Pessoa's Chevrolet.

 Van Pessoa (1888-1935) weet ik zo goed als niets. Had hij een Chevrolet zoals deze? Of droomde hij zich er een. Hij schreef wel een gedicht 'Aan het stuur van mijn Chevrolet'. Vertaler August Willemsen drukte fragmenten af in zijn nawoord bij de verzamelde brieven. Zoals:

 'Aan het stuur van mijn Chevrolet over de weg naar Sintra,

In maanlicht en in droom op de verlaten weg,

Rijd ik alleen, rijd ik bijna langzaam, en denk ik bijna,

Of dwing mij bijna te denken dat ik over een andere weg

Rijd, door een andere droom, door een andere wereld,

Rijd, zonder Lissabon achter mij of Sintra om naar toe te gaan,

Rijd, en wat anders is rijden dan niet stilstaan maar rijden?' (...)

'Ik ga in Sintra slapen omdat ik niet in Lissabon kan slapen, naar wanneer ik in Sintra aankom zal het me spijten niet in Lissabon te zijn gebleven. Altijd die onrust zonder zin, zonder verband, zonder gevolgen, altijd, altijd, altijd die buitensporige beklemming van de geest om niets, op de weg naar Sintra, of op de weg van de droom, of op de weg van het leven... Ik ga in Sintra slapen omdat ik niet in Lissabon kan slapen, maar wanneer ik in Sintra aankom zal het me spijten niet in Lissabon te zijn gebleven. Altijd die onrust zonder zin, zonder verband, zonder gevolgen, altijd, altijd, altijd die buitensporige beklemming van de geest om niets, op de weg naar Sintra, of op de weg van de droom, of op de weg van het leven...'

Maar er is meer, veel meer.

Tags: 

Pessoa op zondag

 Het is zondag, onuitroeibaar een dag anders dan de andere. Een dag om in het Boek der rusteloosheid van Fernando Pessoa te bladeren. Bladeren is wan­delen. In zomers Lissabon. langs genummerde gedachten. Dit is nummer 439. Over het raadsel van de zondag dat ik ken: 

'... de pijnlijke intensiteit van mijn gevoelens, zelfs die van vreugde; de vreugde om de intensiteit van mijn gevoelens, zelfs al zijn het er van droefheid.

 Ik zit te schrijven op een zondag, laat in de ochtend, een heldere dag met zacht licht waarin boven de daken van de ononderbroken stad het blauw van een altijd nieuwe hemel het mysterieuze bestaan van de sterren in vergetelheid hult...

 Ook in mij is het zondag...

 Ook mijn hart gaat naar de kerk waarvan het niet weet waar die is; het draagt een fluwelen kinderpak en zijn gezicht, blozend van de eerste indrukken, glimlacht onder droevige ogen boven de veel te grote kraag.'

  Ps. In de Haagse wijk Bohemen zijn al jaren plannen de Bethelkerk af te breken, waar ik mijn zondagsschool uitzat in het licht van zondoorschenen glas-in-lood, bij orgelspel van het latere genie René Raki­er. Zondag is onvergankelijk.

Tags: 

Bestaan

 Veel schrijvers werken met de seizoenen mee. Breekt de lente aan dan fluiten ook in hun roman de vogels de personages om de oren. Fernando Pessoa's Boek der rusteloosheid is geen roman, maar een soort van dagboek van zijn personage Bernardo Soares, en schrijvende kantoorman. Waarin op 8 januari 1931:

 'Ik heb lang niets meer geschreven. Maandenlang al leef ik niet meer, duur ik slechts voort tussen het kantoor en mijn fysiolog­ie, terwijl innerlijk mijn denken en voelen stilstaan. Helaas betekent dat geen rust: rotten is ook een proces.

 Ik heb niet alleen lang niets geschreven, maar ik besta zelfs al lang niet meer. Ik geloof dat ik nauwelijks droom. De straten zijn straten voor me. Ik doe mijn werk op kantoor zonder me van iets anders bewust te zijn, hoewel ik vaak verstrooid ben: in plaats van na te denken slaap ik dan. , maar ik ben wel een ander achter mijn werk.

 Ik besta al lang niet meer. Ik ben volkomen rustig. Niemand onderscheidt mij van wie ik ben. Zojuist merkte ik dat ik ademhaalde, alsof ik dat nu pas of nu pas voor het eerst had gedaan. Ik begin te beseffen dat ik een bewustzijn heb. Misschien kom ik morgenvroeg weer tot mezelf en neem ik de draad van mijn eigen bestaan weer op. Ik weet niet of ik me dan gelukkiger of minder gelukkig zal voelen. Ik weet niets. Ik hef al wandelend mijn hoofd op en zie dat op de helling naar het Kasteel de zon, die er recht tegenover ondergaat, in tientallen ramen brandt met een felle weerschijn van koudvuur. Rond deze harde, vlammende ogen is de helling lieflijk zacht van het einde van de dag. Ik kan me tenminste bedroefd voelen en bedenken dat die bedroefdheid zojuist werd gekruist door het plotselinge tingelen van een tram, die ik met mijn oren voorbij zag rijden, de toevallige stemmen van pratende jongelui en het vergeten gefluister van de levende stad.

 Ik ben al lang niet meer ik.'

Tags: 

Pessoa's theekopje

 Er is een nieuwe, herziene, en uitgebreide druk van het Boek der rus­teloosheid van Fernando Pessoa, vertaald door Harrie Lemmens. Dit is aantekening 366:

 'Zinloze landschappen als op Chinese theekopjes, die beginnen bij het oor, rondlopen en abrupt eindigen aan de andere kant van het oor. Die kopjes zijn altijd zo klein... Waarheen en met wat voor porseleinen (...) zou dat landschap zich uitstrekken, dat nu niet verder gaat dan het oor van het kopje? Sommige zielen kunnen een diepe pijn voelen om het feit dat de landschappen op Chinese waaiers niet driedimensionaal zijn.'

 Het theekopje moet dus niet met de hand beschilderd zijn, maar met een stempel bedrukt, dat niet helemaal past. Pijnlijk, elke keer dat je er naar kijkt. Zoals de uit stof met een groot bloempatroon zelf gemaakte rok die mijn moeder op vakantie droeg. Waarvan het bloempatroon bij de naad aan de achterkant eindigde in een grote, halve dahlia.

 Waarmee ze door Venetië liep.

Tags: 

Niet-Pessoa

 Ken uzelve. Al hebben nog zo veel oude Grieken het ons voorgehouden, het is een dom, ja onmogelijk advies. Oneindig veel beter is het te rade te gaan bij Fernando Pessoa. 

 Pessoa (1888-1935) wist - net als zijn tijdgenoot William James - dat het niet kon. Dat wat wij ik noemen wisselt met de dag en de omstandigheden. Dus schreef hij als een meervoudige persoonlijkheid. Uit zijn door August Willemsen vertaalde gedichten koos Maarten Asscher er 159, gesigneerd met tenminste vier 'heteroniemen', onder de titel 'In ons leven tallozen'. Waaruit dit van Alvaro de Campos, waar het allemaal in zit, en waarvan de eerste regel ook de titel is:

 

 Ik begin me te kennen. Ik besta niet.

Ik ben de ruimte tussen wat ik wil zijn en wat anderen

me hebben gemaakt,

Of de helft van die tussenruimte, want leven is er ook

nog...

Dat ben ik, uiteindelijk...

Doe het licht uit, doe de deur dicht en hou op met die

geluiden van pantoffels op de gang.

Laat mij alleen op mijn kamer met de grote rust van

mijzelf.

Het is een goedkoop universum.