Kehlmann vorig jaar in Felix Meritis waar Arnon Grunberg hem interviewde.. de twee aten afgelopen week samen in New York.

Daniel Kehlmann

'Am schlimmsten waren die Sommerferien. Wenn das Gras gelbe Hitze ausströmte und der Himmel nahe und schwer war und wie aus warmem Metall und die Zeit nicht verging und sich nichts rührte, nirgendwo in der Welt.' In Frankrijk, niet ver van Vienne las ik dit, bij warm, onweersachtig weer, hoog op een berg. Het staat in 'Unter der Sonne'. De verhalenbundel van Daniel Kehlmann.

In het titelverhaal van mijn exemplaar steekt als bladwijzer, op pagina 52, het blad van een paardenbloem. Paardenbloemen waren daar groter dan hier.
Het was mijn eerste zomerse dag. Dikke, stilstaande lucht. Waarin geluiden van ver doorklinken.
En zo'n zon waaronder wel alles kan gebeuren.
En ja, precies daarover gaat het verhaal van Kehlmann.
 

de Japanse sokbenen...
het bijschrift

Art (2)

Weer werd mijn ongeschiktheid voor het vele pijnlijk duidelijk. Op Art Amsterdam zag ik vanmiddag vooral wat ik al kende of wat er op leek. Ik blijf een voorstander van het museum met één schilderij. Zie het voor me. Een soort heiligdom, boven op een berg, dat je na een klim van een uurtje hijgend bereikt. En daar hangt het dan, dat ene schilderij. Waarvan - dat spreekt - ook nergens ter wereld reproducties bestaan.

Vanmiddag kwam ik - langs een omweg - toch in de buurt.
Paulien Oltheten heeft in een hoekje een paar foto's neergehangen, waaronder deze van een fietsende Japanner. Tekst:

'als je fietst gaat je knie omhoog, broekspijp trekt ook naar boven mee...'.
Ernaast staat: 'misschien mooi om van dit idee een animatie te maken -> overdrijven'

Eindelijk iemand die het ziet: de herensok, de broekspijp, het steeds wisselend stukje ontbloot herenbeen er tussen...
Ik heb eens een vrouw gesproken die er radeloos opgewonden van werd,
 

Oudezijds Voorburgwal 153
It's not over (fragment) van Aukje Koks

Art (1)

'Off Art Amsterdam' zou je het kunnen noemen. Morgen zie ik misschien het spektakel in de Rai, nu al fietste ik tegen wat dissidenten op, drie Amsterdamse galeries die in een huis aan de Oudezijds Voorburgwal 153 laten zien wat ze hebben.

 Je vindt het zo, aan de gevel hangt huishoog de 'Verticale Camping' van Leonard van Munster.
Binnen trof ik oa. nieuw werk van Aukje Koks, die zich nu al een paar jaar verdiept in haar eigentijdse vorm van 'trompe l'oeil'.
Werkelijke voorwerpen gaan bij haar - binnen één compositie - onmerkbaar over in geschilderde versies van die zelfde voorwerpen. Ze speelt het spel van schijn en wezen.
Het schilderij wordt een sculptuur. 
Hier schieten foto's hopeloos tekort. Aukje Koks schildert, maar daarmee neemt ze geen genoegen.
Ga er met je neus bovenop staan.   

 Ik dacht opeens aan de reuzenfoto's die voor gebouwen in restauratie worden gehangen. Zoals ik in München zo mooi zag.
Heren van de restauratie, vraag Aukje Koks een keer voor zo'n reuzendoek! Je zult niet weten wat je meemaakt.
 

Tags: 
meisjessaluut bij het afvuren van de maanraket..
landing in het oog van de maan..
het maanoppervlak en het uitspansel..

Georges Méliès (1)

 Over hoe mensen honderd jaar geleden leefden valt iets op te maken uit wat ze nalieten. Van hoe ze dachten is al minder bekend en van hun fantasieën nog weer minder.

 De film 'De reis in de maan' (1902) van Méliès wordt vertoond op de openingstentoonstelling van het Pompidou-Metz. Die gebukt gaat onder de vraagteken-titel 'Meesterwerken?'. In teksten over beeldende kunst komt het uit het Duits gepikte onwoord 'bevragen' steeds vaker voor.  

 Méliès (1861-1938) en begon in een niet-erkende tak van kunst: hij was goochelaar. Ook toen hij zijn trucs in verhalen verpakte en die verfilmde bleef hij waar hij was: op de kermis. Tussen 1896 en 1912 maakte hij vijfhonderd filmpjes. Zelf verzon hij fantastische vertellingen en - de eerste - trucages, verkleedde zich, schilderde decors en bediende de camera. In 1899 begon hij met kleur, in 1901 met montage en meervoudige belichting. Zo kon hij dubbelrollen spelen. In 1902 kwam le 'Voyage dans la Lune' uit, waarin wetenschappers naar de maan reizen (die natuiurlijk een gezicht heeft, de raket landt in z'n ene oog).
 In Metz heb ik hun avonturen drie keer bekeken. En raakte bedwelmd door de manier waarop Melies vorm geeft aan wat hij verzint: de maan lijkt gemaakt van taart. Ook de maangebergten hebben iets eetbaars, heel de maan heeft veel van luilekkerland, terwijl de geleerden recht uit de 18de eeuw stammen, maar de raket..

 Wat is het toch jammer dat wij ooit op de maan zijn geland. Dat had toch niet gehoeven. Na Méliès kon het alleen maar tegenvallen.
 

Model Matisse

Bij thuiskomst vind ik een - vandaag verstuurd - bericht van K.Michel waaruit blijkt dat ik beter in Frankrijk had kunnen blijven, om van Vienne naar Le Cateau Cambrésis in het Noorden te rijden. Michel schrijft:

 'Het model van Matisse was waarschijnlijk Lydia Delectorskaya. Zij werd in het begin van de jaren dertig zijn model en vervolgens zijn assistent en verzorgster (tot aan zijn dood). Daarover staat een en ander in de biografie van Hilary Spurling. Op het moment is er een tentoonstelling over haar of naar aanleiding van haar in het Musee Matisse dat in zijn geboorteplaats is gevestigd, de plaats heet Le Cateau Cambrésis en ligt oostelijk van Cambrai en onder Valenciennes. De tentoonstelling duurt nog tot 30 mei � aanstaande zondag. Dus als je toch aan het rondrijden bent....'.

 Waarmee hij het schrijnend informatietekort in het Pompidou-Metz onderstreept.
Maar wat nu? Omkeren? Ver is het niet echt.
 

Tags: 
.

Het roze naakt

 Van het Hotel de la Poste in Vienne zal ik me herinneren dat ik er de roman Der fernste Ort van Daniel Kehlmann las. Een boek over de dood. Hij blijkt ook dat te kunnen. Alleen zijn debuutroman Beerholms Vorstellung, die vermoedelijk van doen heeft met z’n vader, de toneelregisseur, mis ik nog.

 Roem en het Meten van de Wereld zijn totnutoe vertaald, de andere romans en verhalenbundels nog niet. Bestaat er een fanclub? Een pressiegroep? Nu ja, ik lees ze in het Duits. Mijn vader kijkt mee over m'n schouder, hij was leraar Duits. Kehlmann, die ik vorig jaar heel even sprak in Felix Meritis, is van een andere orde dan wat ik hier ken. 

 Verder neem ik beelden mee van het Pompidou-Metz, waaronder de foto’s van de dertien versies van het zittend roze naakt uit 1935 die Henri Matisse maakte voor hij ze vernietigde. Daarnaast hangt dan het enige roze naakt dat een jaar later overbleef van de sessies. Een naakt zonder gezicht. Terwijl de gezichten van de eerdere versies laten zien dat het om een vrouw met een intelligente blik ging, die poseren niet licht viel.
Verbeeld ik me.
Zodra ik thuis ben moet ik wat bekend is van de relatie tussen schilder en model opzoeken.
Een mooie traditie, dat uitpoetsen. In Metz zijn ook een paar van de fameuze Picasso-filmpjes te zien waarop alle stadia van een werk zijn vastgelegd, inclusief het almaar uitpoetsen.
Een goed idee, al was het maar om het idee van de gewenste onmiddellijkheid van kunst te bestrijden.     
 

19de eeuw: per tandradbaantje hemelwaarts.. langs de kozijnen..
uitzien is geloven..
interieur van de Basiliek: meer en meer..

Fourvière

In Lyon ze je meteen waar je heen moet. Hoog boven de oude stad ligt een merkwaardig uitziende kerk. Gebouwd op op de Fourvière, de hoge rivieroever aan de overkant van de Saône. Een tandradbaantje brengt je erheen. Het doorkruist eerst een woonbuurt. Net als in Genua kijk je bij de mensen op tafel.

De kerk overziet de stad, zoals de Sacré Coeur het in Parijs doet, of  de Russische kerk in Wiesbaden of de – hoe het ie ook weer – in Luik.
Die kerken hebben gemeen dat ze in de negentiende eeuw gebouwd zijn, in een stijl die je vriendelijk ‘eclectisch’ zou kunnen noemen. Een allegaartje. Neo-Byzantijns, Neo-Romaans hoe moet je het zeggen. Het riekt naar de verzengende geloofsdrift die óók een kenmerk van die eeuw is. Vooral in deze streek. In Piemonte zie je de talloze Sacromontes, de heiligdommen, bezoek dat van Vicoforte eens. Lyon is niet ver.

Het verhaal van deze basiliek van de Notre Dame is te mooi, zoals de kerk zelf al te mooi is. Nooit was Lyon zo bang als na de nederlaag tegen de Duitsers in 1870. De bisschop van de stad zwoer dat hij – als Lyon door de vijand gespaard zou worden in dank een kerk zou bouwen voor de H.Maagd.
Zo geschiedde. Vromer, overdadiger  kan het niet . Een orgie van voorstellingen, decoratie, mozaïeken, smeedijzer, marmer, alles hoogsymbolisch. En, het gaat er bij de bezoekers in als koek. Van groepen schoolkinderentot toeristen uit alle werelddelen: tevreden gezichten. Zo moet het dus: kerken bouwen in deze tijd.  
    
 

het stationnetje van Vienne - waar ik ook kom, eerst de stationsrestauratie..
aan de zwaluwen lag het niet..

Bereik

Je hebt twee soorten mensen. Zij die denken – als er iets mis is – dat het aan hun ligt, en zij die altijd zeker weten dat het aan een ander ligt.

Toen ik dus vanmorgen om 11.45, staand naast de stationsrestauratie van het stadje Vienne (even bezuiden Lyon) niet gebeld werd door De Avonden om live het afgesproken verslagje te doen, had ik maar één vraag: wat doe ik verkeerd?
Ik kon hem aan niemand stellen. Ook later niet. Zodat ik nog zonder antwoord zit. Ik stond daar goed, had m’n bereik gecheckt en een uitgedachte tekst op een kladje in m’n vingers, over het Franse – en Nederlandse - museumwezen.
Daar komt bij dat het Hotel de la Poste hier In Vienne, waar ik nu verblijf, wel Internet heeft, maar dat op kamer 18 het signaal zeer zwak is. Ik zal straks naar beneden gaan en de dienstdoende jongen vragen me te helpen aan een plek met beter bereik. 
Met andere woorden, als dit stukje vanavond niet op Avondlog verschijnt is het mijn schuld. En wat het erger maakt, het is hier opeens prachtig weer, de zwaluwen scheren dwars door de Romeinse tempeltje in de zoele avondlucht. 
 

wat in Metz niet voorkomt, in Lyon wel.. iets ontdekken dat je niet kende.. Maurice Marinot (1882-1960), Portret van juffrouw J.M (1905).. wie was zij (vals wijf).. wie was hij? 
dringen in Metz.. heeft ook iets gezelligs
..en de - openbare - binnentuin van het Museum voor Schone Kunsten in Lyon.. waarbij je weet.. dit is eindig, er zal iets nieuws verrijzen, hoog op gindse berg..

Franse musea

Binnen een paar dagen twee uitersten gezien van het Franse museumlandschap. En het verschil in benadering van kunst en publiek dat ze vertegenwoordigen.Het gloednieuwe Pompidou-Metz past de koopgoot-benadering toe. Zo noem ik het maar als je bovenal streeft naar een maximale afwisseling, in de hoop daarmee te voorkomen dat het publiek zich gaat vervelen.

Dat doet het ook niet in Metz.. Zo bekeken is de aanpak geslaagd.
Pas waneer je aan musea eisen stelt die ontleend zijn aan het onderwijs – en natuurlijk moet je dat doen - blijkt er iets grondig mis. ’t Kan zijn dat je iets leuk of boeiend vindt. ’t Kan toch ook zijn dat je je dan gaat afvragen wie het gemaakt heeft, wanneer en waarom. Sterker nog, het zou toch kunnen zijn dat je er eens een boek over zou willen lezen. Zijn die hier? Niet gezien. Omdat je bent aangestoken. En wil weten .

Nu het andere. Vandaag bezocht ik het Museum voor Schone Kunsten hier in Lyon.
Het tegendeel in elk opzicht. Geen wachttijden. Een stoffig, 19de eeuws gebouw
Waarin de kunst keurig per land en per eeuw geordend aan de muren hangt.
De Nabi Vuillard naast Bonnard, de impressionisten bij elkaar, Monet naast Manet, naast Utrillo en Sisley. Je kunt ze vergelijken. Zien wat ze van mekaar gapten.
En toen was het eensklaps bijna zes uur, het riante terras op het balkon in de avondzon moest sluiten. En zo stonden we opeens – personeel, suppoosten en publiek – jong en oud - broederlijk bij de uitgang – een moderne deur van het Sesam-open-u type.
Maar de deur was stuk. Een conservator-achtige heer met borstelhaar kwam pas na een hele tijd met een sleutel van de achterdeur.
En loodste ons de straat op.
Kunst verbroedert. 

Morgen in de Weekendeditie van de Avonden nog wat..
 

thuis..
station St.Paul..

Lyon

De stad binnengegaan. Hem niet als altijd voorbijgereden. En het geluk van dit Hotel du Dauphin. Een étage in een stokoud appartementengebouw, meer is het niet.

Erg smalle kamers, maar alles is op orde. De Algerijnse jongeman heeft een Bordeauxrood kwastje aan de kamersleutel bevestigd. Voor het mooi.
En dan, zo’n mat onderaan de trap waarop het ‘bienvenue’ nauwelijks nog leesbaar is, zo’n kooilift, de uitgesleten stenen treden van de wenteltrap.. Ik voel me hier eindelijk volwassen.
Tegen avondval de oude stad rondgelopen. Het buurtstationnetje St. Paul gezien.
Waar zulke dingen voortbestaan is het goed.
 

Pagina's