De ingrepen van Frank Halmans

 Frank Halmans zette op Facebook drie foto's van nieuw werk, met als enig bijschrift: 'Nieuw boekwerk, een vervallen huis.' Eerder was er al een verkoold huis en maakte hij stapeltjes boeken bewoonbaar.

 Van mijn slogan 'Een huis is een mens is een huis' - of omgekeerd - is het maar een stap naar 'Een boek is een mens is een boek'.

 De lichamelijkheid van huizen en boeken. Hun verval.

 Het verval van mensen zie ik alle dagen.

 Boeken worden door Frank chirurgisch behandeld. Hij grijpt in - dat is onvermijdelijk - niet alleen in het voorwerp boek, ook in de tekst. Onvermijdelijk steekt hier of daar een woord, een regel de kop op, op een heel andere manier dan de schrijver ooit bedoelde.

 Frank Halmans is een lezend kunstenaar - we delen Willem Brakman - zoals ook Marcel van Eeden. En dan wordt een boek, dan wordt lezen onder lamplicht een ingrijpende bezigheid. Met gevolgen.

 Boeken overleven mensen. Op het Waterlooplein tref ik soms een stapel drukwerk die de stoffelijke rest moet zijn van een mensenleven. Wie dit las is dood. En dan sta ik te reconstrueren. Wie las eens Anja Meulenbelt, de Naked Ape, Ton Regtien, het Kinsey Report, McLuhan, Jung, Laing, Foudraine?

 Lawaai. Achter mij is de hele benedenverdieping van een vervallen huis in behan­deling. Kaalgestript tot op de muren. Geen restje behang. Vloeren eruit, er is een diep gat gegraven. De kelder van een nu nog onleesbaar interieur. 

Brakman en de stadionsmart

 Jammer dat Willem Brakman de neergang van het Nederlands elftal niet mee heeft mogen maken. In onze brieven roerde hij Oranje vaak aan. Deze is van 10 januari 2000. Hij is juist terug van een controle in het ziekenhuis.

 'Dank voor je brief en wel veel. Ik heb een specialist die mij de lof zong van de e-mail. Dat is geen schri­jven zei ik, maar praten. Schrijven is gaan zitten, de persoon voor de geest halen en hem aanspreken of -schrijven op zijn specifieke struktuur. Dat zag hij niet zo. Zo haast ik mij je te antwoorden, omdat ik binding heb met jouw struktuur zonder die - en dit zij met dankbaarheid gezegd - totaal te kennen. Zo zul je beleven hoe en wat een controle is. Het is de enige weg naar een diep gevoel van opluchting, als alles goed wordt bevonden, echter ook een bron van sombere depressie bij het weer thuiskomen. Rara, maar achter de ene controle steekt de volgende alweer in de binnenzak en dat is fnuikend. Dat plaatst iemand stevig in de wachtkamer en niet in de zonneschijn. Men is beschadigd en dat blijft zo. De sterken dragen die last met verve, maar ik niet. Ik wil er gewoon geheel van af zijn. Maar helaas ik ben om met Bach te spreken 'despised and rejected', onderdrukt, misbruikt, uitgezogen, ik! en dat is hij die daar gaat! en dat is ik! sodeju.

 Mijn advies is hier zoek de "korte perspektieven", dat helpt.

 Wandel verheugd een ziekenhuis uit, al weet je ook somber thuis aan te komen. Tel je zegeningen, al was het maar de aankoop van de zo het haar vertroetelende zeven granenshampoo! of eens rustig rustig en beschouwend een plas te doen op een eenzame bomenlaan. Of je te verheugen. Intens, op de verpletterende nederlaag van Oranje, die zich zonder meer zal voltrekken. Vorig jaar bij de afgang met de strafschoppen zag ik de Griekse tragedie tot op het merg oplichten. Deze stadionsmart der duizenden, het breken van het zwerk, de zelfmoord en public van de bondstrainer.

(...)

Jammer van Oranje maar dat hoort bij mijn zo ongecompliceerde geluksgevoelens. Cheers, W.' 

Tags: 

Het graf van de onbekende leraar

 Op school leerde ik vooral wat een volwassen man kon zijn. Dagelijks bestudeerde ik aandachtig het gedrag van de leraren. Mijn volwassenenstudie vergde zoveel aandacht dat ik aan de leerstof nauwelijks toekwam. Ik kon ze feilloos nadoen. Zag hun gezichten voor ik insliep. En nog.

 Jarenlang volgde ik hun zenuwtrekjes, hoorde hun stembuigingen en kuchjes. Zag ze sigaretten of pijpen opsteken en registreerde hun kleding: ‘Deknatel – Duits - altijd bruin.’ Ze verdienen een monument, met eeuwige vlam.

 In de literatuur zijn ze schaars. Bordewijk geeft ze aandacht in Bint. Maar de enige die precies wordt is Willem Brakman. In zijn 'Wak in het kroos', staat tot in de puntjes wat hij bij voorbeeld van zijn wiskundeleraar de heer Zondag leerde:

 '...een zeer weke en bolle man met heel kleine, witte en zo op het oog kwetsbare handen. Hij schreef smetteloos en weergaloos  regelmatig zijn formules op het bord, waardoor veel tot rust werd gebracht in mijn hoofd, maar zijn spreken getuigde nog van meer, van een absolute almacht. Hij rookte kleine sigaartjes voor de klas, zodat hij zich door kruidige zweempjes spiralende lust volmaakt zwevend hield tussen lichaam en geest. Zijn sigaartje hield hij daarbij in de kleine, wat bol gehouden hand en op het juiste moment haperde hij. Misschien alleen voor mij, want ik heb er nooit iemand over gehoord, maar hij haperde, dat wil zegen hij aarzelde even, en fractie van een seconde. (...)

 'Eindeloos heb ik hem nagedaan, sigaartjes gekocht, zijn stem en stap bestudeerd, tot ik hem van binnen uit bekeek en zijn machtige moment van haperen kon nabeleven. Zo sprak ik nog de zin na die ik woordelijk uit zijn mond had opgetekend, haperde ik zijn hapering.. (...) 

 'Soms, als mijn moeder geluk had hoorde ze achter de deur van mijn kamertje een stem 'alsof ik visite had' zoals ze zei. 

Koortsbordeel

 Koortslezen. En dan proberen iets te schrijven. Wat er gebeurt is lezen en schrijven tegelijk. Het koortshoofd zit vol slaap, maar resten plichtsbesef roeren zich. Wat er gebeurt is dit: ik probeer Het doodgezegde park van Willem Brakman te lezen, maar ik ga met het boek op de loop en tegelijk gaat het boek met mij op de loop.

 Af en toe zak ik weg en droom Willem verder. Maar na verloop van tijd denk ik, nee dit staat er in z'n boek helemaal niet, dit zou Brakman nooit zo schrijven. dat verzin je maar. Ik m'n  ben ik in z’n verhaal linksaf geslagen. Maar waaf? Ik sta in een enorme parkeergarage in een onbekende stad, misschien Brussel. Willem zou hier nooit inrijden. En ik kan m’n auto nergens terugvinden.

 Brakman is een schrijver die droomschrijft, schrijfdroomt. Van droom naar boek is maar ’n stapje. De hoofdfiguur is bezig samen met mevrouw van Reyne een chic bordeel op te zetten.

 Hoe moet het fond zijn? Een soort bloementuin: 

 ‘Vanuit de hal gaat een trap naar boven, de trap van de zevende hemel: crèmekleurige wand, dik tapijt op de treden, zware koperen leuning, die rond moet zijn en voelbaar massief.’ Waarom?

 ‘Om het fluïdum der vele handen die daar overheen hebben gestreken, een baaierd van kneepjes en strelingen om een dreunende stang, we gekruld, maar zeer erect de tuin verbindt met alle mogelijkheden die zich aftekenen als men zo’n trap beklimt. Ik stel voor dat een nonachtige dame boven aan de trap na en kleine reverence fluistert: “heeft meneer de keuze al gemaakt?’’

 Maar goed typen kan ik nu niet. En mijn kop erbij houden ook niet.

Tags: 

Brakmans trapmonument

 Een trap als monument. Willem schreef over trappen zoals hij over zoveel van het onopgemerkte schreef. Zijn monument dat gisteren onthuld werd voor de Enschedese Saxion Hogeschool is een trap, breed als in een theater. Marlene Dietr­ich zou hem kunnen afdalen, een hand aan de satij­nen jurk. Als de diva in Een weekend in Oostende.

 Terwijl het orkest speelde Ich bin von Kopf bis Fusz. Net wat voor Willem, liefhebber van schouwburgen en kijkdozen. Ik was er en dacht hij had dit ten zeerste goedgekeurd.

 Enschede, waar de Haagse jongen zo lang bedrijfsarts was. Een eerbiedwaardige plaats, niet ver van zijn oude woonhuis en het door hem Doodgezegde Park.

 Initiatiefnemer uitgever Paul Abels, samen met vormgever Martien Frijns en architect Marko Matic ontwierpen het. En vermeden al wat mis kan gaan bij zo'n ontwerp. En dat is veel. Geen oude ambachten, geen bronzen bril. Een gebruiksmonument dus, waar je op kunt zitten, staan. Dat je kunt bestijgen en afdalen. De studenten van de Universiteit Twente zullen er bij mooi weer hun kont komen warmen.

 De trap fragmenteert tree na tree een portret en een Brakman-tekst.

 De clan was er, en vrouw, zoon en dochter. Arjan Peters zei z'n tekst 'Naar boven met Willem Brakman.' Waarin oa. dit citaat: 'Alles beweegt, niets is zeker en niets staat stil.'

 En over Brakmans werk: 'Daar heerst de verbeelding, en die spreekt ons niet toe maar voert ons mee; totdat alles beweegt, niets zeker is en niets stilstaat. Geen ongevaarlijke les overigens, vooral wanneer u de trap bestijgt. Maar wie dat aandurft, prijst zich eenmaal boven gelukkig (...)'.

Tags: 

Willem Brakman, vrouwenschrijver

 Willem Brakman? Wie? Bij alles een groot vrouwenschrijver, zo luidt mijn onde­rschrift. Daar vind je geen tweede van in onze letteren. Vrijdag wordt zijn monument onthuld, op de trap bij het Saxion gebouw van de Universiteit Twente.

 De ware vrouwenschrijver weet van voorkomen, gekleed gaan, zich bewegen en al wat er van komt. Zoals in Een weekend in Oostende (1982) tante Marie:

 'Nu wilde tante Marie graag dat de mannen naar haar keken, onder mannenblikken trilde en rilde, tikte en zwikte ze overal tegelijk, en ze kon haar mooie handen op die bepaalde manier over haar keihard gelakte tasje vouwen... als ze maar keken. Dan werden haar ogen zacht zuigend, haar mond zoende rood en zacht de lucht, haar witte armen rolden onafgebroken in zichzelf heen en terug en haar kuiten zongen 'jongens!... dat doen we'.

 'Als ze aan de kade stond en ze had er schik in, dan haalde ze vertrekkende boten uit de koers door een hand onder haar borst te leggen en die dan eventjes te tillen; dan ronkte en zoemde ze van plezier, als de hele boot naar haar keek, van spattende boeg tot plompende schroef. Maar op die avond was er niemand die naar haar keek, vreemd, misschien was er ergens kermis.' En zo gaat 't verder. Als in een prent van Frans Masereel.   

 Of de aanbeden, maar heel het boek onbereikbare zangeres Mathilde:

 'U gaat mij nu vragen of ik haar heb gezien en mijn antwoord daarop is ja, ik heb haar gezien. Het is een ongemene vrouw, heel pastel, vol in de onderarmen en zij draagt een witte hoed, maar een ding is zeker, waar zij loopt, al loopt zij ook op een kruispunt, zij gaat als ging zij door een park.' 

Tags: 

Brakman monument

 Op vrijdag 9 oktober wordt in Enschede, bij de Universiteit een monumentje onthuld voor Willem Brakman. Ik ga kijken, omdat ik geen idee heb wat het geworden is. Het monument komt op de trappen van de nieuwbouw en bestaat, lees ik, uit een tekst en een 'beeltenis van de schrijver'.

 Toch geen bronzen kop met een bronzen bril? Willem Brakman schilderde en wist van beeldende kunst. Van de week vroeg de intiatienemer, de Enschedese uitgever Paul Abels: 'Weet jij wat de favoriete kleuren van Willem Brak­man waren?'

 Het leek me een onmogelijke vraag. Bij Willem verschilt dat per boek. Een aanwij­zing als de titel Het groen van Delvaux helpt. Veel groen.

 Al bevat Gesprekken in huizen aan zee een uiteenzetting van twee pagina's over de kleuren blauw en grijs. Zoals het grijs in de bocht van de trap naar een zolder 'in een grijs, ijzig licht'. Want:  'Ieder huis dat die naam verdraagt weet daarvan.'

 En de beschouwing op de pagina's 76 en 80: 'Is in het blauw het afwezige aanwezig, in het grauwblauw is het aanwezige afwezig. Het totaal van grauw en blauw heeft de neiging zich terug te trekken als men het te dicht benadert...'.

 Over het blauw: 'Blauw zelf is het afwezig zijn van objecten, men denke hier aan de hemel en het zich verliezen in die zomerse afgrond.'

 Favoriete kleur? Welke boeken zou ik meenemen naar een onbewoond eiland? Veel Brakman, omdat hij van de Neder­landse schrijvers de meest herleesbare is. Zoniet de beste.

Tags: 

Schrijden

 Prinsjesdag. Nederlandse functionarissen die een dag lang staan, zitten of lopen. Verkleed. Ze zijn er niet erg goed in. Wie beheerst nog de kunst van het schrijden?

 Schrijden is het invoeren van een lichte vertraging in de passen die men zet, steeds een fractie van een seconde. Waardoor de indruk van zweven wordt gewekt. Zeker met lange, ruisende rokken.

 Het 'met waardige stappen gaan', een verloren kunst. Onze nieuwe koningin doet er niet aan, blijft een teenager. Ook vandaag in haar gelaagde, lange jurk. Een mooie, met Japans dessin, waarin ze toch alleen schrijdend zou kunnen voortgaan. Dit leidde tot een struikeling op de trap van het Binnenhof. En op Youtube

 Had ze leren schrijden dan was het niet voorgekomen. Ook lakeien zijn - zo anders dan bijvoorbeeld in Engeland - bij ons geen mannen met milita­ire training meer, die op een exercitieterrein het afstand houden hebben geleerd, maar dwaas verklede ambtenaren. Een genoegen voor genieters van silly walks.

 Langdurig zitten blijft lastig. Veel onrustig beweeg, de dikke minister van justitie koos tenslotte maar voor wijdbeens. Onthullend voor de minister van onderwijs en cultuur bleek haar hoedje, afgekeken van een Hendrik Kerstens‑foto. 

 Het echte spektakel zat in de beveiligers. De raadselachtige mannen - een enkele vrouw - die niet naar de voorstelling keken maar naar het publiek. Eentje achter de koets, vier ernaast. Donker pak, zelden de knoop van het colbert gesloten. Vast om snel een pistool te kunnen trekken. Met gezichten of ze morgen weer een dienstje achter Wilders moesten draaien.

 ps. Willem Brakman geeft in 'Het groen van Delvaux' deze onovertroffen omschrijving van schrijden: ‘Ononderbroken klonk er zachte muziek en dat was de gevoelstoestand op het moment dat ze verscheen: rustig, met een zelfverzekerde, wat nadeinende stap en bewegingen die door een of ander vrouwelijk hormoon iets nawuivends hebben en waar ik maar niet genoeg naar kijken kan.’

Tags: 

Passage

 'Geen betere Passage dan die van Den Haag: beneden is er de schemer, die altijd wel iets verzacht, en hoog boven, onder het glazen dak, is er het licht van dichtbij het wateroppervlak maar dan aan de onderkant.'

 Zo begint Willem Brakman zijn 'Het groen van Delvaux'. Het onvoltooibare Passagenwerk van Walter Benjamin indachtig legt hij uit hoeveel minder de Passages van Brussel en Londen -  'Burlington Arcade' - zijn en noemt zelfs niet die in Parijs waar de ouders van de held uit Célines Mort à crédit in grote benauwd­heid - gaslicht, riool, koolmonoxide - hun winkeltje drijven.

 Zo komt hij bij de ansichtkaart van Paul Delvaux' schilderij 'Acropoli­s', die altijd op zijn bureau staat: 'Een vertrouwde vlek, die zich alleen bij tijden laat peilen door de zogenaamde vluchtige blik, dat is de blik die waakzaam veel betrapt nog voordat het bewus­tzijn erbij is. De vrouwen zijn dan zeer in zichzelf verzonken en willen het liefst met rust gelaten worden omdat ze inval na inval hebben. Wat de vluchtige blik peilt is de sfeer: toneela­chtig, onbestemd, het licht van plantenkassen maar ook van stations bij dreigend onweer. Het licht wil op de kaart on­bekend blijven maar laat zich alleen zien in de Passage (...)'. En kijk: 'Acropolis heeft een deur met sierlijk smeedwerk, waarachter licht brandt.'

 Brakman is op weg naar het restaurant van het Passage Hotel voor een kopje koffie. Mij en passant meevoerend naar het verdwenen driekantige bioscooptheater Passage, waar ik op het derde balkon 'Gigi' zal zien met Leslie Caron.

 Zo gaat lezen. Lang kon ik het niet goed. Nu beter. Onder bordjes met 'Niet storen' of 'Wij rusten van 2-5'.

Brakmans ridder

 'k Herlees Willem Brakman, onderzoek zijn unieke wendingen, en ben aangeland in het jaar 1995, in Een voortreffelijke ridder, waarin hij als Don Quichote door Den Haag en Duindorp rondgaat. Af en toe moet hij zijn paard aan een lantaarnpaal vastbinden en zijn lans in een hoek zetten. Hier zit hij in een café aan de Ieplaan. En praat:

 'In wezen ben ik een zwijger,' zei de Don, 'mijn praten is een vermomming. Luisteren zou mij liever zijn, maar ik moet altijd hard werken voor de woorden komen die ik zo graag wil horen. Mijn groot verlangen is, dat men zo tot mij zou spreken dat ik zou kunnen zwijgen.'

 En dan beschrijft hij een echtpaar aan de afwas, zoals die zich voltrekt in de nabijgelegen Cederstraat. Aan de vaat staan de aanbedene van Don Quichote, mevrouw Haase en haar echtgenoot een robuuste slager.

 'Maar weinigen weten van de geheime krachten van de afwas, het is iets in het schuim, het draaien en aaien van de kwast en de antifoon van de hulp bij het afdrogen. Hier helpt geen moederlief, en ik ben gedwongen om te zien alsof het me werd gedicteerd. Ik ken deze slager, zijn voorliefde voor vaseline op oogleden, mascara, eyeliner, en ken ook zijn deuntjes, gefloten over gouden ondertanden tussen bungelende halve beesten. Het zijn de jongens van de fijne vleeswaren.'

 'Zo is het wel goed' zegt de toehoorster van de Don in het café. En kijkt 'met een smal mondje' in de richting van het Valkenboschplein 'waar het wemelt van de passanten, van vrije, onbezorgde mensen.'

 Don Quichote in Duindorp of langs het Verversingskanaal. Het blijkt heel goed te kunnen, al wordt hij af en toe door een overijverige politieagent bekeurd. 

Tags: 

Pagina's