Bestaan

 Veel schrijvers werken met de seizoenen mee. Breekt de lente aan dan fluiten ook in hun roman de vogels de personages om de oren. Fernando Pessoa's Boek der rusteloosheid is geen roman, maar een soort van dagboek van zijn personage Bernardo Soares, en schrijvende kantoorman. Waarin op 8 januari 1931:

 'Ik heb lang niets meer geschreven. Maandenlang al leef ik niet meer, duur ik slechts voort tussen het kantoor en mijn fysiolog­ie, terwijl innerlijk mijn denken en voelen stilstaan. Helaas betekent dat geen rust: rotten is ook een proces.

 Ik heb niet alleen lang niets geschreven, maar ik besta zelfs al lang niet meer. Ik geloof dat ik nauwelijks droom. De straten zijn straten voor me. Ik doe mijn werk op kantoor zonder me van iets anders bewust te zijn, hoewel ik vaak verstrooid ben: in plaats van na te denken slaap ik dan. , maar ik ben wel een ander achter mijn werk.

 Ik besta al lang niet meer. Ik ben volkomen rustig. Niemand onderscheidt mij van wie ik ben. Zojuist merkte ik dat ik ademhaalde, alsof ik dat nu pas of nu pas voor het eerst had gedaan. Ik begin te beseffen dat ik een bewustzijn heb. Misschien kom ik morgenvroeg weer tot mezelf en neem ik de draad van mijn eigen bestaan weer op. Ik weet niet of ik me dan gelukkiger of minder gelukkig zal voelen. Ik weet niets. Ik hef al wandelend mijn hoofd op en zie dat op de helling naar het Kasteel de zon, die er recht tegenover ondergaat, in tientallen ramen brandt met een felle weerschijn van koudvuur. Rond deze harde, vlammende ogen is de helling lieflijk zacht van het einde van de dag. Ik kan me tenminste bedroefd voelen en bedenken dat die bedroefdheid zojuist werd gekruist door het plotselinge tingelen van een tram, die ik met mijn oren voorbij zag rijden, de toevallige stemmen van pratende jongelui en het vergeten gefluister van de levende stad.

 Ik ben al lang niet meer ik.'

Tags: 

Pessoa's theekopje

 Er is een nieuwe, herziene, en uitgebreide druk van het Boek der rus­teloosheid van Fernando Pessoa, vertaald door Harrie Lemmens. Dit is aantekening 366:

 'Zinloze landschappen als op Chinese theekopjes, die beginnen bij het oor, rondlopen en abrupt eindigen aan de andere kant van het oor. Die kopjes zijn altijd zo klein... Waarheen en met wat voor porseleinen (...) zou dat landschap zich uitstrekken, dat nu niet verder gaat dan het oor van het kopje? Sommige zielen kunnen een diepe pijn voelen om het feit dat de landschappen op Chinese waaiers niet driedimensionaal zijn.'

 Het theekopje moet dus niet met de hand beschilderd zijn, maar met een stempel bedrukt, dat niet helemaal past. Pijnlijk, elke keer dat je er naar kijkt. Zoals de uit stof met een groot bloempatroon zelf gemaakte rok die mijn moeder op vakantie droeg. Waarvan het bloempatroon bij de naad aan de achterkant eindigde in een grote, halve dahlia.

 Waarmee ze door Venetië liep.

Tags: 

Niet-Pessoa

 Ken uzelve. Al hebben nog zo veel oude Grieken het ons voorgehouden, het is een dom, ja onmogelijk advies. Oneindig veel beter is het te rade te gaan bij Fernando Pessoa. 

 Pessoa (1888-1935) wist - net als zijn tijdgenoot William James - dat het niet kon. Dat wat wij ik noemen wisselt met de dag en de omstandigheden. Dus schreef hij als een meervoudige persoonlijkheid. Uit zijn door August Willemsen vertaalde gedichten koos Maarten Asscher er 159, gesigneerd met tenminste vier 'heteroniemen', onder de titel 'In ons leven tallozen'. Waaruit dit van Alvaro de Campos, waar het allemaal in zit, en waarvan de eerste regel ook de titel is:

 

 Ik begin me te kennen. Ik besta niet.

Ik ben de ruimte tussen wat ik wil zijn en wat anderen

me hebben gemaakt,

Of de helft van die tussenruimte, want leven is er ook

nog...

Dat ben ik, uiteindelijk...

Doe het licht uit, doe de deur dicht en hou op met die

geluiden van pantoffels op de gang.

Laat mij alleen op mijn kamer met de grote rust van

mijzelf.

Het is een goedkoop universum.