Funiculare

  De bovenstad en de benedenstad, verbonden door een tandradbaan die werkt op waterkracht. Lumineus idee, het kostte geen energie. Een wonder van duurzamheid. Er waren er verschillende in Italië, gebouwd rond 1900. Vaak ging ik kijken naar die van Mondovi, in Piemonte.

 Daar verroestten jarenlang de wagentjes in het met engeltjes versierde benedenstation.

 Tot de restauratie kwam. Niet meer op waterkracht, terwijl dat zo'n ei van Columbus was. Twee wagentjes, waarvan waterbak van degeen die boven is aangekomen daar wordt volgetankt met bronwater. Wat hij dan, als hij weer omlaag zakt langzaam laat leeglopen en zo voortgestuwd wordt. Terwijl hij tegelijk via kabels zijn partner uit het benedenstation omhoog trekt. Die daar dan op zijn beurt wordt volgetankt.

 Op de oude foto zie je de brede buis waardoor de waterbak kon worden gevuld. Halverwege, op het ene stukje dubbelspoor was een halte. Daar passeerden ze en groetten de wagenvoerders elkaar.

 Het werkte. Een groot geluk moet dat geweest voor ingenieur Ferretti, de man die in 1886 de funiculare in Mondovi bouwde. Pas in 1926 is daar geëlektrificeerd. En in 1976 gesloten omdat de auto opdrong.

 Jarenlang kwam ik in Mondovi en keek naar het classicistische toegangsgebouw beneden, naar een Maria die reizigers zegende met onder haar de wrakken van de wagentjes. Maar goddank, parkeren werd boven, waar het ziekenhuis staat, steeds lastiger. De funiculare kwam terug. In 2006 was de restauratie klaar. Maria zegent weer, 

Tags: 
bij de mensen op tafel kijken
steeds hoger
eindpunt Granarolo

Tandradbaantje

 Door dom geluk vond ik in 1998 een toegang tot de hemel. Achter het Genuese station Porta Principe lag de bizarre bouwval van het fin de siecle hotel Miramare, waar eens ook Nederlandse Indischgasten logeerden. Onder die bouwval begon, zo bleek, een steil tandradbaantje. Elk halfuur brachten een conducteur en een bestuurder een precies 100 jaar oud vehikel naar boven, naar het dorp Granarolo en weer terug. En onderweg zag je wat de Genuees Antonio Tabucchi beschrijft in zijn boek 'De lijn van de horizon' (1986).

 De wagon scheert knerpend langs rommelige balkonnetjes van erg hoge oude huizen, je kijkt bij families op tafel en 'dan wijken de muren uiteen: het is alsof de lift zich door de daken heen heeft geboord en rechtstreeks op de hemel afstevent, een ogenblik voel je je in de leegte zweven'.

 Omlaagkijken durfde ik niet. Het duo werkte zo te zien al jaren samen. Ze hielden van elkaar, dat zag je. Tijdens de rit hield de conducteur zich vast aan de chromen staander achter de rug van de zittende wagenvoerder, zodat het van mijn plaats af wel leek of ie zijn arm om hem heen sloeg. De deur aan de afgrondkant bleef gewoon open. Boven gekomen haakte de conducteur de stroomafnemer met de hand van de draad. Daar, in het houten stationnetje hebben ze een werkplaats vol ongeregeld gereedschap en blikken consistentvet, en hun schafthokje.

 Het uitzicht: Genua, het station, de haven, de zee. Je staat, 340 meter boven de stad, in een dorp. Er is een café van de 'Vrienden van de jacht', met foto's uit 1900 aan de muur van mannen met geschoten everzwijnen en de tekst 'orde en respect zijn essentiële componenten voor het goed functioneren en verbeteren van de maatschappij'.

 Naar beneden ging de wagon zonder stroom, onder oorverdovend geraas, met een remsysteem dat ik niet heb kunnen doorgronden. En, de beide mannen glimlachten niet! Een glimlach, dat lag in hun houding besloten, zou hier alles bederven.Ik heb nog vaak aan ze gedacht.Nu, acht jaar later, probeer ik er achter te komen of het baantje nog bestaat. Dat lukt. Eén van de twee wagonnetjes blijkt vervangen. Verontrustender is dat de dienstregeling vermeldt dat nog maar gereden wordt tot de halte Via Bari. Wat is er aan de hand? Ik moet dringend naar Genua.