een van de vliegmachine-ontwerpen van Da Vinci (1488)
helicopter-ontwerp van Da Vinci

Roes (3)

 In 'Archeologie van de kick' schrijft Lieven de Cauter ook over de door Leonardo da Vinci ontworpen vliegmachines, waarover veel gespeculeerd is, oa. door Freud. Vliegen is altijd meer dan vliegen, de Duitsers spreken over seks als 'vogelen', in het Italiaans heb je 'l'ucello' voor het mannelijk lid. Denk aan de ucello magico, die mooie opwindbare speeldoos in Fellini's Casanova.

De Cauter ziet in Da Vinci's vliegavontuur de oerscène van onze 'imaginaire omgang met de machine'. Dat zijn machines niet echt konden vliegen was niet te wijten aan zijn technisch onvermogen: het waren 'vogelmachines'.
Zou het niet kunnen zijn, zegt hij, dat Leonardo zijn vliegtuigen met opzet zo ontwierp en construeerde dat ze niet kónden vliegen. Immers, stel je voor dat ze dat wel hadden gekund? Dan hadden ze iets gekund wat hun meester zelf niet kon. Heel bedreigend! Daarom zat er voor Da Vinci niet anders op dan steeds nieuwe modellen te bedenken, die steeds weer niet werkten. En zo, zegt De Cauter, gaat het toch eigenlijk met alle machines die mensen ontwerpen.   
 

'Roomservice' 1
'Roomservice' 2
Paul Kooiker

Paul Kooiker (3)

Was vanavond te horen in de Avonden over zijn tentoonstelling van de serie - hij werkt bijna altijd in serie - 'Crush', in Boijmans in Rotterdam. Behalve Crush liet hij me de kleurenserie 'Room service' zien, die nu ook een wand in Boijmans vult. Naakt bij een boekenkast. Je krabt je op het achterhoofd.

'Room service' begon als boek.
Paul ontmoette een Nabokov-fanaat. En besloot een boekenkast te gaan fotograferen in Rusland. Een model en een gebruikte boekenkast.
'Het is een andere tijd, ' zegt hij. 'Geen glamour. Ook wat stouts. Er zit waarschijnlijk een man in een stoel te kijken hoe de vrouw zich voor zijn boekenkast uitkleedt. Het is een spel met de lust om kennis. Terwijl op de achtergrond alle belangrijke literaire werken staan.'
De vrouw staat zogenaamd geïnteresseerd te bladeren. Waarom? Omdat jij dat zei?
'Jazeker.'
Kooiker reisde naar Rusland. De boekenkast was maar twee bij drie meter. Binnen twee weken moest het af. Binnen dat strenge kader moest hij het doen.

Wat toeval lijkt is het omgekeerde. De foto's zien er uit als snapshots, maar het is een concept: 'Binnen de tijd van een half jaar ben ik dan heel fetisjistisch bezig. In één stijl. Het is bijna een onderzoek. En dan ga ik naar het volgende project.' 
Obsessief, die indruk wil hij wel geven.
En wat altijd terugkomt, is het anonieme. Het wegsnijden van de koppen.

Tags: 
Paul Kooiker
Beluister fragment

Roes (2)

 In de aanloop naar het gesprek met Lieven de Cauter over 'De archeologie van de roes' ging ik m'n eigen roeservaringen na. Die met LSD was uitputtend. Het duurde zo'n 24 uur. Na een uurtje zag je de muren golven. Een paarse muur bleek uit rode en blauwe stippen te bestaan die vibreerden. Steeds kon je kiezen uit de binnenwereld, met gesloten ogen en die buiten. Niet dat dat veel uitmaakte. Het brein ging dóór. Zo zat ik een strip te lezen, die zich vanzelf voortzette als tekenfilm. Iemand gaf over op een helderblauw geschilderde vloer en wat ik - omlaagkijkend - zag was een koraalrif in een helderblauwe zee, waarna ik in een vloeiende overgang aan dat strand stond. Het woei er. Achteraf vreemd rook het er niet naar kots, mijn neus was afgeschakeld. Makkelijk kon je verstrikt raken in iets angstaanjagends.

 Mijn ervaringen kwamen merkwaardig overeen met die van mijn vriend Johnny van Doorn. Binnenkort zijn ze te lezen in zijn postuum verschijnende boek 'Oorlog & pap'. Behalve zijn biografie door Nico Keuning bevat dat namelijk ook de tekst van de gelijknamige elpee uit 1980. Daar beschrijft Van Doorn 'Prachtige schaduwpartijen binnenskamers. Delftsblauwe golven, zonnebundels waarin stofdeeltjes als briljanten schitterden. Mijn lichaam leek gewichtloos aan mijn hoofd te hangen. Het huis waar we doorheen zweefden was een sprookjesgrot geworden. We stapten de deur uit. De mensen zagen eruit als stripdieren.
Intenser dan ooit rook je in het voorbijgaan de geuren van Verval, vleugjes parfum, een onverwachte zilte zeebries, benzinedampen, terwijl de oren gespitst waren op de geluiden van de grote stad die - verdomd - een bijna mystieke samenhang vertoonden. Alles wat ik zag kon ik naar believen, vergroten en verkleinen. Bijv. van een tram een dinky-toy tram maken. 
(...)
 De kamer waarin ik zat was een ijskoude duistere spelonk geworden, waarin ik treiterend langzaam gemarteld werd met ontelbare geniepige weerhaakjes. De ene hel volgde de andere op. Monsterlijke kreaturen beten me, en krabden me met hun Klauwen. Of je nou je ogen sloot of niet, deed er weinig toe. In de opeenvolging van hellen stierf je duizend doden. Op een gegeven moment was ik onderin een krocht in het drijfzand geraakt. Ik werd opgeslorpt. Mijn moeder stond aan de kant te gillen. Ze gooide een touw naar me, dat ik net niet kon pakken. Half stikkend vermoedde ik dat DIT best wel eens Mijn Echte Dood kon zijn. Tot ik bovenin de krocht een smal reepje Blauwe Lucht ontwaarde. Dat gaf me houvast. Mijn geest kwam furieus in opstand. God mag weten waar de woorden vandaan kwamen, maar uit alle macht schreeuwde ik: 'Wilskracht! Marsch! Vooruit! Vuur!' 
En ik schóót uit de krochten van de geest. Ik herkende mijn kamer weer. 'Kitscherige hersenspinsels,' dacht ik. 'Het is gewoon het spookhuis op de kermis.'

 Achteraf bleek Johnny een overdosis LSD vermengd met Belladonna te hebben genomen.

...maar zo laten

Armando museum

Vandaag, op Open Monumentendag was ik in Amersfoort, en kwam langs het Armando museum. De deur stond open.

En daar zaten twee dames op klapstoeltjes met een thermoskan en bekertjes koffie. Ze waren open. De merkwaardigste openstelling van een monument op deze dag, durf ik wedden. Ik bekeek de gestutte zijgevels van het voormalige kerkje, het laatste restje glas-in-lood in het roosvenster. En een stuk balustrade dat op de stoep zwierf.  Nog lang niet ale brandrestanten zijn opgeruimd. Je ruikt 't nog. 'k Zou het maar zo laten. Inclusief de dames.

 

Halmans gisteren in Amersfoort
de droomlantaarn...
...en de jongenskamer.

Buizen en pijpen

 Zag vanmiddag in Amersfoort de tekeningen en ander papieren werk van Frank Halmans (1963). Indrukwekkende aanlopen zijn het, werktekeningen voor z'n maquettes en constructies. Immers, in maart komt er een eerste grote tentoonstelling in het Utrechts Centraal Museum.

 Frank Halmans is een meesterloodgieter, electricien en metselaar. Hij weet raad met pvc, electra, koper en lood.
Wat ie er mee bouwt komt dicht op de huid.   
De vragen die hij stelt zijn zo simpel en direct.
Wat is een huis, wat is wonen? Een mens is een huis is een mens. En natuurlijk, er is bedekking, bekleding, huid ertussen, er zijn openingen.
Het doet denken aan de animaties die Terry Giliam maakte voor Monty Pythons Flying Circus. De buizen, de pijpen.
We lopen rond met een lichaam vol buizen en pijpen.
Net als een huis leeft een lichaam op het scherp tussen binnen en buiten. Kwetsbaar.
 Een voorbeeld.
Wat als een straatlantaarn een jongenskamer binnendringt als een klimplant? Het ontwerp hoort denk ik thuis in de reeks van 'de slaapkamers waarin ik nog steeds wakker word', reconstructies van al zijn oude slaapkamers.
Waken en slapen doe je in interieurs, de surrealistische droomvoorstellingen die daar tussen zitten zijn het domein van Frank Halmans.
Wat zit er tussen waken en slapen? Hij toont zich een broer van René Magritte. Die had ook een rijtje boeken kunnen uithollen en er een compleet huis in kunnen maken.

 In Kunsthal KAdE zijn nu de bouwtekeningen van deze droomarchitect te zien.
Morgen om 11.45 doe ik verslag in de weekendeditie van de Avonden.

Tags: 
Frank Halmans
Beluister fragment

Flatje

 Morgen naar Amersfoort waar Frank Halmans in de nieuwe Kunsthal KAdE (bij de Koppelpoort) onder de kop 'Lost & Found' tekeningen laat zien, ook werktekeningen voor zijn 'surrealistische' maquettes en bouwsels. Het gaat bij Halmans om huis, huiselijkheid, wonen. Maar, niets spreekt daarbij meer vanzelf.

 Frank Halmans (1963) versmalt bijvoorbeeld alle breedtematen in een flatje tot éénderde. Hij bouwt - hij is een vakman, hij kan alles bouwen - op schaal uit zijn hoofd de slaapkamers na waar hij ooit in sliep.

 In de serie 'Lost and Found' tekent hij de bij zijn werk gevonden dode insecten, die hij al jaren verzamelt en zorgvuldig catalogiseert.
Vensterbanken zijn ware insectenkerkhoven.

Tags: 
Charles Baudelaire (1821-1867)
Lieven de Cauter

Lieven de Cauter (1)

 Daarover gaat 'Archeologie van de kick' van Lieven de Cauter, de Vlaamse filosoof, nu herdrukt.Ik blader. Kijk, daar heb je Baudelaire en Walter Benjamin, het 19de eeuwse Parijs met z'n flaneurs, de vaders van alle nietsnutten. En lees.

 Baudelaire wordt aangehaald: 'Gij zult altijd dronken zijn.' (...) 'Om niet de gemartelde slaaf van de tijd te zijn, bedwelm u zonder ophouden. Door wijn, poëzie of deugd, aan u de keuze.'
En daar komt de vrije tijd en met de vrije tijd de verveling.
'O ja, de tijd is weer verschenen; de tijd regeert nu als een vorst; en met de afschuwelijke grijsaard is heel zijn duivels gevolg van Herinneringen, Smarten. Krampen, Angsten, Benauwdheden, Nachtmerries, Woedeaanvallen en Zenuwziekten teruggekomen.'
De roes als het middel tegen de verveling.  

 En dus, ervaringshonger. En ja, de Spektakelmaatschappij van Guy Debord (1967).
Nog herinner ik me Baudelaire-adept Johnny van Doorn die 'Het Spleen van Parijs' altijd bij zich had in z'n koffertje. We liepen door de Nes, ’s avonds laat en kijk, daar stond het op de muur gekalkt: 'ER MOET WAT GEBEUREN'. Ziedaar, zei Johnny.

 

 Popolifant - Turdsak Phirogripak
''Loaded'' - Amornthep Mahamart

Olifanten

Ergens houdt 't op, het openbare, het voor iedereen leuke. Maar bij de Amsterdamse olifantjes toch nog niet. Zo werd ik toerist en fotografeerde mee in de menigte. Niks te goed voor een olifantje.

Er staan er honderdtwaalf in de stad. In polyester gegoten volgens een paar modellen. En daarna o zo lollig beschilderd door Corneille, Ans Markus, Jan des Bouvrie en een menigte anderen.
Op twaalf november is 't over, dan worden ze geveild en de opbrengst gaat naar de Aziatische olifant.

Blijft het onbehagen.
Straks zet de herfst in en dan staan de olifantjes daar, in de regen. Elke keer dat je er langs fietst groeit de ergernis.
Het lot van de Aziatische olifanten is niet iets grappigs.
Ik zie niet vaak uit naar de eerste spuitbusartiest, maar nu?
Donovan, waar ben je?

 

Strepen

Al heel lang kom ik bij Garage Bergsma, waar Roel en Carel het heiligdom in stand houden waar hun vader ooit de eerste garage van Amsterdam-Zuid begon.

Niet lang geleden was Carel met vakantie in Ivoorkust en hoewel hij heus wel wat gewend is - hij gaat ook naar Oerol - het kostte hem moeite daarna weer in Amsterdam te aarden.
Hij vertelde hoe hij terugkwam op Schiphol, op de parkeerplaats in z'n auto stapte en de weg op reed. En toen gebeurde het.
Wat?
Ja, die strepen. De enorme hoeveelheid witte strepen waarmee het was volgekalkt. Er waren zoveel pijlen bij ook, hele brede witte pijlen, die dwingend wezen 'die kant op'.
En opeens wist ie er geen raad mee. Bleef er maar naar staren.
Pas nadat ie de wagen een tijdje langs de kant had gezet en tot zichzelf was gekomen kon ie verder.
Begrijp je dat?
Ja, in Ivoorkust heb je dat niet, die strepen.

Tjebbe Beekman gisteren in Amsterdam
Museum II (2009)
Theater (2009)

Tjebbe Beekman (3)

Sloot z'n 'capsulaire periode' af, de drie jaren dat hij onze vestingen - koopgoten, effectenbeurzen - in beeld bracht. In januari 2008 had ie z'n grote expositie in het Haagse GEM. We spraken elkaar in De Avonden. Bij Diana Stigter in Amsterdamse Elandsstraat zag ik gisteren aanzetten tot een nieuw thema. Noem het het 'schouwtoneel', de plaatsen waar de wereld 'gemaakt' wordt' (of niet, Tjebbe Beekman vroeg meteen breed grijnzend: 'Is dat zo?').

Een televisieset, een concertzaal, meerdere taferelen uit een museum voor Natuurlijke Historie.
Vitrines.
Tjebbe Beekman komt uit Leiden, hij pikte wat mee van museum 'Naturalis'.
Steeds is het in die taferelen binnen leeg en buiten nacht. Bedenk, de binnen-buiten thematiek is dezer dagen heel Duits, en Tjebbe zit nu bijna tien jaar in Berlijn.

Zijn grote doeken hebben nog steeds meerdere gezichtspunten vlak naast elkaar, omdat hij ze samenstelt uit meerdere foto's. Als je er langs loopt bewegen je ogen mee. Er ontstaat een wonderlijke, licht hallucinerende kijkdynamiek. Bijna ongemerkt heeft Tjebbe Beekman het centraal perspectief op zijn manier verlaten.
En hij is - na het capsulaire - kennelijk op weg naar een nieuw thema. Wie bepaalt wat de prehistorie behelst, de historie, het nu?
Zijn dat de musea, de media? Tjebbe Beekman wordt voorgesteld als een conceptueel kunstenaar, maar z'n concepten zijn zo onconceptueel. Ik noem hem geëngageerd.    

Pagina's