrijdt over een ijzeren viaduct, bij een lage zon waarin de ramen schitteren.

coll. Sarah van Sonsbeeck

E.N.S.I.E.

 Verder over Encyclopedieën.Sarah van Sonsbeeck bezit de Eerste Nederlandse Systematisch Ingerichte Encyclopedie (zie foto).Ze schrijft: ''De eerste regel van het eerste deel luidt: 'Een treffend kenmerk van het tegenwoordige leven is zijn ingewikkeldheid en het onvermogen van de enkeling om het geheel te overzien.' Uit 1946.''

 En: ''Deel V 'De Aarde', mijn lievelingsdeel, begint met: 'De planeet waarop wij leven, waarop de mens voorlopig optreedt als laatste schakel van een lange evolutie, die meer dan 500 millioen jaren geduurd heeft. Deze aarde te leren kennen, is het doel van de eerste helft van dit Deel'. Dit begin doet mij altijd glimlachen. Vooral dat 'voorlopig' vind ik groots (de ENSIE is al 10 jaar met mij meeverhuisd). Minder gangbare, maar ook mooie pogingen tot een encyclopedie: 'Reis om de dag in 80 werelden' van Cortazar en de boeken van Francis Ponge.''

Bordewijk
uit de film 'Karakter'

Alfabet

Het alfabet is terug op de Boekensite.Onder 'Auteurs' bovenaan staan ze op een rij, meer dan 1200 schrijvers. Beschreven, en ook vaak te horen en te zien. Het Koninklijk Stemmenarchief groeit. Alfabet?

 De Gouden Regel van vandaag is van Belcampo (stem!): 'De alfabetische rangschikking heeft iets wonderbaarlijks. Onder de schijn van een volmaakte orde verbergt zij het minst samenhangende, het meest chaotische.'Je kunt ook zeggen, het alfabet heeft de charme van de willekeur. En de overtuigingskracht ervan. Het alfabet zegt: 'bewijs mij maar eens dat jouw manier om de wereld te ordenen beter is'. F. Bordewijk heeft deze willekeur het mooist gedemonstreerd. Als Jacob Katadreuffe in 'Karakter' mag solliciteren, zegt hij dat hij maar beschikt over 'het weten tot T.' omdat zijn Lexicon niet volledig is en bovendien verouderd: 'Voorbij de letter T. weet ik niet veel, het gaat niet verder, het is niet compleet.

 'Mijn vader haatte alfabetische Encyclopedieën. Hij wist alles beter, zeker de alfabetische ordening. Daarom bezat hij niet de Winkler-Prins of de Oosthoek, zoals al zijn collega-leraren. In zijn kast stonden de zwarte delen van de E.N.S.I.E., de Eerste Nederlandse Systematisch Ingerichte Encyclopedie, eerste editie in tien delen uit 1952. Deze 'Encyclopie' (Reve) ordent de kennis per onderwerp en plaatst wetenswaardigheden in hun context. Maar de ENSIE-betweters vergaten twee dingen: snel iets opzoeken bleek onmogelijk, je moest door registers ploegen, en hun kennisordening bleek, meer nog dan die van alfabetici, tijdgebonden. In een oude Winkler Prins kun je nog steeds doen wat Encyclopedieën zo aantrekkelijk maakt: bladeren. In een ENSIE veel minder. De bladerwaarde van de ENSIE is gering.

 Dat bladeren, vermoed ik, klopt met de hersenactiviteit van de dommelende, wegdromende mens: van de hak op de tak. Wie dus het auteursalfabet van de boekensite opslaat weet waar hij of zij begint, maar heeft geen idee waar hij of zij uitkomt.

Pagina's