Het was 2006. Antjie Krog stortte zich er halsoverkop in, daar bovenin Studio Desmet. Op tafel lagen fotokopieën van haar bundels. Daaruit componeerde ze voor de vuist weg een nieuw geheel. Het moest over haar en haar land gaan. Of toch over seks, alleen maar seks? Nee, het land.
In een razend tempo scande ze haar pagina's, streepte strofen, regels of hele gedichten, mompelend 'nee, deze ook maar niet' of 'ach nee'. En daar vlogen pagina's over de vloer. Nooit een dichter zo met z'n eigen werk zien omgaan.
Met wat overbleef gingen we de studio in. Ik fixeerde haar uit het regiehok. Zorgde dat ik haar in de ogen zou zien telkens als ze opkeek. Wie haar kent weet dat ze publiek nodig heeft, dat was ik in m'n eentje.
Aanwijzingen bleven beperkt tot 'langzamer' of 'vlugger'. Nog meer thee met melk. Tenslotte hadden we een uur. Er was een nieuwe bundel ontstaan. Er was nog wat ruimte. Nog eentje dan tot slot. Ze keek me tartend aan: 'Ik heb er nog eentje over een kat, een rooie kat. Die is voor jou.'
Het was klaar. Ze keek opeens peinzend en zei 'misschien had ik toch alleen de seksgedichten moeten doen.'
En nu is er dan een bundel met de veelbetekenende, schuldbewuste titel 'Medeweten'. De dingen gebeuren in Zuid-Afrika, met medeweten van Antjie Krog. Zoals:
nadat haar man begraven was
liet overgrootmoeder Betjie van Middensruit
hem opgraven
en trok hem een ander zondags pak aan
'ineens begrijp ik het' zei mijn moeder
'ik zou niks liever willen dan
daar bij die hoop grond te gaan graven
net zolang tot ik bij je vader ben
tot bij waar hij is en hem
aan zijn schouders optil
die onontkoombare daarheid van 'm'