Andrea Fraser krijgt het te kwaad in het Guggenheim Bilbao
de rondleidster

Museumvrouwen

Het museummeisje ontdekte ik in 2004: 'Ze komt om een hoek, een stille zaal binnen. De drie aanwezige mannen staan verdiept in een bruiloft van Peleus en Thetis met naakte nymfen en godinnen, het doorschijnend gewaad van de maagd Maria of een stilleven met oesters. Uiterlijk bewegen ze niet. Toch gaat er een zoete schok door de zaal. De lucht wordt dikker. Vanaf nu begint een ander kijken. Zo'n meisje, alleen, op zondagmiddag om drie uur in een museum? We zien haar vanuit onze ooghoeken langzaam draaien op een hak.'

Wie ook bestaan: museumvrouwen. Ze horen bij de inventaris. Je kent ze als rondleidster van groepjes, als toesprakenhoudster bij openingen en zo meer. In de Haarlemse Hallen zijn momenteel video's te zien van de Amerikaanse Andrea Fraser (Montana 1965), die museumvrouwen persifleert. De toesprakenhoudster ontkleedt zich al pratend, de rondleidster gaat een rij lege doeken langs. De kunstenares gaat met de verzamelaar naar bed. De leukste is 'Little Frank and His Carp' waarin Fraser de sensuele toelichting van de audiotour bij het Guggenheim Bilbao van Frank Gehry letterlijk gaat nemen. Wat een gebouw! Het effect wordt bedorven als je de toelichting leest, waar - onder aanroeping van de Franse socioloog Bourdieu hoog wordt opgegeven van Frasers 'kritische blik op de maatschappij en de kunstwereld' en op het 'instituut museum'. Andrea Fraser is een leuke cabaretière. Haar acts kunnen wat korter.

Half hoofd

Dagenlang met één digitale hersenhelft rondgelopen. Storing. Terwijl de andere helft griep had. Zou het nu echt weer werken? Waarachtig, langzaam, maar alles doet 't.Nu de achterstand inlopen.

idem, stukje verderop
Giulio Romano - uit: Amor en Psyche (omstr. 1545)

Kannen en kruiken

Stel je zoekt iets, en met boeken, kennissen en Google kom je er niet uit. Eerst waar het om gaat.

In het Palazzo Te in Mantova maakte ik - stiekem - foto's van de ongeëvenaarde plafondschilderingen van Giulio Romano.Hoe vaker ik er naar kijk - de meeste zijn scènes uit de Metamorfosen van Ovidius - hoe meer mijn blik blijft hangen aan de talloze vrouwen die - vanuit het zwerk - amforen, kruiken en kannen leeggieten over mij, toeschouwer beneden. Ik ben er op gaan letten. Je ziet het motief vrij vaak in de renaissance.De Danaïden, veroordeeld tot het vullen van bodemloze kruiken? Nee. Is het dan wijn? Nee, het moet wel water zijn. Ik associeer me suf, ik blader en klik. De vrouw als kruik, zou dat het zijn? Heel de man bedelven onder gegenseitige vloedgolf? Een vrouwenwens, die omkering? Ze zitten nu ook op m'n bureaublad, de vrouwen, elke dag krijg ik liters over me heen. Ik geef het op.In dit soort gevallen, leerde ik van Ileen Montijn, kun je terecht bij de Navorser. Jaap Engelsman, vertaler, taalvorser, studeerkamergeleerde, is ermee begonnen, nu is het een hele mailgroep van geleerden.Deze vraag gaat naar de Navorser. Heren, hoe zit dit?

de bibliotheek van Boullée

Coster

Van Raymond Noë en Marc van Oostendorp, verzorgers van de gratis Dagelijkse Gedichtendienst 'Laurens Janszoon Coster', kortweg 'Coster' kwam vanavond dit dringend verzoek. Ik keek vreemd op, hun zending komt gewoonlijk bij het ontbijt. Er moest dus iets aan de hand zijn. Ik geef het onmiddellijk door, gehecht als ik ben aan hun keus uit de Nederlandstalige poëzie.Geen dag zonder!

Hier hun boodschap: 'Coster is op zoek naar nieuwe abonnees, en daarvoor willen we u om hulp vragen. We zouden graag willen dat u voor ons uit ronselen gaat, want er zijn vast wel mensen in uw omgeving ?? familie, vrienden en bekenden, collega's ?? die ook iedere werkdag een gedicht toegemaild willen krijgen.Als u voor ons gaat werven, stellen we daar ook iets tegenover, want iedereen die ons naam en mailadres van een nieuwe abonnee opgeeft (via eon@planet.nl), sturen wij als blijk van waardering een nog ongepubliceerd gedicht van Patty Scholten of Ingmar Heytze. En we gaan ook nog prijzen verloten, want uitgeverij Podium heeft twee exemplaren van de reisgedichtenbloemlezing 'Het verre gedicht' ter beschikking gesteld ?? en er zijn een paar vorig jaar verschenen bundels beschikbaar.Dus stuur naam en mailadres van een nieuwe abonnee naar eon@planet.nl, en vermeld erbij welk gedicht u wilt ontvangen: dat van Patty Scholten of dat van Ingmar Heytze.Bij voorbaat dank'PS. Laurens Jz. Coster is een vrijwilligersproject.Redacteur: Raymond Noë

Max Niematz (rechts) bij de buurman in de stal

Max Niematz (2)

'Ja, wat doe je met een schijndood kalf?' vraagt Willem van Dulmen zich af. 'Masseren?'

De grootste veekenner in 'Kromzicht' is Hensius senior, de herenboer die weet van 'overerfde narigheid' als voortijdig werpen, buldogkalveren en 'de meest beroerde grondslag die je kunt hebben: stille kolder....'.Wat deed Hensius met een schijndood kalf? Op pag. 61 schrijft Max Niematz (die zich grondig gedocumenteerd heeft): '...niet door het op de bil te meppen zoals hij Tiedema had zien doen, maar door het dier zout in de neus te wrijven, adem te verschaffen, het bij de achterhakken te nemen en op te tillen, tot alle slijm vervloeid was.'

Max Niematz thuis
...en in de stal
plaats van handeling: het Oldambt

Max Niematz

 Wie de verkenningen van biologen als Frans de Waal en Tijs Goldschmidt volgt weet dat in dieren steeds meer menselijke trekken ontdekt worden en dat mensen steeds meer dier blijken.In de kunst zag je het altijd al.En nu.

 Vanmiddag was ik in Oost-Groningen, in het Oldambt, bij Max Niematz, die een explosieve roman schreef over mens en koe, de oudste symbiose misschien na die met de jachthonden. Al in Mesopotamië werden koeien gefokt.

 Met de schrijver kwam ik bij zijn buurman terecht die 25 koeien houdt. Eerste stap in de stal, het blijft een onbeschrijflijke sensatie. Bedwelmd worden door de geur van koe. Ze 'geeft gloed af die loom en gelukkig maakt', schrijft Niematz.

 Ze kijken je aan ook. Maar als je ze een microfoon onder de neuzen houdt wijken ze argwanend terug. Zoals in 'Kromzicht' staat 'edel maar vernederd'. En dat is waar de koe vergeleken wordt met de vrouw. In 'Kromzicht' strijden twee families van veefokkers. Denk niet dat het een realistische streekroman is, Niematz tilt de lezer naar een plan waar hij niet eerder was. Wat weten wij nu eigenlijk van onze dieren? Wat doe je met een schijndood kalf? 

Snijders leest, kleindochters aan zijn voeten
Tom van Eck over Snijders

Uitnodiging

Twee weken geleden kwam deze mail binnen. Niet van een PR-functionaris, maar van een schrijver. Vanmiddag was ik in de Athenaeum Boekhandel.

'Dit is een bericht van een neringdoende. Op de middag van donderdag 24 januari tussen vijf en zeven wordt in de Athenaeum Boekhandel aan het Spui in Amsterdam 'Heimelijke Vreugde' ten doop gehouden. Het is een gecorrigeerde herdruk van de 'Berichten aan een hoofdredacteur', die lang geleden zijn uitgegeven door Thomas Rap. Toen in vier delen, nu in twee. Ikzelf zal het woord voeren omdat ik de schrijver ben. Tom van Eck, hoofdredacteur van Thomas Rap zal ook iets zeggen. Ik nodig u uit. Vriendelijke groet van AL Snijders.PS De mensen die geen computer hebben, krijgen een papieren enveloppe met postzegel.'En mijn PS: nu nog een herdruk van zijn novelle 'De incunabel ' (Gelderse Cahiers 1994).

Tags: 
Milosz

Czeslaw Milosz

In het mooie Dèr Mouw-nummer van De Tweede Ronde, dat vlammend pleidooi voor het behoud van 'Brahman' in de canon van onze dichtkunst, vond ik dit gedicht van Czeslaw Milosz (1911-2004), vertaald door Tom Eekman. Was het een tekening dan stond eronder 'Ohne Worte':

Wat het betekentWeet niet dat hij licht geeftWeet niet dat hij vliegtWeet niet dat hij die is en geen anderEn steeds vaker, met open mond, met een smeulende Gauloise-sigaret,bij een glas rode wijn,denk ik erover wat het betekent die te zijn en geen ander.Zo was het ook toen ik twintig was.Maar toen was er de hoop dat ik alles zou zijn,misschien zelfs een vlinder en een merel, door betovering.Nu zie ik de stoffige wegen van het district en het stadje waar de postbeambte zich dagelijks bedrinktvan verdriet dat hij alleen met zichzelf identiek is.Omsloten mij maar alleen de sterrenen ging het maar gewoonlijk zo dat de zogenaamde wereld bestonden het zogenaamde lichaam, die twee,en dat ik niet recalcitrant wilde zijn. Maar nee.

en juist, niet te vergeten in dit seizoen

Tuintje

 Het bericht van Willem van Dulmen (zie gisteren) gaf Wim de Bie iets in. Hij stuurt net bijgaand stukje.Niet alleen woonden Wim de Bie en ik in onze jeugd allebei in de Haagse Wijk Bohemen (stadsrand, nabij Kijkduin), onze vaders waren ook beiden verwoede volkstuiniers.

 Die van Wim had een echt landje, de mijne deed het op een braakliggende strook achter de tuin van ons nieuwbouw rijtjeshuis.Slechte grond, duinzand met veel cement en stukken steen die achter waren gebleven van de bouw. Ik heb wat steentjes geraapt daar. En gespoten bij droog weer. Bonenstokken stonden er altijd, rabarber ook, alleen eetbaar met kilo's suiker. Sla natuurlijk. Worteltjes..

 En tomatenplanten. Het gezin at 's zomers wekenlang tomaat. Tomaat op het brood, gevulde tomaat, tomaat meegebakken met eieren, tomatensla, zelfgedraaide tomatensoep. Elke dag. Kennissen en buren kregen zakken tomaat mee, en nog raakte de oogst niet op.In het nabijgelegen Westland werden ze al doorgedraaid. Zo hield mijn vader zijn jeugd in Zeeland levend. En sindsdien kijk ik naar tuintjes, langs spoordijken en rivierboorden, waar ook.

Tags: 
de Geeserstroom in 2007
de Geeserstroom in 1968, de stuw

Beton (22)

Betonman Willem van Dulmen schrijft:

'Iedereen heeft wel een plek waar je naar toe ging als je even niks wilde. Voor mij was dat deze stuw. Gelegen in de Geeserstroom (stukje boven Gees in Drenthe) en een paar honderd meter van het huis waar ik woonde. Het water werd verdeeld in hoog peil en laag peil en de enorme kolken die draaiden trokken mij erg aan. Hier dacht ik na over de veranderingen in mijn leven. De overstap van de Lagere naar de Middelbare school, met langs de fietsroute naar Coevorden ter hoogte van Wachtum het eveneens betonnen elektriciteitshuisje waar C+B op gekalkt stond. Als brugklasser dacht ik dat daar Claus+Beatrix mee bedoeld werd (speelde ook in die tijd). Gelukkig kwam ik er achter dat het om Cuby and the Blizzards ging, of "kupie en de blitsers", die in cafe Schepers in Oosterhesselen (op een paar kilometer van de stuw) speelden terwijl ik zat te vissen. Dat heeft allemaal met dat stuk beton te maken. Het is een ijkpunt geworden. Een tijdje terug wilde ik nog een keer op die stuw gaan zitten. Kijken of dezelfde beschadigingen er nog zaten. Blijkt er 'nieuwe natuur' te zijn gemaakt (zie foto).'

Pagina's