Michael Wolf: Life in the city

 In het Haags Fotomuseum, naast het Gemeentemuseum, een middag 'bedazzled' rondgelopen tussen het grote en het kleine. Afmetingen, proporties. Mensen en steden. Van enkele kleerhangers tot complexen van torenflats waar die klerenhangers in thuishoren.

 Wat je onwillekeurig doet bij het kijken naar panorama's die je bevattingsvermogen te boven gaan, is zoeken naar het kleine, dat ontroert. Zoals het wasgoed dat buiten hangt aan de balustrade van balkon 20.578

 Of beter nog, in deze tentoonstelling, blijven staren naar zijn foto's van de bedruppelde gezichten achter glas in de Tokyose metro.

 Maar zelden beleef je het contrast van mens en grootstad zo overdonderend. Ik denk dat de bewoners van de stenen fantasieën zich niet kunnen realiseren hoe groot de wereld om ze heen is. Zo goed als je als televisiekijker niet tot je kunt laten doordringen wat er in Syrië werkelijk gebeurt.

 Het is te veel, teveel. En dus zullen de bewoners elk voor zich een microkosmos bouwen voor zich zelf, waar in te leven valt. Een balkon met wasgoed. Een kleerhanger.

 David Claerbout is met zijn telelenzen al eens doorgedrongen in deze werelden. En merkwaardig, in 2013 had ik het geluk een mini expositie van Michael Wolf te zien in de Amsterdamse Hazenstraat. Daar waren behalve stadsfoto's ook huisaltaartjes te zien.

Weergaloze expositie,  'Life in the city'.

Huisgoden

 Verder dan voorouderverering in foto's op de schoorsteenmantel gaat het bij ons niet. De Chinese Aardgod voor wie ze in Hongkong aan de deurposten altaartjes neerzetten is ook wel familie, maar toch verre.

 Een oom van het platteland - we eten van de aarde - die in het voorbijgaan ook wel als 'opa wordt aangesproken'. Meever­huisd naar de grote stad. Een beeldje is hij niet, eerder een kleitablet of een plankje, een rode doek met opschrift erom geknoopt. Soms gevouwen papieren zilverreigers als een soort oren. Er wordt wegwerpend gedaan over oom. Je wijdt hem in met grapefruitsap dat je met grapefruitbladeren over hem heen sprenkelt en klaar is kees: 'Hoeft niet veel te kosten.'

 De wetenschappers die voor fotograaf Michael Wolf het hoe en waarom van deze rituelen wilden achterhalen kregen het moeilijk. Iedereen deed het op z'n eigen manier, vaak 'zoals mijn moeder het ook deed'.

 Tudi, zoals hij meestal heet, moet wel aan de deur staan, want die bewaakt hij. Daarin lijkt ie op de Romeinse Hermen aan de stadspoorten, die je in het voorbijgaan groette door hun penis even vriendelijk te beroeren. Maar dat kan bij Tudi niet. Wat opvalt is de zelfde achteloosheid. Zoals een katholiek even een kruisje slaat of zijn vingers in wijwater doopt.

Tags: 

Michael Wolf (2)

 Woont sinds 1994 in Hongkong, al voordat het in 1997 bij China werd gevoegd. Toen was het een dichtbevolkt stukje Westen met 7 miljoen inwoners, in flats opeengepakt. Die flats bleven.

 Sindsdien bleef Wolf deze 'architectuur van de dichtheid' fotograferen, drong binnen in tegenoverliggende complexen en maakte foto's zonder een stukje hemel of een horizon erop. Geen ontsnapping mogelijk: dit is zijn 'no exit for the eye'-stijl. Zelfs geen spiegelende glasoppervlakken, zoals ie ze in Chicago gebruikte. Toch zijn er hier en daar mensen te zien, op een galerij hangt een mevrouw was op, iemand haast zich naar z'n werk. Zo krijg je een indruk van de ontzagwekkende afmetingen, met airco's als ritmiek.

 Als professional die oa, voor de Stern, Time en Der Spiegel werkte maakt Wolf altijd eerst proefopnamen van de architectuur, zg. scouts, die nu in Amsterdam te zien zijn. Je kunt eraan zien hoe hij inzoomt.

 Bij Wouter van Leeuwen hangen de flatcomplexen tegenover de altaartjes uit de oude stad, die aansluiten op eerder werk als het boek 'Sitting in China' met louter zelfgemaakte straatstoelen ('bastaardstoelen') en hun makers. 

ps. Bekijk z'n site. Verbazend wat de onderste strip aanroert. Ook oa. de oude 'hoekhuizen' in Honkong (cornerhouses) en de Tokyose metroreizigers.

Maandag in de Avonden meer.

Tags: 

Michael Wolf (1)

 De fotograaf (1954) werd opgeleid in Essen, maar woont al jaren in Hongkong. Hij exposeert nu bij Wouter van Leeuwen in de Amsterdamse Hazenstraat Hongkongfoto's.   

 Altaartjes in de oude stad - blijken van ontroerende alledaagse religie - samen met beelden van de klassieke Hongkongse wolkenkrabbers: 'Small God, Big City'. De altaartjes zijn hoogstpersoonlijk en bestaan uit zo goed als niets. Een plankje met een rode doek erom geknoopt en drie stafjes wierook. En nog iets. Een halve perzik erop kan al genoeg zijn. Niet toevallig altijd bij de deur ‑ vaak onooglijk, vuil, onder een regenpijp, achter een stekkerdoos.

 Zo zijn de bescheiden heiligdommen van de Aardgod, die eens per jaar naar zijn superieuren in de hemel moet om verslag te doen van ons doen en laten. Betoon je deurwachter dus eer. Het offer bestaat uit drie kopjes wijn of thee, drie kommetjes rijst, een gebraden kip, een stuk geroosterd varken en vier sinaasappels. Maar er zijn ook andere offers.

 Een aangrijpende expositie. Later meer.  

Tags: