Zeeman en Van den Brink

Hans Maarten van den Brink en Michaël Zeeman (1)

Wisselden brieven, die vanaf 2008 gedeeltelijk werden afgedrukt in de Volkskrant. Ze zouden gaan over 'esthetische en religieuze ontroering' en het verband tussen die twee. Maar het liep anders.

De dood sloop in de brieven en vervolgens ook in het leven rondom. Bekenden stierven. Kees Fens, Martin Bril. En daarna werd Zeeman (chef kunst bij de Volkskrant en daarna correspondent in Rome) opeens ziek en stierf in de zomer van 2009.
Nu heeft Hans Maarten van den Brink de gepubliceerde en ongepubliceerde brieven tot een geheel gesmeed: 'Eeuwig leven, een briefwisseling over geloven.'
Je leest de zoon van een gereformeerde dominee en een gewezen misdienaar over wat ze van huis meekregen, maar vooral  over hoe ze in deze seculiere tijd staan, waarin godsdienst wordt gecriminaliseerd als bron van alle kwaad  (Zeeman). En die zich afvragen wat te doen tegen de 'Volksbeweging eigen emotie eerst' (Van den Brink).   
Morgen na 21.00 is Hans Maarten van den Brink te horen in de Avonden.

zoon tekent moeder, moederdag 1974
Hannelore Grünberg met zoon in het Beatrixpark (1973)

Blauwe Maandagen

Het eerste nummer van het tijdschrift 'over leven en werk van Arnon Grunberg' ligt er, met onder meer een mooi stuk over 'Het Wenen van Marek van der Jagt', een gesprek met de Duitse Grunberg-vertaler Rainer Kersten, uitgetikte radiogesprekken uit De Avonden en een keus uit het fotodagboek van Arnons moeder over zijn eerste levensjaren.

'Moordenaar of fantast' is een analyse van de kritieken op Tirza door Ton Anbeek. Zijn stuk eindigt met de vaststelling dat het maar de vraag is of 'het beest' in Jörgen Hofmeester tenslotte overwint. Je zou zelfs kunnen concluderen, zegt hij, 'dat Hofmeester ook als beest tenslotte faalt'.
Verder veel faits divers. Maar niks geen glossy.
Arnon zelf schrijft een ideaal stukje over een van zijn grote preoccupaties, restaurantbezoek:
'Een man of vrouw die je al dan niet gekleed in een vlekkerig uniform een bord met warm eten komt brengen en die desondanks niet je moeder is, dat grenst aan een mystieke ervaring.' 
 

Tags: 
de langpootmug uit 'Veertien etsen..' (1967)
Pannekoek en Reve in Friesland

Frans Pannekoek (3)

In de etsen van Pannekoek zit ruimte en gewichtloosheid. Een mug, een libelle, een vlinder, een veertje. Z'n landschappen zijn soms gezien in vogelvlucht. Wat letterlijk kan kloppen, Frans Pannekoek zweeft aan hanggliders. Zo ontstond 'Zelfportret als zeilvlieger omringd door gieren' (1982).

In 'Veertien etsen...' blijkt een - of hét - gemeenschappelijk thema van Reve en Pannekoek de dood. De naald die kleine, dode dieren etst, van vogels tot krabben, schedels en karkassen waar alle leven af is, blijkt verwant met de kroontjespen. 
Pannekoek ziet scherp. Zijn Reve-portret uit 1974 laat de schrijver zien als de eenzame bewoner van een afgesloten burcht in Frankrijk. De dood delen ze. Met vanitas-symboliek heeft dat niets van doen. Het gaat om bezwering. Ook als Reve in 1969 bij het grafkistenfabriekje Kaspersma in Dantumawoude een kist bestelt in z'n eigen maat: met 'houten vernageling en violetzijden bekleding'. Kosten f 683,20. Voor in de schrijfkamer.

Woensdag as. na 20.00 praat Anton de Goede in de Avonden met Frans Pannekoek

Gerard Kornelis van het Reve als pelgrim in landschap op weg naar het einde (1974) - let wel, met blindenstok 

Frans Pannekoek (2)

De vriendschap tussen Reve en Pannekoek moest een keer eindigen. Toch maakte de etser nog in 1974 een portret van de schrijver. Deze brief was dus niet definitief.

augustus 1969 Afscheidsbrief uit Pingjum
 
Lieve Gerard,
(...)
De tijd van het in krantenpapier gewikkelde kruikje Kabouter in de achtertas van je HMW bromfiets, waarmee je 's ochtends vroeg al op weg ging om tijdig bij mijn bed te komen staan dansen en om het daarna in onderbroek gezeten, in het ochtendzonnetje op het grasveld voor mijn huis te kunnen opdrinken; profeterend over kunst en religie; liefst lul uit broek om goedmenende fietsende voorbijgangers te choqueren, is nu voorgoed voorbij.
Groen wordt grijs tot het op den duur helemaal afvalt, verrot en verkankert. Evenals 'operatie Renpaard', waarop zulke mooie zomerdagen meestal uitliepen; waarbij bromfiets en jij samen achter in mijn besteleend werden geladen en om alles nog veel erger te maken moest je vlak voor je dorp uitgeladen worden om daarna slingerend en gebarend tegen jonge voorbijgangers de bochten om te zeilen (ik bleef erachter rijden) om niet de indruk te geven aan de dorpelingen dat je wel eens dronken zou kunnen wezen zo midden op de dag.
(...)
Oude poot, aan de slag er is nog weinig tijd
veel liefs van je voorttobbende kunstbroeder
 
Frans Lodewijk Pannekoek.
Pingjum (Fr.), augustus 1969
 

het heelal in wording?

Frans Pannekoek (1)

In het Rembrandthuis is vanaf zaterdag het grafisch werk van Frans Pannekoek (1937) te zien. Kleine prenten in minutieuze lijntjes van landschappen en dieren, maar ook portretten en zelfportretten. Veel licht-donker, ja.

Gerard Reve maakte samen met Pannekoek het boek 'Veertien etsen van Frans Lodewijk Pannekoek voor arbeiders verklaard' (1967), waarin hun vriendschap beschreven staat.  
Soms zit het werk van Pannekoek tegen het abstracte aan.
Dit beschreef Reve later als 'abstrakt expressionisme: Gevlekte wolken, modder, het heelal in wording, in ieder geval iets waaraan je niet kan zien wat het voorstelt.'
Pannekoek en Reve hadden elkaar in 1958 ontmoet en tussen 1964 en 1967 woonden zij niet ver van elkaar in Friesland.

Zaterdag in de weekendbijlage van de Avonden meer,
 

Tags: 
Wiel Kusters leest bij de presentatie van de biografie
het beeldje van Kemp
gedenkplaat in de gevel van het huis aan de Turennestraat

Pierre Kemp (3)

In de stationsrestauratie van Maastricht zaten Wiel Kusters en ik na onze opname nog bijeen. Daar schoot hem een laatste Kemp-gedicht te binnen. Hij schreef het voor me op.

Critisch

Ik voel me om het licht
verplicht te leven.
Maar voor ik me aan die plicht wil geven,
moet ik weten of het nog anders is
dan in brand gevlogen duisternis.

Eronder: 'zo precies mogelijk (?) uit het hoofd geciteerd door Wiel Kusters.' De in brand gevlogen duisternis vond ik mooi hels. Daar had je de katholiek Pierre Kemp, hemel en hel.

Roel Idema stuurde foto's van het beeldje van Kemp, gemaakt door Rob Stultiens, in het Maastrichter stadspark. En van de presentatie van de biografie op 30 mei jl.. Kusters las voor. Naast hem, onder de stolp, een voorstudie van het parkbeeld. Op de achterkant van het beeldje staat:

De la musique avant toute chose

Toen ik die boog daar had geürineerd
en ik het zonlicht er in ving, prees ik intens,
ver van wijsheid, die mij was geleerd:
Wat schoon kristal is er toch in de mens!
En in extase voor het lieflijke geluid:
Welk een muziek gaat van de mens toch uit!

Hij méént 't!
 

Tags: 
Wiel Kusters
Beluister fragment
de dissertatie van Joop Goudsblom (1966)

Goudsblom en Grunberg (2)

November vorig jaar sprak Arnon Grunberg met de socioloog Joop Goudsblom (1932) over nihilisme. Dat gesprek werd op 4 juni voortgezet in het Amsterdamse Spui 25. De Avonden maakte opnamen. Die zijn nu te beluisteren. Zowel de fragmenten die we uitzonden als het complete gesprek.

Nihilisme, een schrikbeeld uit de 19de-eeuwse literatuur.
De leus 'Als niets waar is, is alles geoorloofd...' gonsde door Europa, de Duitse en Russische literatuur.
Joop Goudsblom buigt zich over deze oertekst. En stelt vast: als je d'r over nadenkt klopt het van geen kant. Het eerste deel, niets is waar, is een paradox. Wie dat zegt, zegt dus iets dat niet waar is. Niets is waar, dus dat ook niet. Dus logisch gezien is die uitspraak 'niets is waar' een onding. Dat kan niet.
En de tweede helft, 'alles is geoorloofd' is precies even mal. Want het woord geoorloofd berust op een onderscheid tussen dingen die mogen en die niet mogen. En als eenmaal alles geoorloofd is verliest het woord geoorloofd elke zin en betekenis. Intellectueel gezien is het dus een hele malle uitspraak. Meer een schrikbeeld, bedoeld om het nihilisme in diskrediet te brengen. 

Is Arnon Grunberg een nihilist, zoals veel recensenten schrijven? In het juist verschenen eerste nummer van het tijdschrift in boekvorm Blauwe Maandagen (geheel aan Arnon en z'n werk gewijd) schrijft Ton Anbeek er een helder stuk over.
Trouwens, pas nog verzette Arnon zich in ons wekelijks radiogesprek tegen de frase 'Wees blij dat het leven geen zin heeft'. Verontwaardigd riep hij: 'Dat heb je mij nooit horen zeggen....'.
 

Arnon Grunberg en Joop Goudsblom
Beluister fragment
Arnon Grunberg en Joop Goudsblom (compleet)
Beluister fragment
Martijn den Ouden in 2006

Martijn den Ouden

In 2006 maakte ik hem mee op de Rietveldacademie. Hij schreef gedichten. Nu is z'n debuut 'Melktanden' uit bij Querido en Raymond Noë citeert eruit op z'n dagelijkse Laurens Janszoon Coster.

 Zaterdag zag ik Martijn in Desmet bij Wim Brands die hem ondervroeg voor de weekendbijlage van de Avonden.
Of ik nog gitaar speelde? vroeg ie.
Hij ook. 
En hij gaf me 't debuut en schreef erin 'The blues, blokjes hout onder de hak en gaan'. Ja, dat was waar, ik vertelde hem ooit dat John Lee Hooker dat deed om ritme te maken. Ik lees:

 'dat diertje is in de brandnetels gevonden

is het een hoefdier?
nee,
hij pist over z'n schoentjes
zwartgelakte balletschoentjes

bij Harm deed ie een dansje
verloor zijn hoed
doe het hokje maar weer dicht
straks is ie weg'
 

biograaf Wiel Kusters op het Maastrichtse station. het treintje naar Luik wacht

Pierre Kemp (2)

 Pierre Kemp kwam zelfs voor prijzen Maastricht niet uit. De P.C. Hooftprijs werd hem thuisbezorgd, hier in dit huis.

 ,Als we voor dat huis, Turennestraat 21 staan vertelt Wiel Kusters dat Kemp z'n werkkamer aan de voorkant had. Hij zat hier - bijna als in een treincoupé - en keek veel naar buiten. Achter in het huisje, achter de schuifdeuren, zetelde mevrouw Kemp. Samen met haar drie zonen wantrouwde ze ten diepste wat Pierre Kemp in z'n vrije tijd uitspookte. Zijn gedichten, zijn muzen. De jongens bleven na de dood van Kemp (1967) nog lange tijd bij moeder thuis wonen. Toch ondanks alle wantrouwen bleken nog in 1994 de nalatenschap en de boeken van Kemp intact aanwezig.

 Biograaf Wiel Kusters - Pierre Kemp, Een leven, uitg. Vantilt - en ik liepen de twee straten naar het Maastrichtse station, die ook Kemp voor 1945 dagelijks ging. Naar de trein die hem naar z'n werk op de mijn Laura bracht.
Het treintje naar Heerlen zagen we net vertrekken. De trein - denk aan Paul Delvaux - het rijk van de geest, van de muzen.
De Nederlandse poëzie van zijn tijd, van Roland Holst, Achterberg en Bloem vond Kemp maar doodgraverspoezie, hij las liever Fransen, vooral Mallarmé, Duitsers, Japanners en Chinezen.

 Morgen na 21.00 de levenswandeling van Pierre Kemp in de Avonden.
 

de biografie van Wiel Kusters

Pierre Kemp (1)

Morgen ben ik in Maastricht bij Wiel Kusters, biograaf van de dichter Pierre Kemp (1886-1967). Pierre Kemp en zijn Muzen.. Zijn kennis van mode en kousen.

Die bijvoorbeeld in het Nederland van 1959 de bundel 'Garden, 36, 22, 36 inches' uitbracht, genoemd naar de maten van de Parijse Bluebell girls. Ja de danseressen. De forens tussen Heerlen en Maastricht met z'n erotische treindromerijen.

Haute coutûre

Iemand met een fluweliger zwart
dan anderen in de blauwe tonen
wenst mij een goeden avond nacht-apart
en ik zou maar eens komen.

Om negen uur met zonneschijn
zal ik op uw spreekuur zijn!
En wijl ik daar ben heengegaan
heeft zij zich zo iets aangedaan.
 

Pagina's