atelierbezoek 1871 - David Oyens
ophangen van een schilderij, 1873  -  David Oyens, model Pieter Oyens

Gebroeders Oyens

De indruk wekken dat je het buitengewoon naar je zin hebt in het schildersleven, daar waren de gebroeders goed in. Er komen deftige lui langs om doeken te bekijken en er deskundig over te doen. Je smeert hem stroop om de mond. Een model moet even uitrusten van het lang in één houding zitten. Je schildert mekaar want je hebt mekaar toch bij de hand.

Kortom, het lijkt in dat zwaar gestoffeerde Brusselse atelier vooral knus. Het gaat er terloops toe. Alles daar lijkt wel een onderwerp. Haags Gemeentemuseum. Ik kijk binnen in het leven van de Pieter en David Oyens. De Nederlandse schilderstweeling die in Brussel atelier hield in de jaren na 1860. Brussel? Ze kwamen buitenshuis weinig verder dan cafés, zo lijkt het, maar dat moet schijn zijn. Natuurlijk werkten ze hard, beestachtig hard. En ze verstonden hun vak. Dat ze grappig ogende identieke, dikke kereltjes waren hadden ze bliksems goed in de gaten. Behalve schilder waren ze ook steeds model. Er is zelfs een schilderij waarop wel drie Oyensen voorkomen, in verschillende rollen.En dan zijn er ook nog prachtige vrouwenportretten en binnenhuisjes. Zo, zo moet het geweest zijn in Brussel rond 1875, denk je. Nu ja, zo wilden Pieter en David graag dat wij het zagen. Zo wilden ze ook dat wij die twee dikke mannen zouden zien. En dat doen we. Ontroerd. Ik tenminste wel.

Jacob Groot

Jacob Groot

Jacob Groot was in Parijs en schreef er een boek. Over, ja wat? Over zichzelf in Parijs, of beter in de voorstad Meudon. Zo dat je je zelfs afvraagt of hij daar wel was. Of dat hij zich alles in zijn hoofd heeft gehaald. 'Ken je díe van de jongen die naar Parijs ging?''Huh?''Hij ging niet.'

Maar zeker, hij heeft zich alles wat er in de roman 'Billy Doper' gebeurt in z'n hoofd gehaald. Met al z'n zintuigen plus wat als bodem kon dienen, noem het de lichtstad.Parijs ligt op de bodem van een diep bord, dat is bekend.Walter Benjamin zegt in zijn 'Passagen-Werk' - een onvoltooide berg aantekeningen over de hoofdstad van de wereld in de 19de eeuw - dat iedere generatie begint met een droom. Een droom die wordt gedeeld en gekoesterd. Jacob's held Billy Doper ontstaat op de puinhopen van die droom. Een onzeker bestaan, waarin de tijd niet vooruit te schoppen is, omdat elke handeling, elke gedachte, zichzelf meteen weer ongedaan maakt en elk ogenblik in z'n tegendeel kan verkeren. Wat gebeurt, ontgebeurt vrijwel meteen. Vriend Adorno zou het negatieve dialectiek noemen. Zo, krijg die namen eens de wereld uit. En doe er de dolende geesten Cathérine Deneuve, Jeanne Moreau, Francoise Dorléac en Jane Birkin bij. Want Billy is verliefd. Op het meisje uit het tienercafé in de voorstad. Zodat hij verdwijnt. Spoorloos. Zover hij dat al niet was. Billy Doper verdwijnt in het papier van dit boek zoals hij gekomen was. ‘Want niemand zag hem, en sindsdien is hij spoorloos, al was het eigenlijk eerder.'

Tags: 
1
2

Plaveisel (1)

Arie Schippers beweegt weer door Duitsland. En stuurt:

1.slijtproject met buiging van het traject dat moet gelopen worden2heel degelijk door de bocht

Johnny (+1991)
Maarten

Maarten Biesheuvel (2)

Maarten Biesheuvel leerde Johnny van Doorn kennen bij de radio optredens in oa. Het Pandemonium. In mijn ogen hadden ze nogal wat gemeen. Beiden beschrijven een harmonisch ouderlijk huis, een gelukkige jeugd. Kostbaar voor een angstlijder.

 De dag plukken, de zon in het water zien schijnen. Literaire taboes, maar in hun werk zie je de waarde ervan. Een keer haalde Maarten een prachtige grap uit met Johnny. In Eik & Linde, jaren '80, begon hij een verhaal te vertellen over een mooie zomeravond waarop een vader piano speelde bij opengeslagen balkondeuren. De vader kreeg applaus uit de buurtuintjes voor zijn recital. Hij trad aan de balustrade en nam buigend het applaus in ontvangst.Johnny, die naast me zat, luisterde met open mond. Stootte me aan, piepend: 'Maar dat is mijn verhaal! Die Bies vertelt mijn verhaal!'Zeker, dat verhaal stond in Johnny's bundel 'Mijn kleine hersentjes'. Even later richtte Maarten vanaf het podium rechtstreeks het woord tot hem: 'Ja Johnny, maar het is ook een erg mooi verhaal. Daarom heb ik het nogeens geschreven.' Bij Maarten thuis afgelopen week. Met het Verzameld Werk op tafel. Hij vertelt hoe hij Wouter van Oorschot belde. De oude Geert van Oorschot had 'In de bovenkooi' indertijd niet gewild: 'Een gereformeerd rommeltje'. Maar later zei hij op de tv 'ik heb spijt als haren op mijn hoofd'. Nu bood Maarten zijn Verzameld Werk aan Wouter aan en die nam het met beide handen aan. Niet alles staat erin. Ongeveer 120 verhalen uit de begintijd niet. 'Eva legde ook weleens iets terzijde?

 ''Ja, als het aan Eva had gelegen had ik 6000 bladzijden meer gehad. Dan had ik nou 9000 bladzijden gehad.' Ik heb in die 17 jaar dat ik echt als en gek schreef 9000 bladzijden bij elkaar geschreven. En 3000 is er nou over. Nou ja 2800.'Ik vraag: 'Wat vertelt het me?' 'Het is een banale, vreselijke wereld. En het is een godswonder, een godsgenade, dat ik uit die wereld toch al die verhalen heb weten te trekken.' Zijn manier van werken, beaamt hij, ging 'Aus einem Guss'.'Ik had altijd de eerste en de laatste zin en alles ertussen in mijn hoofd, alleen de grapjes kwamen erbij tijdens het rammelen.''Wat nu,' vraag ik. 'Niks doen. Mezelf lezen en Heine, Tsjechov, Nabokov, Tolstoj, Toergenjew. Josef Conrad.' 'Lezen gaat je goed af?' 'Behalve als ik droevig bent, en ik ben vaak droevig, dan lees ik echt niet. Dan lig ik in bed, dan ga ik pas om vier uur naar bed. Ik word om vier uur 's middags wakker, en laat ik het hondje uit. Dan zit ik alleen maar Eva aan te kijken en zeggen we haast niks tegen mekaar. Af en toe doet muziek wel goed.' Hij concludeert: 'Het is Gods genade. Als je zo 17 jaar hebt kunnen werken. Er is gerechtigheid.maandagavond 2 juni, van 20.00-22.00, Maarten Biesheuvel in De Avonden.

Maarten Biesheuvel, deel 2
Beluister fragment
Maarten Biesheuvel
Beluister fragment

Spijkers

Mijn leraar Frans was een Fransman, afkomstig uit Le Havre. Ik kon terugvinden dat hij in 1934 werd genaturaliseerd tot Nederlander. Zijn naam: Henri René Boulan.Hij was een bijzonder mens. Kwam je te laat dan was dat niet erg. Als je als leerling maar zijn spelregels kende.

Je klopte, kwam binnen. Hij zei: 'Je bent te laat, hoe komt dat?'Je moest dan antwoorden: 'De brug was open.' Dan zei Boulan. 'Goed, ga maar zitten.'Bij ieder ander antwoord - bijvoorbeeld, mijn band was lek - moest je naar de rector.Waarmee de relatie leraar-leerling tot zijn kern was teruggebracht. Boulan had een hekel aan grote getallen. Hij meende dat ze onbegrijpelijk waren. Zodra in het boek dat wij klassikaal lazen een groot getal voorkwam stopte hij de les en kwam met het voorbeeld van de berg spijkers.Spijkers werden per ons verkocht.'Stel je voor,' zei hij,' ik koop een kilo spijkers, en ik stort ze uit op deze tafel. Wie van u kan me dan vertellen of het er duizend zijn of tienduizend? Of misschien wel honderdduizend? Hoeveel spijkers gaan er op deze tafel? Wat denkt u? Nu?'Wij zwegen.'Deze schrijver weet niet wat hij zegt. En u weet niet wat u leest.' Vandaag las ik over 18.000 slachtoffers in China en dacht aan Boulan.

Bermmonumentje

Deze week sprak ik Peter Jan Margry van het P.J.Meertens Instituut. Oa. over zijn dikke boek '101 bedevaartplaatsen in Nederland'. Daarin worden klassieke katholieke plaatsen beschreven. Maar we kregen het ook over eigentijdse vormen van ritueel en rouwverwerking, buiten de kerk om. Stille tochten en bermmonumentjes. Hij is er een groot kenner van. Daarover later meer.

Ik ontdekte dat er sinds 2004 een officiële regeling bestaat. Minister Peijs (Verkeer en Waterstaat) bepaalde toen dat het plaatsen van zo'n gedenkteken is toegestaan 'als het geen gevaar oplevert doordat het te dicht bij de weg staat of erg opvallend is, waardoor weggebruikers afgeleid zouden kunnen raken'. Het onderhoud van het gedenkteken komt voor rekening van de oprichters.Toch verbaasd wat er vandaag de dag al niet mag. Bermmonumentjes zijn ieders goed recht. Lees bijgaand verslag. Zal ik straks ook begraven kunnen worden in mijn eigen tuin - als ik een tuin had? Ik herinner me levendig het verhaal dat de zoon van een oude timmerman me in 1970 vertelde. Zijn vader had zijn eigen kist had gemaakt. Erg mooi. Prachtig afgewerkt. Mahonie. 'Maar het mocht niet.'

Karl Rossmann met Robinson en Delamarche?
Gustave Flauberrt (1821-1880)

Droom

In de omgeving van Rouen, na een bezoek aan Ry, waar Madame Bovary zich afspeelt, had ik een droom.'s Ochtends meteen wat genoteerd, in het kort. Er staat boven: 'droom = dood'. Gevolgd door de naam Delamare.

Dan komt 'Robinson'. En - schijnbaar ongerijmd - een plotselinge ergernis over de manier waarop Nederlandse namen in buitenlandse films worden verhaspeld. Iemand heet bv. Mr. Van de Wit. Ik vind dat onverdraaglijk. Nu komen in mijn droom de twee eerste namen terecht. Ze stammen uit Kafka's Amerika. Weet ik. En ik stel vast (waarom?) dat Kafka in dat boek het land van de dood beschrijft. Best mogelijk dat het Franse platteland waar ik die dag doorheen reed, met z'n kerkhoven en z'n ontelbare stil geleefde levens hier meespeelt - de vergetelheid. Eenmaal thuis vind ik dat de vrouw die model stond voor Emma Bovary Delphine Delamare heette. En een figuur in Kafka's Amerika Delamarche. Achteraf gaat Amerika misschien ook wel over het Dodenrijk. Dan is de stoker een Charon die Karl Rossmann over vaart. Dit alles met een buiginkje naar de stichter van de 'toevalsclub'.ps. Toch heb ik in Ry de naam Delamare niet - althans niet bewust - onder ogen gehad.ps2. Er waren dus - tot nu toe - drie stadia van interpretatie: eerst al tijdens de droom zelf, dan bij het wakkerworden en noteren en tenslotte nu, bij het uitwerken.

Nabokov kijkt toe

Maarten Biesheuvel (1)

Het zal je maar gebeuren, ten deel vallen. Afgelopen vrijdag bij de presentatie stond Maarten Biesheuvel temidden van een menigte in een Amsterdamse grachtentuin met een van de drie delen in handen en hij las. Eigenlijk was het meer proeven, zo te zien. Hij trok aan z'n sigaarstompje en ging met zijn vingers langs de dundrukpagina’s.

Hij werd die dag ook nog eens 69 jaar oud. Bij je leven een verzameld werk in drie delen, bij Van Oorschot. 'Een godsgeschenk' zegt hij zelf. Vanmiddag was ik bij Eva en hem op bezoek in hun Houten Paleis in Leiden. Maandag doen we namelijk twee uur Biesheuvel in De Avonden. Ik kom wat opnemen.Maarten zegt dat ie niet heeft geslapen. Maar slaapdeprivatie, daar voel je je lekker door. Dat komt, hij heeft de hele nacht zitten lezen. In eigen werk. Van gisteren vier tot tien uur die morgen heeft ie gelezen. In deel drie, dat staat in de tijd het dichtste bij. Ze zijn ongeveer 1000 bladzijden per deel. 'Het demonisch proza van een gigantische outsider,' zegt hij, de recensies losjes samenvattend. 'Bijbeldruk.'''t Is ook een grafsteen. 'Terwijl ik nog leef!' Hij kan er nu niets meer aan veranderen, zal er waarschijnlijk ook niets meer bij schrijven. Het gaat niet meer. 'Daar heb ik 18 jaar lang heel veel verdriet van gehad. Nou kan ik me er wel bij neerleggen.'

after hours, Louis doet ragtime
in Studio Desmet

Hervonden Lehmann

 In De Avonden van maandag jl. was een special te horen over Louis Lehmann, dichter, scheepsarcheoloog en componistter gelegenheid van de bundel 'Laden ledigen'. Teruggevonden tekeningen, radiopraatjes, partituren, essays, recensies, toneel en vertalingen. En ook gedichten uit 1966-1996, de jaren waarin hij van de poëzie niets meer moest hebben.

 Toen ik hem in 1984 leerde kennen spraken we dan ook over muziek. Zijn bezwaar tegen poëzie: 'Je kunt het of je kunt het niet. Je hoeft er niets voor te wéten'. In die jaren nam ik zijn composities op, uitgevoerd door Guus Janssen op piano en gezongen door vrienden en hemzelf. En hij werd disc-jockey. Van 1995 tot 2005 heeft hij in De Avonden elke week een kwartier 'zijn' muziek gedraaid. De afleveringen vanaf ongeveer 2001 zijn te vinden op de site van Avonden.Ongelooflijk het repertoire dat voorbij komt, van ragtime tot Griekse dansen, van renaissance klassiek tot eigentijds Afrikaans. Er waren onvergetelijke toespraakjes bij. Ik herinner me dat over 'Natte en droge muziek' (26 mei 1997) een hoogstpersoonlijk onderscheid dat Louis maakt, dwars door alle genres heen. Probeer het maar: Mozart, nat of droog? Ellington? Bob Marley?

 Louis Th. Lehmann (1920), zoon van een stuurman op de grote vaart, debuteerde in 1940. Een jaar later was hij in Doorn bij Simon Vestdijk, die over dat bezoek een gedicht schreef, waarin de voorliefde van Louis voor 'negermuziek' goed uitkomt en dat zo begint:

Als 'k mijn vulpen laat bewegen,

Hunker 'k nimmer naar een neger,

Want terstond denk 'k dan aan Lehmann,

Die, ruwweg vermomd als zeeman,

Zich naar Doorn eens heeft begeven,

Handjes geven, voetjes vegen,

En zich in 't salon bekwaamden de kunst van het beamen.

Of 't negativistisch zwijgen.

Gastvrouw ging er wat van krijgen,

Hond wou blaffen, poes niet spinnen...

Wat te doen: Lehmann was binnen.

Tags: 

Orangina vrouwen (3)

En ja, ik keek met m'n neus. Hans Zwaanswijk schrijft Op deze site is te lezen dat het een recente promotiecampagne betreft. De hele serie bestaat uit 9 posters. Deze zijn wel te downloaden. Bestellen kon ik niet zo snel vinden.'

En David Dekker trof ze - nu in het Engels, waar 'pulpeuse' opeens 'juicy' wordt - op Flickr: 'Het zijn er stiekem nog en paar meer dan vijf.'Het surrealisme in de reclame. Een mooi onderwerp. Magritte deed reclame om den brode. Zijn bolhoed-met-paraplu mannen zweven voort. Ook veel andere historische surrealisten zelf zaten breeduit in de reclame, het design, mode en noem maar op, zoals afgelopen winter in de tentoonstelling 'Vreemde dingen' in Boymans in Rotterdam zo mooi te zien was.

Pagina's